In vervolg op de samenwerking met BE+ is het kennisatelier Energietransitie opgestart. Dit kennisatelier richt zich zowel op beleidsmatig delen van informatie van energietransitie als op het uitwisselen van ervaringen.

Event
Webinar ‘2 jaar Energy Hub Schiphol Trade Park: successen en toekomstplannen’
Webinar ‘2 jaar Energy Hub Schiphol Trade Park: successen en toekomstplannen’

Twee jaar geleden lanceerde SADC samen met de ondernemers op Schiphol Trade Park en de netbeheerder Liander de eerste innovatieve collectieve oplossing in Nederland voor netcongestie: het virtueel net. Omdat we merken dat er veel interesse, vragen maar ook misverstanden zijn, organiseren wij een webinar waarin de Energy Hub op Schiphol Trade Park wordt toegelicht, maar ook wordt besproken of en hoe deze oplossing elders in Nederland toe te passen is. SADC organiseert op maandag 1 juli van 14.00 tot 15.00 uur het webinar ‘2 jaar Energy Hub Schiphol Trade Park: successen en toekomstplannen’. Het virtuele net op Schiphol Trade Park is een groot succes. Alle bedrijven in het Energie Collectief Schiphol Trade Park zijn operationeel, breiden uit en draaien full-electric, ondanks de netcongestie in het gebied. Wat begon als een urgent probleem, is uitgegroeid tot een solide Energy Hub. In dit virtueel net maken bedrijven zonder capaciteit gebruik van de ongebruikte capaciteit, ook wel vrije ruimte, van andere bedrijven. Door vraag en aanbod real-time te meten en hierop te sturen, wordt de beschikbare en toegestane capaciteit van het elektriciteitsnetwerk onderling optimaal bewaakt waarmee de netcongestie op het bedrijventerrein is opgelost. Programma Tijdens het webinar reflecteren experts op de ervaringen van de afgelopen twee jaar om de belangrijkste lessen te bespreken. We zullen gezamenlijk kijken naar de resultaten en cijfers tot nu toe. Aan de hand van concrete voorbeelden maken we inzichtelijk hoe een duurzame toekomst voor Schiphol Trade Park en de bredere gemeenschap wordt bevorderd. Ook zal ingegaan worden op de kansen die experts zien in een verdere ontwikkeling van het collectief. De presentatie is in handen van Elsemieke Havenga. Zij gaat met de experts in gesprek over een drietal onderwerpen: Probleemstelling Welke gevolgen heeft netcongestie voor ondernemers en waarom is samenwerking cruciaal voor een toekomstbestendig energiesysteem? Met: Alliander Paul van Engelen, Regio Lead Amsterdam & Beneden Noord Holland Intralox Danielle Hagers, Facility Operations Manager EMEA SADC Eva Klein Schiphorst, CEO SADC Wouter Witkamp, Projectmanager Virtueel Net 3Vas Bart Blokland, Consultant en Partner Technisch Ondernemers op Schiphol Trade Park delen de beschikbare capaciteit met elkaar.  Maar hoe is dat technisch mogelijk gemaakt? En is dit overal in Nederland op dezelfde manier mogelijk? Welke kansen liggen er? Met: Alliander Paul van Engelen, Regio Lead Amsterdam & Beneden Noord Holland Joulz Sanne Castro, Manager Products & Advies Spectral Gerben Vermeulen, Smart Energy Consultant SADC Wouter Witkamp, Projectmanager Virtueel Net 3Vas Bart Blokland, Consultant en Partner Organisatorisch/wettelijk Hoe richt je een energiecoöperatie op? Wat komt daarbij kijken en welke uitdagen zijn er? Wat is er geleerd op dit gebied en hoe kan deze ervaring elders in Nederland worden meegenomen? Met: Provincie Noord-Holland Esther Rommel, gedeputeerde Kennedy Van der Laan Quirine Tjeenk Willink, Advocaat en Partner SADC Arno Jansen, Voorzitter Energiecoöperatie Schiphol Trade Park SADC Wouter Witkamp, Projectmanager Virtueel Net 3Vas Bart Blokland, Consultant en Partner Datum en tijd Maandag 1 juli, 14.00 – 15.00 uur Webinar Het betreft een webinar. Na aanmelden krijgt u namens SADC van Webinars.nu een inlogcode. Aanmelden U kunt zich hier aanmelden voor het webinar.

01-07-2024
Event
Slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie: utopie of realistische ambitie?’
Slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie: utopie of realistische ambitie?’

Op 7 juli organiseert NHN * de slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie: utopie of realistische ambitie?’. Graag nodigen wij je uit voor de slotbijeenkomst ‘Verduurzaming bedrijventerreinen in een gebied met netcongestie: utopie of realistische ambitie?’. Tijdens deze (gratis) bijeenkomst delen wij concrete resultaten van een project dat stichting New Energy Coalition met partners heeft uitgevoerd op bedrijventerrein Winkelerzand. Datum: Donderdag 7 juli 2022 Tijd: 15:00 – 18:00 uur (inclusief informele borrel) Locatie: McKili, Zandloper 17, 1731 LM Winkel Waarom is dit voor jou belangrijk? Tijdens deze middag presenteren we concrete oplossingen en praktische voorbeelden van hoe je, ondanks de begrenzingen van het huidige elektriciteitsnet, als bedrijf de afhankelijkheid van fossiele energiebronnen kunt verminderen door het slim inzetten van zelf opgewekte hernieuwbare energie. Bijvoorbeeld met de inzet van warmtepompen, energieopslag met batterijen, waterstofgenerators en e-boilers. In de huidige onzekere tijden met fluctuerende energieprijzen is investeren in genoemde energiemaatregelen een middel om in mindere maten afhankelijk te zijn van prijsontwikkeling op de energiemarkt en de leveringszekerheid van elektriciteit en gas. Een robuustere bedrijfsvoering door te vergroenen. Programma 15.00 uur – Inloop 15.15 uur – Welkom en introductie., Joep Sanderink, New Energy Coalition 15.20 uur – Belang duurzame bedrijventerreinen. Mark Boereé, Programma Manager Regio Deal 15.30 uur – Verduurzaming Bedrijventerrein Winkelerzand. Joep Sanderink, New Energy Coalition 16.00 uur – Praktijkvoorbeeld, verduurzaming in de praktijk. 16.15 uur – Openstelling subsidieregeling en aansporing tot actie. Nico Meester, Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord 16:30 uur – De route naar een gezonder, duurzamer en meer circulair bedrijfsmodel. Alje Kuiper, Mijn Impact 16.55 uur – Afsluiting. Joep Sanderink, New Energy Coalition 17.00 uur – Nazit/borrel Aanmelden Aanmelden graag voor 2 juli via deze link. Je ontvangt per mail een bevestiging van je deelname. Bij vragen kun je contact opnemen met Joep Sanderink. * Het project en de bijeenkomst worden mede uitgevoerd door Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Groot Ecobouw, Bedrijvengroep Niedorp en gemeente Hollands Kroon.

07-07-2022
Event
Livestream | Bedrijventerreinen: cruciaal in de energietransitie
Livestream | Bedrijventerreinen: cruciaal in de energietransitie

In 2030 moeten we als Nederland een CO2 reductie van 55% behalen en in 2050 geheel energieneutraal zijn. Bedrijventerreinen zijn cruciaal, zo niet onmisbaar, in de energietransitie. Er kunnen forse stappen gezet worden met betrekking tot energiebesparing en het opwekken van duurzame energie. Door met slimme oplossingen energie op te slaan en onderling uit te wisselen wordt het elektriciteitsnetwerk ontlast en kunnen bedrijven hun duurzame ambities realiseren, om zo bij te dragen aan de reductie van CO2. Op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA zijn al grote stappen gezet om de CO2 doelstellingen te behalen. Deze koplopers dienen als voorbeeld voor andere bedrijventerreinen in de regio. In opdracht van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) en PHB heeft Buck Consultants International de kansen voor energietransitie op alle bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) in kaart gebracht. Voor ieder bedrijventerrein in regio, in totaal 380, zijn de kansen inzichtelijk gemaakt en maatregelen en instrumenten uiteengezet waarmee ondernemers en gemeenten aan de slag kunnen. Gemeenten en ondernemers zitten aan tafel om samen te kijken naar de mogelijkheden, succesvolle voorbeelden en beschikbare ondersteuning. Onder leiding van Thijs Pennink (Oud-directeur Ontwikkelingsbedrijf NHN) gaan Tom Grootjen (SAENZ), Axel Boomgaars (Gemeente Ouder-Amstel), Sigrid van der Valk (Gemeente Medemblik), Bas Koeten (Bas Koeten Racing en stichting Energie neutrale bedrijventerreinen Westfriesland), Rob van der Wal (CirCoPack en Ondernemend Heiloo), Nico Meester (Ontwikkelingsbedrijf NHN) en Frans van de Beek (PHB) het gesprek aan. Luister en kijk je mee maandag 14 maart?

14-03-2022
Nieuws
Bestuurlijk aanjager ‘Slim met Stroom overhandigd advies aanpak netcongestie
Bestuurlijk aanjager ‘Slim met Stroom overhandigd advies aanpak netcongestie

Gerard Schouw, bestuurlijk aanjager ‘Slim met Stroom', overhandigde vandaag aan Sophie Hermans van Ministerie van Klimaat en Groene Groei zijn advies aanpak netcongestie. Slim omgaan met stroom, zo schrijft Schouw in zijn advies, is essentieel om netcongestie te verminderen. 'Als onafhankelijk bestuurlijk aanjager ben ik gevraagd om te komen met voorstellen voor het vergoten van het flexibel vermogen, het vergroten van het bewustzijn van de noodzaak van flexibiliteit en om knelpunten vanuit de praktijk op te halen.'  Het 36 pagina's tellende advies van het oud-D66-Kamerlid bestaat uit twee delen: acht algemene adviezen en daarnaast concrete voorstellen rondom de aanpak van wachtrijen, energiehubs en financiële prikkels. De acht algemene adviezen hebben tot doel minder netcongestie door het afvlakken van stroompieken en het vergroten van de flexibiliteit: 1. Het krachtig en grootschalig uitbreiden van het aantal energiehubs 2. Het vergroten van de kennis van het net door bemetering 3. Optimalisatie van de benutting van het net 4. Regie op systeemopslag 5. Het maken van afspraken via congestiedeals met sectoren 6. Het beter organiseren van kennis en opschaling van initiatieven 7. Het uniformeren van de werkwijze van netbeheerders naar ondernemers 8. Het onderzoeken van de huidige marktwerking   Dowload hier het hele rapport. (PDF) Lees ook het interview met Schouw van eerder dit jaar, op BT-online: 'Vind bij energiehubs niet allemaal het wiel opnieuw uit'   Beeld: iStock.com - Ruud Morijn

27-11-2024
Nieuws
Handreiking helpt provincies bij energiehubs
Handreiking helpt provincies bij energiehubs

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft een nieuwe handreiking ontwikkeld voor energiehubs: gebieden waar we lokale opwek van energie slim koppelen aan lokaal gebruik. Met de handreiking sturen provincies op de ontwikkeling en realisatie van deze energiehubs. Energiehubs belasten het elektriciteitsnet minder door opwek en gebruik lokaal op elkaar af te stemmen. Download hier de handreiking Handreiking helpt bij provinciale aanpak De provincie regelt de afspraken tussen gemeenten, netbeheerders en regionale ontwikkelmaatschappijen (ROM's) om energiehubs te ontwikkelen en te starten (uitvoeringsagenda). De handreiking Stimuleringsprogramma energiehubs helpt provincies met de onderdelen die zij in hun uitvoeringsagenda’s op moeten nemen, zoals: De voorwaarden waaraan een energie-initiatief moet voldoen om ondersteuning te krijgen. De manier waarop de provincie de samenwerking tussen alle partijen organiseert. Sneller meer energiehubs Om de ontwikkeling van energiehubs te versnellen, heeft de overheid € 166 miljoen vrijgemaakt voor het Stimuleringsprogramma energiehubs. 15% van het geld is voor het ontwikkelen en delen van kennis en het verbeteren van de mogelijkheden voor de landelijke ontwikkeling van energiehubs. 85% van dit geld gaat naar de ‘ontwikkelkracht’ in de regio. De handreiking voor provincies helpt actief bij die ontwikkelkracht. Meer samenwerking tussen organisaties  RVO zorgt in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor meer verbinding en samenwerking tussen organisaties die met energiehubs werken:  Met het Stimuleringsprogramma energiehubs moedigt de overheid de ontwikkeling van energiehubs aan.  De Routekaart 'Samenwerken in energiehubs: de nulmeting' brengt de ontwikkeling van energiehubs in kaart.  Maandelijks zijn er zogenaamde ontmoetingsplaatsen. Dit zijn landelijke bijeenkomsten voor partijen die werken aan de ontwikkeling van energiehubs. Zij delen onder meer hun kennis en pakken knelpunten samen aan. Over de handreiking De handreiking is gemaakt door: Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) Interprovinciaal Overleg (IPO) Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) Netbeheer Nederland (NBNL) Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) Beeld: iStock.com - 24K Production

08-10-2024
Nieuws
'Grootste maatschappelijke winst energiehubs ligt op bedrijventerreinen'
'Grootste maatschappelijke winst energiehubs ligt op bedrijventerreinen'

De introductie van energiehubs kan de druk op het elektriciteitsnet flink verlichten, maar daarvoor is een snelle aanpassing van de regelgeving nodig. Gemeenten zullen moeten komen met een duidelijke gebiedsvisie en snel in overleg gaan met TenneT.  Er zijn 1.183 potentiële locaties voor een energiehub en meest kansrijke richten zich op bedrijventerreinen. Dat blijkt uit een rapport van ingenieurs- en adviesbureau Royal HaskoningDHV in opdracht van Topsector Energie en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ron de Graaf, leading professional energietransitie & governance bij Royal HaskoningDHV, en zijn team onderzochten in het rapport ‘De Families van Energy Hubs in Nederland’ wat de belangrijkste bouwstenen zijn voor energiehubs. Ook zochten ze uit op welke manier energiehubs het meeste opleveren en wat gedaan moet worden om de komst van deze hubs te versnellen. Uiteindelijk gaat het volgens de onderzoekers om vier categorieën, met eigen karakteristieken, waar energiehubs een grote rol kunnen spelen:  Energiehubs in de gebouwde omgeving; Energiehubs gericht op duurzame mobiliteit; Energiehubs op bedrijventerreinen; Energiehubs rond solitaire cluster 6 (heel grote) bedrijven. ‘Als we het hebben over de aanleg van energiehubs, kunnen we de meeste meters maken op bedrijventerreinen’, zegt projectleider van het onderzoek Ron de Graaf van Royal HaskoningDHV.  ‘De urgentie is daar zo groot dat samenwerking in een energiehub onvermijdelijk wordt. Bedrijven hebben ook geen andere optie, want zonder deze samenwerking zijn uitbreidingen niet haalbaar.’ Het gaat daarbij niet alleen om de opslag en distributie van elektriciteit, maar ook om die van warmte, groen gas en waterstof. Wel is schaarste op het elektriciteitsnet de grote driver voor de ontwikkeling van energiehubs.  Volgens De Graaf en zijn team zijn er, verdeeld over de vier categorieën, 1.183 potentiële locaties waar energiehubs een belangrijke rol kunnen spelen. Dat kan op termijn 3,2 GW schelen in de elektriciteitsvraag. Intern vraag en aanbod afstemmen Voordat een energiehub kan worden opgericht, zullen individuele bedrijven eerst zelf energie moeten besparen en vraag en aanbod van energie binnen het bedrijf af te stemmen, zegt hij. ‘Pas als dat is gebeurd, volgt de stap naar samenwerking.’ Binnen die samenwerking is de basisstap inzicht krijgen in het energiegebruiksprofiel van bedrijven en de beschikbare netcapaciteit. ‘Wacht niet te lang met nadenken over organisatie en hoe je die wilt sturen.’ De Graaf zegt dat in de samenwerkingsvorm de grootste uitdaging zit. De parkmanager speelt meestal een centrale rol bij het oprichten van een energiehub, zegt hij. Dit kan gecombineerd worden met de rol van een Energy Service Company, door het leveren van energiediensten.  Partijen met een grote vraag of juist een groot aanbod van energie, zijn belangrijk voor het inzetten van marktflexibiliteit, zegt De Graaf, terwijl netbeheerders nodig zijn voor groepscontracten voor het gebruik van het elektriciteitsnet. ‘Dat is een van de belangrijkste puzzelstukken om tot afspraken met netbeheerder te komen. Voor bedrijven is zekerheid over toegang tot netcapaciteit cruciaal.’ Daarbij is organisatiegraad van bedrijventerreinen de sleutel bij de selectie van netbeheerders. Daarbij komt dat samenwerkingen tussen bedrijven, parkmanagers, en netbeheerders alleen kunnen starten als aan alle voorwaarden is voldaan. Omgevingsvisie noodzakelijk Daarom is het essentieel dat lokale overheden, zoals gemeenten, hun huiswerk goed doen, benadrukken de opstellers van het rapport. Eerst is een duidelijke Omgevingsvisie nodig. Daaruit volgt dan de energiebehoefte en het gewenste energiesysteem, inclusief de daarvoor benodigde ruimte voor infrastructuur. Energiehubs spelen daarin een belangrijke rol, schrijft De Graaf in het rapport. ‘Door via een gebiedsgerichte aanpak te sturen op een combinatie van hubs kan de grootste bijdrage geleverd worden aan de balans tussen vraag en aanbod.’ ‘Dan nog kan de conclusie zijn dat het energiesysteem in een gebied de vraag niet kan invullen.’ Het bevoegd gezag moet dan keuzes maken, zoals het geval in Powerport Moerdijk, aldus De Graaf.  In dat gebied is inmiddels vastgesteld dat er voor alle geplande energievoorzieningen, waaronder de aanlanding van wind op zee, opslag, elektrolyzers, te weinig ruimte is. Er moeten daar keuzes gemaakt worden.  Keuzes zijn ook noodzakelijk in Flevoland, Gelderland, Utrecht. Het elektriciteitsnet is daar zo vol, dat energiehubs alleen mogen worden aangelegd met toestemming en maatwerk van de regionale netbeheerders en TenneT. Energiehubs die op het middenspanningsnet een bijdrage leveren aan het beter benutten van de beschikbare netcapaciteit, kunnen op het hoogspanningsnet wel tot netcongestie leiden, zo is daar duidelijk geworden. De Graaf benadrukt dat hier meer duidelijkheid over moet komen. Wat is de impact van welke families op het hoogspanningsnet? Wanneer passen welke energiehubs wel? ‘We moeten toe naar meer standaardisatie.’ Wetten en regelgeving Het helpt als wetten en regels worden aangepast, maar dat moet wel volgens een andere systematiek. Volgens De Graaf is de huidige werkwijze te traag voor de noodzakelijke ontwikkeling van energiehubs. Nu worden eerst pilots uitgevoerd, waarna een evaluatie volgt en daarna de wet- en regelgeving wordt aangepast. ‘De urgentie is dermate groot, dat bevoegd gezagen veel eerder aan de slag moeten met het aanpassen van de wet en regels.’ Als de wet- en regelgeving, met landelijke regie, wordt aangepast en energiehubs een normaal onderdeel worden van het energielandschap, verwachten de opstellers van het rapport dat uiteindelijk steeds meer hubs onderling energie zullen uitwisselen. Bijvoorbeeld restwarmte uit bedrijventerreinen naar woonwijken.  ‘Gaandeweg ontstaat er een collectief belang om samenwerking zowel binnen de energiehubs als tussen de energiehubs te vergroten.’  Dan komt volgens De Graaf en zijn team de fase dat energiehubs niet alleen transactioneel zijn, maar ook transformatief: van grote waarde voor de maatschappij, innovatief en relationeel; voor nieuwe samenwerkingen en bedrijvigheid. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl   Lees hier de SKBN publicatie over de Smart Energy Hub op Schiphol Trade Park   

16-09-2024
Nieuws
Stedin: steeds meer bedrijven willen spitsmijden op het stroomnet
Stedin: steeds meer bedrijven willen spitsmijden op het stroomnet

Netbeheerder Stedin heeft meer bedrijven overtuigd om tijdens piekuren minder stroom te gebruiken. Hiermee beschikt de netbeheerder nu over 100 megawatt flexibel vermogen, genoeg om een stad als Zoetermeer van elektriciteit te voorzien.   De netbeheerder hoopt op verdere groei zodat bedrijven niet verplicht hoeven af te schakelen in hun stroomverbruik.  Stedin, verantwoordelijk voor de elektriciteitsnetten in onder andere de provincies Utrecht en Zeeland, ziet flexibel vermogen als essentieel vanwege de variabiliteit van hernieuwbare energiebronnen zoals zon en wind.  Aanvankelijk was het volgens de netbeheerder een uitdaging om bedrijven te overtuigen hun energieverbruik tijdens piekuren te verminderen. Verplichte deelname dreigt volgens de netbeheerder voor bedrijven die niet vrijwillig meedoen.  Overvol net in Zeeland 'We hopen dat we flexibel vermogen op vrijwillige basis blijven vinden en dat we daarmee verplicht afschakelen kunnen uitstellen', aldus Koen Bogers, topman van Stedin, tijdens de presentatie van de jaarcijfers van het bedrijf afgelopen donderdag.   De netbeheerder streeft ernaar om tegen het einde van het jaar 500 megawatt aan contracten met bedrijven te hebben, die hiervoor een vergoeding ontvangen.  Ondanks deze successen zijn er ook bedrijven die verplicht deelnemen. Het Financieele Dagblad (FD) schrijft donderdag dat sinds februari vier grote afnemers van elektriciteit op Tholen en Schouwen-Duiveland flexibel vermogen moeten aanbieden, vanwege de overvolle netten in die regio.   Stedin moest deze maatregel nemen omdat onvoldoende bedrijven vrijwillig wilden meedoen.  De netbeheerder investeerde in de eerste helft van het jaar 517 miljoen euro in de uitbreiding en het onderhoud van de netten, een stijging van 35 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Lange wachtlijst bedrijven De investeringen zijn noodzakelijk door de toenemende vraag naar stroom, mede door de elektrificatie van Nederland en de groei van zonnepanelen bij huishoudens en bedrijven.  Op dit moment staan 453 bedrijven bij de netbeheerder op de wachtlijst voor een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting, terwijl 1277 bedrijven wachten op een aansluiting om stroom te leveren.   In Utrecht overweegt Stedin weer gasgeneratoren in te zetten en het pauzeren van laadpalen op zeer koude dagen om de netdruk te verlichten. 

29-07-2024
Nieuws
'Overheden kunnen meer doen om netcongestie te voorkomen'
'Overheden kunnen meer doen om netcongestie te voorkomen'

In de strijd tegen netcongestie spelen netbeheerders een grote rol, maar provincies en gemeenten kunnen vaak meer bijdragen dan gedacht. Tijdens de Schakeldag in Den Bosch wees adviesbureau AT Osborne erop dat decentrale overheden meer regie kunnen pakken. Dat speelveld moet wel veranderen, met nog meer handvatten en afwegingsruimte voor provincies en gemeenten. Dat het elektriciteitsnet vol zit en steeds verder overbelast raakt, mag bekend zijn. De impact wordt extra duidelijk met een landkaart waarop bijna alle provincies rood kleuren. Met die opening leidde adviesbureau AT Osborne een van de kennissessies op de Schakeldag in Den Bosch.   Uitbreiding en versterking van het net blijft nodig, maar is nog vooral een taak voor netbeheerders. AT Osborne bracht daarom in beeld welke juridische middelen provincies en gemeenten hebben om ruimtelijk meer invloed uit te oefenen op het net. Sturen op aanbod Decentrale overheden kunnen strakker regie pakken op de stroominvoer op het elektriciteitsnet. Dit kan bijvoorbeeld bij het zorgvuldig aanwijzen van locaties voor de grootschalige (duurzame) opwek van elektriciteit. Op andere plekken hebben ze de mogelijkheid om dit te verbieden.   Sturen op vraag Een andere belangrijke invloed voor provincies en gemeenten ligt bij het zorgvuldig sturen op de afname van elektriciteit en de capaciteitsvraag. Het is aan overheden om locaties aan te wijzen waar grote energievragers, zoals wijken of bedrijven, zich wel of niet mogen vestigen.   Beter benutten Slimme systeemoplossingen en maatregelen voor een betere energie-efficiëntie bieden meer ruimte. Dit bepaalt hoe nieuwe functies worden aangesloten en met welke capaciteitsvraag. Denk aan een gedeelde aansluiting van een zonne- en windpark of het beter timen van de netbelasting. ‘Een ander voorbeeld is cable pooling, of het afvlakken van pieken', benoemde Eefje Remijn van AT Osborne. Daarbij wordt een bestaande netaansluiting - en daarmee dezelfde elektriciteitskabel - ingezet voor twee verschillende opwekcentrales. Dit is vaak mogelijk en beperkt de congestie.   Elektriciteitsopslag Hierbij gaat het om slimme systeemoplossingen zoals batterijen en de omzet naar een andere energiedrager zoals waterstof. Het opslaan van energie zorgt vooral voor een flexibelere invoer en afname van stroom op het net.   Juist de combinatie van deze vier instrumenten bepaalt of het doel van provincies of gemeenten wordt gehaald, valt te lezen in een onderzoek van het adviesbureau. Om te beoordelen welke instrumenten ingezet kunnen worden, heeft het bureau een “stroomschema” gemaakt. ‘We zien dat steeds meer overheden regels opstellen om hier zorgvuldig op te sturen’, zei Remijn. Meer speelruimte nodig Hoewel deze vier mogelijkheden meer regie geven aan overheden, ligt de meeste speelruimte nog bij de netbeheerders. Dat is een gevolg van de nog actuele Gaswet en Elektriciteitswet uit 1998. ‘Die wet gaat heel erg uit van een centraal beheer van het net, waarbij overheden weinig bevoegdheden hebben, en netbeheerders juist veel', zei Jacco Karens van het adviesbureau. Toch hebben netbeheerders en overheden veel overlappende belangen en bevoegdheden. ‘Dit is een grijs gebied, waarin voor overheden meer concretisering moet komen zodat ze meer speelruimte krijgen', vervolgde Karens.   ‘Het is bijvoorbeeld nog onduidelijk of een gemeente een batterij kan weigeren - omdat deze de druk op het net alleen maar zou toenemen – en in plaats daarvan kan kiezen voor een andere invulling.’ Elektriciteitsprojecten versnellen Onlangs werd besloten dat netbeheerders grote elektriciteitsprojecten met 1,5 jaar kunnen versnellen, als deze kunnen worden aangewezen als ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’.   ‘Dit is een goede stap, maar wederom geldt deze afwegingsruimte niet voor het werk van overheden.’ Het huidige speelveld moet daarom op de schop. ‘Netcongestie speelt in veel uiteenlopende regio's en vraagt om een nieuwe decentrale aanpak’, vervolgde Karens.   De nieuwe Energiewet van minister Jetten moet daar verandering in brengen. Al heeft deze nog steeds beperkingen, benadrukte Remijn. ‘De wet bevat nog weinig vernieuwende regels voor decentrale overheden om te sturen op het belang van de energievoorziening.’ Betere locatie batterijen Vanuit de zaal tijdens de Schakeldag gaf een medewerker van netbeheerder TenneT nog drie adviezen aan overheden.   'Kijk bij inpassing goed of de operatie een regionale of landelijke verhouding betreft. Ook kunnen gemeenten en provincies nog scherper kijken naar de aansluitingsmogelijkheden voordat ze grond uitgeven aan nieuwe bedrijven.’ Het derde advies van de netbeheerder is om als overheid nauw te blijven samenwerken met Tennet. ‘Installaties die positief zijn voor de netcongestie worden niet altijd goed geïnstalleerd.’   Zo heeft een batterij een positief effect op netcongestie, maar wordt die volgens de medewerker van TenneT vaak te dicht bij een hoogspanningsverbinding geïnstalleerd. ‘Dat is juist slecht is voor het net. Het is daarom belangrijk om altijd goed te communiceren met de landelijke netbeheerder.'  Uitbreiding en versterking van het net blijft nodig, maar is nog vooral een taak voor netbeheerders. AT Osborne bracht daarom in beeld welke juridische middelen provincies en gemeenten hebben om ruimtelijk meer invloed uit te oefenen op het net. Lees het volledige artikel ook op Stadszaken.nl

27-06-2024
Achtergrond
Oplossingsrichtingen voor bedrijven: uitleg en advies over netcongestie
Oplossingsrichtingen voor bedrijven: uitleg en advies over netcongestie

Nederland is aan het verduurzamen en stapt massaal over op elektriciteit. Tegelijkertijd heeft het stroomnet zijn maximale capaciteit bereikt, waardoor file op het net is ontstaan. Oost NL ondersteunt bedrijven met vestiging en uitbreiding. Ondernemers stellen daarbij regelmatig vragen over energiebesparende maatregelen, het aanvragen of uitbreiden van hun elektrische capaciteit, en welke strategie daarbij het beste gevolgd kan worden.   Oost NL heeft samen met adviesbureau ZEBRA een flyer ontwikkeld om bedrijven te inspireren om hun energiepuzzel op te lossen. Vaak is er meer mogelijk dan je denkt. Met de aanpak beschreven in deze flyer, en met een persoonlijk gesprek, dragen we daar graag aan bij.  Welke oplossingen zijn er nú voor handen Netbeheerders spannen zich in om de netcongestie op te lossen. Maar de netverzwaring- en capaciteitsuitbreiding waar zij aan werken is niet direct gerealiseerd. De vraag naar elektriciteit is voor ondernemers urgent: welke oplossingen zijn er nu voorhanden zodat de bedrijfsvoering niet tot stilstand komt?   Dan kan er gedacht worden aan: energiebesparing, individuele oplossingen achter de meter optimaliseren zoals lokaal duurzame opwekinstallaties te plaatsen, of een collectief vormen met twee of meerdere bedrijven waarbij je bijvoorbeeld energieoverschotten kan uitwisselen.  Download de flyer  In de flyer ‘Oplossingsrichtingen voor netcongestie bij uitbreiding of vestiging’ geven Oost NL en energieadviesbureau ZEBRA inzicht in de mogelijkheden. De flyer is gratis te downloaden.

27-05-2024
Nieuws
Nieuwe energiehub laat achttien bedrijven energie delen
Nieuwe energiehub laat achttien bedrijven energie delen

Een middel tegen netcongestie: 18 bedrijven in het Noord-Brabantse Hapert openden gisteren een energiehub waarmee ze energie gaan delen. Het systeem ontlast het net, maar zorgt ook voor een efficiënter stroomgebruik onder de bedrijven. Hierdoor blijft groeien en verduurzamen mogelijk. Via het lokale energiesysteem (hub) geven de bedrijven aan wat hun vraag en aanbod van stroom is. Sommige bedrijven hebben daarbij energie over en sommige juist een tekort. Het systeem regelt de verdeling en de betaling van de gevraagde elektriciteit. Ook duurzame energiebronnen zijn aangesloten. Het mes snijdt aan twee kanten: het systeem maakt de bedrijven onafhankelijker van de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnetwerk. Ook zorgen de duurzame energiebronnen en efficiëntere stroomdeling voor ontlasting van het net. Voor de hub tekenden de bedrijven op het Hapertse Kempisch Bedrijvenpark (KBP) gisteren een samenwerkingsovereenkomst met Enexis. Het is een pilot van Enexis, gemeente Bladel, Provincie Noord-Brabant en de samenwerkende bedrijven, waaronder VDL Groep en VGI Groep. Stroombalans Volgens André Simonse van Firan, infraspecialist nieuwe energie, draai het bij deze hub om stroombalans: ‘De ideale mix voor een energiehub als deze bestaat uit enerzijds energieverbruik overdag en ‘s nachts - bijvoorbeeld door elektrische vrachtwagens te laden - én energieproductie uit zon, wind en warmtekrachtkoppeling.’ Om een energiehub voor elkaar te krijgen, is het volgens Simonse van belang dat bedrijven zich flexibel opstellen, dat een gemeente zich ondernemend opstelt én dat de netbeheerder van het elektriciteitsnet de nek durft uit te steken. ‘In het geval van het Kempisch bedrijventerrein is dat allemaal gelukt, waardoor alle partijen nu succesvol van start gaan.’ Volgens wethouder Hetty van der Hamsvoort (bedrijventerreinen) wisten overheden en ondernemers elkaar goed te vinden. ‘Dat is essentieel om deze pilot te laten slagen. Ook stimuleren we zo de technische en economische groei van de Brainportregio.’ Bram Gerrist van Enexis wijst erop dat de ontwikkeling van het energiesysteem een moeilijke technische en juridische puzzel was. ‘De belangen van de energiehub als groep, bedrijven individueel en Enexis als netbeheerder moesten samenkomen.’ Onvoldoende stroom Marco van Geel, voorzitter KBP en directeur VGI Groep, is enthousiast over het systeem: ‘Ik heb mijn bedrijf op dit park gevestigd en daarvoor dure grond gekocht. Toen bleek al snel dat ik onvoldoende stroom kon krijgen.' Van Geel moest daarom, samen met de andere betrokkenen, flink trekken aan het plan voor een energiehub. ‘Hiermee kunnen we met z’n allen blijven groeien en verduurzamen terwijl niemand zonder stroom zit.’  Lees het artikel ook op Stadszaken.nl.   Beeld: iStock - Tsvetan Ivanov

14-05-2024
Nieuws
2 jaar virtueel net Schiphol Trade Park: bewezen oplossing voor netcongestie
2 jaar virtueel net Schiphol Trade Park: bewezen oplossing voor netcongestie

Twee jaar geleden lanceerden de ondernemers op Schiphol Trade Park samen met netbeheerder Liander de eerste innovatieve collectieve oplossing in Nederland voor netcongestie: het virtueel net. En met succes. Alle bedrijven in het Energie Collectief Schiphol Trade Park zijn operationeel, breiden uit en elektrificeren, ondanks de netcongestie in het gebied. Wat begon als een urgent probleem, is uitgegroeid tot een solide Energy Hub. Arno Jansen, voorzitter Energie Collectief Schiphol Trade Park namens SADC, gebiedsontwikkelaar van Schiphol Trade Park: “We zijn natuurlijk heel blij dat het systeem zich bewezen heeft, maar we zitten niet stil. We ontwikkelen nog steeds door om ook nieuwe mogelijkheden te integreren.” 2.104 MWh aan levering mogelijk gemaakt door het virtuele net Na twee jaar waarin alle bedrijven zijn aangesloten en alle seizoenen en weersomstandigheden voorbij zijn gekomen, is de balans opgemaakt. Het collectief wordt goed benut: in 2023 is 2.104 MWh van het verbruik van de bedrijven (34,5% van hun totale jaargebruik) mogelijk gemaakt door het delen van de capaciteit binnen het virtuele net. Zonder deze oplossing hadden heel veel individueel stuurbare energiesystemen, zoals batterijen en generatoren, deze elektriciteit moeten leveren. In het collectief nemen in totaal zeven bedrijven deel die weinig of geen netcapaciteit hebben. Dankzij deze slimme oplossing kunnen de bedrijven gebruikmaken van elkaars gecontracteerde capaciteit.*  Eelco Ouwerkerk, bestuurslid van het collectief namens SEGRO Netherlands B.V.: “Wij hadden geen directe nadelige invloed van de netcongestie. Als eigenaar van het eerste gebouw en dus als eerste ‘bewoner’ van Schiphol Trade Park hebben onze gebruikers destijds nog wel voldoende capaciteit kunnen contracteren. Het was voor SEGRO echter een no-brainer om wel deel te nemen aan dit initiatief, omdat dit zich zonder samenwerking niet laat oplossen en wij ook inzien dat een innovatieve aanpak nodig is om de energietransitie te versnellen.”  Achtervang Om zeker te zijn van voldoende elektriciteit binnen de gestelde limieten hebben meerdere bedrijven geïnvesteerd in batterijen en gas- en dieselgeneratoren. Het collectief gebruikt die middelen als er een tekort aan capaciteit is. De generatoren dienen vooral als achtervang. De software van Spectral voorspelt of de aangesloten batterijen kunnen voorzien in het verwachte moment van schaarste. Als de batterij niet voldoende is, schakelt het systeem automatisch een generator in. In heel 2023 is er twee keer een generator ingezet om binnen de netlimiet te blijven, voor in totaal 2 uur. Toen de generatoren aangingen waren de batterijen nog niet operationeel, anders waren die generatoren waarschijnlijk niet nodig geweest. 842 ton CO2 minder uitstoot Zonder virtueel net hadden deze partijen moeten investeren in elk een eigen generator (en eventuele back-up generator). Die generatoren hadden gezamenlijk tot 31.000 draaiuren moeten maken. Dat is gelukkig voorkomen. Er is hiermee voor 468.000 m3 minder gas verbruikt, en daardoor is er lokaal 842 ton CO2 minder uitgestoten door generatoren. Stefan Kop, lead energy consultant bij Spectral: “Innovaties zoals deze zijn niet mogelijk zonder bedrijven die van de gebaande paden durven te treden. Ik ben er trots op dat SADC, netbeheerder Liander en de ondernemers op Schiphol Trade Park die sprong met ons hebben durven wagen. Met Schiphol Trade Park waren wij de eersten met een dergelijke oplossing in Nederland en mogelijk zelfs daarbuiten. En het belangrijkste: de oplossing werkt, met positieve resultaten tot gevolg. Ik kijk uit naar het verder optimaliseren en doorontwikkelen van de oplossing, samen met de ondernemers op Schiphol Trade Park.” Doorontwikkeling Sinds de implementatie van het virtueel net in april 2022 hebben het projectteam van SADC, het Energie Collectief en softwareontwikkelaar Spectral niet stilgezeten. Naast dat het huidige systeem is geoptimaliseerd, wordt er ook gewerkt aan vier nieuwe sporen: Optimalisaties bij individuele bedrijven ten behoeve van het verschuiven van pieken (load-balancing op basis van data) Zero-emissie laadinfrastructuur (faciliteit voor het laden van elektrische vrachtwagens) Virtual energy exchange (onderlinge levering van stroom) Optimalisatie virtuele net (verbeteren van inzicht met meer data, inzet van de assets en uitbreiden van de digital twin) Arno Jansen: “We willen ook hiermee vooruit lopen. Want het kan natuurlijk nog heel veel mooier. Nog duurzamer. En toekomstgerichter. Het is mooi te zien hoe alle bedrijven en betrokkenen dezelfde drive hebben om koploper te blijven. Dit is niet voor niks het meest duurzame logistieke business park van de wereld!” * Hoe werkt het virtueel net op Schiphol Trade Park ook alweer? Bedrijven delen de capaciteit op het bestaande net, waardoor ze minder last hebben van de bestaande netcongestie en klaar zijn voor een duurzame toekomst. De capaciteit in het huidige stroomnet wordt lang niet altijd volledig benut en alleen tijdens piekmomenten is er sprake van onvoldoende transportcapaciteit. Dit betekent dat er op momenten van onderbenutting  ‘vrije ruimte’ is voor alle bedrijven op Schiphol Trade Park om gebruik van het net te maken. Binnen het Energie Collectief Schiphol Trade Park worden partijen mét en partijen zónder stroomcapaciteit in een virtueel net (een laag over het bestaande net) samengebracht en delen zij de beschikbare capaciteit met elkaar. Vraag en aanbod wordt real time door de software optimaal op elkaar afgestemd. Het systeem leest continu de slimme meters uit en stuurt de energiesystemen (zoals zonnepanelen, energieopslag, en generatoren) achter de meter aan.  Lees hier meer over de energy hub en/of bekijk er de animatie. Foto: iStock - metamorworks

30-04-2024
Nieuws
Smart Energy Hub Hardenberg van start met 13 grootverbruikers
Smart Energy Hub Hardenberg van start met 13 grootverbruikers

Broeklanden in Hardenberg is een relatief jong bedrijventerrein vlak bij de Duitse grens in Overijssel. Ook hier stond de energieproblematiek in de vorm van een overbelast elektriciteitsnet al snel, rond 2022 op de agenda. Dertien bedrijven werken nu samen met netbeheerder Enexis aan de ontwikkeling van een Smart Energy Hub om zo piekbelasting op het net te voorkomen en een slimme manier van energieopslag te bouwen. ‘Je legt met elkaar een energetische puzzel, op zo’n manier dat de oplossing toekomstbestendig is’, zegt gebiedsregisseur Wouter Heres. Hij trad na de zomer van 2023 aan en is met de ondernemers gevestigd op Broeklanden en netbeheerder Enexis in gesprek gegaan over de ontwikkeling van een Smart Energy Hub, die de energievoorziening in goede banen moet leiden. Met andere woorden: hoe voorkom je vraag- en terugleveringspieken op het net en hoe sla je slim duurzame energie op wanneer die niet het net op kan. Inzicht in energieverbruik ‘De eerste stap is dat je data en inzicht krijgt over het energieverbruik per bedrijf’, schetst Heres. Dit betekent dat duidelijk moet worden om hoeveel bedrijven en aansluitingen op het energienet het gaat, wat de gebruikersprofielen van de bedrijven zijn, hoeveel flexibiliteit (ruimte) er in de huidige bedrijfsprocessen zit en wat de toekomstplannen en verduurzamingsambities er per bedrijf zijn. ‘Eigenlijk moet je het energieverbruik in het verleden, het heden en de toekomst in kaart brengen. Zo creëer je een gelijk speelveld en kun je gaan werken aan mogelijke oplossingen.’ Energie Management Systeem Deze data en inzichten vormen de basis voor een Energie Management Systeem (EMS) dat als intelligent sturingsplatform gaat dienen. ‘Een EMS is een containerbegrip’, waarschuwt Heres. ‘Het moet een sturingssysteem zijn dat op een slimme manier, realtime gegevens van achter de meter van de bedrijven registreert en combineert. Zodat je, als de zon schijnt en er wordt veel duurzame energie geleverd, tegen omvormers in het systeem kunt zeggen: even geen energie meer aan het net leveren, maar opslaan in een batterij.’ Dat klinkt simpel, maar is het niet. Heres: ‘Er is bij mijn weten nog niemand in Nederland die zo’n geavanceerd, collectief EMS in werking heeft. Dat is nog in ontwikkeling.’ Peak shaving Bij het in kaart brengen van de energievraag en de teruglevercapaciteit op Broeklanden blijkt dat een aantal keer per jaar de maximale bandbreedte van het energienet wordt overschreden. ‘Van zo’n piekbelasting is misschien vijf tot tien keer per jaar sprake’, constateert Heres. ‘Dan moet je dus aan peak shaving doen, het voorkomen van pieken door te schuiven met energieverbruik of de teruglevering van duurzame energie.’ Coöperatie Bedrijventerrein Broeklanden Het voordeel van een relatief jong bedrijventerrein, zoals Broeklanden, is dat alle ondernemers, die een kavel kopen en een bedrijf op het terrein vestigen, verplicht meedoen aan de coöperatie Bedrijventerrein Broeklanden. Deze coöperatie is op Broeklanden onder meer verantwoordelijk voor de licht- en groenvoorziening, het cameratoezicht en neemt deel aan de Smart Energie Hub. Heres: ‘De ondernemers zijn dus goed georganiseerd.’ Verder met grootverbruikers De gesprekken over de Smart Energy Hub begonnen met zo’n veertig ondernemers. Gaandeweg is besloten met dertien grootverbruikers verder te gaan. ‘Zij gebruiken circa 80 tot 85 procent van de capaciteit van het energienet. De andere ondernemers zijn kleinverbruikers, zoals detailhandel en autobedrijven’, meldt Heres. Slimme energieopslag Voor het opslaan van het overschot aan duurzame energie, denkt Smart Energy Hub Broeklanden aan twee batterijen in combinatie met een warmtekracht-oplossing. Heres: ‘De WKK op gas dient als back-up voor het geval het niet lukt de energiestromen naar het net goed te balanceren.’ Stap-voor-stap-proces Heres benadrukt dat de ontwikkeling van een Smart Energy Hub een stap-voor-stap-proces is. ‘Het doel is dat je door als collectief te investeren goedkoper uit bent dan wanneer je als bedrijf alleen opereert. Als individueel bedrijf heb je een contract met de netbeheerder, maar krijg je eerder te horen: sorry, het net is overbelast. Door samen te werken, kun je als bedrijven het stroomverbruik en het terugleveren van duurzaam opgewekte energie beter verdelen. Daardoor kun je efficiënter gebruik maken van de bandbreedte op het net. Dit maakt het mogelijk dat meer bedrijven elektriciteit kunnen krijgen.’ Fact & figures SEH Broeklanden-Zuid Bedrijventerrein Broeklanden-Zuid is zo’n 20 hectare groot en ligt in Hardenberg in de provincie Overijssel, vlak bij de Duitse grens. Het bedrijventerrein is in 2018 aangelegd en verkaveld. Er zijn nu 40 bedrijven gevestigd op Broeklanden. Er zijn diverse braak liggende kavels, die ontwikkeld kunnen worden, maar geen aansluiting krijgen bij de netbeheerder. Netbeheerder Enexis is netbeheerder in Overijssel en ziet de Smart Energy Hub Broeklanden als pilot-project. Capaciteit netwerk Vermogen Broeklanden in totaal: niet bekend. Coöperatie Deelname aan de coöperatie Bedrijventerrein Broeklanden is verplicht voor bedrijven die zich op Broeklanden vestigen. De coöperatie beheert de licht- en groenvoorzieningen en het cameratoezicht op het bedrijventerrein. De coöperatie maakt tevens deel uit van de Smart Energy Hub, die op het terrein wordt ontwikkeld om de energievoorziening gezamenlijk in goede banen te leiden. Tijdpad 2022: in gesprek gegaan over Smart Energy Hub met 40 bedrijven (grootverbruikers en kleinverbruikers elektriciteit). Najaar 2023: gebiedsregisseur Broeklanden aan de slag. Maart 2024  ertien bedrijven (grootverbruikers) doen mee aan de ontwikkeling van de Smart Energy Hub. Schetsontwerp infra en Energie Management Systeem (EMS) klaar. Zomer 2024: EMS in werking. Najaar 2024: ESCO (bedrijf, juridische entiteit) oprichten, waar alle bedrijven die deelnemen aan Smart Energy Hub een aandeel in hebben. Deelnemers leggen in ESCO onderlinge afspraken vast over bijsturen van energiestromen.

10-04-2024
Nieuws
Smart Energy Hub regio Zwolle Noord van start
Smart Energy Hub regio Zwolle Noord van start

Teruglevercongestie was in 2020 de aanleiding voor het ontstaan van de Smart Energy Hub regio Zwolle Noord, kortweg SZN. Er werd zoveel duurzame zon- en windenergie opgewekt, dat het elektriciteitsnet het niet aankon. Drie bedrijven op bedrijventerrein Hessenpoort stemmen sinds oktober 2023 hun energiegebruik op elkaar af via het slimme ICT-platform van SZN. Voor eind mei 2024 komen daar acht bedrijven bij. Daarmee is SZN als koplopersproject in Nederland uit de startblokken. De opzet van SZN is dat niet alleen de ruim zestig bedrijven op bedrijventerrein Hessenpoort ten noorden van Zwolle hun energiegebruik en het opwekken van energie op elkaar gaan afstemmen, maar op termijn ook alle grootverbruikers, die in hetzelfde deel van het electriciteitsnet zijn gevestigd. Deze regio - het grensgebied van Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland - maakt gebruik van dezelfde infrastructuur, die gekoppeld is aan een regionaal stopcontact: het Hoogspanning/Middenspanningstation van Enexis en TenneT aan de Hessenweg in Zwolle. Het betreft hier één van de belangrijkste gebieden voor grootschalige opwekking van duurzame energie voor de Regionale Energie Strategie West Overijssel. Het doel van deze ‘slimme’ samenwerking is om het duurzaam opwekken van energie te stimuleren en netcongestie, het overbelasten van het energienet, te voorkomen. ‘We werken samen met de gemeenten Zwolle, Dalfsen Staphorst en Zwartewaterland en de Provincie Overijssel aan het optimaliseren van het regionale energiesysteem’, zegt Maarten Epema, regisseur bij SZN. Energietransitie: samenwerking De energietransitie, het overschakelen van fossiele brandstoffen op duurzame energie, is een stevige, noodzakelijke opgave willen we met zijn allen de aarde leefbaar houden. Een van de inzichten, die de energietransitie heeft opgeleverd, is dat lokaal opgewekte energie, bijvoorbeeld zon- en windenergie, het beste lokaal verbruikt kan worden. Zo wordt het landelijke energienet niet onnodig extra belast. Samenwerking is daarbij het sleutelwoord, daar moet iedereen aan wennen. Bedrijven op een industrieterrein, die ineens met hun ‘buren’ moeten samenwerken en netbeheerders, die wordt gevraagd groepscontracten te ontwikkelen in plaats van de gangbare individuele contracten met bedrijven (klanten). Met je poten in de klei ‘Het leuke van het ontwikkelen van een smart energy hub is, dat je heel lokaal, met je poten in de klei, samenwerking tussen bedrijven en andere organisaties op het gebied van energieverbruik van de grond probeert te tillen. Tegelijk word je gevraagd de opgedane kennis landelijke beschikbaar te stellen voor andere hubs en voor het ontwikkelen van nieuwe wetgeving’, vertelt Epema. ‘Zo schakel je van hele concrete zaken, zoals het aansluiten van energiesystemen van verschillende bedrijven en het opzetten van een digitaal Energie Management Systeem naar vrij abstracte zaken, zoals het bedenken van nieuwe wetgeving.’ Epema verwijst naar het samenwerkingsverband van Smart Energy Hubs in Overijssel en Gelderland, georganiseerd door Oost NL: ‘Deze samenwerking helpt, door bijvoorbeeld een snelle onderlinge kennisuitwisseling, waardoor niet iedereen zelf het wiel hoeft uit te vinden.’ Eerste gesprekken in 2020 Epema is vanaf de eerste gesprekken tussen de initiatiefnemers in 2020 bij SZN betrokken. ‘Het oude energiesysteem wordt centraal aangestuurd en gaat van grof, grote kabels en leidingen, naar fijn, naar de energievoorziening van bedrijven en huishoudens. Het nieuwe systeem werkt deels andersom, door het lokaal opwekken van duurzame energie en het toenemende elektriciteitsgebruik van huishoudens en bedrijven. SZN staat in het oog van die storm.’ Samenwerking netbeheerder Cruciaal voor het ontwikkelen van een SEH is niet alleen de samenwerking tussen bedrijven en andere energiegebruikers op lokaal niveau, maar ook de samenwerking met de netbeheerder. SZN is sinds de zomer van 2022 in gesprek met Enexis en heeft van deze netbeheerder de status van innovatief pilotproject gekregen. ‘Als je op een bedrijventerrein als bedrijvencollectief binnen de bandbreedte van het openbare net blijft, voorkom je netcongestie’, verklaart Epema. ‘Daar heeft de netbeheerder baat bij. Het probleem is alleen dat er nog geen wetgeving is om bijvoorbeeld groepscontracten mogelijk te maken. Het is nog pionieren, vandaar dat netbeheerders alleen via een pilot-constructie aan een SEH kunnen meewerken. De verwachting is dat eind 2024 de wetgeving hiervoor wel op orde is en de pilot omgezet kan worden in een formele overeenkomst.’ Gebouwgebonden energieverbruik SZN onderscheidt: gebouwgebonden energieverbruik bedrijfsgebonden energieverbruik mobiliteit-gerelateerd energieverbruik. ‘Bij gebouwgebonden energieverbruik gaat het om installaties, zoals warmtepompen en koelinstallaties, die het gebouw verwarmen of koelen. Daar valt best veel aan te sturen’, zegt Epema. ‘Als elk bedrijf op een industrieterrein om zeven uur ’s morgens zijn warmtepomp aanzet, heb je meteen een piek in energieverbruik. Als bedrijven afspreken dat de één om half zeven zijn warmtepomp aanzet, de ander om zeven uur en de volgende om half acht, maakt dat een groot verschil.’ Energieverbruik aansturen Bij bedrijfsgebonden energieverbruik gaat het om de bedrijfsvoering en het productieproces. Ook daar blijkt dat pieken in het stroomverbruik met goede afspraken voor een deel te voorkomen zijn. ‘Die afspraken worden vertaald in een ICT-platform, het Energie Management Systeem (EMS), dat het totale energieverbruik en het opwekken van energie van de aangesloten bedrijven monitort. Daarbij wordt verbruik onderling afgestemd en waar mogelijk en nodig bijgestuurd vanuit het platform. Zo optimaliseer je de belasting van het energienet’, vertelt Epema. ‘Zo’n platform monitort realtime het energieverbruik en de levering van energie van de bedrijven. Dit platform is gekoppeld aan stuurbare techniek in het netwerk, zoals omvormers van zonnepanelen, batterijen en de gasgenerator, die als vangnet voor de energielevering fungeert.’ Vervoer met waterstof Denk bij mobiliteit-gerelateerd energieverbruik aan het laden van elektrische voertuigen. ‘Daar keek je in het verleden niet naar op een bedrijventerrein’, constateert Epema. ‘Maar als een bedrijf besluit zijn wagenpark te elektrificeren, heeft dat meteen invloed op het energieverbruik op het net.’ Op Hessenpoort werd in 2020 al meer zon- en windenergie opgewekt dan het net aankon, waardoor er meteen is gezocht naar manieren om lokaal opgewekte elektriciteit om te zetten in bijvoorbeeld waterstof. ‘Jan Bastiaans, een enthousiaste ondernemer afkomstig uit de grondstoffenhandel voor de beton- weg- en waterbouw, is daarmee aan de slag gegaan’, vertelt Epema. ‘Hij heeft het bedrijf H2GO opgericht, dat een elektrolyser bouwt op Hessenpoort. Daarmee kun je duurzame energie omzetten in waterstof, zuurstof en warmte.’ De geproduceerde waterstof wordt gebruikt voor duurzaam, zwaar transport van bijvoorbeeld grondstoffen voor de beton-, wegen- en waterbouw. De zuurstof en warmte kunnen weer heel goed benut worden voor de rioolwaterzuivering van Waterschap Drents Overijsselse Delta op Hessenpoort. Zo ontstaat een energie-efficiënt systeem dat ook bijdraagt aan het optimaliseren van het gebruik van het stroomnet.’ Publiek-private samenwerking De organisatiegraad op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle-Noord is hoog, wat een voordeel is. ‘Toch was onze grootste uitdaging hoe onze coalitie van samenwerkingspartners eruit ging zien’, stelt Epema. ‘We hebben gekozen voor een publiek-private samenwerking tussen overheden en bedrijven en een regionale aanpak. SZN is daarbij vooral een publieke samenwerking van gemeente Zwolle en de provincie Overijssel onder de vlag van Herstructurerings Maatschappij Overijssel. SZN werkt weer samen met de ondernemers op Hessenpoort, die zich verenigd hebben in de coöperatie Ceurz. Ook netbeheerder Enexis is hierbij een belangrijke samenwerkingspartner.’ Klein begonnen Er is tevens voor gekozen om klein te beginnen: de SZN is in oktober 2023 met drie bedrijven van start gegaan. De acht volgende bedrijven haken voor eind april 2024 aan. De opzet is dat uiteindelijk alle bedrijven op de drie bedrijventerreinen in de regio meedoen. Epema: ‘We denken groot en zijn klein begonnen. Zo kun je allerlei praktische hobbels onderweg makkelijker oplossen.’ Feiten & cijfers SEH Zwolle Noord Het grensgebied van Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland is in beeld als kansrijk gebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie door zon en wind. De gemeenten werken mee aan het ontwikkelen van een Smart Energy Hub (SEH): een slim energiesysteem, waarbij het grootschalig opwekken van duurzame energie, de vraag naar, het transport, de opslag en de conversie in balans van (elektrische) energie worden gecombineerd. In deze fase van de ontwikkeling ligt de focus hierbij op de plek waar de meeste vraag zich concentreerd: bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle. Op de langere termijn is de ambitie om ook de in dit gebied gelegen grootverbruikers in de andere drie gemeenten bij de SEH te betrekken. Netbeheerders TenneT (landelijke netbeheerder) en Enexis (regionale netbeheerder) verwachten vanaf 2020 10 tot 15 jaar structurele netcongestie voor het terugleveren van elektriciteit aan het net in het gebied. Enexis kondigde vanaf december 2023 ook netcongestie voor het leveren van elektriciteit aan. Waterstofelektrolyser De waterstofelektrolyser is één van de eerste projecten, die medio 2024 in gebruik wordt genomen. Hiermee wordt ‘overtollige’ zonne- en windstroom gebruikt voor de productie van waterstof, zuurstof en warmte. De geproduceerde waterstof wordt ingezet voor verduurzaming van het transport van grondstoffen voor beton-, weg- en waterbouw. De vrijkomende zuurstof wordt gebruikt voor de beluchting van slib in de rioolwaterzuivering. Groeps- transportovereenkomst (Groeps-TO) Vooruitlopend op nieuwe wet- en regelgeving wordt op Hessenpoort geëxperimenteerd met een zogeheten pilot-Groeps-transportovereenkomst (groeps-TO). Foto: Fotografie Zintuig Studio / Ondernemersvereniging Hessenpoort

10-04-2024
Nieuws
Intentieovereenkomst Smart Energy Hub Binnenhaven TPN-West
Intentieovereenkomst Smart Energy Hub Binnenhaven TPN-West

Vanochtend tekenden 15 partijen de intentieovereenkomst voor de realisatie van een Smart Energy Hub op bedrijventerrein Binnenhaven TPN-West in Nijmegen. Door de beschikbare energie slimmer te benutten werken ze samen aan een oplossing voor netcongestie. Met doordachte regie kan op momenten dat energie schaarser wordt een goede verdeling van de wel beschikbare stroom worden gerealiseerd. De ondernemers van de Binnenhaven hebben met elkaar een Energieplan gemaakt voor de ontwikkeling van een Smart Energy Hub, waarin zij er in het collectief voor zorgen dat er nu en in de toekomst voldoende energie voor iedereen beschikbaar is. Met het ondertekenen van de intentie overeenkomst zetten ze de stap naar realisatie van een lokaal energiebedrijf. Rob Ruhl, voorzitter bedrijvenvereniging TPN-West: ‘Samenwerking is erg belangrijk om het probleem op te lossen’. Lokale koppeling tussen producent en afnemers Lokale koppeling is een sleutelwoord in de realisatie. In de Binnenhaven gaat het om het koppelen van vraag en aanbod op het gebied van elektriciteit, waarin zowel lokaal opgewekte energie als beschikbare netcapaciteit een rol spelen. Maar ook opslag in batterijen of waterstof en het vervangen van gas intensieve processen door warmtelevering spelen een rol.   Vandaag een mijlpaal, morgen klaar? De ondernemers van de Binnenhaven zijn koplopers en steken hun nek uit. Voordat er een energiebedrijf is opgericht moet er nog een heleboel werk worden verzet. Lokaal, regionaal én landelijk. Wetgeving sluit nog niet overal aan, de netbeheerders Alliander en TenneT zitten met een complexe situatie, waarin we met elkaar een passende oplossing hebben te vinden.  Een innovatieve samenwerking De samenwerking rond de Binnenhaven van ondernemers, overheid en onderwijs is innovatief.  Marieke Butterhoff, procesregisseur: ‘In de Binnenhaven banen we het pad en ontwikkelen we een oplossing voor netcongestie die straks ook op andere delen van TPN-West of op andere bedrijventerreinen in de regio toegepast kan worden. Samen gaan we de uitdaging aan en iedereen pakt daarin zijn rol.’ Over Smart Energy Hubs Binnenhaven TPN-West is een van de tien pilotlocaties in Overijssel en Gelderland in het programma Smart Energy Hubs, dat lokale energieopwekking, opslag en gebruik stimuleert. Dit initiatief wordt geleid door provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL, met als doel collectieve afspraken te maken tussen bedrijven om het bestaande net slimmer te benutten.  Gedeputeerde Dirk Vreugdenhil: ‘In Gelderland slaan overheden en ondernemers de handen ineen om netcongestie tegen te gaan. Het stroomnetwerk kan de groeiende vraag naar elektriciteit niet aan. Met de Smart Energy Hubs zetten we bedrijventerreinen weer onder stroom.’ De deelnemende partijen in de Smart Energy Hub Binnenhaven TPN-West zijn: DAR, EKI Rubber&Foam, Derks GWW, Duynie Group, European Metal Recycling, Hyster-Yale Group, De Klok Logistics, Koole Terminals, ARN Energieafvalcentrale, Engie, Bedrijvenvereniging TPN-West, Gemeente Nijmegen, Provincie Gelderland, Oost NL, HAN University of Applied Sciences.

04-04-2024
Nieuws
TNO: energieverbruik op bedrijventerreinen kan 80 procent lager
TNO: energieverbruik op bedrijventerreinen kan 80 procent lager

De potentie voor energiebesparing op bedrijventerreinen is groot. Met de huidige duurzame technologieën kan het aardgasverbruik met 80 procent afnemen. Dit betekent wel dat de vraag op het elektriciteitsnet met bijna 50 procent toeneemt, blijkt uit onderzoek van TNO in opdracht van het ministerie van EZK.  Uit de berekeningen van het onderzoeksinstituut blijkt dat het mogelijk is om het aardgasverbruik van bedrijventerreinen met maar liefst 80 procent te reduceren naar 30 petajoule (PJ).   Ter vergelijk: 1 Petajoule is voldoende om ongeveer 18.500 huishoudens een jaar lang van energie te voorzien. Ook de CO2-uitstoot kan flink omlaag: van nu 18,5 megaton, naar 13,6 megaton.  Volgens het TNO-onderzoek is met de huidige technologieën al een besparing mogelijk van 8,7 megaton aan CO2-uitstoot door vermindering van het gebruik van aardgas.   TNO-expert Vincent Kamphuis zegt daarbij dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen aardgas en elektriciteit.   ‘Van de 10,4 megaton aardgas kun je er 8,7 besparen, maar door elektrificatie neemt het elektriciteitsgebruik en daarmee de indirecte uitstoot van CO2 toe. Per saldo blijft van die 8,7 megaton dan 3,1 megaton over.’   Volgens de TNO-onderzoeker is dit nog altijd een aanzienlijke en noodzakelijke afname. ‘Als de elektriciteitssector verder verduurzaamt, komt de 8,7 megaton weer dichterbij.’  Bedrijven kunnen de meeste energie besparen door de warmtevraag van hun gebouwen en processen vergaand te elektrificeren. De potentiële besparing op aardgas bedraagt 42 petajoule in gebouwen en 112 petajoule door aanpassing van bedrijfsprocessen. Samen is dat een reductie van 154 PJ, op een totaal verbruik van 184 PJ.  Betere afstemming  Elektrificeren van de warmtevraag zorgt volgens TNO wel voor een toename van de stroomvraag. Het onderzoeksinstituut verwacht dat de vraag met 47 petajoule groeit, een toename van 50 procent ten opzichte van het huidige stroomverbruik op bedrijventerreinen.  Dit vergroot de vraag naar duurzame elektriciteitsopwekking en betekent dat er extra aansluitvermogen nodig is op het elektriciteitsnet.   Dit kan volgens TNO door een betere afstemming van lokale productie en verbruik van elektriciteit met bijvoorbeeld een energy hub.  Het onderzoek wijst uit dat de potentiële besparingen zijn te behalen op een relatief kleine oppervlakte. Bedrijventerreinen stoten volgens berekeningen van het onderzoeksinstituut ongeveer evenveel CO2 uit als de gebouwde omgeving, terwijl ze slechts 2 procent van het totale landoppervlak in beslag nemen, tegenover 7,2 procent door woonruimte.   Door in te zetten op verduurzaming van de bedrijven en efficiënter ruimtegebruik is de potentie van bedrijventerreinen beter te benutten.   Intensiever gebruik maken van dezelfde oppervlakte levert volgens TNO meer ruimte op voor collectieve oplossingen zoals batterijen en slimme energyhubs.  Het ministerie van EZK wil vanuit het vorig jaar oktober gepresenteerde Nationaal Programma Ruimte voor Economie het verduurzamen van bedrijventerreinen versnellen. Het TNO-onderzoek vond plaats in het kader van dit programma.  Lees het volledige artikel op Stadszaken.nl. 

03-04-2024
Nieuws
Intentieovereenkomst Smart Energy Hub bedrijventerrein De Mars
Intentieovereenkomst Smart Energy Hub bedrijventerrein De Mars

Verduurzaming en betere benutting elektriciteitsnet gaan samen op bedrijventerrein De Mars Met de ondertekening van een Intentieovereenkomst is een belangrijke stap gezet voor de realisatie van een Smart Energy Hub voor Bedrijventerrein De Mars in Zutphen. Een van de grootste bedrijventerreinen in de regio, werkt hiermee aan verduurzaming, ondanks netcongestie.  In Zutphen werken burgers, bedrijven, netbeheerders en lokale en provinciale overheden al geruime tijd aan duurzamere energievoorziening. Met diverse innovatieprojecten in ontwikkeling, waarvan nog dit jaar de financiering kan rondkomen, is De Mars daar een voortrekker in. Het gaat daarbij om grootschalige productie van wind- & zonne-energie en de productie van groene waterstof. Samenwerken Energiestromen krijgen synergie via een Smart Energy Hub. Met doordachte regie kunnen op momenten dat energie schaarser wordt, denk aan netcongestie, een goede verdeling van de wel beschikbare stroom worden gerealiseerd. Voor de Smart Energy Hub op De Mars is samenwerking nodig. Gisteren ondertekenden de gemeente Zutphen, provincie Gelderland, Zutphen Energie, KME, Westfalen, IJsselwind, Oost NL en het Waterschap Rijn en IJssel een intentieovereenkomst. Hiermee wordt haalbaarheid van een Smart Energy Hub verkend. Energie delen voor duurzame groei en innovatie Inmiddels is steeds duidelijker dat Gelderland stevig zal geconfronteerd worden met netcongestie. Het huidige stroomnetwerk kan de toenemende vraag naar elektriciteit niet aan. Overheden en het bedrijfsleven denken nu na over de moeilijke keuzes die gaan komen. "De bedrijven op De Mars zijn innovatief, maar gebruiken ook verschillende energieprofielen. Daarom is De Mars de ideale locatie om oplossingen te verkennen," aldus Joris Benninga, procesregisseur van het Programma Smart Energy Hubs voor Oost-Nederland. Perspectief Voor eind 2024 moeten er bindende afspraken komen. Als dat lukt dan draaien er begin 2026 nieuwe windturbines en wordt er op De Mars groene waterstof geproduceerd. Door gezamenlijk energie te maken, te delen en te gebruiken, kunnen bedrijven op De Mars weer groeien en kunnen nieuwe bedrijven zich vestigen. Uiteindelijk kan op en rond De Mars misschien wel de helft van alle benodigde energie voor Zutphen opgewekt, opgeslagen en verdeeld worden. Anders denken anders doen Van de 180 gevestigde bedrijven op het bedrijventerrein zullen nu vier bedrijven deelnemen aan de pilot. Die vier zijn samen wel goed voor meer dan 80% van het energieverbruik. Luuk Roggen, KME-manager van één van de deelnemende bedrijven: “Bij KME recyclen we al waardevolle metalen en dat is een energie-intensief proces. Door nu al als één van de trekkers van de Smart Energy Hub mee te doen, leggen we een goede basis voor de verduurzaming van ons energieverbruik.” Gelders energiegedeputeerde Ans Mol: “Een Smart Energy Hub op De Mars toont onze kracht aan. De inzet om met een goede samenwerking een dreigend, acuut probleem het hoofd te bieden. Deze handtekeningen zullen ons blijven inspireren om vroegtijdig te laten zien wat er wel kan. En dat is wat wij nu nodig hebben.” Over Smart Energy Hubs De Mars Zutphen is een van de tien pilotlocaties in Overijssel en Gelderland in het programma Smart Energy Hubs, dat lokale energieopwekking, opslag en gebruik stimuleert. Dit initiatief wordt geleid door provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL, met als doel collectieve afspraken te maken tussen bedrijven om het bestaande net slimmer te benutten. De samenwerking tussen lokale bedrijven, overheden en andere belanghebbenden is van belang voor het succes van de Smart Energy Hub.

29-03-2024
Nieuws
Onderzoek: energiehubs zorgen voor forse CO2-reductie
Onderzoek: energiehubs zorgen voor forse CO2-reductie

Bedrijven kunnen de overstap van fossiele naar duurzame energie beter maken als ze samenwerken in een smart energy hub (SEH) op bedrijventerreinen. Dat kan een forse CO2-reductie van 4 tot 6 megaton opleveren in 2030, concludeert Royal HaskoningDHV na onderzoek.  Volgens het ingenieurs- en adviesbureau lopen veel verduurzamingsplannen van bedrijven over 350 bedrijventerreinen in de meeste provincies in Nederland vast door het volle stroomnet.   Uit het onderzoek blijkt dat bedrijven door gebruik te maken van SEH's ruimte op het stroomnet ontzien. Een 'hub' zorgt er bovendien voor dat meer projecten van de grond komen, waarbij energie wordt opgewekt en dat vervolgens op het stroomnet extra capaciteit vrijkomt voor laadpalen zodat bedrijven hun wagenpark kunnen verduurzamen.  Om hubs efficiënter en op meer plekken in te zetten, zou de overheid aanvullend beleid moeten opstellen, is het advies van de onderzoekers van Royal HaskoningDHV.   Ook zouden SEH's vast onderdeel moeten worden bij maatregelen voor duurzamere bedrijventerreinen. In het verlengde daarvan moet de overheid bureaucratische obstakels wegnemen, zodat ondernemers meer ruimte krijgen om gezamenlijk duurzame energie op te wekken. ‘Beloon bedrijven die met een SEH’  Royal HaskoningDHV geeft in het onderzoek geen adviezen hoe nationaal beleid voor SEH's er concreet uit moet komen te zien. NVDE geeft wel een aantal voorbeelden.   De overheid kan volgens de brancheorganisatie onder meer bedrijven belonen die in een SEH hun CO2-uitstoot extra terugdringen door bijvoorbeeld minder belastinggeld te vragen. De vergunningsprocedures kunnen eenvoudiger, bijvoorbeeld door ze te combineren. Ook moeten bedrijven makkelijker toegang krijgen tot informatie zoals bijvoorbeeld de structuur van het elektriciteitsnet op hun terrein. Olof van der Gaag van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), zegt in het Financieele Dagblad (FD) dat door slim werken in energiehubs meer bedrijven de overstap kunnen maken van gas naar duurzame stroom.  ‘Wij waren benieuwd hoe hard je nu je best moet doen om dat te bereiken en het besparingspotentieel blijkt enorm. Het kan de uitstoot van een grote kolencentrale schelen', zegt de NVDE-voorzitter, die samen met Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB Nederland) opdracht gaf voor het onderzoek.   Minister Jetten voor Klimaat en Energie maakte afgelopen week bekend dat hij 166 miljoen euro investeert in een stimuleringsprogramma voor energiehubs. Met het programma worden regisseurs aangesteld en diverse standaarden ontwikkeld, zodat niet op ieder bedrijventerrein het wiel opnieuw hoeft worden uitgevonden.  Het wordt volgend jaar ook mogelijk voor bedrijven om de beschikbare ruimte op het net te delen met elkaar via groepscontracten. Zo kan een bedrijf de ruimte op het stroomnet gebruiken die een ander op dat moment niet nodig heeft. Dat is op dit moment nog niet toegestaan.   Dit artikel is afkomstig van Stadszaken.nl  

30-10-2023
Nieuws
Jetten: extra budget en onorthodoxe maatregelen tegen netcongestie
Jetten: extra budget en onorthodoxe maatregelen tegen netcongestie

Netbeheerders en het kabinet steken vier miljard euro extra in de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Daardoor is vanaf 2025 een bedrag van 8 miljard euro beschikbaar. Met extra investeringen, onorthodoxe maatregelen, planmatige aanpak en alvast bouwen zonder geldige vergunning moet de netcongestie worden aangepakt. Dat schrijft minister Jetten aan de Tweede Kamer.  De netbeheerders zeggen dat de vraag naar ruimte op het elektriciteitsnet explosief is gegroeid en het net in vrijwel heel Nederland zo goed als vol zit. Daardoor komt de verduurzaming van bedrijven in de knel. Ook huishoudens kunnen last van netcongestie krijgen, schrijft Jetten aan de Tweede Kamer.  Daarom gaan netbeheerders en het kabinet de strijd aan met netcongestie door het stroomnet sneller uit te breiden, de huidige ruimte op het net beter te benutten en de vraag naar elektriciteit buiten de piekuren te verplaatsen. Verkorten procedures Jetten vraagt lokale overheden voldoende ruimte vrij te maken voor uitbreiding van de elektriciteitsnetten. ‘Met gemeenten en provincies werk ik aan het proactief aanwijzen van grond voor elektriciteitsnetten, batterijen en elektrolysers.’ Daarbij wil hij uitgaan van inzichten van TenneT en regionale netbeheerders.  Ook wil de minister bepaalde uitbreidingen als ‘zwaarwegend maatschappelijk belang’ aanmerken. Daarvoor geldt dat er maximaal één beroepsprocedure mogelijk is, en alleen bij de Raad van State. Zo worden procedures met maximaal 1,5 jaar verkort.  Om dat voor elkaar te krijgen, wil Jetten het wetsvoorstel ‘Versterking Regie Volkshuisvesting’ in te zetten. Die ligt momenteel bij de Raad van State voor advies. Met dat voorstel van woonminister De Jonge wordt ook beoogd procedures te versnellen voor woningbouw.  Jetten wil een pilot starten waardoor TenneT alvast kan bouwen, terwijl de vergunningen nog niet zijn afgegeven of waar de bouwplannen nog bij de Raad van State liggen. ‘Dit doe ik in goed overleg met de direct betrokken gemeenten en provincies.’  Door ruimtelijke ontwikkelingen en energiesystemen in samenhang te programmeren, wil Jetten ook zorgen voor een versnelling. Hij werkt daarbij met BZK, IenW, (de koepels van) de gemeentes en provincies en de netbeheerders aan de aanpak ‘Integraal Programmeren’. Contracten ontlasten piekmomenten Met grootverbruikers wil hij nieuwe contracten om op piekmomenten minder elektriciteit te gebruiken. Daardoor kunnen er meer bedrijven worden aangesloten, aldus Jetten. Netbeheerders en toezichthouder ACM werken nu aan een aanpak om dat soort contracten aantrekkelijker te maken voor bedrijven.  Daarnaast wordt een deelnameplicht verder uitgewerkt. Dat betekent dat grootverbruikers die veel elektriciteit gebruiken, een bod doen aan de netbeheerder tegen welke prijs zij een bepaalde hoeveelheid stroom minder afnemen tijdens piekmomenten. Flexibiliteitstenders voor aanbieden ruimte stroomnet Verder willen het kabinet en de netbeheerders vanaf komend jaar proactief veilingen, zogeheten flexibiliteitstenders, starten. Daarmee kunnen bedrijven, zoals een batterij-exploitant, voor een langere periode op strategische plekken ruimte op het stroomnet aanbieden tijdens piekmomenten.  Zo’n 166 miljoen euro gaat naar de stimulering van energiehubs. Dan kunnen bedrijven lokaal hun elektriciteitsvraag en -aanbod op elkaar afstemmen. Daardoor is minder ruimte op het stroomnet nodig.   Het wordt volgend jaar mogelijk voor bedrijven om de beschikbare ruimte op het net te delen met elkaar via groepscontracten. Zo kan een bedrijf de ruimte op het stroomnet gebruiken die een ander bedrijf op dat moment niet nodig heeft. Dat is op dit moment nog niet toegestaan. Dit bericht is afkomstig van Stadszaken.nl  

20-10-2023
Nieuws
Meer banen en meer duurzame energie op Brabantse bedrijventerreinen
Meer banen en meer duurzame energie op Brabantse bedrijventerreinen

In Brabant is afgelopen jaar 121 hectare aan nieuwe kavels voor bedrijven uitgegeven. Tegelijkertijd is de werkgelegenheid op bedrijventerreinen na twee jaar stagnatie gestegen met ongeveer 11.000 banen. In april 2023 werd 40 procent meer zonnestroom opgewekt op bedrijfsdaken dan het jaar ervoor. Dat zijn de belangrijkste conclusies uit de nieuwste Monitor Bedrijventerreinen van de provincie Noord-Brabant. Bedrijventerreinen zijn een belangrijke motor voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid in Noord-Brabant. Ieder jaar monitort de provincie de ontwikkeling van deze bedrijventerreinen. De gegevens uit de monitor worden gebruikt voor het maken van afspraken tussen de provincie en de vier Brabantse regio’s over bestaande en nieuwe werklocaties. Meer ruimte nodig voor bedrijventerreinen De monitor laat zien dat er de komende jaren meer ruimte wordt gevraagd voor bedrijventerreinen in Brabant. Dat is nodig om te voorzien in de vraag van de markt, de stijging van werkgelegenheid en de benodigde ruimte om bedrijventerreinen verder te verduurzamen. De gevraagde ruimte is hoger dan het beschikbare aanbod. Inzetten op meervoudig en duurzaam ruimtegebruik De ruimte in Brabant staat onder druk. Het nieuwe provinciebestuur zet daarom in op meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. Voor bedrijventerreinen betekent meervoudig ruimtegebruik dat één plek wordt gebruikt voor meerdere functies. Denk aan duurzame energie opwekken op bedrijfsdaken. Aan kantoren boven distributieruimtes. Maar ook aan ruimte voor waterberging en groen. De provincie maakt hierover afspraken met de Brabantse regio's en gebruikt hiervoor de regels uit de omgevingsverordening. Daarnaast stimuleert de provincie de duurzame ontwikkeling voor bestaande en nieuw te realiseren bedrijventerreinen, onder andere met het project Grote Oogst. Dat leidt tot mooie resultaten. Ongeveer 8 procent van het elektriciteitsgebruik wordt inmiddels opgewekt met zonne-energie. En ondanks de toename van het aantal bedrijven in de provincie, neemt het aardgasgebruik op bedrijventerreinen af. Stijn Smeulders is de nieuwe gedeputeerde voor Werklocaties. Smeulders: “Bedrijventerreinen dragen bij aan de innovatie, concurrentiekracht en werkgelegenheid in Brabant. Ze spelen ook een belangrijke rol voor de Brabantse economie en de transitieopgaven. De uitdaging van de komende jaren is om voldoende bedrijventerreinen te realiseren die passen bij de behoefte van Brabantse ondernemers, onze economie en de beschikbare ruimte. Deze monitor geeft ons waardevolle informatie om samen met regio’s de juiste afwegingen en keuzes te maken.” Raadpleeg alle actuele cijfers  Provincie Noord-Brabant publiceert de laatste stand van zaken op bedrijventerreinen in een magazine. Het magazine geeft naast de genoemde onderwerpen meer informatie over de Brabantse economie, de gronduitgifte op bedrijventerreinen en veroudering en leegstand. Lees het magazine: Feiten en cijfers Brabantse bedrijventerreinen

05-10-2023
Nieuws
Sunrock en Intospace leveren zonne-energieproject op in Utrecht
Sunrock en Intospace leveren zonne-energieproject op in Utrecht

Sunrock en intospace, respectievelijk toonaangevend zonne-energiebedrijf en logistiek vastgoedontwikkelaar, leveren het succesvolle zonne-energie project op aan de Kanaaldijk 3-7 in Utrecht. Het project UTR06 op bedrijventerrein Lage Weide vormt het eerste succesvolle project binnen het strategische partnership tussen beide partijen en er zullen nog vele projecten volgen. Huurders Albert Heijn, HEMA, en Ampère (onderdeel van Bol.com) maken gebruik van de lokaal opgewekte duurzame energie tegen een scherp tarief. De samenwerking met Sunrock sluit aan op de visie van intospace® om logistieke gebouwen een prominente rol te geven in de energietransitie, in de tijd waarin netcongestie een steeds bekender probleem is. Intospace® voorziet haar gebouwen van slimme energiemanagementsystemen. Hierdoor is onder andere dit project aan de Kanaaldijk in Utrecht een energiepositief gebouw, omdat er meer energie wordt opgewekt dan er wordt gebruikt. Sunrock heeft het PV-systeem ontwikkeld, gebouwd en verzorgt de operatie, terwijl intospace® de volledige regie heeft wat er met de geproduceerde stroom gebeurt en aan wie deze wordt geleverd. Zo wordt het grootste deel van de opgewekte energie van het dak afgenomen direct door de drie huurders op locatie om zo hun operatie te verduurzamen. Het overige deel van de opgewekte energie zal worden terug geleverd aan het net, waarmee huishoudens worden voorzien van schone energie. UTR06 als energiehub Het project bestaat uit drie gebouwen, met hierop 13.892  zonnepanelen en is in totaal goed voor 6.39 MWp (megawatt vermogen), wat neerkomt op zo’n 2.400 huishoudens die van stroom kunnen worden voorzien. Henk Snijders, Hoofd Logistiek bij Hema: “Bij HEMA streven we ernaar om een positieve impact te hebben op de samenleving en het milieu. Met de aanleg van de zonnepanelen op ons dak en het gebruik daarvan in ons eigen distributiecentrum, voorzien we onze dagelijkse operatie van schone, lokaal opgewekte energie. Zo zoeken we continu naar oplossingen om verder te verduurzamen”. Allard Steenbeek, Development Manager & Sustainability Lead bij Albert Heijn: “Met dit zonnedak komen wij weer een stap dichter bij een emissievrije bevoorrading. Dit past in lijn bij onze ambitie op duurzaamheid”. Wouter Barkman, CEO bij Ampère: “Ampère is een start up die zo duurzaam mogelijk pakketjes ophaalt. We combineren slimme technologie met duurzaam transport. Met de aanleg van de zonnepanelen kunnen we de energie die we nodig hebben voor onze processen en het laden van onze elektrische voertuigen zelf opwekken. Hiermee verlagen we de impact van Ampère en worden we steeds een beetje duurzamer.” Toekomstige projecten Sunrock en intospace Intospace en Sunrock zijn samen bezig om in 2023 zo’n 170.000 m2 aan zonnedaken op te leveren. Die hoeveelheid zonnepanelen levert een jaarproductie op van ongeveer 18 gigawatt uur schone energie, gelijk aan het verbruik van ongeveer 7.200 huishoudens. Intospace: gedreven door de omgeving Intospace gelooft als logistiek vastgoedontwikkelaar heilig in het ontwikkelen voor toekomstige generaties. Intospace® is zich bewust van de kansen om de wereld beter achter te laten en heeft daarom een unieke aanpak voor het duurzaam ontwikkelen van toekomstbestendige distributiecentra. Intospace ontwerpt innovatieve energieoplossingen, waaronder zelfvoorzienende- en zelfs off-grid logistieke magazijnen. Intospace creëert energieneutraal en energiepositief logistiek vastgoed (met in totaal circa 1 miljoen m2 zonnepanelen), rekening houdend met de Sustainable Development Goal (SDG) van ‘betaalbare en schone energie’. Over Sunrock Sunrock werkt samen met Europese bedrijven, organisaties en overheden aan een energiestrategie op maat. Van zonnesystemen tot slimme batterijen en van asset management tot duidelijke dashboards. Sunrock regelt alles; haalbaarheidsstudies, subsidieaanvragen, financiering en verzekering. Van de operatie en het beheer van zonneparken tot het benutten van de daar opgewekte schone energie. Sinds 2020 is Sunrock onderdeel van COFRA Holding en groeide naar meer dan 120 werknemers in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Foto © John Gundlach | Flying Holland

02-10-2023
Opinie
Opinie: Klimaatakkoord kan niet zonder bedrijventerreinen
Opinie: Klimaatakkoord kan niet zonder bedrijventerreinen

De politiek worstelt met het maken van noodzakelijke keuzes om te voldoen aan alle klimaatdoelstellingen en CO2-reductie in het bijzonder. Het is en blijft bijzonder dat hierbij de duurzame potentie van bedrijventerreinen ondanks herhaaldelijke oproepen over de enorme duurzame potentie en zeker de energiepotentie nog steeds wordt vergeten. Theo Föllings is voorzitter van SKBN Cees-Jan Pen is lector de Ondernemende Regio Fontys Hogeschool Economie en Communicatie en lid van de adviesraad van SKBN Bedrijven gevestigd op bedrijventerrein staan met kop en schouders bovenaan als grootste energieverbruiker. Dit terwijl met beperkte ingrepen een energiebesparing is te realiseren die even groot is als het aangasvrijmaken van alle woonwijken. Maar het is zorgelijk hoe weinig aandacht er is voor het hoge energieverbruik én het verduurzamingspotentieel van de circa 3.500 bedrijventerreinen in Nederland. Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te leggen met zonnepanelen. Bedrijventerreinen kunnen een deel van vraag naar locaties voor schone energieproductie opvangen. Het is niet uit te leggen dat hier vanuit de landelijke politiek zo weinig aandacht voor is. Dit terwijl het kabinet haar doelstellingen rond de vermindering van de CO2-uitstoot een stuk realistischer kan maken. De geringe aandacht voor bedrijventerreinen is des te opmerkelijker als je dit relateert aan de terechte grote maatschappelijke ophef over verdozing en de weinig duurzame ontwikkeling van menig logistiek bedrijventerrein. Het lijkt erop dat dit thema vermorzeld is tussen de diverse beleidskokers en ministeries die zich met de gebouwde omgeving bemoeien. Tegelijkertijd zie je dat het bedrijventerreindebat te veel blijft hangen in het frame van Mooi Nederland, waarbij de nadruk ligt op feit dat deze gebieden te vaak ‘lelijk’ zijn. De Rijksoverheid is er inmiddels wel achter dat de woningmarkt zoals 10 jaar geleden werd gedacht, bepaald niet af is en dat vraagt zeker rond verduurzaming een actieve ingrijpende rol. Dit voortschrijdend inzicht geldt bepaald niet voor de doorgevoerde decentralisatie van het beleid ten aanzien van bedrijventerreinen en de te lang totaal afwezige rol van het Rijk. Gelukkig treft minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat (EZK) in haar brief over de contouren voor een programma werklocaties van 14 oktober 2022 voorbereidingen om als Rijk een actievere rol te gaan spelen rond ruimte voor werken. Op provinciaal en regionaal niveau wordt de duurzame potentie eindelijk erkend. De lokale en regionale bewijzen stapelen zich inmiddels op zoals op de 13 zogenaamde ‘Grote Oogst’-terreinen waarmee de provincie Noord-Brabant een grote bijdrage wil leveren aan onder andere de energietransitie, circulariteit, klimaatadaptatie en stikstofreductie. Ook lokale berichten over bedrijventerreinen zoals het decentrale energiesysteem in Tholen waar de gemeente , bedrijfsleven en de provincie Zeeland samen met de netbeheerder de handen in een slaan. De Hurk waar de provincie, VNO-NCW Brabant-Zeeland en ondernemers en de gemeente Eindhoven samenwerken om de verduurzaming van het industriepark te realiseren, stemmen hoopvol. Een ander voorbeeld betreft het regionale energie coöperatie  Schiphol Trade park samen met de bedrijven, de netbeheerder,  SADC en de provincie Noord-Holland.  Recent onderzocht ontwikkelingsmaatschappij Oost NL de energiepotentie van bedrijventerreinen in opdracht van de provincies Gelderland en provincie Overijssel en concludeerde dat alleen in Oost-Nederland 330 miljoen euro aan netverzwaring en 1 megaton CO2-uitstoot per jaar kan worden vermeden. Hier moeten op 50 bedrijventerreinen Smart Energy Hubs, regionale regelknoppen voor energie, worden ontwikkeld. Afgelopen week vergaderde de Tweede Kamercommissie Klimaatakkoord gebouwde omgeving over de hoofdlijnen wat betreft de voortgang van de verduurzaming van de bestaande utiliteitsbouw. Het kabinet zet in op een eindnorm om duidelijkheid te geven aan vastgoedeigenaren met betrekking tot het te bereiken ambitieniveau voor bestaande utiliteitsbouw, en hoe ze hier bij hun renovatieplannen rekening mee kunnen houden. Wel wordt over kantoorlabel C en sportaccommodaties gesproken, maar typerend genoeg zijn bedrijventerreinen weer vergeten. We roepen ministers De Jonge, Jetten en Adriaansens op snel helderheid te geven over de enorme klimaatpotentie van bedrijventerreinen voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving en te werken aan duidelijke kaders en stimuleringsinstrumenten. Ervaring leert dat ondernemers en eigenaren op bedrijventerreinen bij duurzame investeringen behoefte hebben aan langjarige duidelijkheid. Actieve bemoeienis, zoals geldt op andere dossiers over de verduurzaming van de gebouwde omgeving, hoort hierbij. Zonder méér politieke aandacht voor verduurzaming van bedrijventerreinen’, komt het halen van de klimaatdoelstellingen bepaald niet dichterbij. Deze opinie werd ook gepubliceerd in het Nederlands Dagblad  

03-04-2023
Nieuws
Rabobank: Blauwdruk is nodig om ontwikkeling energy hubs te versnellen
Rabobank: Blauwdruk is nodig om ontwikkeling energy hubs te versnellen

De Rabobank ziet veel potentie in het ontwikkelen van smart energy hubs op bedrijventerreinen, maar een aantal barrières staat de grootschalige uitrol van dergelijke lokale energiesystemen nog in de weg. Om die te versnellen is het volgens de bank broodnodig dat een blauwdruk wordt opgezet.   Smart energy hubs zijn lokale energiesystemen waar opwek, opslag en verbruik tussen verschillende bedrijven in balans wordt gebracht. Daarmee bieden ze een alternatief voor de centrale aan- en afvoer van energie en kunnen ze netcongestie verminderen.  De Rabobank ziet nu, net als minister Rob Jetten eerder al, ook de voordelen in van smart energy hubs. ‘Bedrijven krijgen zo toch de mogelijkheid om zich in een gebied te vestigen, uit te breiden of verduurzamingsplannen door te voeren.’   ‘Daarnaast leidt het tot lagere kosten bij bedrijven, omdat energiestromen worden geoptimaliseerd. Dit komt doordat er minder of geen verzwaringen nodig zijn van energie-aansluitingen en er minder transportkosten worden betaald doordat de pieken van de afgenomen vermogens worden verlaagd’, schrijft de bank.  Barrières  Het zal wel even duren voordat alle 3500 bedrijventerreinen in Nederland een eigen smart energy hub hebben, denkt de Rabobank. ‘Alle huidige projecten zijn maatwerk, wat meer tijd en geld kost dan een standaard aanpak. ‘  Nog niet alle bedrijventerreinen kunnen hun energiestromen real-time meten, aldus de bank. ‘En er moet op bedrijventerreinen een mate van organisatie bestaan, wat nog niet overal het geval is.’  Daarnaast hebben niet alle ondernemers tijd om zich met verduurzaming bezig te houden. ‘De drempel om er tijd in te steken kan te hoog zijn, zelfs als ze gratis oplossingen krijgen aangeboden.’  ‘Om de ontwikkeling van energy hubs te versnellen, onderzoeken verschillende partijen hoe er een blauwdruk kan worden opgezet’, eindigt de bank. Wanneer dit gaat zijn, is nog niet bekend.  In Nederland zijn er al een aantal succesvolle voorbeelden van smart energy hubs, onder meer op Schiphol Trade Park en InnoFase in Duiven. 

28-03-2023
Nieuws
Dutch Green Building Council en SKBN slaan handen ineen voor Paris Proof Ranking bedrijventerreinen
Dutch Green Building Council en SKBN slaan handen ineen voor Paris Proof Ranking bedrijventerreinen

De Dutch Green Building Council (DGBC) en Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen (SKBN) gaan vanaf dit jaar intensiever samenwerken voor de Paris Proof Ranking. Deze beoordeling van de Nederlandse bedrijventerreinen op hun energieprestaties in relatie tot de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord uit 2015, wordt sinds 2020 jaarlijks gepresenteerd door Rienstra Beleidsonderzoek, Elba\Rec en SKBN. De reden van de samenwerking is het verder uitwisselen van kennis om meer inzicht te krijgen in het energiegebruik van gebouwen en bedrijventerreinen, met het doel deze sector verder te verduurzamen. De Paris Proof ambitie houdt in dat het energieverbruik van de gebouwde omgeving met twee derde omlaag moet ten opzichte van het huidige gemiddelde. Dat is een stevige maar noodzakelijke ambitie om in Nederland de doelen van het Parijse Klimaatakkoord te halen. Op verzoek van het bestuur van de SKBN is door Rienstra Beleidsonderzoek in 2021 en in 2022 een Paris Proof Ranking opgesteld, met behulp van actuele jaargegevens over het gebruik van aardgas en elektriciteit op bedrijventerreinen in respectievelijk 2020 en 2021. Bedrijventerreinen zijn de grootste sector in de utiliteitsbouw qua oppervlak en energiegebruik, waar grote kansen liggen om energie te besparen en op te wekken. DGBC stimuleert vanuit het Paris Proof programma meerdere sectoren, waaronder bedrijventerreinen, om zich bewust te zijn van hun energiegebruik en om dit omlaag te brengen. ‘We zijn als SKBN erg verheugd met een verdere kennisuitwisseling met DGBC voor de Paris Proof Ranking’, zegt Theo Föllings, voorzitter van de SKBN. ‘De normering volgde natuurlijk al de definitie die de DGBC handhaaft, maar dat we dit nu samen kunnen oppakken maakt het extra waardevol. De beoordeling op werkelijk energiegebruik wordt daarmee een belangrijke normbepaling op gebouw-, en gebiedsniveau.’ Circulariteit De SKBN laat zich ook niet onbetuigd op het gebied van circulariteit. Recycling en reparatie hebben als deelsectoren van de circulaire economie relatief veel ruimte nodig. Uit onderzoek (eveneens Rienstra Beleidsonderzoek) blijkt dat als bedrijventerreinen evenredig meegroeien met de rest van de economie, er in 2030 870 hectare extra ruimte nodig zal zijn om nieuwe circulaire activiteiten te herbergen. Die oppervlakte staat gelijk aan veertig bedrijventerreinen van gemiddelde omvang. “Reden temeer”, aldus onderzoeker Gerlof Rienstra, “om te kijken naar de indeling van de bedrijventerreinen. Daar zijn nu veel bedrijven gevestigd die er eigenlijk niet thuishoren. Breng die bedrijven liever terug naar de stad of de randen van de stad. Hiermee komt er ruimte vrij om de extra hectares te realiseren en is het een mogelijke oplossing voor de leegstand van panden in de steden.” “Gemeenten kijken op dit moment”, zegt Rienstra, “vooral naar de mogelijkheden van de transformatie van bedrijventerreinen naar woonwijken. In coalitieakkoorden van Brabantse steden is er in ieder geval wel aandacht voor bedrijventerreinen en dat is hoopgevend.”

02-03-2023
Nieuws
InnoFase stroopt mouwen op voor Smart Energy Hub InnoFase in Duiven
InnoFase stroopt mouwen op voor Smart Energy Hub InnoFase in Duiven

Op donderdag 16 februari 2023 hebben 17 partijen de intentieovereenkomst voor Smart Energy Hub InnoFase ondertekend. Hiermee spreken zij af samen te werken aan de realisatie van deze energy hub op bedrijventerrein InnoFase in Duiven. Het is de bedoeling dat lokaal opgewekte duurzame energie op ieder moment beschikbaar komt, voor lokale en regionale afnemers. Een virtueel energiemanagementsysteem gaat ervoor zorgen dat vraag en aanbod goed op elkaar worden afgestemd. Smart Energy Hub InnoFase maakt als pilot onderdeel uit van het programma Smart Energy Hubs van Oost NL. In een smart energy hub komen diverse energiestromen samen in een decentraal netwerk. Dat netwerk brengt de opwek, de opslag en conversie en het verbruik van energie steeds in onderlinge balans. Daarmee biedt een energy hub een oplossing voor de volle elektriciteitsnetwerken die ontstaan door de groeiende vraag naar elektriciteit en de toename van de productie van duurzame energie. In Oost-Nederland hebben ze de handen ineen geslagen om de ontwikkeling hiervan in gang te zetten en te versnellen. Daarvoor ontwikkelde Oost NL samen met de provincies Gelderland en Overijssel een programma om in Oost-Nederland 10 hubs te realiseren, kennis en ervaring op te doen en van elkaar te leren. Dit onder meer in samenwerking met VNO-NCW, Saxion en Connectr. Lokaal voor lokaal Recent onderzoek heeft uitgewezen dat er op en rondom bedrijventerrein InnoFase grote potentie is voor restwarmte, duurzame elektriciteit, biogas en waterstof in de hele energieketen: van productie, conversie, opslag en afzet. Hierbij kan de ontwikkeling van een decentraal netwerk, waarbij duurzame opgewekte lokale energie ook weer lokaal afgezet worden een belangrijke bijdrage leveren. Jan van der Meer, gedeputeerde Provincie Gelderland: “De urgentie om over te gaan op duurzame energie is nog nooit zo groot geweest. Energie moet meer lokaal opgewekt worden én gebruikt worden, voor een efficiënt gebruik van het elektriciteitsnetwerk. InnoFase in Duiven is de eerste koploper locatie in Gelderland waar overheid en bedrijfsleven samen gaan werken aan het realiseren van een smart energy hub. Hopelijk is dit een stimulans voor de start van meer SEH’s in Gelderland.” Huub Hieltjes, burgemeester gemeente Duiven: “De gemeente Duiven zet in op duurzaamheid en innovatie. We bieden ruimte aan de productie van energie met zon en wind. Daarnaast bieden we een thuis aan veel innovatieve bedrijven. Ik ben dankbaar voor de samenwerking van zoveel bedrijven en organisaties. Door samen te werken kan de lokaal geproduceerde duurzame energie hier benut worden. Zo worden we minder afhankelijk van de druk op het nationale stroomnetwerk.” De potentie van Smart Energy Hub InnoFase is omvangrijk en betreft naar verwachting een ontwikkelagenda voor de komende 10 jaar. Het is daarom verstandig dit stap voor stap te gaan ontwikkelen en te starten met kansrijke projecten waarbij nu al concrete producenten en afnemers in beeld zijn, zoals bij een virtueel lokaal energiesysteem, waterstof en warmte. Virtueel lokaal energie systeem Een virtueel lokaal energie systeem is de eerste stap die wordt gezet in de ontwikkeling van de Smart Energy Hub InnoFase. Dankzij dit systeem wordt onbenutte netcapaciteit virtueel ontsloten en kan daarmee gaan bijdragen aan het verminderen van netcongestieproblemen. In vergelijkbare andere projecten zijn al interessante resultaten behaald, waarbij zo’n 20% tot 50% extra netcapaciteit is ontsloten op basis van de bestaande netinfrastructuur. Over Synergiepark InnoFase Synergiepark InnoFase is een bedrijventerrein van 66 hectare, gelegen aan de A12 in Duiven en de vestigingsplaats in Oost-Nederland voor ondernemingen die actief zijn in de circulaire economie. Samen met de elf bedrijven die op het terrein liggen, richt InnoFase zich voornamelijk op het hergebruik van grondstoffen en energie. Dit gebeurt met onderlinge uitwisseling van in- en uitgaande stromen, zoals warmte, elektra, water, biogas, biomassa en restmaterialen. Door deze manier van werken wordt bespaard op primaire grondstoffen, energie, transport en ruimtebeslag. Daarnaast zal de komende jaren direct ten oosten van Synergiepark InnoFase een energiepark worden ontwikkeld met ruimte voor zo’n 90 hectare aan zonneparken en 5 tot 8 nieuwe windturbines. Samenwerkende partijen De deelnemende partijen in deze samenwerking zijn: Firan, gemeente Duiven, PreZero Nederland, Cirrec Netherlands, AVR Afvalverwerking, Koolen Industries, Waterschap Rijn en IJssel, Dutch Solar Parks, IX Zon, Sunvest Ontwikkeling, Eurus Energy Europe, InSus, Olde Bolhaar Eco Service, Perpetual Next, Oost NL, Provincie Gelderland en netbeheerder Liander.

16-02-2023
Nieuws
Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen kunnen miljarden aan netverzwaring besparen
Smart Energy Hubs op bedrijventerreinen kunnen miljarden aan netverzwaring besparen

Alleen al in Oost-Nederland kan 330 miljoen euro aan netverzwaring en 1 megaton CO2-uitstoot per jaar worden vermeden, als op bedrijventerreinen smart energy hubs worden geplaatst. Die kunnen ook netcongestie verminderen. Dat blijkt uit onderzoek van Royal HaskoningDHV in opdracht van de provincies Gelderland en Overijssel en regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL.   Als smart energy hubs in het hele land worden geplaatst, kan de te vermijden investering oplopen tot in de miljarden, stelt Theo Föllings, voorzitter van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN). De SKBN en haar participanten, waaronder provincies Gelderland en Overijssel en Oost NL, investeren veel in de kennis over en ontwikkeling van smart energy hubs (SEH’s).   ‘Een SEH is een regionale regelknop voor energie. Hoe beter een SEH dit kan, des te minder hoeft het net deze regelfunctie uit te voeren’, zegt Edward Pfeiffer, senior adviseur energie bij Royal HaskoningDHV. In SEH’s worden lokale opwek, opslag en verbruik in een onderlinge balans gebracht. Daarmee bieden ze een alternatief voor centrale aan- en afvoer van energie.   ‘De SEH maakt dat de regio en het bedrijventerrein autonomer kunnen worden in hun energievoorziening’, zegt Pfeiffer. ‘Dat neemt niet weg dat een verbinding met het openbare net altijd nodig zal blijven. Investeringen in netverzwaring blijven daarnaast nodig. De omvang van de energietransitie is zo groot en de rol van elektrificatie is hierin zo belangrijk dat het én én is.’ Derde spoor in verduurzaming Volgens Marc Leeuw, projectleider energy bij Oost NL, moeten SEH’s op bedrijventerreinen nadrukkelijk als derde spoor in de verduurzaming van de energie-infrastructuur worden gezien, naast uitbreiding van het net zelf en de ‘waterstof backbone’ als hoofdtransportnetwerk voor waterstof. Bijkomende voordeel is dat je met slimme technologie bedrijven, ondanks netcongestie, van netaansluitingen kunt blijven voorzien. Dat is al in de praktijk is gebracht op Schiphol Trade Park. Omgekeerd kunnen SEH’s helpen lokale duurzame opgewekte energie lokaal af te zetten. Zoals gebeurt op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle-Noord. Met voldoende productiecapaciteit kunnen SEH’s op bedrijventerreinen ook als decentrale energiebuffers te fungeren in het regionale net, en daarmee een regionaal balancerende rol vervullen. Hessenpoort is een SEH met zo’n bovenlokale functie. Het terrein is één van de tien SEH-pilots in Oost-Nederland, waarvan er al twee in de ontwikkelfase zitten. Volgens Pfeiffer lenen ongeveer 50 van de 700 bedrijventerreinen in Overijssel en Gelderland zich voor zo’n SEH-aanpak. De geschiktheid wordt bepaald, onder meer door de aanwezigheid van meerdere energiestromen (multimodaliteit), de schaal en de nabijheid van energienetten. Om SEH’s grootschalig uit te rollen, is het nog wel nodig dat wettelijke obstakels worden weggenomen. Zo hebben netbeheerders nu nog als primaire taak om het net te verzwaren. Een zo stabiel mogelijk centraal systeem is het achterliggende doel. Ook zijn netbeheerders wettelijk verplicht álle bedrijven van een individuele aansluiting voorzien. Wel experimenteren netbeheerders inmiddels met dalurencontracten waarbij een aangeslotene alleen transportcapaciteit krijgt toegewezen op momenten van een lage netbelasting. Op experimentele basis worden ook virtuele contracten of groepscontracten afgesloten, maar feitelijk gaat het hier om een gedoogsituatie. Vijftig procent overcapaciteit Netbeheerders zien de urgentie van een duale benadering inmiddels ook in. Samen met de nationale overheid, regionale overheden, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en marktpartijen, presenteerden de netbeheerders op 21 december het Landelijke Actieprogramma Netcongestie. Daarin staat dat de verzwaring van het stroomnet de exponentieel groeiende vraag naar (duurzame) stroom onmogelijk kan bijbenen.   Eén van de actielijnen is vergroting van de ‘flexibele capaciteit van het net’. Energy hubs op bedrijventerreinen worden daarbij expliciet als oplossing benoemd.  In het decembernummer van vakblad BT stelde Hans Peter Oskam, directeur beleid & energietransitie bij Netbeheer Nederland, dat er nog zo’n 10 tot 50 procent overcapaciteit op het net zit. Maar dan moet wel eerst de piekvraag – het moment dat bedrijven gelijktijdig veel stroom vragen – afgevlakt worden. Dat kan volgens hem door lokaal beter af te stemmen welk bedrijf op welk moment stroom afneemt.  Dat schept in theorie ruimte voor aansluiting van extra bedrijven, zonder dat het onderstation waarop een bedrijventerrein is aangesloten, doorbrandt. De piekvraag kan verder worden afgevlakt als energie die lokaal geproduceerd wordt lokaal kan worden afgezet.   Oskam in BT: ‘Ik durf best te zeggen dat je de capaciteit op het net lokaal kunt verdubbelen als je op beiden inzet: én slimmer benutten door afstemming van vraag, én lokaal uitwisselen van lokaal geproduceerde energie, zonder dat je het net hoeft te belasten.’ Dit is precies wat SEH’s mogelijk maken.  De directeur van Netbeheer Nederland wijst er verder op dat de netbeheerders bovendien niet beschikken over de menskracht om de benodigde verzwaringen overal op korte termijn uit te voeren. ‘Willen we tot 2030 stappen zetten in de capaciteitsgroei, dan moeten we eerst het bestaande net beter benutten’, aldus Oskam. Kaders voor delen energiecontracten Ook Oskam benadrukt dat voor dat doel nieuwe wettelijke kaders nodig zijn. Zo leunt de SEH op Schiphol Trade Park nog op de bereidheid van individuele bedrijven om individuele energiecontracten te delen. Ook Pfeiffer stelt dat SEH’s wel om bedrijven vragen die actief bij willen dragen aan de ‘regelknop-functie’, om zo het lokale energiesysteem in balans te brengen en te houden.  Om niet geheel afhankelijke zijn van de goodwill van individuele partijen, heeft Netbeheer Nederland een nieuwe contractvorm in de maak voor clusters van bedrijven, die het wil voorleggen aan toezichthouder ACM. In zo’n groepscontract moeten de rechten en plichten voor alle partijen duidelijk worden.   ‘Ik denk dat voor opschaling standaardisatie nodig is’, zegt Oskam in BT. ‘Als je de energietransitie in minder dan honderd maanden wilt laten slagen. We hebben in Nederland vierduizend bedrijventerreinen en we kunnen niet vierduizend pilots doen. Waar mogelijk en nodig zullen we groepscontracten moeten afdwingen, als je ziet dat er écht veel onbenutte capaciteit is dat door samenwerking veel slimmer ingezet kan worden.’  ‘We hebben de minderinvesteringen bepaald waarvoor we met redelijke zekerheid konden vaststellen dat die zouden optreden’, zegt Pfeiffer over vermijdbare investeringen in netverzwaring. 'Het betreft investeringen in middenspanningstations nabij de bedrijventerreinen.   ‘Minderinvesteringen in kabels en op hoogspanningsniveau hebben wij niet kunnen bepalen en dus niet meegerekend. Met een haalbaarheidsstudie voor een specifiek bedrijventerrein, in nauwe samenwerking met energiedistributiebedrijf, kan exacter bepaald worden wat de win-win wordt’  Beeldcredit: Zonneweide Hessenpoort  

13-02-2023
Nieuws
‘Bedrijventerrein is weeskind van de politiek’
‘Bedrijventerrein is weeskind van de politiek’

Met verduurzaming van bedrijventerreinen realiseer je een derde van de Parijse klimaatdoelen. Waarom gaat dat proces zo moeizaam? De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland opereert op het snijvlak van bedrijven en gemeenten. Voorzitter Theo Föllings probeert al jaren de verduurzaming van de terreinen beter op de agenda te krijgen. ‘Begin als gemeente bij ons, want in woonwijken verloopt de energietransitie een stuk ingewikkelder.’     Overbrugger 'Mister bedrijventerreinen’, wordt Theo Föllings (61) wel genoemd. Niet zonder reden. Dertien jaar werkt hij als directeur innovatie bij de ontwikkelingsmaatschappij voor Oost-Nederland, Oost NL. Dit jaar is hij ook ‘koperen’ voorzitter van de Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN). De afgestudeerd geograaf en bedrijfskundige overbrugt de doorgaans gescheiden werelden van overheid en bedrijfsleven. En dat is nodig. Noodzakelijk Bedrijven zijn binnen gemeenten de grootste energieverbruikers. Met vallen en opstaan zoekt het lokale bestuur naar manieren om de grootste gasverslinders te verduurzamen. Een moeizaam, maar noodzakelijk proces want, zegt Föllings: ‘Met de transitie van bedrijventerreinen behaal je een derde van de klimaatdoelstellingen van Parijs.’ Simpeler De opdracht om bedrijven te verleiden van het gas af te gaan lijkt een stuk simpeler dan die om burgers van hun vertrouwde gasstel en gashaard te krijgen – als immers de businesscase voor het bedrijf in kwestie maar klopt. En dan gaat het snel. Het energieverbruik van sommige bedrijven is hoger dan dat van een complete woonwijk. Begin als overheid dus dáár, zou je zeggen. Weeskind ‘Dat vind ik natuurlijk met jou’, reageert Föllings. ‘Maar bedrijventerreinen zijn het weeskind van de politiek. Gemeenten krijgen van het rijk een miljard euro om versneld woningbouwlocaties te ontwikkelen. Maar de helft van die locaties werd gevonden door bedrijventerreinen om te katten! Bij sommige kun je zeggen: dat is zo’n ouwe troep, het lijkt me heel verstandig. Maar het gaat zeer rigoureus. Vooraanstaande onderzoeksbureaus blijken in verschillende provincies te onderzoeken of niet álle bedrijventerreinen er deels om te katten zijn naar woonlocaties’. Eigen boezem Hij steekt de hand deels in eigen boezem. ‘Ook wij dachten bij bedrijventerrein vijf jaar geleden vooral in termen van werkgelegenheid. We dachten er ook niet over na om extra waterkanalen aan te leggen ten behoeve van de klimaatadaptatie. Of dat we de bedrijfsdaken vol konden leggen met zonnepanelen om er energiecentrales van te maken.’ Bottleneck Hoe valt het verdienvermogen van bedrijven dan wel te combineren met de maatschappelijke meerwaarde van de terreinen? Oftewel, zegt Föllings: ‘Hoe maak je als gemeente een model om dit soort processen op bedrijventerreinen van de grond te krijgen? Daar gaat het om. Een plan van aanpak, plus een organisatievorm om het vervolgens uit te voeren. Daar heb je als gemeente zomaar een, twee jaar voor nodig. Dat is nu overal in het land een bottleneck. Want geen enkele gemeente of andere overheid is bereid in een dergelijk model te investeren. En ook private partijen niet. Zo komen de smart energy hubs die ons voor ogen staan niet tot stand.’ BB: Kunnen de regionale energiestrategieën daar niet de motor van vormen? TF: ‘In de meeste RESsen komt het woord bedrijventerrein niet of nauwelijks voor. Of slechts als een soort restpost; niet als een mogelijke bron van duurzame energie-opwek .’   BB: Dat is toch onbestaanbaar! TF: ‘Inderdaad. Maar ook weer niet vreemd: het onderwerp stond bij veel partijen gewoon niet op het netvlies. Mogelijk kunnen door een aangepaste prioritering in de energieregio’s de bedrijventerreinen volwaardig meedoen. Dan kunnen we veel meer vaart maken met het concreet realiseren van de energiedoelstellingen.’   BB: Wat is de rol van een gemeente in dat proces: faciliteren of regisseren? TF: ‘Alleen op nieuwe bedrijventerrein kun je als gemeente de regie in eigen hand nemen. Bijvoorbeeld door voordat je de grond uitgeeft een statuut te maken, waarin staat aan welke eisen je als bedrijf moet voldoen om je er mogen vestigen. Op bestaande terreinen moet je  faciliteren: de bedrijven zo ver krijgen dat ze de handen ineen slaan en activiteiten ontplooien.’ BB: Toch geven ondernemersverenigingen op bestaande parken aan dat ze daarbij meer kaders van hun gemeente willen. Dan weten ze beter waar ze aan moeten voldoen. TF: ‘Die komen er. Vanaf 1 januari aanstaande moeten alle kantoren minimaal energielabel C hebben. Ook voor bedrijfspanden komt die eis eraan. Ik hou mijn hart vast, eerlijk gezegd. Gemeenten hebben al gezegd dat ze niet meteen zullen handhaven. Maar je moet je ondernemers er nu al bewust van maken. Anders staan ze over een paar jaar, als je wel gaat handhaven, voor een veel te grote stap: de boel gaat dicht, want jij voldoet niet.’ BB: Wat is voor een gemeente een logische eerste stap? TF: ‘Onderzoek of er op een bedrijventerrein een organisatie werkzaam is, zoals een ondernemersvereniging. Ga daar het gesprek mee aan. Veel ondernemers blijken best bereid mee te betalen aan energiemaatregelen, maar het fundament moet op orde zijn: een schone en veilige locatie. Als je dat als gemeente niet goed hebt geregeld, zullen ondernemers nooit investeren. Pas was ik voor een bijeenkomst op een Gelders bedrijventerrein. Ik zag werknemers van bedrijven die bezig waren om zwerfvuil weg te werken. De gemeente ondersteunde deze met materiaal, vuilnisbakken en een vuilniswagen. Ze snappen allebei dat een bedrijventerrein meer voorstelt zónder al dat rondzwervende plastic en papier. En dan is de volgende stap: jongens, laten we samen ook eens wat aan energie gaan doen.’ Dit artikel werd geschreven en gepubliceerd door Binnenlands Bestuur. Lees hier het hele verhaal.

14-10-2022
Nieuws
Smart Energy Hubs als basis voor het energiesysteem van de toekomst
Smart Energy Hubs als basis voor het energiesysteem van de toekomst

25% CO2-reductie en 330 miljoen euro besparing op netuitbreiding mogelijk in Oost-Nederland In Oost-Nederland lenen ongeveer 50 bedrijventerreinen zich voor een Smart Energy hub-aanpak. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door Royal HaskoningDHV in opdracht van provincie Gelderland, Provincie Overijssel en Oost NL. In een Smart Energy hub (SEH) komen diverse energiestromen samen in een decentraal netwerk, dat de opwek, de opslag en het verbruik steeds in een onderlinge balans brengt. Daarmee bieden ze een oplossing voor de volle elektriciteitsnetten die ontstaan door de toename van de productie van duurzame energie. Door bedrijventerreinen te benutten als SEH kan dit leiden tot een besparing van  een kwart van de CO2-uitstoot en 330 miljoen euro aan investeringen in het elektriciteitsnet. De elektriciteitsnetten zitten op steeds meer plekken vol, waardoor er geen capaciteit meer is om nieuwe duurzame energie-installaties aan te sluiten. Bestaande bedrijven kunnen hierdoor niet uitbreiden of verduurzamen en nieuwe bedrijven kunnen zich niet vestigen. Smart Energy Hubs maken optimaal gebruik van lokale duurzame energie en zorgen voor slimme regie over de opwek, de opslag en het verbruik. Een lokaal netwerk koppelt opwek direct aan gebruik, waardoor het hoofdnet wordt ontzien. Deze lokale uitwisseling voorkomt dat het elektriciteitsnet wordt overbelast. Daarnaast legt een decentrale oplossing de basis voor een duurzame energievoorziening voor bedrijven, vervoer en de gebouwde omgeving – zonder dat daarvoor extra netaansluitingen of netverzwaringen nodig zijn. De beste locatie voor een Smart Energy hub is daar waar grootschalige energievraag en -aanbod bij elkaar komen, zoals een bedrijventerrein of een cluster van bedrijven(terreinen). Op dit moment telt Oost-Nederland tien hubs waaronder Hessenpoort in Zwolle en InnoFase in Duiven. Besparing van 330 miljoen euro Verspreid over de provincies Gelderland en Overijssel komen op basis van factoren als omvang en type bedrijven ongeveer 50 bedrijventerreinen of clusters van bedrijventerreinen in aanmerking voor een SEH-aanpak. Ook blijkt uit onderzoek dat rondom 39 grote bedrijven in bijvoorbeeld de grof keramiek, levensmiddelen- en papier/karton industrie SEH's mogelijk zijn. Bij opschaling van SEH’s in Oost-Nederland gaat het volgens het onderzoek dan om gemiddeld € 330 miljoen aan besparing van kosten die anders nodig waren om het elektriciteitsnet te verzwaren. CO2-reductie van 25% De productie van zonne-, wind- en andere duurzame energie neemt al jaren toe. Het weer is onvoorspelbaar, want het waait niet altijd even hard en de zon schijnt alleen overdag. Een gevolg daarvan is dat ons energiesysteem uit balans raakt. Door zon en wind efficiënt in te passen kan in Oost-Nederland 20 tot 25% bespaard worden op CO2-uitstoot. Om dit te bereiken is het van belang dat de bijdrage van de SEH’s wordt meegenomen in het integraal programmeren van de netinfrastructuur. Interactie met netbeheerders en het maken van verkennende SEH-ontwerpen is daarbij cruciaal. Uit het onderzoek blijkt dat de SEH’s 35 tot 50% van totale RES (Regionale Energie Strategie) ambitie Oost-Nederland kunnen realiseren. “Hubs zorgen voor een energiesysteem in balans zodat lokaal op ieder moment voldoende duurzame energie in de vorm van elektriciteit, warmte, koude en/of waterstof beschikbaar is. Het versnellen van de energietransitie vraagt om dit soort slimme oplossingen”, zegt Jan van der Meer, gedeputeerde klimaat en energie bij de provincie Gelderland. Meerwaarde Smart Energy Hubs "De impact van SEH is vooral op de lange termijn. Dit in combinatie met de ontwikkeling van warmtenetten en de waterstofinfrastructuur. Door nu aan de slag te gaan kunnen we rond 2030 op grote schaal Smart Energy Hubs mogelijk maken,” zegt Tijs de Bree, gedeputeerde Energie bij de provincie Overijssel. "Wij ondersteunen de Smart Energy Hubs om het concept door te blijven ontwikkelen. Voor nu zijn SEH's het enige antwoord op de vraag hoe we de enorme belasting op het elektriciteitsnet kunnen verlagen", aldus gedeputeerde Tijs de Bree. "Wij zien het dan ook als een belangrijke taak om SEH-initiatieven te adviseren." Onderzoek en versnellingsprogramma In Oost-Nederland hebben verschillende partijen de handen in elkaar geslagen om de ontwikkeling van Smart Energy Hubs in gang te zetten en te versnellen. Daarvoor is een programma ontwikkeld om in Overijssel en Gelderland in eerste instantie 10 Smart Energy Hubs te realiseren, kennis en ervaring op te doen en van elkaar te leren. Acht van die hubs zijn in het onderzoek van Royal HaskoningDHV meegenomen. Doel van het onderzoek was de meerwaarde van de SEH’s in kaart te brengen. “Met dit onderzoek in de hand kunnen we verdere stappen zetten in de uitrol van Smart Energy Hubs in Oost-Nederland. Het onderzoek is een goede onderbouwing om door te pakken en ook landelijk meer hubs te ontwikkelen. Oost-Nederland heeft met de hubs alles in huis om Nederland en Europa te helpen bij de energietransitie. Dan werken we echt samen aan een leefbare toekomst met innovaties in klimaat neutrale energie”, besluit Wendy de Jong, algemeen directeur bij Oost NL. Download hier de belangrijkste bevindingen van het onderzoek. Wil je het hele onderzoek downloaden dan kan dat hier. Meer weten over het versnellingsprogramma Smart Energy hubs? Kijk dan hier.

07-10-2022
Achtergrond
Gezocht: ruimte voor clean energy hubs
Gezocht: ruimte voor clean energy hubs

Zonder dekkend netwerk van tank- en laadfaciliteiten voor schone brandstoffen en groene stroom is zero emissie mobiliteit in Nederland en haar binnensteden onmogelijk. Eén van de belangrijkste knelpunten is de juiste ruimte op strategische locaties voor deze zogenoemde clean energy hubs. Samenspel tussen gemeenten, provincies en Rijk is nodig om deze ruimte beschikbaar te krijgen. Urgentie voor groene mobiliteit neemt toe De klimaatverandering wordt steeds urgenter en de opgave voor verduurzaming van de mobiliteit -als één van de vijf grote sectoren met CO2 uitstoot in Nederland- wordt groter en groter. De overstap naar alternatieve brandstoffen heeft extra urgentie gekregen door de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne. Hierdoor is er druk ontstaan op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van olie en gas en de marktvraag naar duurzame alternatieven toeneemt. Met de introductie van zero emissie zones zetten de grote steden in Nederland in op een grote marktvraag naar schoon vervoer, wat leidt tot een stevige bijdrage aan de klimaatdoelstellingen voor reductie van 49% CO2 uitstoot in 2030. Bedrijven met logistieke bestemmingen in binnensteden worden hiermee vanaf 2025 verplicht om de stad in te rijden zonder CO2 uitstoot ‘aan de uitlaat’. Wanneer een wagenpark aan vervanging toe is, dan schaft een ondernemer een schoon voertuig aan. Om met deze duurzame voertuigen te kunnen rijden, moeten er echter wel voldoende duurzame oplaad- en tankfaciliteiten zijn op de juiste locatie. Deze faciliteiten worden ook wel ‘clean energy hubs’ genoemd.  Clean energy hubs Na zero emissie stadslogistiek volgen de verduurzaming van de nationale en internationale ritten en de binnenvaart. Hoewel de vraag vanuit schone stadsdistributie naar clean energy hubs op de korte termijn toeneemt, zal vermoedelijk het transport met nationale of internationale afstanden op termijn de belangrijkste gebruiker worden van deze hubs.  Stadsvervoer bestaat namelijk veelal uit korte afstanden met lichtere voertuigen en hiervoor worden op de korte termijn met name elektrische voertuigen ingezet. Daarvoor is vooral elektrische laadinfrastructuur op de juiste locatie nodig, zoals op het private terrein van een bedrijf. Voor schoon transport met zwaardere vrachtwagens en lange afstanden -denk aan nationale of internationale ritten- zijn elektrische voertuigen beperkt inzetbaar vanwege de beperkte actieradius. Al neemt de actieradius van batterij elektrische trucks snel toe en [is dit nog geen gelopen race.  Schone brandstoffen voor lange afstandsritten Voor langeafstandsritten zijn wel meer opties voor duurzamere aandrijving van de voertuigen en hiervoor is een mix gewenst in het aanbod van schone brandstoffen met bijvoorbeeld: (vloeibaar) groen gas  biobrandstoffen (HVO100) elektrische laadinfrastructuur groene waterstof Juist een mix aan brandstoffen moet op strategische hubs beschikbaar zijn en overheden hebben een belangrijke rol om hierin te faciliteren. Naar een landsdekkend netwerk van energy hubs Het nationale programma voor clean energy hubs richt zich op de ontwikkeling van een landelijk dekkend netwerk van clean energy hubs voor wegtransport en binnenvaart. Concreet doel van dit programma is de realisatie van de eerste 100 nationale clean energy hubs in 2025. Voor de binnenvaart zijn dit 10 docking stations voor batterijcontainers plus 3 vulpunten voor alternatieve brandstoffen, waaronder waterstof. Voor het wegtransport gaat het om 50 vulpunten (met een doorgroei naar 100) voor duurzame brandstoffen. Hiermee wordt de transitie naar een schone logistiek mogelijk gemaakt. Meer snelheid nodig in ontwikkelen van energy hubs In de afgelopen jaren zijn verschillende locaties tot ontwikkeling gebracht, maar de uitrol van het netwerk heeft nog onvoldoende snelheid om de doelen van het nationale programma te behalen. Belangrijke redenen hiervoor zijn knelpunten in het proces om ruimte beschikbaar te krijgen voor clean energy hubs en het rondrekenen van de businesscase voor schone aandrijvingsvormen waarvan de markt nog onvolwassen is. Daarom ondersteunt BCI de werkgroep van het programma met de uitwerking van een strategie op landelijk niveau, om het huidige aanbod versneld uit te rollen en de ontwikkeling van individuele clean energy hubs zo soepel mogelijk laten verlopen.  Verschillende alternatieve brandstoffen, verschillende ruimtevraag Om de logistiek te verduurzamen zijn verschillende energie- en aandrijvingsvormen beschikbaar. Belangrijke alternatieve brandstoffen en energievormen die momenteel hun intrede doen in de logistiek zijn CNG, LNG, HVO, elektrisch vervoer (EV) en waterstof (H2). De mate van marktintroductie verschilt per energievorm/-drager. Zo wordt CNG al breed toegepast in het bestelverkeer en (lichte) bakwagens en is waterstof nog in de beginfase. In de onderstaande tabel is voor de verschillende energievormen een overzicht gegeven van de mate van duurzaamheid en de status van dekking van het netwerk van vulstations. Het aantal vulstations dat nodig is, verschilt per brandstof of energievorm. Zo zullen er meer elektrische oplaadpunten nodig zijn voor ritten met batterij-elektrische voertuigen, dan dat er vulpunten nodig zijn voor ritten met waterstofvoertuigen. Een belangrijke reden hiervoor is dat de afstand die met de verschillende alternatieve brandstoffen en energievormen afgelegd kan worden, varieert. Hierdoor verschilt de vraag naar ruimte en soort locatie (langs de snelweg op de route van een rit, of juist op een bedrijventerrein, dichtbij het bedrijfspand) per energievorm. Één type clean energy hub bestaat niet Uit onderzoek van BCI naar de huidige stand van het netwerk van clean energy hubs, knelpunten en oplossingen blijkt dat er niet één type clean energy hub bestaat. De alternatieve brandstoffenmix die wordt aangeboden verschilt per type energy hub en dit geldt ook voor de doelgroepen die worden bediend (weg- of watertransport, regionaal, nationaal of internationaal transport)  de schaalgrootte van een energy hub (grootschalig aanbod voor (inter)nationale goederenstromen of kleinschalig en gericht op de lokale behoefte)  de manier waarop een energy hub zich ontwikkelt (nieuw en volledig gericht op duurzame aandrijving, of uitbreiding van een bestaande tankfaciliteit).  We onderscheiden vier verschijningsvormen die ieder eigen belemmeringen en succesfactoren kent. Deze zijn omschreven in de onderstaande figuur.  De juiste ruimte op de juiste locatie Hoewel er verschillende type clean energy hubs zijn, hebben zij één gedeelde noemer: voor alle soorten hubs is voldoende beschikbare ruimte op de juiste strategische locatie de allerbelangrijkste randvoorwaarde. Verschillende overheden hebben hierin elk een eigen rol.  Zo heeft het Rijk de rol in de ontwikkeling van een nationaal dekkend netwerk en locaties langs rijkswegen. Provincies zijn de lead als het gaat om de regionale netwerken en een ruimtelijke strategie hiervoor in de provinciale ruimtelijke plannen. Omgevingsdiensten heb-ben samen met gemeenten een belangrijke rol in het beoordelen en verlenen van de omge-vingsvergunningen die nodig zijn om clean energy hubs ruimtelijk mogelijk te maken. Gemeenten en regio’s kunnen agenderend opereren en vraag en aanbod bij elkaar brengen.  Een samenspel tussen alle overheden is nodig om de uitrol van dekkende netwerken van clean energy hubs mogelijk te maken en om deze te versnellen. De manier waarop overheden de realisatie van clean energy hubs vervolgens nog verder kunnen helpen versnellen, verschilt per type energy hub: Overheden kunnen de uitbouw van reguliere tankstations met een aanbod van een schone brandstoffenmix voor het wegtransport bijvoorbeeld faciliteren met soepele vergunningverlening procedures en heldere communicatie richting ondernemers over de mogelijkheden en grenzen. Een grotere rol voor overheden ligt bij het creëren van de juiste randvoorwaarden voor de ontwikkeling van geheel nieuwe clean energy hubs die gericht zijn op een volledig duurzaam aanbod waaronder laad- en tankfaciliteiten waarvan de markt nog niet volledig ontwikkeld is. Overheden kunnen vestiging gemakkelijker maken met faciliteren in re-gelgeving en vergunningen, door proactief nieuwe vestigingen aan te jagen en ruimte te bieden en met faciliteren in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod van marktpartijen. Uiteraard start de zoektocht met een analyse van kansrijke locaties, dit kan met behulp van deze tool. De grootste betrokkenheid van overheden is nodig bij de realisatie van clean energy hubs voor binnenvaart en die op industriële schaal. Omdat de ruimtelijke randvoorwaarden (aan het water en/of op een groot oppervlak in industrieel gebied) zeer specifiek en het aantal vestigingslocaties beperkt is, is hier een proactieve overheid nodig die meezoekt naar geschikte locaties en deze ook ruimtelijk mogelijk maakt.  Rollen van overheden in het creëren van de juiste randvoorwaarden voor clean energy hubs Conclusie: knelpunten in toenemende vraag naar energy hubs Klimaatverandering, prijzenstijging van fossiele brandstoffen en nationale regelgeving zorgen voor toenemende vraag naar clean energy hubs. In de afgelopen jaren zijn verschillende locaties ontwikkeld, maar de uitrol van een dekkend netwerk heeft nog onvoldoende snelheid om de doelen van het nationale programma voor clean energy hubs te behalen. Belangrijke knelpunten zijn het beschikbaar krijgen van ruimte en het rondrekenen van business cases voor schone brandstoffen, waarvan de markt nog in onvolwassen fase verkeert. Verschillende overheden hebben elk een eigen rol om de uitrol van dekkende netwerken van clean energy hubs mogelijk te maken en om deze te versnellen: de rijksoverheid gaat over de locaties langs rijkswegen, provincies hebben de lead in een ruimtelijke strategie voor regionale netwerken, omgevingsdiensten beoordelen en verlenen omgevingsvergunningen en gemeenten en regio’s kunnen vraag en aanbod bij elkaar brengen. Een samenspel tussen alle overheden is noodzakelijk. Foto: Arek Socha via Pixabay

27-09-2022
Nieuws
Circulaire activiteiten op bedrijventerreinen vragen 870 hectare extra ruimte in 2030
Circulaire activiteiten op bedrijventerreinen vragen 870 hectare extra ruimte in 2030

Circulaire activiteiten hebben in 2030 870 hectare extra ruimte op bedrijventerreinen nodig. Dat blijkt uit onderzoek van SKBN in samenwerking met Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek.  Het onderzoek focust zich vooral op de deelsectoren recycling en reparatie, omdat die als kernactiviteiten van circulaire economie kunnen worden beschouwd en goed zijn af te bakenen. De verwachting is dat recycling en reparatie als deelsectoren van de circulaire economie de meeste ruimte zullen opeisen in de komende jaren.   Verder verwacht Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsadvies en Beleidsonderzoek dat groei in andere sectoren zich niet vertaalt in een evenredige groei van de ruimtebehoefte. Onderzoeksinstituut CE Delft gaf eerder aan dat het delen en het verlengen van de levensduur van goederen in potentie leiden tot afname van het ruimtegebruik voor productiefaciliteiten en logistieke activiteiten.  Om tot de 870 hectare extra ruimte komen, paste Rienstra zijn classificatie toe op de provincie met het grootste aantal en verscheidenheid aan bedrijventerreinen, Noord-Brabant. De uitkomsten extrapoleerde hij vervolgens naar de landelijke situatie en ontwikkeling.  “Het gaat in dit geval om een groot aantal industriële bedrijven met reparatie en onderhoud als hoofdactiviteit, afvalbehandeling en recycling, alsmede sloop in de bouw en autogarages. Het zijn activiteiten die allemaal een hoge milieucategorie kennen van minimaal 3 en daarmee op een bedrijventerrein thuishoren. In deze sectoren telt Noord-Brabant ruim 5.000 vestigingen, waarvan er meer dan 2.100 op een bedrijventerrein zijn gevestigd. De vestigingen op in totaal 598 bedrijventerreinen hebben een gemiddelde vloeroppervlakte per werkzame persoon van 344 m² in bedrijfsgebouwen”, aldus Rienstra.   Daarmee is de ruimtebehoefte voor circulaire activiteiten nog niet gedekt. Ook buiten bedrijfsgebouwen is er volgens Rienstra ruimte nodig voor opslag en verwerking. Zo komt de economisch geograaf uiteindelijk tot een gemiddelde vloeroppervlakte van 819 m² per persoon.   Milieuruimte en ontsluiting  Om te kunnen voldoen aan de toenemende ruimtevraag voor circulaire activiteiten in de komende jaren is het belangrijk dat er genoeg bedrijventerreinen zijn met een grote milieuruimte en een goede ontsluiting, omdat circulaire activiteiten vanwege hun milieubelasting doorgaans aangewezen worden op afgebakende bedrijventerreinen.   “Wellicht kunnen incourante kantoorgebouwen op HMC3+-terreinen langs snelwegen, niet aantrekkelijk voor omzetting naar wonen, worden getransformeerd naar circulaire-economielocaties. Bereikbaarheid over de weg en voldoende milieuruimte zijn dan in ieder geval gegarandeerd”, eindigt Rienstra.  Lees hier meer over het onderzoek. 

30-08-2022
Achtergrond
Potentie van energietransitie op bedrijventerreinen in kaart gebracht
Potentie van energietransitie op bedrijventerreinen in kaart gebracht

Bedrijventerreinen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie. Zo bieden de grote daken van bedrijfspanden veel mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en zouden bedrijventerreinen ook benut kunnen worden voor het plaatsen van windmolens. Atlas Plabeka uitgebreid met omvangrijke dataset Om de potentie van energietransitie op bedrijventerreinen in Noord-Holland en Flevoland in kaart te brengen is de Atlas Plabeka het afgelopen jaar uitgebreid met een omvangrijke dataset rond het thema energietransitie. Deze dataset bevat niet alleen gegevens over energieverbruik, geregistreerde energielabels en infrastructuur, maar ook data over duurzame energiebronnen als zonne-energie, windenergie, geothermie, riothermie en restwarmte van industrie en datacenters. In de intuïtieve viewer van de atlas kunnen al deze data via kaartlagen worden gecombineerd, zodat een beeld wordt geschetst van de potentie voor energietransitie op een bedrijventerrein. De Atlas Plabeka is, in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de provincies Noord-Holland en Flevoland, in samenwerking met Buck Consultants International door Tympaan ontwikkeld. In deze interactieve atlas wordt de ontwikkeling van formele (bedrijventerreinen en kantoorlocaties) en informele werklocaties in Noord-Holland en Flevoland in kaart gebracht en gemonitord. De Atlas Plabeka (Platform Bedrijven en Kantoren) is zonder kosten of abonnement vrij toegankelijk. Integraal overzicht van actuele werklocaties Door toenemende druk op de ruimte komt ook de ruimte voor werklocaties onder druk. Monitoring van werklocaties is daarom misschien wel belangrijker dan ooit. De Atlas Plabeka voorziet in deze behoefte door een integraal overzicht van de actuele situatie op werklocaties te geven en levert daarmee de basis voor beleid voor toekomstbestendige werklocaties en ruimtelijke inrichting. Verschillende databronnen komen samen in Atlas Plabeka Het fundament van de Atlas Plabeka wordt gevormd door een flexibel datawarehouse waarin, deels via geautomatiseerde koppelingen, tal van bronnen worden samengebracht. Dit betreffen onder meer basisregistraties als Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Topografie (BRT), waarmee bijvoorbeeld status en ouderdom van bedrijfspanden in beeld worden gebracht. Omdat Tympaan door het CBS gemachtigd is om met CBS-microdata te werken kunnen we jaarlijks een analyse maken van de leegstand op werklocaties. Via het Landelijk Informatiesysteem van Arbeidsplaatsen (LISA) wordt inzicht gegeven in de historische ontwikkeling van de werkgelegenheid per werklocatie.

23-08-2022
Nieuws
Gemeente Utrecht gaat zonnepanelen verplichten op bedrijfsdaken
Gemeente Utrecht gaat zonnepanelen verplichten op bedrijfsdaken

Zonnepanelen op daken van bedrijfsgebouwen in Utrecht zijn volgend jaar niet langer vrijblijvend. Bedrijven worden eerst ondersteund en waar nodig gedwongen tot de verduurzaming. Het beleid past in de ambitie om in 2030 drie keer zoveel zonne-energie op Utrechtse daken op te wekken dan in 2020. Dat schrijft het stadsbestuur aan de gemeenteraad.  In de raadsbrief zegt het gemeentebestuur dat de doelstelling van 20 procent zonnepanelen op Utrechtse daken in 2025 al is gehaald. Vorig jaar was 24 procent van de daken gevuld met zonnepanelen. Daarom is een nieuwe ambitie nodig, aldus het stadsbestuur. De opbrengst moet oplopen van 45 GWh in 2020 naar 168 GWh in 2030. Dat zou voldoende energie moeten zijn voor 70.000 huishoudens.  De particuliere markt gaat goed, zegt de gemeente in de raadsbrief. Er zijn voldoende commerciële aanbieders op de markt die de huiseigenaar ontzorgen. Alleen VvE’s, eigenaren van monumentalen panden en huiseigenaren met een kleine beurs worden aangeschreven. Als kosten voor een particulier een probleem zijn, wil Utrecht financieel bijdragen.  Adviseur netcongestie voor bedrijven  Voor bedrijven, en bijvoorbeeld solar carports, volgt een speciale aanpak, zegt wethouder Lot van Hooijdonk van Energie en Klimaat. ‘We stellen bijvoorbeeld een adviseur beschikbaar voor bedrijven met grote daken op bedrijventerreinen, die kan adviseren over oplossingen voor netcongestie. Als bedrijven echter wel kúnnen maar niet wíllen zullen we de verplichting niet schuwen.’ In 2023 wordt het wettelijk mogelijk om dat te doen.  Utrecht is zich ervan bewust dat netcongestie roet in het eten kan gooien. Daarom heeft de stad Royal HaskoningDHV gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijke oplossing voor de krapte op het elektriciteitsnet. Het ingenieursbureau stelt dat beter gekeken moet worden naar het koppelen van opwek en gebruik achter één aansluiting. Dat legt geen belasting op het elektriciteitsnetwerk.  ‘In Utrecht gaan we daarom aan de slag met een aantal innovatieve pilots waarbij de opgewekte energie ter plekke wordt gebruikt of we die slim opslaan’, zegt Van Hooijdonk. In de brief geeft ze als voorbeelden het koppelen met slim laden, een batterij, of een deelname aan een E-hub. De pilots richten zich vooral op regelgeving, business cases, de samenwerking tussen netbeheerders en marktpartijen en desbetreffende contracten.  Foto: Jeroen van de Water on Unsplash

08-07-2022
Nieuws
Zonnepanelen verplicht op nieuwe bedrijfsgebouwen vanaf 2025
Zonnepanelen verplicht op nieuwe bedrijfsgebouwen vanaf 2025

Het kabinet wil met ingang van 2025 zonnepanelen op nieuwe gebouwen verplichten. De verplichting moet gelden voor daken met een oppervlakte groter dan 250 vierkante meter, voornamelijk fabrieken, winkels en andere bedrijfspanden. Dit maakt minister Rob Jetten (Klimaat en Energie) vrijdag bekend in een brief aan de Tweede Kamer. Als het aan minister Jetten ligt, moet de groei van het aantal zonnepanelen worden vastgehouden of zelfs versnellen. Hij legt in de nieuwe plannen de focus op ‘grootschalige inzet’ op daken. Hoeveel zonnepanelen op de daken moeten komen te liggen, is niet bekend. In zijn brief aan de Tweede Kamer wordt wel duidelijk dat het kabinet ook de regels voor daken van nieuwe woningen en kleinere daken van bedrijven ook zal aanscherpen. Opwekking van zonne-energie op daken is volgens Jetten een onmisbaar onderdeel van de energietransitie, waarmee een groot deel van de CO2-reductie kan worden bereikt. Jetten noemt zonnepanelen een kosteneffectieve oplossing en vindt de verplichting een goede impuls voor het onafhankelijk maken van fossiele brandstoffen. Dat zorgt voor lagere energiekosten en heeft een positieve invloed op het klimaat, schrijft hij. In dezelfde brief stipt Jetten wel de gestegen kosten aan voor het aanschaffen van zonnepanelen, in relatie tot recente marktontwikkelingen.  Bestaande bedrijfsgebouwen Naast de verplichting voor nieuwe bedrijfsgebouwen, verandert nog meer rondom zonne-energie. Ook bestaande gebouwen krijgen te maken met veranderingen. Dat ligt wat complexer dan de verplichting voor nieuwbouw, vanwege bestaand eigendom. ‘Er moet een voldoende zwaarwegend belang zijn om in te grijpen in het eigendomsrecht’, schrijft de minister. Hij kijkt naar de voorwaarden waarmee het voor gemeenten gemakkelijker wordt om vanaf 2024 zonnepanelen op bestaande bedrijfsgebouwen te leggen. Het kabinet gaat ook zonnepanelen stimuleren op daken die in eerste instantie niet geschikt zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld om een vergoeding voor het aanpassen van daken of subsidie op de meerkosten voor lichtgewicht panelen. Meer dan de helft, 60 procent, van grote daken zou ‘draagkrachtproblemen’ te hebben. Jetten denkt dat het grootste deel van die daken met relatief kleine investeringen alsnog geschikt kan worden gemaakt. Tot slot verlengt het kabinet de salderingsregeling voor zonnepanelen. Hiermee kunnen eigenaren van zonnepanelen elektriciteit aan het stroomnet terugleveren en dit aftrekken van het eigen energieverbruik. Eerder lag het plan om dit systeem vanaf 2023 af te bouwen, maar dat wordt met twee jaar uitgesteld.

20-05-2022
Achtergrond
Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed
Binnen vijf kliks inzicht in energiebesparende maatregelen voor logistiek vastgoed

Welke energiebesparende maatregelen kunnen gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen nemen? Hoe kan ik aardgasloos bouwen? Wat kosten deze maatregelen? En wat leveren ze op? Met de Beslisboom Logistiek Vastgoed, een online tool van Dutch Green Building Council (DGBC) worden deze vragen binnen vijf kliks beantwoord. Invullen van de Beslisboom Logistieke Gebouwen is heel simpel. Het bouwjaar, de functie en de ambitie met het gebouw leveren uitstekende eerste inzichten in de maatregelen, de kosten en de besparingen met het vastgoed. Ook wordt de invloed van PV panelen meegenomen. Daar liggen grote kansen. Bij een hoge ambitie en dito investering is het zelfs mogelijk een energieleverend gebouw te realiseren. Dit soort gebouwen zijn nodig om de energietransitie in Nederland te laten slagen. Onderdeel van Routekaart Logistiek Deze online tool is onderdeel van de deze week gepubliceerde Routekaart Logistiek. Logistieke specialisten hebben in een werkgroep samen met DGBC de kansen voor het verduurzamen van logistiek vastgoed in Nederland verzameld. Ook geven ze aan wat nodig is om die kansen te benutten om zo een bijdrage te leveren aan het behalen van de Parijse klimaatdoelstellingen. Perspectief Rosemarijn Verdoorn en Frans van der Beek van SADC zijn betrokken bij de totstandkoming van de Routekaart Logistiek. Zij beamen de grote kansen om logistiek vastgoed te verduurzamen, maar merken in de praktijk ook de belemmeringen. Van der Beek: “We hebben leiderschap nodig om te versnellen en op te schalen zodat behalve in het primaire proces ook grootschalig in de energietransitie wordt geïnvesteerd.” Verdoorn vult aan: “Bovendien ontbreekt het voor bestaand logistiek vastgoed aan een gelijk speelveld. Er is scherpe regelgeving op dit gebied nodig.” Logistiek vastgoed biedt veel kansen om te verduurzamen De logistieke sector biedt grote kansen om te verduurzamen. De logistiek is verantwoordelijk voor 26% van het energiegebruik in de utiliteitsbouw, meer dan elke andere sector. Dat zegt niet alleen iets over het verbruik, maar ook over de grootte en het belang van deze sector. Met logistiek hebben we allemaal te maken. Het verduurzamen van gebouwen is een cruciale schakel om de sector te verduurzamen, vinden Verdoorn en Van der Beek. Routekaart Logistiek biedt handvatten voor verduurzaming Juist hierom is het belangrijk gebruikers en eigenaren van logistieke gebouwen handvatten te bieden en mee te nemen in de verschillende fasen van de energietransitie, vinden Verdoorn en Van der Beek. In de Routekaart Logistiek wordt naast de potentie van zonnepanelen ook de meerwaarde van isolatie beschreven. Een groot deel van het energiegebruik gaat naar het verwarmen van een logistiek gebouw. Door gebouwen beter te isoleren, wordt het energiegebruik teruggedrongen. Van isoleren naar aardgasvrij Vervolgens wordt in de Routekaart Logistiek stilgestaan bij het aardgasvrij maken van gebouwen. “Uiteindelijk moeten we daarnaartoe, maar met een hybride tussenstap kan soms al snel veel CO2 gereduceerd worden”, zegt Van der Beek. Over dat zelfs nieuwe logistieke gebouwen soms nog worden opgeleverd met een gasaansluiting is de routekaart helder. “Daar moeten we echt andere oplossingen voor bedenken”, stelt Van der Beek. “Bij SADC onderzoeken we gezamenlijk met andere partijen andere oplossingen maar ook aandacht voor het elektriciteitsnetwerk is hierbij cruciaal!” Met zonnepanelen energieleverancier worden Daarnaast wordt de potentie van zonnepanelen beschreven. Met een pakket aan gebouwgebonden maatregelen die zich in 10 jaar terugverdienen en zonnepanelen op slechts 5% van het dakoppervlak van een gebouw kan het energiegebruik al met de helft dalen. Wanneer 80% van het dakoppervlak met panelen is belegd, ontstaan zelfs energieleverende gebouwen. “Logistieke gebouwen kunnen zo de directe omgeving en de mobiliteitssector voorzien van elektriciteit”, vertelt Frans van der Beek. “Deze routekaart stelt ons in staat het verhaal over te brengen. Want natuurlijk gaat het om de businesscase, maar het is ook psychologie en sociologie; we moeten partijen inspireren en overtuigen.” Naar concrete acties: werkgroep pleit voor regelgeving De werkgroep die de Routekaart Logistiek ontwikkelde, pleit tot slot voor een aantal concrete acties. Een van de meest impactvolle is op het gebied van wet- en regelgeving, tot dusver een ontbrekende schakel voor logistiek vastgoed. Verdoorn: “Wij pleiten daarom voor een gelijk speelveld door middel van regelgeving en leiderschap van koplopers uit de sector. Dat zal een positieve impuls geven aan het benutten van de potentie die logistieke gebouwen hebben in de energietransitie.” De eerste stap Verdoorn en Van der Beek roepen eigenaren en gebruikers van logistiek vastgoed op de Routekaart Logistiek goed door te nemen. Onderdeel van deze Routekaart is een online tool waarmee energiebesparende maatregelen worden doorgerekend. Deze zogenoemde beslisboom geeft inzicht in de energiebesparing en in de investering. Kijk op www.dgbc.nl/beslisboom-logistiek lees de Routekaart Logistiek.

22-09-2021
Opinie
NHN: “Actie ondernemen om te voorkomen dat ontwikkeling van de regio stilvalt”
NHN: “Actie ondernemen om te voorkomen dat ontwikkeling van de regio stilvalt”

Het besluit van netwerkbeheerder Liander om geen nieuwe grote bedrijven meer aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk, vormt een bedreiging voor de economische ontwikkeling in delen van Noord-Holland. Dat zegt directeur Thijs Pennink van Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord in een reactie op het besluit van Liander om het elektriciteitsnetwerk in grote delen van Noord-Holland voor de komende vier jaar op slot te zetten. Pennink vindt dit een zorgelijke ontwikkeling die vraagt om actie. “Als regio hebben we grote ambities en blijkbaar lukt er ook veel, waardoor Liander zich nu overvallen voelt door de groeiende vraag naar elektriciteit. Dat is op zich een positief signaal en een bewijs van de kracht van Noord-Holland Noord. Maar er moet nu wel actie worden ondernomen om het probleem van netwerkcongestie op een slimme en snelle manier op te lossen.” Rol voor Ontwikkelingsbedrijf NHN Het verstrekkende besluit van Liander om voorlopig geen grote bedrijven meer aan te sluiten op het netwerk, zet een rem op de ontwikkeling van de regio. “Bedrijven die zich in deze regio willen vestigen, haken af. Dat zien we nu al gebeuren. Willen we voorkomen dat de ontwikkeling stilvalt, dan is meer afstemming nodig ten aanzien van de beschikbare capaciteit dringend nodig, stelt Pennink. “De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk is kritisch aan het worden. Dat vraagt om meer coördinatie en planning door de regionale en lokale overheden. Als Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord kunnen wij hier een rol in spelen.” Verruimen mandaat Liander Daarbij is het volgens Pennink ook noodzakelijk om aan de slag te gaan met slimme, innovatieve oplossingen voor de opslag en distributie van elektriciteit, zoals hoogwaardige batterijtechnologie en opslag van (duurzaam opgewekte) energie in de vorm van waterstof. Door energie op te wekken en op te slaan voor later gebruik, worden vraag en aanbod van elektriciteit in evenwicht gebracht en kan netwerkcongestie worden voorkomen. Hier wreekt zich echter dat Liander alleen mandaat heeft om op te treden als netbeheerder en zich niet mag begeven op het aanpalende terrein van energieopslag. Pennink: “Het probleem van netwerkcongestie ligt op het bordje van netbeheerder Liander. Maar als Liander daar iets aan wil doen met slimme oplossingen, dan mag dat niet. Bij deze doe ik daarom een dringend appèl aan de politiek tot het verruimen van de mogelijkheden voor Liander.” Versnellen van energietransitie “Overigens is regionale samenwerking ook wenselijk, zo niet noodzakelijk, om een breed gedragen (energie)transitieprogramma van de grond te krijgen”, vervolgt Pennink. Hij wijst onder meer op de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM), die binnenkort van start gaat in Noord-Holland en ondernemers gaat helpen om efficiënter gebruik te kunnen maken van landelijke regelingen en fondsen. ”Alleen samen kunnen we de kansen benutten die ROM gaat bieden voor versnelling van de energietransitie en de omslag naar een circulaire economie.”

18-09-2021
Nieuws
Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland
Liander gooit stroomnetwerk op slot voor nieuwe grootverbruikers in half Noord-Holland

Het elektriciteitsnetwerk van Liander in een groot deel van Noord-Holland is vol. Het netwerk in dat gebied gaat daarom vanaf vandaag voor vier jaar op slot, meldt netbeheerder Liander. Er kunnen geen nieuwe grote stroomafnemers zoals grote bedrijven meer bij. Pas in 2025 hoopt Liander het elektriciteitsnetwerk in het gebied voldoende uitgebreid te hebben voor nieuwe aanvragen. Het besluit geldt voor Alkmaar en elf andere gemeenten om deze stad heen, van Hollands Kroon tot Castricum en van Bergen tot Medemblik. Grote bedrijven die zich hier willen vestigen, kunnen geen elektriciteit meer afnemen. Ook bestaande bedrijven die stevig willen uitbreiden, kunnen de nieuwe delen niet meer van elektriciteit laten voorzien totdat Liander het elektriciteitsnetwerk heeft uitgebreid. In nieuwbouwwijken bestaat onzekerheid over de aansluiting van supermarkten en scholen. Liander is in veel gebieden al hard bezig om meer kabels de grond in te krijgen en meer elektriciteitsverdeelstations te bouwen. Dit is een proces van lange adem. Het wordt bemoeilijkt door een schrijnend personeelstekort en langdurige vergunningtrajecten. Ook liggen grondeigenaren en omwonenden vaak dwars als Liander een transformatorhuisje wil bouwen of een kabel wil aanleggen. Liander roept de regionale overheden op om mee te werken met de plannen voor uitbreiding, zodat het ’slot’ op het elektriciteitsnetwerk er weer af kan. Nieuwbouwwijken worden zoveel mogelijk ontzien. Liander heeft rekening gehouden met de stand van zaken rond bouwplannen voor de komende vier jaar. De lopende woningbouwplannen kunnen nog wel worden aangesloten op elektriciteit. Gedeputeerde Edward Stigter baalt van de situatie. „Ik vind het zeer zorgwekkend dat een groot deel van Noord-Holland oranje kleurt, en rood dreigt te kleuren, op de kaart van Liander. Dit heeft grote gevolgen voor grotere bedrijven. De provincie neemt zijn verantwoordelijkheid om de effecten hiervan zo klein mogelijk te maken.” Stigter doelt hiermee onder meer op een provinciaal inpassingsplan voor de energieinfrastructuur, waarin ruimte wordt vastgelegd voor verdeelstations, transformatorhuisjes en kabels van Liander. De snelheid waarmee het elektriciteitsnet vastloopt, heeft hem verrast. „Maar de snelle elektrificatie van de samenleving heeft Liander zelf ook verrast”, constateert hij. Laadpalen voor elektrische auto’s en warmtepompen in huizen bijvoorbeeld, en met name de snelle elektricificatie van de industrie. Schaarste verdelen Liander voert in het ’oranje’ gebied nu eerst een onderzoek uit naar zogeheten congestiemanagement. Dit houdt in dat bedrijven in het gebied afspraken maken met Liander over hun stroomgebruik. Bedrijven die op bepaalde tijdstippen minder stroom afnemen, en dus minder ruimte op het net innemen dan hun contract toelaat, kunnen deze niet gebruikte ruimte beschikbaar stellen aan een ander bedrijf in de buurt. Op die manier wordt de schaarse ruimte beter benut. Liander geeft bedrijven geld die ervoor kiezen om minder stroom af te nemen. Dit gaat middels een congestiemarkt.

17-09-2021
Nieuws
‘Zwolle is de eerste met een smart energy hub van formaat’
‘Zwolle is de eerste met een smart energy hub van formaat’

Nederland zit middenin een energietransitie. Energie uit fossiele brandstoffen maakt plaats voor energie uit hernieuwbare bronnen, zoals water, wind en zon. Oost NL helpt met kennis, netwerk en eventueel financiering ondernemers in Oost-Nederland in verschillende fases van hun bestaan sneller door te ontwikkelen naar een volgende fase, naar een volgende doorbraak. Zo is Oost NL ook betrokken bij het realiseren van de smart energy hub op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle. Een smart energy hub? Het is de term voor een nieuwe, superlogische oplossing. Het zit zo: veel bedrijven willen groene energie opwekken of doen dat al. Denk maar aan de daken van bedrijfspanden die vol zonnepanelen liggen. Inmiddels staan bedrijven in de rij om zelf groene energie op te wekken, alleen er is één grote ‘maar’: opgewekte energie die ze overhebben, kan op veel plekken niet aan het net worden geleverd, omdat dat ‘vol zit’. Vergelijk het met filevorming op een snelweg waar ieder plekje van het asfalt wordt bezet door een auto. Zo is de situatie ook op het Zwolse bedrijventerrein Hessenpoort. ‘Het HSMS-station waar stroom naartoe kan, zit vol’, zegt Ilse Sijtsema, parkmanager van bedrijventerrein Hessenpoort. ‘Het station kan 90 megawatt aan energie terugnemen, maar we gaan op Hessenpoort en nabije omgeving 400 megawatt opwekken. Enkel de ‘energie-snelweg’ verbreden is niet de oplossing, het moet een flexibel systeem worden van extra netwerkcapaciteit, verschillende vormen van energieopslag en omzetting naar een andere vormen van energie. Enkel uitbreiden van de netwerkcapaciteit levert niet genoeg ruimte op voor alle bedrijven die zelf energie willen opwekken en leveren.’ Doel is dat er geen duurzame energie verloren gaat. Oplossing Smart energy hubs zijn in zulke situaties de oplossing. Zo ook op Hessenpoort. De verwachting is dat de eerste resultaten van de hub eind 2022, begin 2023 zichtbaar zijn. ‘We starten met een waterstofketen: productie, distributie en een compressie- en overslagpunt voor waterstof. Een ‘elektrolyser’ maakt groene waterstof van “de overtollige” opgewekte groene energie. Door de druk te verhogen van 30 naar 350 bar kan de groene waterstof worden gecomprimeerd, opgeslagen en vervoerd’, legt Marc Leeuw, projectmanager development & innovation van Oost NL, uit. ‘Waterstof is ideaal als duurzame brandstof voor zwaar transport als vrachtwagens of de binnenvaart maar ook de industrie als vervanging van aardgas.’ Het doel van de smart energy hub op Hessenpoort is tweeledig: ‘het opwekken en gebruiken van groene energie vergroent de bedrijven en omliggende gebieden van Hessenpoort en daarnaast ontlast de smart energy hub het reguliere energienet. In plaats van meer koper in de grond hebben we hiermee een veel duurzamere oplossing’, zegt Sijtsema. Energietransitie Het initiatief voor de smart energy hub op Hessenpoort komt van een maatschappelijk betrokken ondernemer. ‘Een investeerder die zelf veel waterstof nodig heeft in zijn bedrijf en groene ambities heeft. Deze investeerder slaat met het waterstofcompressie- en overslagpunt dus twee vliegen in een klap. Enerzijds voorziet hij zijn bedrijf van lokaal opgewekte groene waterstof, anderzijds helpt hij bedrijven en de netbeheerder met een overschot aan groene energie en draagt hij bij aan de energietransitie in Oost-Nederland’, zegt Leeuw. Lokaal Het is de bedoeling dat lokale ondernemers rond de hub samenwerken. ‘Heeft de één energie over en de ander juist extra energie nodig, dan kan men groene stroom of warmte bij elkaar afnemen. Wat over is, kan worden  omgezet naar groene waterstof, worden opgeslagen of worden verkocht op de energiemarkt. Op de waterstof kunnen andere lokale ondernemers dan bijvoorbeeld weer hun wagenpark laten rijden’, zegt Sijtsema. ‘Zo ontstaat een zelfvoorzienend systeem.’ In Tolhuislanden, het agrarisch gebied ten noorden van Hessenpoort, hebben bedrijven samen een coöperatie opgericht voor grootschalige groene-energieopwekking. Dat voorbeeld volgen de ondernemers van Hessenpoort, door ook een coöperatie op te richten. ‘De coöperaties kunnen in de toekomst samenwerken. Misschien kan de energie van de windmolens in het agrarisch gebied wel energie leveren aan onze hub’, schetst Sijtsema. ‘Het mooie daarvan is dat het een lokale aangelegenheid wordt, echt van de mensen en de bedrijven van hier.’ Bij de ondernemers die zijn gevestigd op Hessenpoort valt de drive om het terrein te vergroenen op. Arap-John Tigchelaar, directeur Transferro en voorzitter ondernemersvereniging Hessenpoort: ‘Ik heb de ambitie om van Hessenpoort het groenste bedrijventerrein van Nederland te maken. Daarnaast zou ik de wereld graag beter achterlaten dan dat ik hem heb gekregen.’ Subsidies, advies en netwerk Om de hub te realiseren, heeft een consortium van betrokken partijen een REACT EU-subsidie aangevraagd. Of deze wordt toegekend, zal in juli bekend zijn. Oost NL was betrokken bij de aanvraag. ‘Voor individuele bedrijven is er tevens de SDE++-subsidie, voor bijvoorbeeld de realisatie van zonnepanelen op je dak’, zegt Leeuw. Oost NL hielp de partijen die nodig zijn om van een ‘groen’ idee daadwerkelijk een smart energy hub te maken bij elkaar te brengen. ‘Hier in Oost-Nederland hebben we alle kennis en expertise die hiervoor nodig is. Denk aan een electrolyserfabrikant, batterijsystemenmakers en oplossingen voor warmtekracht en brandstofcellen’, zegt Leeuw. ‘Bovendien hebben we kennisinstellingen erbij betrokken, waaronder Hogeschool Saxion, Hogeschool Windesheim en Universiteit Twente. Als ontwikkelingsmaatschappij overzien wij de hele maatschappelijke ontwikkeling rondom de energietransitie en kennen we vele partijen die daarbij nodig zijn. We helpen Hessenpoort en de betrokken investeerder daar graag mee op weg.’ Prachtig voorbeeld Uit onderzoek dat Oost NL liet doen naar de kansen rondom smart energy hubs, blijkt dat Oost-Nederland alles in huis heeft om er een succes van te maken. ‘Het ontwikkelen, integreren, testen en toepassen van energiesystemen zit in het DNA van deze regio. Alle onderdelen van de waardeketen voor decentrale energiesystemen zijn aanwezig’, zegt Leeuw. ‘De regio kent technologieontwikkelaars voor energieopslag in batterijen, vliegwielen of elektrochemische energiedragers zoals waterstof. Noodzakelijke materiaalkennis, componenten, integratiekennis en testfaciliteiten zijn eveneens aanwezig bij bedrijven en opleidings- en kennisinstituten. Met wereldspelers op sleutelgebieden: Demcon, Elestor, Nedstack, VDL energysystems.’ ‘We willen een voorbeeld zijn voor andere delen van het land. We laten zien dat we het hier in de regio kunnen fixen. Hessenpoort is de eerste in de regio met een smart energy hub van formaat. Het is een prachtig voorbeeld.’ Dit artikel verscheen eerder in ZONZwolle magazine

05-07-2021
Nieuws
BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'
BNR Nieuwsradio: 'Kabinet laat grote kansen liggen bij verduurzaming'

Ons land laat grote kansen liggen op het gebied van verduurzamen. Alleen al op daken van grote bedrijven kan een groot deel van alle groene stroom worden opgewekt. Toch gebeurt dat nog nauwelijks. Vanochtend vertelden Theo Föllings (voorzitter SKBN en werkzaam bij OostNL) en Gerlof Rienstra van Rienstra Beleidsonderzoek hierover op BNR Nieuwsradio. Luister hier het gesprek op BNR terug Van alle groene stroom die we in 2030 willen opwekken, kan 14 procent worden behaald door bedrijfsdaken vol te plempen met zonnepanelen. Dat blijkt uit een berekening van Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en onderzoeksbureau Rienstra, ingezien door BNR. Obstakels Op dit moment wordt 12 procent van de capaciteit op bedrijfsdaken benut, zegt onderzoeker Gerlof Rienstra. En hoewel daar de laatste jaren wat groei in is gekomen, ligt er nog veel potentie. Veel distributiehallen zijn maar voor de helft bedekt met zonnepanelen, zegt Rienstra. 'Ontwikkelaars zouden wel meer willen realiseren, maar voor een hogere energielevering aan het net zijn specifieke vergunningen nodig. En die kunnen niet altijd worden afgegeven.' Verder is niet elk dak geschikt voor zonnepanelen, legt Rienstra uit. Tot slot hebben we niet overal de juiste netwerkcapaciteit. 'De groei voor komende jaren ligt op bedrijfsdaken', zegt ook Rolf Heynen, CEO van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research. 'Zo'n 95 procent van de SDE++-project is naar zonnepanelen op daken gegaan, dus ook financieel gezien is het de meest interessante optie.' Qua budget is 60 procent van de zonneprojecten naar de daken dak gegaan en 40 procent naar projecten op de grond.' Theo Föllings, voorzitter van SKBN, roept het volgende kabinet op om meer ruimte te maken voor de infrastructuur van groene energie. 'Vreemd dat ze geen moeite doen juist die infrastructuur op orde te krijgen. Het is een rol van de overheid om dit op te pakken.' En daarbij wordt de potentie van bedrijventerreinen nog over het hoofd gezien, zegt Föllings.

11-06-2021
Nieuws
Aanvalsplan Zon op dak: zoveel mogelijk zonnepanelen op grote daken Zuid-Holland
Aanvalsplan Zon op dak: zoveel mogelijk zonnepanelen op grote daken Zuid-Holland

Hoe kunnen we het voor eigenaren van grote daken makkelijker maken om zonnepanelen te plaatsen? Een relevante vraag waar de provincie Zuid-Holland met het aanvalsplan Zon op Dak antwoord op wil geven. Onderdeel van dit plan is de subsidieregeling ‘Zonnig-Zuid-Holland. Daarmee wil Zuid-Holland bereiken dat er zoveel mogelijk zonnepanelen op Zuid-Hollandse grote daken komen. Gedeputeerde Berend Potjer en wethouder Liesbeth van Tongeren (Den Haag) bijten het spits af. Gedeputeerde Berend Potjer: “Het is zonde dat er nog zoveel daken zijn die we niet gebruiken! Er is een enorme potentie om op daken zonne-energie op te wekken. We hebben in kaart gebracht wat de knelpunten zijn en pakken die aan met een breed plan om zoveel mogelijk grote daken beschikbaar te maken voor het opwekken van zonne-energie.” Veel eigenaren van grote daken willen hun dak wel beschikbaar stellen voor zonne-energie maar hikken aan tegen de investering of de moeite die nodig is om het dak aan te passen of zonnepanelen te plaatsen. Tegelijkertijd zijn energiecoöperaties in Zuid-Holland op zoek naar daken om zonne-energie op te wekken. “We brengen energiecoöperaties en eigenaren van daken bij elkaar”, stelt Potjer. “Met het plan slaan we meer vliegen in één klap: we wekken duurzame energie op, we maken slim gebruik van de beperkte ruimte in onze provincie én het wordt voor meer inwoners mogelijk om zelf zonne-energie op te wekken.” Geen dak, toch zonnepanelen Met de subsidieregeling ondersteunt de provincie eigenaren van grote daken bij de investeringen die nodig zijn om een dak constructief geschikt te maken voor zonnepanelen. Op de daken moeten minimaal 45 (minimaal 15 KWp) zonnepanelen passen. Het subsidiebedrag is afhankelijk van het vermogen aan zonnepanelen dat wordt gerealiseerd. De regeling is ook bedoeld om ervoor te zorgen dat er meer grote daken beschikbaar komen voor energiecoöperaties. Dat zijn samenwerkingsverbanden waar lokale inwoners lid van kunnen worden. Zo kunnen inwoners die zelf geen dak hebben, toch in zonnepanelen investeren en ervan profiteren. Het gaat hierbij om subsidies van €2500,- tot €5000,- voor de dakeigenaar of energiecoöperatie, afhankelijk van het vermogen aan zonnepanelen dat wordt gerealiseerd. Ruimte op het dak benutten Op grote daken in Zuid-Holland kunnen we heel veel duurzame energie opwekken. Denk aan daken van bedrijventerreinen, distributiecentra of sportcomplexen. Niet alle daken zijn meteen geschikt voor zonnepanelen. Soms moet de constructie bijvoorbeeld aangepast worden om de zonnepanelen te kunnen dragen. De extra investering die dan nodig is weerhoudt veel eigenaren van grote daken ervan om zonnepanelen te plaatsen.

19-05-2021
Nieuws
2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen
2,5 miljoen voor minder CO2-uitstoot Noord-Hollandse bedrijventerreinen

De provincie Noord Holland stelt 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen. Gemeenten en ondernemers kunnen de subsidie besteden aan onder andere zonnecollectoren en dakisolatie. De provincie wil er met deze regeling voor zorgen dat de CO2-uitstoot op bedrijventerreinen substantieel afneemt. Gedeputeerde Ilse Zaal: “Ondernemers zijn zich steeds meer bewust van het belang van duurzaamheidsmaatregelen en de economische voordelen ervan. De coronacrisis heeft de aandacht hiervoor naar de achtergrond gedrukt. De provincie wil de verduurzaming op gang houden en bedrijven aansporen én ondersteunen zodat zij toch besparende maatregelen gaan treffen en op een duurzame manier energie gaan opwekken. Door dit te doen valt de nodige winst te behalen als het gaat om CO2-uitstoot op de bedrijventerreinen. De 2,5 miljoen euro komt uit het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds dat de provincie afgelopen jaar in het leven heeft geroepen.”  Gemeenten, parkmanagementorganisaties en samenwerkingsverbanden van tenminste 3 ondernemers kunnen een subsidieaanvraag indienen voor onder andere LED-verlichting, zonnecollectoren, warmte- en koudeopslag (WKO), dakisolatie en HR isolatieglas.  Herstelfonds  De provincie Noord-Holland stelt 100 miljoen euro beschikbaar om de economische en maatschappelijke effecten van de uitbraak van corona te verzachten. Het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds wordt de komende jaren ingezet voor minder CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving, steun aan de culturele en maatschappelijke sector en voor meer en goed geschoold personeel voor de technische sector.  Geschat wordt (Bureau BCI) dat ongeveer 60% van het totale energieverbruik in de economie plaatsvindt op bedrijventerreinen. Verduurzamen door energiebesparende aanpassingen en verduurzaming van de opwek en het gebruik van energie kan daarom een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot opleveren. De provincie zet daarom een deel van het herstelfonds in voor duurzaamheidsmaatregelen op bedrijventerreinen.  Subsidie aanvragen  Meer informatie over de Uitvoeringsregeling subsidie HIRB+ duurzaamheid Noord-Holland 2021 staat vanaf begin april in het subsidieloket op de website van provincie Noord-Holland. Aanvragen van een subsidie kan tot eind december 2021. Verduurzaming is in het economisch beleid van de provincie al een aandachtspunt en subsidiëring daarvan is in huidige regelingen al mogelijk, mits in het kader van een algemene herstructurering van een bedrijventerrein. 

31-03-2021
Nieuws
Meest kansrijke bedrijventerreinen voor energietransitie in Noord-Holland worden in kaart gebracht
Meest kansrijke bedrijventerreinen voor energietransitie in Noord-Holland worden in kaart gebracht

Ontwikkelingsbedrijf NHN en PHB hebben gezamenlijk aan Buck Consultants International (BCI) opdracht gegeven voor een onderzoek naar de potentie van bedrijventerreinen in de energietransitie in Noord-Holland Noord (ca. 100) en de Metropoolregio Amsterdam (ca. 280). Het onderzoek moet de kansen voor de energietransitie op alle 380 bedrijventerreinen in beeld brengen op basis van beschikbare databronnen. Daarnaast worden per deelregio de meest kansrijke bedrijventerreinen in kaart gebracht, inclusief de te nemen maatregelen en in te zetten instrumenten. Deze uitkomst moet ondernemers, gemeenten en andere betrokkenen inzicht geven in de kansen om aan de slag te gaan met de energietransitie op bedrijventerreinen. Op bedrijventerreinen wordt veel energie gebruikt voor processen, gebouwen maar ook voor transport. Waar veel wordt gebruikt kan ook veel worden bespaard. Maar op bedrijventerreinen kan ook veel energie worden opgewekt. Denk aan grote daken voor het plaatsen van zonnepanelen en eventueel ruimte voor windenergie. Ook liggen er mogelijkheden om het energienetwerk te ontlasten. Het huidige systeem van decentrale energieopwekking zal in toenemende mate worden omgevormd naar meer lokale en regionale opwekking. Op bedrijventerreinen is er over het algemeen de fysieke en milieutechnische ruimte om dit te faciliteren in de vorm van energieopslag, transformatorstations etc. Gezien het bovenstaande kunnen bedrijventerreinen een ontwikkeling doorlopen naar belangrijke energiehubs.  Dit moet leiden tot bedrijventerreinen die zelfvoorzienend (al dan niet in interactie met de omgeving), CO2-neutraal en energiepositief zijn, maar minimaal energieneutraal. De potentie om een bijdrage te leveren aan de energietransitie zal per bedrijventerrein sterk verschillen. Deze zal samenhangen met grootte van het terrein, ouderdom van de gebouwen, het type bedrijventerrein, de ruimte op het energienet, de nabijheid van energiestations, warmtebronnen, woningen, enz. Op verschillende bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord en de MRA zijn al grote stappen gezet om energie te besparen, duurzame energie op te wekken, uit te wisselen, op te slaan etc. Deze koplopers dienen als voorbeeld in de regio. Doel van het onderzoek is om op basis van verzamelde gegevens de potentie voor bedrijventerreinen in de energietransitie inzichtelijk te maken zodat voor het bedrijfsleven en gemeenten duidelijk is wat nodig en mogelijk is en gerichte acties kunnen worden genomen. De verzamelde data wordt besproken in sessies die met partijen in de verschillende deelregio’s georganiseerd worden. Dit moet de concrete kansen en acties inzichtelijk maken (handelingsperspectief). Voor ondernemers biedt dit kansen om energie te besparen, verdienmodellen op te zetten en de organisatiegraad op het terrein te verbeteren. Elke gemeente heeft de opdracht en verantwoordelijkheid voor het realiseren van een belangrijk deel van de energietransitie en het reduceren van CO2 (Klimaatakkoord, Regionale Energie Strategieën). Dit betekent impliciet dat het belangrijk en kansrijk is om de potentie van elk bedrijventerrein in relatie tot de energietransitie in beeld te hebben zodat hiervoor een uitvoeringsplan kan worden uitgewerkt. Het rapport zal naar verwachting in april 2021 beschikbaar zijn. PHB (uitgevoerd door SADC) werkt in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de provincie Noord-Holland. PHB is actief op het gebied van de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam. PHB ondersteunt initiatieven van ondernemers, ondernemersverenigingen en gemeenten met kosteloos advies en begeleiding. Doel is bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken door, onder andere, in te zetten op energietransitie. Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (ONHN) ondersteunt ondernemers met innovatieve projecten door de krachten te bundelen. ONHN beschikt over een groot netwerk van partners uit overheid, onderwijs, kennisinstellingen en ondernemers. Het onderzoek wordt uitgevoerd door Paul Bleumink en Margreet Verwaal van Buck Consultants International (BCI). Voor de uitvoering van het onderzoek is een begeleidingsgroep samengesteld die bestaat uit Menno van der Valk namens ORAM (Ondernemend Amsterdam), Edwin Oskam namens de Metropoolregio Amsterdam, Margot Recter namens de provincie Noord-Holland, Joost Kamps namens de regio Alkmaar e.o. (gemeenten), Hans Meijer namens de RES Noord-Holland Noord, Evert van de Broek namens het Economisch Forum HBA en de regio Kop van Noord-Holland, Nico Meester namens het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord en Frans van der Beek namens PHB.

26-01-2021
Nieuws
‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’
‘Nationale aanpak energieneutrale bedrijventerreinen nodig’

Het energiebesparingspotentieel op bedrijventerreinen is enorm. ‘Bedrijventerreinaanpak loont meer dan wijkaanpak’, kopte Stadszaken eind september al. De urgentie is groot, want uit een verkenning van het PBL blijkt dat het klimaatakkoord tot nu toe te weinig oplevert. ‘Tijd voor een nationale aanpak om bedrijventerreinen te verduurzamen’, zegt Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogescholen en juryvoorzitter van de BT Award. Eind vorige week publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) haar Klimaat- en Energieverkenning 2019. De boodschap was weinig optimistisch. Meerdere doelen voor 2020 worden naar verwachting niet gehaald, zoals het door de rechter opgelegde Urgendadoel (25 procent afname van broeikasgasemissies) en twee doelen van het Energieakkoord: het aandeel van 14 procent hernieuwbare energie en 100 petajoule energiebesparing. Een dag voor de publicatie van het PBL stond directeur Bouwen en Energie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK), Ferdi Licher, op het podium tijdens het BT Event op Industriepark Kleefse Waard in Arnhem. Licher was naar Arnhem gekomen om de deelnemers een uitgestoken hand te bieden. Tegelijkertijd trok hij het boetekleed aan: ‘Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat bedrijventerreinen niet worden genoemd in het Klimaatakkoord.’ Ook volgens Cees-Jan Pen is er bij de landelijke overheid te weinig aandacht voor bedrijventerreinen. En dat terwijl een meer landelijk georganiseerde aanpak veel kan opleveren. ‘Lokaal en regionaal wordt te weinig doorgepakt. Er zijn veel ambities en initiatieven, maar de samenhang ontbreekt. Op Rijksniveau is er al infrastructuur en wordt nagedacht over een groot investeringsfonds. Het is hoog tijd dat de Rijksoverheid bedrijventerreinen de aandacht geeft die zij verdienen. Ze moet ook wel om te kunnen leveren wat is afgesproken in het klimaatakkoord.’ Energieverbruik Uit een rondgang door Stadszaken bleek eerder dat het besparingspotentieel op bedrijventerreinen enorm is. Het totale energieverbruik van bedrijventerreinen en werklocaties in Nederland bedraagt in totaal bijna 700 petajoule (PJ). Dat is veel meer dan het energieverbruik van alle Nederlandse huishoudens bij elkaar. Ook zonder de zware industrie blijft er een groot potentieel voor energiebesparing over bij een meer kansrijke doelgroep. TNO heeft becijferd dat verduurzaming van 250 bedrijventerreinen een totale energiebesparing oplevert van 32 PJ. Dat is ruim 5 Mton bespaarde CO2, méér dan het sectordoel van 3,4 Mton voor de gebouwde omgeving uit het klimaatakkoord. De jury van de BT Award, die onder voorzitterschap van Pen werd uitgereikt tijdens het BT Event, deed in een juryrapport een aantal aanbevelingen. Zo wil de zij overheden, ondernemers en investeerders oproepen gezamenlijk te komen tot een investeringsagenda om op bestaande bedrijventerreinen te zorgen voor een vruchtbare bodem en professioneel parkmanagement. ‘Dit heeft te weinig prioriteit en er zijn nauwelijks fondsen voorhanden. De overheid lijkt zich cru gezegd alleen met bedrijventerreinen bezig te houden als hier mogelijk ruimte is om woningen te bouwen. De grote energiepotentie voor de verduurzaming van bedrijventerreinen blijft zo liggen.’ Nationale aanpak Hoe zou een nationale aanpak eruit moeten zien? Pen wijst op de zogeheten wijkaanpak. Ambitieuze bestuurders joegen burgers in sommige gevallen de schrik op het lijf met de mededeling dat hun wijk van het gas af moest. ‘Je ziet daar dat draagvlak heel belangrijk is. Dat geldt ook voor bedrijventerreinen. Daar kunnen we dus lessen uittrekken. Anderzijds geldt op bedrijventerreinen veel meer dan bij huishoudens dat je mag verwachten dat ondernemers mee-investeren in onderhoud, beheer, handhaving, verduurzaming en parkmanagementstructuur. De overheid kan dan als aanjager fungeren. Lokaal en regionaal is de aandacht voor dit onderwerp gering. Net als het Rijk lijken ook die overheden het thema bedrijventerreinen vergeten. Er is behoefte aan een vruchtbare bodem. Die is er nu nog niet.’

04-11-2019
Achtergrond
Het kan wél: bedrijventerreinen energiepositief met collectieve aanpak
Het kan wél: bedrijventerreinen energiepositief met collectieve aanpak

Lessen uit pilots BE+ De stichting Bedrijventerreinen Energiepositief (BE+) wil met een lokale aanpak uiteindelijk 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal te maken. Zo ver is het nog niet, maar de eerste lessen zijn er wel. Pilots laten zien wat nodig is om de energietransitie op bedrijventerreinen echt vorm te geven. Professionalisering en organisatie zijn onmisbaar. Net als ondernemers die hun nek durven uitsteken. BE+ heeft als doel om 250 bedrijventerreinen energiepositief en CO2-neutraal te maken. De aanpak is op alle terreinen in de basis gelijk: samen met lokale partijen kijkt BE+ wat al gedaan is om met collectieve initiatieven tot verduurzaming te komen, welke kansen er nog liggen en welke aanpak daarbij hoort. De stichting voorziet de lokale partijen van de kennis en tools die ze nodig hebben om tot actie over te gaan. De organisatie is in 2017 opgericht door WM3 Energy, TNO, Oost NL en Kortman DGO, nadat het idee was ontstaan binnen de SKBN. Daarna is het een onafhankelijke stichting geworden, met in het bestuur Oost NL en TNO. Inmiddels heeft BE+ samenwerkingen opgezet met Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord, Projectbureau Herstructurering Bedrijventerreinen (PHB) en de Zuid-Hollandse ontwikkelingsmaatschappij Innovation Quarter. In totaal zijn dertig bedrijventerreinen aangesloten. Nog eens vijftien terreinen hebben gebruik gemaakt van de zogenoemde Energie Potentieelscan, een van de tools die BE+ aanbiedt. Kagerweg Een van de deelnemers aan BE+ is de Kagerweg, een gemengd terrein met 120 ondernemers, pal aan de A9 in Beverwijk. Verduurzaming heeft hier al een aantal jaren geleden postgevat. In 2011 startten vier ondernemers op het terrein met het concept Greenbiz IJmond, met het doel om gezamenlijk de Kagerweg te verduurzamen. Zij werken sindsdien samen met de Omgevingsdienst IJmond, die onder meer adviseert en ondersteunt met communicatie en subsidietrajecten. Om energieneutraal te worden, heeft het terrein flinke ambities geformuleerd op het gebied van energiebesparing en duurzame opwek. ‘We zetten hoog in’, zegt voorzitter Jan Boudesteijn van Greenbiz IJmond. ‘Niet alleen omdat de energietransitie ons allemaal aangaat, maar ook omdat we ons terrein mooier en schoner wilden maken.’ Eerste stap voor Greenbiz was het laaghangend fruit: een goede afvalinzameling, centrale inkoop van ledverlichting en zonnepanelen, laadpalen. ‘De homogeniteit op het terrein is daardoor ontzettend verhoogd.’ In 2017 werd Greenbiz benaderd door BE+, om mee te werken aan de energiepotentieelscan. ‘Individuele bedrijven kregen daarmee de informatie in handen die ze nodig hadden om verdergaande investeringsbeslissingen te nemen’, zegt hij. 35 bedrijven die samen meer dan 70 procent van het energieverbruik aan de Kagerweg voor hun rekening nemen, doen al mee. Bij al deze bedrijven zijn een groot aantal maatregelen uitgevoerd. De Energie Potentieelscan (EPS) De Energie Potentieelscan (EPS) is bedoeld om vooraf zo specifiek mogelijk een inschatting te maken van relevante energiemaatregelen, welke investeringen nodig zijn en wat ze opleveren. Het gaat hierbij om de gebouwgebonden energiemaatregelen zonnepanelen, led, warmtepompen, isolatie en warmteterugwinning op de ventilatie. De scan levert een overzicht op per pand, maar ook gesommeerde informatie voor het gehele terrein. Naast de hoeveelheid bespaarde en duurzaam opgewekte energie, wordt informatie gegeven over CO2-besparing, geschatte investeringen en opbrengsten per jaar. De EPS is inmiddels toegepast op 45 bedrijventerreinen, waar de resultaten worden gebruikt door de ondernemersvereniging bij het verkrijgen van voldoende deelname aan de collectieve verduurzaming van de bedrijfslocaties. De EPS zou in potentie ook kunnen voorzien in de behoefte aan een goede monitoring van de resultaten van BE+ per bedrijventerrein en voor BE+ als geheel. Wat op veel bedrijventerreinen lastig blijkt, lukt aan de Kagerweg wel: ondernemers worden enthousiast door de aanpak en willen graag meedoen met een collectieve verduurzaming. ‘Dat is voor een belangrijk deel te danken aan de Omgevingsdienst IJmond’, stelt Boudesteijn. ‘De OD ziet het belang van het faciliteren van eigen initiatief in plaats het afdwingen door handhaving. De mensen van de OD hebben veel tijd en energie gestoken in het benaderen en betrekken van de ondernemers op het terrein.’ ‘Het verduurzamingstraject is voor ons serious business’ Fulltime parkmanagement Greenbiz is een vereniging met daaraan gekoppeld verschillende Bv’s. De ondernemersvereniging is daarmee bijna een bedrijf geworden. Boudesteijn zelf was voorheen ondernemer op het terrein, met een eigen transport- en verhuisbedrijf. Tegenwoordig is hij fulltime bezig met Greenbiz. ‘Het verduurzamingstraject is voor ons serious business.’ Het is een aanpak waar versnipperde bedrijventerreinen veel van kunnen leren, stelt mede-oprichter van BE+ Guus Mulder, die namens TNO ook lid is van de projectgroep. ‘Bedrijventerreinen die vooroplopen hebben gemeen dat ze een hoge mate van organisatie kennen. Goed parkmanagement of een serieuze ondernemersvereniging zijn cruciaal om het draagvlak op het terrein te borgen. Al is het maar om te voorkomen dat ondernemers afgestompt raken door de vele telefoontjes van energiebedrijven die ze elke dag krijgen. Als een ondernemersvereniging helderheid schept in die wirwar van aanbieders, het voortouw neemt en ontzorgt, geeft dat vertrouwen.’ Commercieel denken Naast de broodnodige professionaliseringsslag kunnen verenigingen ook commercieel gaan denken en zelf diensten aanbieden, zegt Mulder. ‘Collectieve energie-inkoop, het ontwikkelen van duurzame energieopwekking en individuele verduurzamingsmaatregelen voor bedrijven wil je in één hand brengen om slimme koppelingen te maken. Waarom zouden alle bedrijven die stroom opwekken die terugleveren aan het net, als ze ook energie aan elkaar kunnen verkopen?’ Die constatering leidde in Beverwijk tot een intensivering van de samenwerking van deelnemende bedrijven. De ondernemers achter Greenbiz IJmond richtten met steun vanuit het Europese programma Interreg 2 Zeeën en de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland het handelsplatform Greenbiz Energy op. Boudesteijn: ‘Er zullen altijd plussen en minnen zijn wanneer je bedrijven energiepositief probeert te maken. Er zijn ondernemers met een hoog energieverbruik maar weinig dakoppervlak en vice versa. Dat levert tekorten en overschotten op, die je wilt uitwisselen. Op deze lokale energiemarkt komen vraag en aanbod bij elkaar, maar het levert ook een financieel voordeel op: de marges die bij het terugleveren aan het net normaalgesproken terugvloeien naar de energiebedrijven, blijven nu binnen Greenbiz Energy.’ Subsidieaanvraag Behalve de Kagerweg kunnen ook ondernemers op bedrijventerreinen in Velserbroek, IJmuiden, Heemskerk en Uitgeest aan Greenbiz Energy deelnemen. Begin dit jaar wist Greenbiz IJmond ruim twintig ondernemers uit Beverwijk, Velsen en Uitgeest met bedrijfsdaken van 2000 vierkante meter of meer te motiveren een SDE+ subsidie voor zonnepanelen aan te vragen. Het resultaat is een subsidieaanvraag voor in totaal 100.000 vierkante meter aan bedrijfsdak, goed voor 10 megawatt aan geïnstalleerd vermogen. Deelnemers aan Greenbiz Energy kunnen via het handelsplatform hun energieverbruik monitoren. Ook krijgen ze inzicht in alle transacties en marktinformatie. Juist dat inzicht in verbruiksgegevens is een cruciale succesfactor voor het effectief uitstippelen van een strategie en duidelijke communicatie naar de bedrijven op het terrein, vertelt Mulder. ‘Met goede data kun je ondernemers een concreet verhaal voorleggen. We werken nu op veel bedrijventerreinen met inschattingen, maar om vraag en aanbod bij elkaar te brengen is heel nauwkeurige informatie nodig. Veel ondernemers hebben een slimme meter die het verbruik per kwartier of zelfs per seconde inzichtelijk kan maken. Het beschikbaar stellen van die data is nodig om uitwisseling van duurzame stroom in een smart grid mogelijk te maken.’ ‘Een oplossing vanuit de netbeheerder is soms jaren weg’ Knelpunten Behalve financiële voordelen ziet Mulder nog een andere impuls om in te zetten op de ontwikkeling van smart grids en lokale handelsplatformen. ‘Het blijkt dat ondernemers er hier en daar nu al tegenaanlopen dat ze hun aansluiting willen uitbreiden, bijvoorbeeld om zonnepanelen aan te sluiten, maar dat de netbeheerder dit niet toestaat. Dit komt door knelpunten in het elektriciteitsnet, soms op laagspanningsniveau (lokaal), soms op middenspanning (regionaal). Een oplossing vanuit de netbeheerder is soms jaren weg.’ ‘Een ondernemersvereniging die professioneel genoeg is kan zelf een ESCo opzetten’ Ondernemersverenigingen die zich sterk ontwikkelen, kunnen uiteindelijk de weg vrijmaken voor de inzet van eigen ESCo’s op bedrijventerreinen, verwacht Mulder. Een ESCo (energy service company) is een bedrijf dat het energiebeheer van een pand voor langere tijd overneemt. In een prestatiecontract wordt dan afgesproken dat de ESCo verantwoordelijk is voor energiebesparende maatregelen en het onderhoud. Ondernemers hebben als voordeel dat ze geen grote upfront-investeringen in verduurzaming hoeven te doen en toch de beschikking krijgen over een efficiënt energiesysteem. ESCo’s lijken daarmee een belangrijke schakel in het duurzaam maken van bedrijventerreinen. ‘Toch ontbreekt vaak de kennis en zijn er maar heel weinig bedrijven die er ervaring mee hebben. Financiers zijn daarom huiverig om mee te werken. In mijn ogen is dat onterecht: een ondernemersvereniging die professioneel genoeg is kan zelf een ESCo opzetten.’ Wat heeft BE+ geleerd van de pilots? In 2018 deed BE+ een evaluatie. Daaruit kwamen de volgende leerpunten naar voren: Een goede organisatie op bedrijventerreinen is een belangrijke voorwaarde voor succes; 70 procent draagvlak voorafgaand aan de start is niet realistisch, het is aan te bevelen om ook te starten bij minder deelnemende bedrijven; De beschikbaarheid van procesgeld is erg belangrijk om de eerste stappen te kunnen doorlopen; De verschillende scans zijn nog erg verschillend qua aanpak en kosten; Energiepositief en CO2-neutraal gefaseerd realiseren is een einddoel, geen voorwaarde vooraf; Een collectieve aanpak is een eis, maar collectieve maatregelen als een warmtenet, windmolens of biomassacentrale zijn dat niet; Een transparante en onafhankelijke organisatie is van belang; Kennis van en ervaring met ESCo’s ontbreekt op bedrijventerreinen.    Dit artikel kom uit vakblad BT dat wordt uitgegeven door Elba\Rec.

31-07-2019
Aanmelden nieuwsbrief