Bent u bezig met de circulaire gebiedsontwikkeling op bedrijventerreinen? Wilt u graag stappen maken binnen uw gebied of werklocatie? Laat het ons weten via onze programmamanager Mieke Naus 


SKBN was facilitator en communicatiepartner van het praktijkprogramma Circulaire Werklocaties. In de periode 2019-2021 is door 12 koplopers geïnvesteerd in het organiseren van projectvisits, productontwikkeling, inzet van experts en het organiseren van een community of practice. De eindresultaten van het praktijkprogramma zijn in juni 2021 opgeleverd en omvatten: een handreiking circulaire gronduitgifte, een transitieagenda met doelen en urgenties van bedrijventerreinen, een essay met communicatieaspecten van circulaire bedrijventerreinen en best practices.

Deze eindproducten zijn opgenomen in de kennisbank van SKBN.

Event
Circulaire Bedrijventerrein Safari - Proeven aan de circulaire economie
Circulaire Bedrijventerrein Safari - Proeven aan de circulaire economie

De circulaire transitie komt op gang. Op verschillende plekken ontstaat circulaire bedrijvigheid en krijgt het toekomstbeeld van de circulaire economie vorm en ontstaan er voorbeelden van circulaire hubs in de regio. De circulaire economie kent verschillende verschijningsvormen, kleinschalig – grootschalig, lokaal en bedrijventerrein gericht en (boven)regionaal gericht. Van knuffelbaar en inspirerend tot rauw en grote bergen rotzooi. Ontdek de smaken van de circulaire economie tijdens de Circulaire Bedrijventerrein Safari op dinsdag 19 november 2024. Datum: dinsdag 19 november 2024| Tijd: 10.00 - 16.00 uur  Locatie: Ochtendprogramma op IPKW in Arnhem, middagprogramma in Apeldoorn. Deelname aan een deel van het programma is mogelijk. Kosten: Deelname is gratis Aanmelden via https://kennislab.typeform.com/to/b1TVtmyk   Programma (wijzigingen onder voorbehoud) 09.30 uur - Inloop op IPKW, Arnhem 10.00-11.00 uur - Welkom en introductie, door Frank de Feijter (HAN) & Cees-Jan Pen (Fontys) Circulair ondernemerschap is geen vanzelfsprekendheid. Wat zijn de do’s en don’t voor de circulaire koplopers in de regio? Hoe kunnen we faciliteren dat pilots doorgroeien naar echte volgroeide business cases? Wat vraagt dit voor organisatiebetrokkenheid in de keten en de regio? Welke rol kan de publieke professioneel of private aanjager spelen als lijm op het bedrijventerrein? De ruimtelijke kant van de circulaire economie is een onderbelicht thema. Hoe ziet het circulaire hub-landschap er in de toekomst uit? Hoe kunnen we in gebiedsontwikkeling en economisch beleid aansluiten op de circulaire economie?  11.15-12.00 uur - Bedrijfsbezoek bij Tyromer (maakt van oude autobanden nieuw rubber) Tyromer is een innovator in Nederland. De techniek is deels samen met Canadese partner ontwikkeld en in de rubberrecycling in Nederland en Europa is Tyromer een ster aan het firmament. Toch gaat het allemaal niet vanzelf en zijn veel uitdagingen overwonnen, maar soms zit de organisatie er nog middenin…  12.00-12.45 uur - Lunch op IPKW 13.00-13.45 uur - Vertrek bus naar Apeldoorn 13.45-14.15 uur - Bedrijfsbezoek bij Hoogeboom (circulair afvalverwerkingsbedrijf)  Hoogeboom is een professionele en praktischer realiserende doener in de circulaire transitie. Er wordt zoveel gepraat over de circulaire transitie, maar zij geven het ‘handen en voeten’. Circulair ondernemerschap, pionieren en dat allemaal met een mooie nuchtere Apeldoornse instelling. Een circulaire parel in de regio, maar zonder wrijving geen glans. Het is allemaal niet vanzelf gegaan en er staat ons als maatschappij nog veel te wachten om de circulaire transitie waar te maken. 14.15-14.30 uur - Bus naar Bedrijventerrein Ecofactorij Apeldoorn  14.30-16.00 uur - Bedrijfsbezoek Bedrijventerrein Ecofactorij Apeldoorn  Bedrijventerrein Ecofactorij heeft al 20 jaar haar eigen GDS en ontwikkelt haar elektriciteitsnet steeds verder zodat het slim om kan gaan met vraag en aanbod. In 2023 is in samenwerking met VDL, Saxion, Universiteit Twente en Scholt Energy een MOOI onderzoeksproject gestart gesubsidieerd door Rijksdienst voor Ondernemend Nederland om het netwerk van Ecofactorij uit te breiden met industriële batterijen en een voorspellend (Machine Learning), zelflerend (AI) en regulerend schaalbaar semi-autonoom netwerk op te zetten. 16.00-16.30 uur - Borrel bij Ecofactorij Apeldoorn  16.30-17.30 uur - Terug op IPKW en einde programma   KLIK HIER OM JE AAN TE MELDEN Deze safari wordt georganiseerd in het kader van het onderzoek Samen Beter van de HAN en Fontys Hogescholen. Dit onderzoek is medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Kijk hier voor meer informatie over dit onderzoek.

19-11-2024
Event
Samenwerken aan Circulaire Bedrijventerreinen in Zuid-Holland
Samenwerken aan Circulaire Bedrijventerreinen in Zuid-Holland

De provincie Zuid-Holland en SKBN nodigen je graag uit voor een feestelijke bijeenkomst op maandagmiddag 10 juni bij het provinciehuis in Den Haag. De reden? Een blijvende samenwerking creëren om kansen te benutten én belemmeringen weg te nemen voor circulaire praktijkcases op (Zuid-Hollandse ) bedrijventerreinen. Ook wordt de online inspiratie- en kennisbank gelanceerd met allerlei beschikbare handvatten en voorbeelden over circulariteit op bedrijventerreinen! In eerder georganiseerde evenementen van de provincie Zuid-Holland en SKBN kwam al naar voren dat er behoefte is aan inspirerende praktijkvoorbeelden, verdiepende kennisdeling en blijvende netwerkvorming. Want hoe behouden we fysieke ruimte voor circulaire activiteiten op bedrijventerreinen? Wat is er qua wetgeving mogelijk om ‘afval’ weer als grondstof in te zetten? En welke verdienmodellen zijn er om kringlopen te sluiten rondom materialen? Wat staat er op het programma? >> In gesprek met Meindert Stolk (gedeputeerde Economie en Innovatie, provincie Zuid-Holland), Mieke Naus (programmamanager SKBN) en Jaap Langhout (ambassadeur circulaire bedrijventerreinen) over kansen, belemmeringen en samenwerking circulaire bedrijventerreinen >> Ga op speeddate en laat je inspireren door de inspiratie- en kennisbank met diverse voorbeelden en handvatten: - beschikbare juridische instrumenten circulaire bedrijventerreinen - praktijkvoorbeeld Dutch Fresh Port: verwaarden groente en fruit - concrete manieren om ruimte te scheppen voor circulaire (maak)bedrijven - praktijkvoorbeeld Helmond grondstoffenrotonde - resultaten circulair.biz: kansrijke Zuid-Hollandse grondstofstromen - praktijkvoorbeeld Friesland routekaarten >> Creëer met ons een gezamenlijke ambitie en geef jouw input voor een te vormen Community of Practice om blijvend kennis en ervaringen te delen >> Netwerk met ervaringsdeskundigen, experts, gemeenten, parkmanagers en provincie om elkaar beter te leren kennen Praktische informatie De bijeenkomst is op maandagmiddag 10 juni. Inloop vanaf 12.15 uur met lunch, 13.00 uur start programma, 16.00 uur borrel en netwerken, 17.00 uur einde programma. Graag voor 3 juni aanmelden via dit formulier.   De bijeenkomst vindt plaats bij het provinciehuis van Zuid-Holland en bevindt zich aan het Zuid-Hollandplein 1 in Den Haag. Je kunt je aanmelden bij de receptie van het hoofdgebouw van het provinciehuis. MELD JE AAN

10-06-2024
Event
SKBN Kenniswebinar - Ruimtelijke strategie voor circulaire economie
SKBN Kenniswebinar - Ruimtelijke strategie voor circulaire economie

Voor verschillende regio's deed Ecorys in samenwerking met partners onderzoek naar de ruimtelijke impact van de circulaire economie, en welke strategie daarop te voeren is. Vorig jaar deden ze dit voor Provincie Zuid-Holland (i.s.m. BVR) en het Noordzeekanaalgebied in Noord-Holland (i.s.m. Metabolic). Dit jaar keken ze samen met BVR naar de Groene Metropoolregio en in de Provincie Noord-Holland wordt samen met BRO het onderzoek nu voortgezet. Bekijk hier de eerste conclusies Luc Heestermans, senior consultant bij Ecorys, deelde op woensdag 15 mei de lessen die ze uit deze onderzoeken hebben getrokken en op welke manier je als regio aan de slag kunt om ruimtelijk voor te sorteren op de circulaire economie.  Vier lessen uit het webinar: 1. De vraag is ‘wat voor regio wil je zijn?’ Provincies zijn in de lead om regioprofielen te maken. We moeten per regio kijken welke logische ketens er te vormen zijn. En welke boven-regionale samenwerking kan worden opgezet. Kijk daarbij ook over de grens. 2. Rondom een keten kun je een ecosysteem opzetten van overheid, bedrijfsleven, kennisinstituten/onderwijs, etc. Overheid moet daarin niet sturen maar de ketensamenwerking faciliteren, de partijen om tafel zetten. Goede voorbeelden: IPKW en Rotterdam Makers District. 3. Er is ruimte nodig voor circulaire activiteiten, maar niet alle circulaire activiteiten hebben een HMC-locatie nodig. We moeten beter benutten wat er is, met het juiste bedrijf op de juiste plek. Daarvoor is schuifruimte nodig. Dat is niet eenvoudig, maar ook niet onmogelijk. Als je in gesprek gaat met bedrijven dan is vaak het bedrijf zelf de initiatiefnemer om een andere – lees betere – plek te zoeken. Er moet een win-win zijn voor alle partijen. 4. Denk groots maar maak het ook praktisch: - Neem de ambitie voor een circulaire economie op in je omgevingsvisie en stel doelen. - Stel een leidraad op voor duurzame bedrijventerreinen zodat je elk nieuw project daaraan kunt toetsen. - En tot slot maak afspraken met je terreinen over circulariteit bijvoorbeeld binnen een BIZ.   Bekijk hier de presentatie van Ecorys. Kijk hier het webinar terug:  

15-05-2024
Event
Masterclass: Hoe creëer je ruimte voor een circulaire toekomst van bedrijventerreinen?
Masterclass: Hoe creëer je ruimte voor een circulaire toekomst van bedrijventerreinen?

Lees heir het verslag van deze masterclass.   Circulaire transitie moet hoger op de agenda van het omgevingsbeleid komen. Dit is nodig om in de komende decennia te kunnen voldoen aan de ruimtevraag van circulaire bedrijven. Er is extra (milieu)ruimte nodig voor het ruimtelijke faciliteren van de circulaire transitie, terwijl de teneur eerder is gericht op minder milieuruimte en functiemenging. Recent waarschuwde VNO-Midden er al voor dat de milieuruimte van tientallen bedrijventerreinen in Oost-Nederland onder grote druk staat. Meer en meer dreigt de ontluikende circulaire economie vast te lopen door ruimtegebrek en onomkeerbare keuzes. Tegelijkertijd vraagt de grote ruimtedruk ook om innovatieve oplossingen en doorbraken in het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. Masterclass Tijdens de masterclass bespreekt Emil Evenhuis (PBL) de hoofdlijnen, aanpak en eventuele vervolgstappen naar aanleiding van het PBL-onderzoek Ruimte voor circulaire economie (informatie over het onderzoek). Vanuit het onderzoeksproject Samen Beter lichten Cees-Jan Pen (Fontys) en Juriën Poulussen (Stec Groep) toe wat er lokaal en regionaal al bekend is over de ruimtelijke effecten van circulaire transitie en tot welke knelpunten dit leidt. Stec investeert al geruime tijd in kennisontwikkeling en -deling met betrekking tot de ruimtelijke effecten van de circulaire transitie.  Casussen We willen graag casussen ophalen die we vanuit onderzoeksproject Samen Beter willen onderzoeken omtrent het onderwerp "Hoe creëer je ruimte voor een circulaire toekomst van bedrijventerreinen?". Via het inschrijfformulier kun je een casus inbrengen, denk hierbij aan: lokale worstelingen, doorbraken, voorbeelden, succesverhalen, etc. Programma 10:30 – 12:15 Masterclass Hoe creëer je ruimte voor een circulaire toekomst van bedrijventerreinen? 12:15 – 13:00 Lunch en afsluiting Datum: 25 januari 2024 Waar: Stec Groep - Willemsplein 5, 6811 KA Arnhem Deelname is kostenloos   Samen Beter is een gezamenlijk initiatief van het lectoraat De Ondernemende Regio van Fontys Hogeschool en het Centrum Meervoudige Waardecreatie van de HAN University of Applied Sciences in samenwerking met een groot aantal Nederlandse gemeenten. Dit onderzoek wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA.

25-01-2024
Event
Digitale masterclasses: Circulaire economie op bedrijventerreinen
Digitale masterclasses: Circulaire economie op bedrijventerreinen

Voor een succesvolle transitie naar circulaire bedrijventerreinen is betrokkenheid en kennis van zaken essentieel. Als koploper in de circulaire transitie organiseerde Provincie Zuid-Holland in samenwerking met SKBN, Green Change en Omgevingsdienst Midden-Holland in januari twee webinars over de circulaire kansen op bedrijventerreinen. De webinars hebben een bron aan praktische kennis opgeleverd waarmee parkmanagers, ambtenaren, pioniers en voorlopers uit het bedrijfsleven meteen mee aan de slag kunnen.  In de loop van 2024 worden verschillende verdiepingsmasterclasses georganiseerd. Verslag masterclass 1: Circulaire Bedrijventerreinen voor gemeenten Verslag masterclass 2: Circulaire Bedrijventerreinen voor parkmanagers Waar hebben we het over? Het PBL en de Rijksoverheid concluderen dat er door de transitie naar een circulaire economie groeiende behoefte is aan bedrijventerreinen, met name terreinen met hoge milieu categorieën of watergebonden. In Zuid-Holland zijn er 618 bedrijventerreinen (waarvan 23% georganiseerd zijn) die ‘vechten’ voor behoud van ruimte. Op deze terreinen wordt ruim 30% van het bruto regionaal product gerealiseerd en deze zijn goed voor ruim een kwart van de werkgelegenheid. Bedrijventerreinen zijn met 60% van het Nederlands grondstoffengebruik dé geografische hotspot om grondstoffen en materialen die nu als ‘afval’ wegvloeien, economisch en ecologisch te benutten.   Met vriendelijke groet, Pascal van Dam (provincie Zuid-Holland) Leontien Cenin (provincie Zuid-Holland) Annette Kabel (provincie Zuid-Holland) Mieke Naus (Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland) Laura van de Kar (Omgevingsdienst Midden-Holland) Thirza Monster (Green Change) Astrid Meier (Green Change)  

23-01-2024
Event
Circulaire Bedrijventerrein Safari - Helmond en Eindhoven
Circulaire Bedrijventerrein Safari - Helmond en Eindhoven

Op dinsdagochtend 28 november gaan we op een Circulaire Bedrijventerrein Safari naar twee werklocaties in Noord-Brabant waar concrete stappen naar een circulaire economie worden gezet. Vanuit Eindhoven rijden we naar onze eerste stop in Helmond, bedrijventerrein Hoogeind. Daar leren we alles over de grondstoffenrotonde. Bedrijven bundelen hier hun gescheiden afval en verwerken het vervolgens circulair tot nieuwe grondstoffen. Daarna rijden we naar De Hurk in Eindhoven. We gaan in gesprek met zowel ondernemers als de gemeente over concrete projecten als een warmterotonde, smart synergy, afvalinzameling en werken met zonnestroom en natuurlijk dilemma's die spelen rond het energienet. Schijf je in en ga mee op deze Circulaire Bedrijventerrein Safari! Programma 8.30 uur Verzamelen bij Fontys Rachelsmolen 9.00 uur Vertrek bus vanaf Fontys Rachelsmolen, Eindhoven Introductie van Cees-Jan Pen 9.25 uur Aankomt bij De Hoogeind in Helmond, introductie 9.30 uur Welkom door Gemeente Helmond: Peter Blasic 9.45 uur Grondstoffenhub Helmond - Hoe kan het business model voor zo’n rotonde eruit zien? Actoren? Rol/competenties publieke professional? Succes- en faalfactoren? Door: Mattijs Bouwmans, Projectmanager Circulaire Economie bij Indusym van Indusym 10.15 uur We rijden via locaties op Hoogeind naar Plan-B, onder begeleiding van Matthijs Bouwmans. 10.30 uur Verder naar bedrijventerrein De Hurk in Eindhoven 11.00 uur Inleiding door Gemeente Eindhoven - Aanpak op de Hurk - wat zijn de plannen Door: Ilse ter Horst, Adviseur Duurzame Industrie en Bedrijfsleven, Gemeente Eindhoven 11.15 uur Circulariteitscans (kwantitatieve analyse + engagement bedrijven) op De Hurk. Pilot collectieve inzamelronden voor E-Waste en pallets. Samenwerking met de recent gevormde organisatiegraad van de BIZ, dat geeft weer andere inzichten en dynamieken. Door: Mattijs Bouwmans, Projectmanager Circulaire Economie bij Indusym 11.35 uur Brabant Onderneemt Circulair toegelicht. Wat is BOC? Het doel van BOC, etc Door: Annelot Manshanden, Projectcoördinator Circulair & Energie bij VNO-NCW Midden. 11.50 uur Lunch 12.20 uur Bus terug via hotspots op De Hurk naar Fontys Rachelsmolen. Onder begeleiding van: Peter Vloet, Gemeente Eindhoven   12.50 uur Einde bijeenkomst bij Fontys Rachelsmolen.   Facts & Figures Wanneer: Dinsdag 28 november  Tijd: 9.00 tot 13.00 uur Vertrekplaats: Fontys Rachelsmolen in Eindhoven Deelname: Deze safari is gratis voor partners van het onderzoek Samen Beter, leden van de SKBN en leden van Brabant Onderneemt Circulair.   MELD JE NU AAN    Deze safari wordt georganiseerd in het kader van het onderzoek Samen Beter van de HAN en Fontys Hogescholen. Dit onderzoek is medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Kijk hier voor meer informatie over dit onderzoek. Fotocredit: Fred Tigelaar  

28-11-2023
Nieuws
Lage Weide 'logische locatie' voor circulaire ambitie, ondanks beperkte ruimte
Lage Weide 'logische locatie' voor circulaire ambitie, ondanks beperkte ruimte

De Theo Pouw Groep is in Nederland koploper in de verwerking van afvalstoffen tot secundaire bouwstoffen. Om die activiteiten verder uit te bouwen en te innoveren, heeft het familiebedrijf op bedrijventerrein Lage Weide in Utrecht de ruimte nodig, wat uitdagingen met zich meebrengt. ‘De maatschappij vraagt om circulariteit. Wij willen een bijdrage leveren, maar we moeten wel de ruimte krijgen.’ De Theo Pouw Groep (verder TPG) is sinds de oprichting in 1981 door eigenaar Theo Pouw gevestigd op bedrijventerrein Lage Weide en wil daar ook blijven, ondanks de beperkte ruimte en de uitdagingen van de omgeving. Dat zegt TPG-manager Erik Vogelzang in gesprek met BT.  Dit artikel verscheen eerder in het oktobernummer van vakblad BT.  ‘Dit gebied is een logische locatie voor onze duurzaamheidsambities. De centrale ligging zorgt er bovendien voor dat de verduurzamingsagenda van de regio Utrecht wordt versneld. Toch moeten we als bedrijf rekening houden met de mogelijke overlast die onze industriële activiteiten in een stedelijk gebied als Lage Weide kunnen veroorzaken.’ Circulaire expeditie naar de Theo Pouw Groep  Deelnemers aan het BT-event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht kunnen onder begeleiding van Theo Pouw Groep-mamanger Erik Vogelzang en Roeland Tameling (directeur Parkmanagement Lage Weide) op circulaire expeditie naar het terrein van Theo Pouw Groep op Lage Weide.  Uitgangspunt van de TPG is dat minerale bouwstoffen zoals zand, grind, beton, asfalt en bakstenen oneindig herbruikbaar zijn. Dit heeft ervoor gezorgd dat het familiebedrijf is uitgegroeid tot een van de koplopers in het grootschalig produceren van secundaire bouwstoffen.  Jaarlijks verwerkt de TPG , naar eigen zeggen, meer dan drie miljoen ton aan materiaal, afkomstig van oude infrastructuur zoals wegen en bedrijventerreinen, tot hoogwaardige grondstoffen die opnieuw kunnen worden ingezet in de bouw.  Het proces begint vaak op locaties waar oude infrastructuur plaats moet maken voor nieuwe ontwikkelingen. Het vrijkomende puin en asfalt wordt door de TPG duurzaam getransporteerd, gereinigd en geschikt gemaakt voor hergebruik.  Verspreid over twaalf locaties in Nederland, veelal met toegang tot zowel weg- als waterwegen, zet het bedrijf in op het meest duurzame transport, bij voorkeur elektrisch.  Tussen circulaire ambitie en overlast  Volgens Vogelzang is overlast een signaal vanuit zowel het publieke domein, de overheid—lokaal, provinciaal en landelijk—als de omgeving. ‘Wij als bedrijf negeren dat niet. We gaan in gesprek met alle betrokkenen. Zo is de asfaltcentrale die we nu op ons terrein gaan bouwen mede tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving. Dat is belangrijk, want de omgeving beschouwt een asfaltcentrale in beginsel toch als een zorg.’  Vogelzang refereert ook aan een windturbine die het bedrijf wil neerzetten met als doel haar diensten verder te vergroenen door te elektrificeren. ‘Een vergunning hiervoor krijgen is echter een groot vraagteken; we zitten tenslotte in een binnenstedelijk gebied. We zijn hierover in gesprek gegaan, maar we merken dat er veel weerstand bestaat.’  Creatieve oplossingen  Als alternatief overweegt de TPG bijvoorbeeld om het 25 hectare grote terrein deels te voorzien van een dakconstructie met daarop zonnecollectoren. ‘Waar kun je in een binnenstedelijk gebied op zoveel hectare nog zonnecollectoren plaatsen? Die locaties zijn er niet veel, en dan ook nog op een plek die niet als brandgevaarlijk is aangemerkt.’  Vogelzang: ‘Hier ligt onze historie en we prijzen ons gelukkig dat we kunnen ondernemen. Dat is vrij uniek in een binnenstedelijk gebied, maar zelfs daarin blijft ruimte altijd een punt van aandacht. We zoeken naar steeds meer creatieve oplossingen door bijvoorbeeld compacter of in de hoogte te bouwen. Voorwaarde is wel dat het veilig blijft.’  Vogelzang waagt zich niet aan een voorspelling hoeveel ruimte de TPG uiteindelijk nodig zal hebben om alle wensen te vervullen, nu en in de toekomst, met betrekking tot circulariteit en verduurzaming. ‘Natuurlijk willen we zoveel mogelijk ruimte hebben voor de ontwikkeling van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie.' 'Voor ons is de uitdaging: hoe gaan we ervoor zorgen dat we in gezamenlijkheid met alle actoren zo efficiënt en duurzaam mogelijk met onze beschikbare oppervlakte omgaan? De maatschappij vraagt er tenslotte om en wij willen graag onze bijdrage leveren.’ TPG levert niet alleen bouwstoffen aan publieke en private partijen, zoals Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten, maar gebruikt de gerecyclede materialen ook voor de productie van beton en asfalt in eigen beheer. Deze producten hebben een lage milieukostenindicator (MKI), wat resulteert in een lage carbon footprint—steeds belangrijker voor klanten die hun eigen duurzaamheidsdoelen willen halen, aldus Vogelzang in BT. Hoogwaardige vervanger van grind en zand  Op de locaties van de Theo Pouw Groep worden afvalstoffen geaccepteerd en verwerkt in installaties die de stroom zuiveren door middel van scheiden, breken, zeven, extractie en thermische desorptie. De vrijgekomen grondstoffen worden gekeurd en hergebruikt als vervanger van bijvoorbeeld zand en grind. Dit draagt bij aan het behoud van ecosystemen, vermindert milieuschade door grondstofwinning, bespaart energie en verlaagt de uitstoot van broeikasgassen. Lees het artikel ook terug op Stadszaken.nl. Beeld: Theo Pouw Groep

30-10-2024
Nieuws
‘Circulaire hubs’ als leidraad voor strategisch locatiebeleid
‘Circulaire hubs’ als leidraad voor strategisch locatiebeleid

Om de circulaire transitie ruimtelijk mogelijk te maken, is het nodig dat er ruimte is voor verschillende circulaire hubs op vijf soorten strategische locaties: multimodaal bereikbare HMC (Hoge Milieu Categorie)-terreinen, watergebonden bedrijventerreinen, industriële clusters, bedrijventerreinen aan de rand van steden, en locaties nabij ov-punten en winkelcentra. Met alle andere ruimteclaims die spelen, moeten overheden daar nu op voorsorteren. Dit kan niet alleen aan gemeenten en provincies worden overgelaten. Daarvoor pleiten onderzoekers in de oktober-editie van ROmagazine.  In het artikel werken de auteurs de hubs op de vijf typen strategische locaties verder uit en geven aan wat gemeenten en provincies nu al doen om de circulaire economie ruimtelijk in te passen op deze locaties:  1 Bouw-, recycling- en revisiehubs op multimodaal ontsloten locaties met een hoge milieucategorie 2 Bulkhubs op watergebonden bedrijventerreinen met milieuruimte 3 Grondstoffenhubs met het oog op industriële clusters en ketens 4 Stadshubs op bedrijventerreinen aan stadsranden 5 Buurthubs bij locaties rond ov-punten, winkelcentra en in woonwijken “Om de circulaire transitie te laten slagen, is het van belang dat overheden op alle schaalniveaus werken aan het scheppen van de juiste ruimtelijke randvoorwaarden voor circulaire bedrijven en hubs. (…) Belangrijk op te merken dat de verschillende typen hubs op de vijf locaties allemaal nodig zijn om tot een circulaire economie te komen. Een keuze om sommige circulaire hubs wel te faciliteren op bepaalde locaties, maar andere niet, zal ertoe leiden dat de transitie niet goed lukt.” Dat stellen de auteurs in het artikel.  Klik hier om het volledige artikel te lezen in ROmagazine. Auteurs:  Trudy Rood en Emil Evenhuis zijn onderzoekers bij het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Frank de Feijter is onderzoeker Toekomstbestendige Gebouwde Omgeving aan HAN University of Applied Sciences, Cees-Jan Pen is lector Ondernemende Regio bij Fontys Hogeschool. Dit artikel staat in ROmagazine oktober 2024. ROm is het vakmagazine over ruimtelijke ontwikkeling en de fysieke leefomgeving en gratis voor ambtenaren en bestuurders-politici in dat beleidsdomein. Beeld: iStock.com - Hilda Weges

15-10-2024
Nieuws
Watergebonden transport belangrijk in de circulaire transitie
Watergebonden transport belangrijk in de circulaire transitie

Wat is de ruimtelijke impact van de circulaire economie op havens, steden en regio's? In nieuw onderzoek wordt de rol van watergebonden transport in de circulire transitie benadrukt, met Zuid-Holland als casestudy. In het onderzoek zijn twee belangrijke uitdagingen samengebracht: De onderzoekers hebben de inherente onzekerheden van de circulaire economie aangepakt door vier verkennende scenario's te ontwikkelen, met drijfveren zoals deglobalisering, productie, logistiek en arbeidstekorten. En de onderzoekers hebben abstracte scenario's omgevormd tot acteerbare inzichten door ruimtelijke economische data van bedrijven te koppelen aan maritiem logistieke data. Dit bouwt voort op een eerder ontwikkelde methodologie. Uiteindelijk zijn er 617 industriële gebieden in Zuid-Holland geïdentificeerd die cruciaal zijn voor het waarborgen van een bloeiende regionale circulaire economie. De bevindingen benadrukken de belangrijke, maar variabele rol van watergebonden transport in het ondersteunen van circulaire activiteiten in de regio, en het belang van bepaalde industriële gebieden boven andere in het faciliteren van deze transitie. Klik hier om het volledige onderzoek te lezen. Open-access artikel: Spatial planning of the circular economy in uncertain times Focusing on the changing relation between port, city, and hinterland Aan dit onderzoek werkten mee: Karel Van den Berghe, Tanya Tsui, Merten Nefs, Giorgos Iliopoulos, Chrysanthi Papadimitriou, Tom Fitzgerald, Thomas Bonte, Aryzo Arrindell.  Gepubliceerd in: Maritime Transport Research, 18 september 2024 Beeld: iStock, Dutch Scenery - Haven Rotterdam

10-10-2024
Nieuws
Onderzoek provincie Noord-Holland naar circulair en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen
Onderzoek provincie Noord-Holland naar circulair en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen

Wat betekent circulaire economie voor bedrijven en bedrijventerreinen? En welke afspraken zijn er nodig om bedrijventerreinen circulair en dus toekomstbestendig te maken? Om op deze vragen antwoord te geven, vindt momenteel in opdracht van de provincie Noord-Holland het onderzoek ‘Ruimtelijke verkenning circulaire werklocaties’ plaats.  Ruimte voor circulair ondernemen Bedrijven hebben ruimte nodig. Zonder ruimte kan een bedrijf zich niet vestigen, niet groeien en niet verplaatsen. De locatie moet bovendien geschikt zijn voor het type activiteit van een bedrijf. Zo kunnen bedrijven die overlast geven - denk aan geluid - zich niet vestigen in de omgeving van woningen, en willen bedrijven die producten vervoeren de juiste transportmogelijkheden dichtbij hebben.  Ook kan er extra ruimte nodig zijn voor bijvoorbeeld de opslag en verwerking van gerecyclede grondstoffen of voor het creëren van zogenaamde grondstoffenhubs waar grondstoffen centraal worden opgeslagen. Kortom, zonder de juiste locatie is het voor bedrijven moeilijk over te gaan naar een circulaire manier van produceren.  Het onderzoek ‘Ruimtelijke verkenning circulaire werklocaties’ is naar verwachting eind oktober 2024 afgrond. De provincie gebruikt de resultaten als input voor het maken van een ruimtelijke strategie. Circulaire en toekomstbestendige economie De provincie Noord-Hollandse streeft naar een volledig circulaire en toekomstbestendige economie in 2050. Het verduurzamen en circulair maken van bedrijven en bedrijventerreinen is daarbij één van de aandachtspunten. Meer informatie over wat de provincie doet om tot een volledige circulaire economie te komen is te zien in onderstaande video met gedeputeerde Esther Rommel. 

22-08-2024
Nieuws
Onderzoek kansen circulaire economie op bedrijventerreinen in Groene Metropoolregio
Onderzoek kansen circulaire economie op bedrijventerreinen in Groene Metropoolregio

De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen heeft de ambitie om in 2050 een circulaire topregio te zijn. De GMR heeft Ecorys en BVR daarom opdracht gegeven voor een onderzoek naar de (ruimtelijke) kansen van de circulaire economie op bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat een circulaire topregio zich inzet om: De grootste ketens in de regio zo veel als mogelijk regionaal te sluiten of bij te dragen aan ketensluiting op een hoger schaalniveau; De regionale reststromen goed te verkennen en waar mogelijk te benutten; Bij te dragen aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor innovatieve circulaire bedrijvigheid; en Gevestigde bedrijven en grote materiaalverbruikers in de regio helpen te verduurzamen. Om de ruimtelijke kansen voor de GMR inzichtelijk te maken, is de rol van de GMR bij het circulair maken van de materiaalketens in de regio in beeld gebracht, zijn de kansen voor optimalisatie van de (milieu)ruimte op bestaande bedrijventerreinen onderzocht en zijn circulaire focusgebieden aangewezen die een belangrijke rol kunnen vervullen in de regionale transitie naar een circulaire economie. Met dit onderzoek zijn kansen en mogelijke strategische keuzes voor de GMR in beeld gebracht. Zo krijgen we een nauwkeuriger beeld van de ruimtebehoefte voor de zwaardere circulaire bedrijvigheid. Wij leren hieruit dat de circulaire transitie vooral een herontwikkelingsopgave is. Dit geldt zowel voor de bedrijventerreinen als voor de bedrijven die daar gevestigd zijn, zodat de bestaande ruimte voor bedrijven zo optimaal mogelijk benut wordt. Voor de korte termijn is het van belang hiervoor extra (schuif)ruimte te realiseren, zodat op de langere termijn het juiste bedrijf op de juiste plek komt te zitten. Een andere belangrijke conclusie is dat niet alle materiaalketens binnen een regio circulaire gemaakt hoeven te worden. Het is efficiënter om de stromen per regio te verzamelen, sorteren en te transporteren naar een centrale locatie die zich specialiseert in de verwerking van een bepaalde stroom. In het rapport leest u verder wat dit betekent voor de strategische keuzes die de GMR kan maken om de circulaire transitie te stimuleren. Ecorys en BVR zijn voor dit onderzoek het gesprek aangegaan met een selectie van regionale stakeholders vanuit het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid.

14-06-2024
Nieuws
SKBN Studiereis 2024: Lille Métropole in 10 lessen
SKBN Studiereis 2024: Lille Métropole in 10 lessen

Van woensdag 29 tot en met vrijdag 31 mei zette de SKBN zeil naar Lille en de regio Hauts-de-France. Hieronder volgt een korte impressie van de studiereis in 10 learnings. Een uitgebreidere, bewerkte editie verschijnt in de juli-editie van vakblad BT. Hauts-de-France heeft met circa 32.000 km2 een vergelijkbare omvang als Nederland (34.000 km2 landoppervlakte). Maar heeft met circa 6 miljoen inwoners een drie keer zo lage bevolkingsomvang als Nederland. Toch is de Hauts-de-France daarmee de derde dichtstbevolkte regio van Frankrijk. 67 procent van de landoppervlakte staat nog altijd ten dienste van de landbouw, vergelijkbaar met Nederland. De agro-industrie is met stip de grootste industrie. De lagere bevolkingsdichtheid betekent niet dat er minder behoedzaam wordt omgegaan met ruimte. De Fransen hanteren nu al een eigen variant op de toekomstige Europese richtlijn ‘no net land take’. De ZAN (Zero artificialisation net) is sinds 2021 van kracht. Voor de metropoolregio Lille levert deze richtlijn vooralsnog niet veel problemen op. De stad heeft nog gaten te vullen als erfenis van een industrieel textielverleden. Zo liggen er nog tal van ontwikkelmogelijkheden in Roubaix. De regio en metropool zetten actief in op herstructurering van brownfields. Maar Ports de Lille ziet de druk op de ruimte groeien, mede door toedoen van een ontluikende circulaire economie. Voor de transformatie naar een circulaire economie kan de ZAN op termijn een obstakel gaan vormen, als deze wet te stringent wordt gehanteerd. De grootste uitdaging van het moment is de bemensing van de nieuwe fabrieken die de nationale overheid in de regio uit de grond wil stampen. Dat laatste als antwoord op een misschien nog grotere uitdaging: het minder afhankelijk worden van sleuteltechnieken van het buitenland in het kader van strategische autonomie, en (energetische) verduurzaming. De Franse regering koos voor de regio rond Duinkerken als locatie waar giga-batterijfabrieken moeten landen. De eerste fabriek van ACC in Billy Berclau draait al deels en wordt momenteel uitgebreid. Een tweede en derde giga-factory in Duinkernen en productielocaties voor halffabricaten zijn in aanbouw. Om voldoende mensen te hebben om in deze fabrieken te werken, investeert de regio in opleidings- en omscholingsprogramma’s. Een niet onbelangrijke asset die Duinkerken heeft is ruimte, die wordt aangeboden in de vorm van plug and play-sites. De stad investeert ook flink in het woonkwaliteit om ook het benodigde personeel dat in de fabriek moet werken aan te trekken. Hoe groot het ruimte-aanbod ook lijkt; in Duinkerken komt inmiddels het einde van het ruimte-aanbod in zicht. Een tweede troef die de havenstad claimt als onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is duurzame energie. Zo koos batterijfabriek Verkor zich in Duinkerken vanwege het warmtenet dat gevoed wordt met restwarmte uit de industrie, waar Verkor dankbaar gebruik van maakt voor het droogproces in de batterijproductie. Een heel belangrijke factor die Duinkerken een concurrentievoordeel kan bieden is de goedkope stroom van de gigantische kerncentrale in de havenstad, die omgezet kan worden in gigantische hoeveelheden dan wel niet groene, maar wel blauwe waterstof die de transitie kan aanslingeren. Twee nieuwe kerncentrales zijn in de maak.   10 LEARNINGS Transities staan centraal tijdens deze driedaagse studiereis. We beginnen in Lille met de circulaire economie, waarvoor de binnenhaven van Lille een belangrijke ruimtelijke schakel is. Learning 1: Een duidelijke visie en regionale strategie zet neuzen in dezelfde richting. De regio Hauts-de-France heeft een duidelijke ontwikkelstrategie, het REV3-transitieprogramma. REV3 verwijst naar de derde industriële revolutie die de regio met gerichte investeringen probeert te ontketenen. Het programma REV3 (Révolution Industrielle et Écologique de la Troisième Génération) is een ambitieus initiatief dat zich richt op de transitie naar een duurzame en digitale economie. Dit programma, ondersteund door de Europese Unie en regionale autoriteiten, heeft als doel om een circulaire economie te bevorderen, nieuwe economische clusters te ontwikkelen en werkgelegenheid te creëren in de regio. REV3 omvat verschillende projecten die gericht zijn op energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen, digitale technologieën en de bevordering van duurzaam ondernemen. Het programma streeft ernaar om de Hauts-de-France regio te positioneren als een voorloper in groene en digitale innovaties door middel van samenwerkingen tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. Learning 2: Ga uit van eigen kracht in plaats van te verwachten dat het heil van buiten komt. De ontwikkelstrategie van de regio Hauts-de-France is niet uit de lucht gegrepen, maar bouwt voort op kwaliteiten die de regio al heeft. Dat is: en auto-industrie (met de batterijfabrieken als nieuwe specialisatie), en technisch geschoolde bevolking en – zoals ze zelf zeggen – een groot personeelsaanbod. Dat laatste is voor discussie vatbaar, maar feit is dat de kaartenbakken in de Franse regio goed gevuld zijn. De werkeloosheid is relatief hoog, als erfenis van een industrieel (mijn)verleden. Vandaar dat de regio er alles aan doet om mensen met omscholingsprogramma’s te (re)-activeren. Het bieden van vervangende werkgelegenheid was ook het doel van de EuraTechnologies Campus. Op het eerste gezicht lijken de start-ups die in het imposante gebouw dat tot in de jaren ’90 als textielfabriek duizenden mensen tewerk stelde, weinig relatie te hebben met het oude economische profiel. Maar ze borduurt juist voort op een traditie. EuraTechnologies telt inmiddels vijf locaties waaronder de Blanchemaill Roubaix-site die gespecialiseerd is e-commerce en retail-tech. Roubaix was van oudsher een belangrijke pleisterplaats van postorder- en retailbedrijven. Decathlon heeft zijn hoofdzetel in Roubaix. De campus in Willems, even buiten Lille, staat in het teken van AgroTech. De hoofdcampus – Le Blan Lafont – staat in het teken van duurzame transities. Learning 3: Huisvesting kan motor zijn van innovatie. Een ander learning die kan worden getrokken uit EuraTechnologies, is dat de campus geen fonds heeft voor bedrijven, maar dat alles over de band van huisvesting gaat. Start-ups zitten om niet in de campus en worden geselecteerd tijdens pitchrondes. Grote bedrijven willen daar bij horen, en hebben inmiddels een belangrijk aandeel genomen in de campus. Het verschaft hun toegang tot talent. Learning 4: Zet bedrijventerreinen in als aanjager van regionale transitie. Belangrijk onderdeel van het REV3-transitieprogramma zijn de bedrijventerreinen, parcs d’activités’ in het Frans. Zij maken onderdeel uit van een groot decarbonisatie-programma. Daarnaast wordt werk gemaakt van het vergroenen van bedrijventerreinen en landschappelijke inpassing. Daarbij wordt mede geleund op Europa. Het regionale programma kent een doorvertaling naar het niveau van de metropool. Métropole Européenne de Lille (MEL) investeert 28 miljoen euro in revitalisering van verouderde bedrijventerreinen. Beter benutten maakt daar onderdeel van uit, ook in het kader van de ZAN-doelstelling (zie boven). Learning 5: Verdichting van de stad vraag extra ruimte voor circulaire economie. Het bezoek aan Ports de Lille levert een aantal interessante inzichten op. Naarmate de nadruk ‘in’ de stad meer komt te liggen op verdichting en transformatie, neemt de druk op watergebonden bedrijventerreinen toe om de reststromen die transformatie genereren te verwerken. Dat geldt eveneens voor bedrijven die niet kunnen uitbreiden en een deel van hun distributie moeten verplaatsen naar haventerreinen. Ports de Lille doet dat onder meer voor voedselconglomeraat Roquette.  Learning 6: Zelf exploiteren van (logistieke) havenfaciliteiten geeft meer grip op circulaire reststromen. Een andere learning van Ports de Lille is dat het havenbedrijf gronden niet alleen in erfpacht uitgeeft, maar in veel gevallen de opstallen bouwt en exploiteert. In Nederland zijn logistiek en bedrijventerreinen meestal losgekoppeld. Daarmee heeft Ports de Lille, een dochteronderneming van de regionale KvK, grip op circulaire stromen vanaf circa vijf locaties die het havenbedrijf bestiert. Daarnaast houdt Ports de Lille door actieve betrokkenheid bij de haventerreinen grip op de kwaliteit van de gebouwen. Learning 7: Wees realistisch bij duurzame logistiek en distributie: Kritische massa en afstand zijn randvoorwaardelijk. Een derde learning van Ports de Lille, bij monde directeur Ferenc Szilagy, is dat voor duurzame (stads)distributie een kritische massa nodig is en voor duurzame logistiek bijvoorbeeld per trein, een kritische afstand. Te beginnen bij stadsdistributie: daarmee begon Ports de Lille vol goede moed, maar het gevraagde volume aan distributiediensten bleek al snel niet te corresponderen met de duurzame transportmethode, zoals de bakfiets. Voor de trein geldt volgens Ferenc een kritische afstand van circa 600 kilometer, voor investeringen in treinoverslag uitkunnen. Voor duurzaam transport over water gelden eveneens kritische afstanden. De schaal in Frankrijk is al sneller rendabel voor ‘nieuwe’ transportmethoden dan in Nederland. Learning 8: Circulaire bedrijvigheid gebaat bij aanwezigheid goedkope ruimte. Een heel belangrijk les van het bezoek aan Tissel in Roubaix, waar zich allemaal circulaire start-ups bevinden, is dat (startende) circulaire bedrijvigheid gebaat is bij goedkope bedrijfsruimte. De vele leegstaande textielfabrieken in Roubaix vormen daarvoor een belangrijke asset en vruchtbare bodem voor een nieuwe economie. De gemeente Roubaix kiest er expliciet voor de fabrieken niet te transformeren naar bijvoorbeeld duurzame appartementen, maar kiest voor ‘flugal and low tech circular transformation’. Of de marktomstandigheden dwongen de stad tot het maken van die keuze. Het goede nieuws is dat dit juist nieuw momentum genereert voor de industriestad, die zo een nieuwe, industriële revolutie kan doormaken als ‘upcycle-stad’. Learning 9: Ruimte is een belangrijke asset van Hauts-de-France, ook voor Nederland. De internationale promotieorganisatie North France Invest sluit met haar acquisitie naadloos aan bij het strategische plan van de regio. Opvallend is dat Hauts-de-France nog van de ruimte barst, zeker in vergelijking met Nederland. En daarmee ruimtevreters als giga-factories probeert de verleiden naar de regio te komen. Tegelijkertijd waarschuwt North France Invest voor het ontstaan van een nieuwe monocultuur. Die ruimte in Hauts-de-France (op krap 55 kilometer van Nederland), gecombineerd met de havenfaciliteiten, kan voor Nederland ook interessant zijn als we het hebben over het verdelen van vitale functies over onze grensoverschrijdende regio, bijvoorbeeld door als ‘subhub’ te fungeren voor activiteiten waarvoor we in Nederland te weinig ruimte hebben. Learning 10: Industriepolitiek is terug van weggeweest: Met ruimte en bedrijventerreinen kun je sturen op strategische autonomie en duurzame transities. Als Duinkerken ons iets laat zien, dan is het wel hoe de Fransen werk maken van strategische autonomie. Door gewoon gebieden aan te wijzen waar nieuwe fabrieken moeten landen. Overigens niet als kip zonder kop. Duinkerken heeft hard moeten werken om investeerders aan te trekken. Maar na diverse pogingen is het gelukt om twee giga-factories aan te trekken. Het warmtenet was daarbij een trigger voor batterijfabriek Verkor. Plug en play-sites en een uitgekiende planning-tool die interdependenties in kaart brengt als een soort digital twin, moeten de miljarden aan investeringen die in Battery Valley landen, in goede banen leiden.  

12-06-2024
Nieuws
NIEUW: Kennis- en inspiratiebank voor circulaire bedrijventerreinen
NIEUW: Kennis- en inspiratiebank voor circulaire bedrijventerreinen

De provincie Zuid-Holland en Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) hebben op maandag 10 juni 2024 de kennis- en inspiratiebank Circulaire Bedrijventerreinen gepresenteerd. Het nieuwe kennisplatform is een begin om alle informatie over circulariteit op bedrijventerreinen te bundelen en dit toegankelijk te maken voor gemeenten, parkmanagers, ondernemers en andere stakeholders.   BEKIJK HIER DE KENNISBANK CIRCULAIRE BEDRIJVENTERREINEN Meindert Stolk, Gedeputeerde Economie en Innovatie, opende samen met Mieke Naus en Jaap Langhout – programmamanager SKBN en ambassadeur circulaire bedrijventerreinen – de middag met een boodschap over de mogelijkheden op bedrijventerreinen: “Grondstoffen zijn schaars en worden duurder. En geopolitieke ontwikkelingen maken de beschikbaarheid van grondstoffen onzeker en onze afhankelijkheid van anderen onnodig groot. Het is tijd om circulair te ondernemen. De plek voor circulair ondernemen is onder andere op een bedrijventerrein. De 26.000 bedrijven op ruim 600 bedrijventerreinen in Zuid-Holland zijn samen bijna goed voor 1/3 van de economie van Zuid-Holland. 30% van alle grondstofstromen in Nederland vinden plaats in Zuid-Holland, met name op bedrijventerreinen. Met deze cijfers en de grondstofstromen daarachter zijn bedrijventerreinen dé hotspots voor de circulaire economie. Daar moeten we structureel op inzetten en kennis is daarbij essentieel”, aldus Meindert Stolk, gedeputeerd Economie en Innovatie. Theo Föllings, voorzitter van de SKBN: “Deze nieuwe online kennisportal is een onmisbare schakel in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Want waar het in deze fase van de transitie om gaat, is dat we leren van elkaar. Dat we de successen en geleerde lessen aan elkaar laten zien en samen een stap verder komen. Waar SKBN voor staat is kennisdeling en het intensiveren van het netwerk rondom de vraagstukken die op bedrijventerreinen spelen rondom circulaire economie. Milieu, hergebruik en energie zijn hier voorbeelden van, en ook ruimte is essentieel. We zijn daarom enorm verheugd met deze website die we dankzij de provincie Zuid-Holland hebben kunnen opzetten. Maak er allen dankbaar gebruik van!”  Voorbeelden uit de praktijk Meebewegen in de circulaire transitie, maar het vraagt om een nieuwe manier van denken en ondernemen. De kennis- en inspiratiebank Circulaire Bedrijventerreinen helpt gemeenten, parkmanagers en ondernemers om circulaire kansen te herkennen, maar geeft ook handvatten om tot actie te komen. De kennisbank is gevuld met praktijkvoorbeelden. Zoals bedrijventerrein Ambachtsezoom in Hendrik-Ido-Ambacht. Op dit terrein wordt gewerkt aan circulaire gebiedsontwikkeling en worden circulaire bedrijven gestimuleerd om zich te vestigen. Kansen benutten De kennis- en inspiratiebank circulaire bedrijventerreinen is te vinden via https://www.skbn.nu/circulair. Naast dit kennisplatform wordt een Community of Practice opgezet. Met dit lerende netwerk wil de provincie een blijvende samenwerking creëren om kansen te benutten én belemmeringen weg te nemen voor circulaire praktijkcases op (Zuid-Hollandse) bedrijventerreinen.  

11-06-2024
Nieuws
Onderzoek Maak ruimte voor werk van start
Onderzoek Maak ruimte voor werk van start

Hoe kunnen gemeenten beter sturen op ruimte voor werk bij (binnenstedelijke) gebiedsontwikkelingen? Op deze vraag willen drie hogescholen een antwoord geven in een handboek waardoor gemeenten meer regie en sturing kunnen uitoefenen op het behoud van ruimte voor met name maakbedrijven.  Voor de totstandkoming van het handboek is twee jaar van praktijkonderzoek uitgetrokken. Het wordt uitgevoerd door een breed consortium van zes gemeenten en de Hogeschool Rotterdam, Hogeschool van Amsterdam en Fontys Hogeschool.  'De reden voor dit onderzoek, waarvan we de bevindingen onderbrengen in een handboek, is dat we in ons vooronderzoek constateerden dat gemeentelijke professionals behoefte hebben aan nieuwe oplossingen om te kunnen sturen op behoud en ontwikkeling van (betaalbare) ruimte voor werk in de stad', zegt Auke Brugmans, docent-onderzoeker Vastgoedkunde van de Hogeschool Rotterdam tegen Stadszaken.  Uit interviews bleek dat gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en snelgroeiende steden als Tilburg en Leiden worstelen met het in de praktijk brengen van de bestuurlijke ambitie van een stad, waar ruimte behouden blijft – en wordt ontwikkeld – voor de maakindustrie. ‘Het ontbreekt binnen de betrokken afdelingen vaak aan kennis over wat maakbedrijven beweegt, wat hen bindt en welke passende werkende oplossingen nodig zijn. Het gaat vaak te veel over in plaats van met ondernemers.’  Geen integrale aanpak  In de praktijk en uit eerdere onderzoeken, zoals het lopende onderzoek naar ‘Collectieve gebiedsontwikkeling’ en eerder onderzoek naar ‘Ecosystemen voor werk' van docent-onderzoeker Bernadina Borra, blijkt dat de uitvoering van de opgave van ruimte voor werk bij gemeenten meestal niet integraal wordt opgepakt. 'De uitvoering is verdeeld over de afdelingen economie, ruimtelijke ordening, grond/vastgoed en sociaal, terwijl functiemenging van wonen en werken vraagt om een creatief stedelijk – gezamenlijk – ontwerp.'  Anderzijds beschikken marktpartijen in vastgoed tot op heden niet over een goed businessmodel en voorbeelden van geslaagde gemengde en verdichte vastgoedoplossingen om de benodigde werkruimte te realiseren voor maakbedrijven in de stad.  'Daarbovenop beschikken gemeentelijke professionals zelf over onvoldoende (vastgoed)instrumenten om te sturen op deze oplossen.'  Het tweejarige onderzoek van een consortium, waar naast de drie hogescholen ook de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en Tilburg en netwerk- en ondernemersorganisaties zijn betrokken, moet uiteindelijk resulteren in een handboek met praktijkvoorbeelden die de gemeentelijk professional als sturingsinstrumentarium kan inzetten.   'Dat kunnen zowel harde, juridische als financiële instrumenten zijn, maar ook zachte factoren zoals communicatief en relationeel', zegt Brugmans.  Bijdrage leveren aan onderwijs Bij het onderzoek en het uiteindelijke handboek wordt de expertise van de hogescholen gebruikt vanuit drie disciplines, economie (lectoraat Ondernemende Regio van Cees-Jan Pen), ruimte (lectoraat Bouwtransformatie van Frank Suurenbroek) en vastgoed (lectoraat gebiedsontwikkeling en transitiemanagement van Gert-Joost Peek).  Bij economie staat de gebruikersbehoefte centraal. Denk aan vragen als de benodigde vestigingsplaatscondities en wat maakbedrijven nu echt beweegt.   Het fysiek ontwerp staat bij ruimte voorop. Denk hierbij aan wat zijn de benodigde ruimtelijke condities die beantwoorden aan de ruimtevraag van maakbedrijven in gemengde stedelijke gebieden?  Bij vastgoed ligt de nadruk op organisatie en realisatie waarbij in het handboek vragen worden beantwoord als hoe komt huisvesting van maakbedrijven tot stand en hoe is dit type vastgoed als onderdeel van een gebiedsontwikkeling te realiseren?   ‘Naast het handboek willen we de opgedane kennis ook op landelijk niveau via onze netwerk- en ondernemersorganisaties verspreiden. Zo willen we een bijdrage leveren aan verbeterings- en verdiepingsprogramma’s in het onderwijs en bij gebiedsontwikkelingen op het vlak van ruimte voor werk die in praktijk plaatsvinden’, onderstreept Brugmans. Het tweejarige onderzoek, ‘Maak Ruimte voor Werk’, van de hogescholen Amsterdam, Rotterdam en Fontys Hogeschool is mogelijk dankzij een subsidie die het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA afgelopen week verstrekte. Bij het onderzoek van de hogescholen zijn ook de afdelingen economie en stadsontwikkeling van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en Tilburg betrokken. De coalitie Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), Ruimte voor Werk en Platform31 fungeren binnen dit onderzoek als kennispartners. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

30-05-2024
Nieuws
Utrecht krijgt eigen circulair grondstoffendepot
Utrecht krijgt eigen circulair grondstoffendepot

  De gemeente Utrecht krijgt een eigen grondstoffendepot voor de opslag van materialen uit de openbare ruimte die geschikt zijn voor hergebruik. Hiervoor is speciaal een stuk grond aangekocht op bedrijventerrein Lage Weide. Hier zal het eerste grondstoffendepot van Utrecht worden gerealiseerd, waar bijvoorbeeld stoeptegels en onderdelen van speeltuinen kunnen worden opgeslagen, gerepareerd en schoongemaakt, zodat ze later op een andere plek opnieuw kunnen worden gebruikt. Met het depot zet de gemeente Utrecht een belangrijke stap richting het doel om in 2050 een volledig circulaire stad te zijn. “Hoe we omgaan met materialen is niet houdbaar,” vertelt wethouder Susanne Schilderman. “Daarom willen we als stad in 2050 volledig circulair zijn. Utrecht is één van de eerste steden in Nederland die op eigen grond een circulair grondstoffendepot realiseert. Ik ben er erg trots op want hiermee geven we onze materialen een nieuw leven. Bedrijventerrein Lage Weide staat al jaren bekend om hoe zij duurzaam met grondstoffen omgaan. Het is mooi dat wij hier onderdeel van gaan uitmaken, door een plek in te richten waar we kunnen experimenteren en leren over het hergebruik van materialen.” Onlangs is de ‘Visie Utrecht Circulair 2050’ aan de gemeenteraad aangeboden, waarin staat beschreven hoe de gemeente wil komen tot een volledig circulaire stad in 2050. Om dat doel te bereiken is er genoeg ruimte nodig om circulaire activiteiten, zoals opslag en hergebruik van materiaal, mogelijk te maken. In de stad zijn veel waardevolle grondstoffen en herbruikbaar materiaal te vinden in de openbare ruimte, zoals stoeptegels, speeltoestellen en lichtmasten. Bij onderhoudswerkzaamheden en herinrichtingen komen veel van deze grondstoffen vrij. Nu is er vaak niet genoeg ruimte om deze (rest)materialen hoogwaardig te kunnen hergebruiken, bijvoorbeeld om de stoeptegels schoon te maken en te verpakken. Daardoor gaan die stoeptegels en andere verharding nu vaak naar de aannemer, waar er puin van wordt gemaakt voor onder andere wegfundering. Bij de productie van stoeptegels en andere verharding worden kostbare grondstoffen en energie verbruikt, waarbij er veel CO2 vrijkomt. Door het grondstoffendepot kunnen ze binnenkort een tweede leven krijgen. De komende maanden worden gebruikt om een inrichtingsplan te maken voor het terrein en het terrein klaar te maken voor het depot. Samenwerking met andere Europese steden Het gemeentelijk grondstoffendepot voor materialen uit de openbare ruimte is een nieuwe ontwikkeling, waar in Nederland en Europa nog weinig ervaring mee is. Utrecht ontvangt voor het ontwikkelen van een gemeentelijk grondstoffendepot een subsidie van €300.000,- uit het Noordwest Europa programma van Interreg Europe. Interreg Europe is een Europees initiatief waarbij verschillende Europese steden en organisatie worden ondersteund bij innovatieve projecten door onder andere subsidiemogelijkheden en kennisplatforms te bieden. Meerdere Europese steden en organisaties werken samen in het Noordwest Europa programma, dat zich richt op innovaties met en efficiënt gebruik van hulpbronnen en materialen. Plek voor meer circulaire activiteiten Naast het grondstoffendepot is er op de locatie ook plek voor andere circulaire activiteiten. In Utrecht stad en regio is ruimte voor bedrijvigheid zeer schaars. Gezien het belang van circulaire grondstofverwerkende bedrijven voor de stad en regio is het belangrijk dat we daar waar mogelijk sturen op het behoud van deze functies. Met het aankopen van deze locatie wil de gemeente naast het realiseren van een grondstoffendepot ook ruimte bieden aan essentiële circulaire bedrijvigheid. Zo biedt de locatie ruimte om in de nabije toekomst papierinzameling te huisvesten. Daarnaast zijn er kansen om groenrecycling een plek te geven. Deze mogelijkheden worden verkend, waarbij onder andere zaken zoals de capaciteit van het elektriciteitsnet worden meegenomen. De gunstige locatie van De Trip maakt het ook mogelijk en makkelijk om het transport van grondstoffen deels via het Amsterdam Rijnkanaal te doen, wat zorgt voor aanzienlijk minder transportbewegingen en lagere CO2-uitstoot.   Foto: Grondstoffendepot Utrecht, Lage Weide Fotocredit: gemeente Utrecht

13-02-2024
Nieuws
Masterclass Samen Beter: 'Maak ruimte voor circulaire economie'
Masterclass Samen Beter: 'Maak ruimte voor circulaire economie'

Welke competenties heeft de publieke professional nodig om de circulaire economie op bedrijventerreinen met ondernemers en/of eigenaren aan te jagen? En welke organisatievorm en manier van samenwerking op een terrein is daarvoor nodig? Deze vragen staan centraal in het tweejarige NWO-SIA onderzoek Samen Beter van de Fontys Hogeschool en de HAN University of Applied Sciences met financiële ondersteuning van regieorgaan SIA. Tijdens een bijeenkomst in Arnhem op 25 januari 2024 werd een update van het onderzoek gedeeld. Aanvullend daarop gaven het PBL en de Stec groep gelet op de maatschappelijke actualiteit een presentatie over de ruimtebehoefte van de circulaire economie op bedrijventerrein, en hoe daar nu op te anticiperen. ‘Niet overal kan alles’, opent Cees-Jan Pen, lector Ondernemende Regio aan Fontys Hogeschool de consortiumbijeenkomst op het kantoor van Stec in Arnhem. ‘De ruimtelijke vertaling die circulaire economie vraagt, is een enorm blinde vlek. Circulair zorgt voor een substantiële vraag naar meer - in plaats van de te vaak gedachte minder - (milieu)ruimte voor bedrijven en daar moet nu op worden voorgesorteerd.’ Pen haalt tevens naar voren dat de beeldvorming van circulaire activiteiten dikwijls te rooskleurig en romantisch is. Vaak wordt er gedacht aan hippe recycling- en maakbedrijven. ‘Maar de praktijk is dat er ruimte nodig is voor het grove handen uit de mouwen werk zoals grootschalige puinverwerkers, opslagplekken die idealiter aan waterkades liggen en fabrieken die restpartijen verwerken tot nieuwe producten. Kortom, bedrijven die om HMC-locaties vragen. De vraag is hoe je gemeenten daarin meeneemt, zodat ze deze sleutellocaties vrijspelen.’ Stip op de horizon In samenwerking met de Stichting CLOK is er een onderzoek gedaan naar de bewustwording van circulaire economie op bedrijventerreinen bij de lokale overheden. Bij de vraag welke begrippen onder circulaire economie vallen, werden naast energie, afval- en watermanagement, materiaalstromen, mobiliteit en milieu ook duurzaam bouwen, bedrijfsvoering en sociale inclusiviteit genoemd. Waar men tegenaan loopt, is het feit dat er diverse opvattingen en afbakeningen van het begrip circulaire economie zijn. Ook interne rolverdeling en prioritering werden genoemd, naast  de organisatiekracht van bedrijventerreinen. Bovendien helpt het niet dat er nog steeds weinig praktijkvoorbeelden en resultaten zijn. ‘Maak het pallet niet te breed’, klinkt het uit de zaal. ‘We moeten nadenken welke keuzes we moeten maken, ook geplaatst in een reëel tijdspad. Nu moet je beginnen met iets praktisch en concreets, maar tegelijkertijd vragen bepaalde aspecten van de transitie een lange adem.’ Dat wordt beaamd. Wat nodig is, is het in brokjes verdelen van de opgave, structuur bieden en een stip op de horizon schetsen. Ondernemers denken nu alleen aan de congestie op het energienet, tegelijkertijd moet je hen een stip op de horizon meegeven die breder is dan alleen het energievraagstuk. Skills van publieke professional Op de vraag welke skills er nodig zijn voor de publieke professional die de circulaire economie moet aanjagen, volgt er in de presentatie van Pen een lange lijst. Enkele competenties zijn: verbinder, intrinsiek gemotiveerd, weten wat een ondernemers beweegt, kennis van wet- en regelgeving en het spel binnen de gemeente, het zien en snappen van een business case en inhoudelijk op de hoogte van de circulaire economie. Kortom, sluit Pen zijn betoog, ‘dit is geen individu maar een flink gemeentelijk team!’ Belang van organiserend vermogen Vervolgens was het woord aan Frank de Feijter, senior onderzoeker Circulaire Economie aan de HAN. Hij houdt zich met zijn studenten bezig met de handelingsperspectieven die geboden kunnen worden op de drie grote thema’s: visie, coalitie en realisatie. Hij vergelijkt daarvoor het bedrijventerrein met een ecosysteem, als een oerwoud. ‘Bij de aanpak van bedrijventerreinen moeten we ons realiseren dat het unieke plekken en unieke gebruiker zijn, die we moeten kunnen blijven benutten in symbiose.’ De Feijter geeft aan dat de principes achter een ecosysteem als integraal systeem inspiratie kunnen bieden voor een bedrijventerrein. ‘Het gaat erom vanuit een overkoepelende strategie sturing te geven aan alliantievorming. Tegelijkertijd is een ecosysteem ook een bron van wederkerigheid. Hier werken de producent, consument en afvalverwerker echt goed samen! Verbindingen en netwerken zijn optimaal.’ Gekeken naar de circulaire transitie, vergelijkt De Feijter bijvoorbeeld de ondergrond met het lokaal hergebruik van materialen. De occupatielaag daarboven staat met een grondstoffenhub en het netwerk wat zich daarboven vormt is een datagedreven regionale grondstoffenrotonde. De circulaire transitie krijgt dus vorm op verschillende ruimtelijke schaalniveaus. Daarbij is ook de organisatiegraad van belang, zegt De Feijter. ‘Dit begint met het organiseren van de stakeholder inbreng door bijvoorbeeld parkmanagement. Vervolgens ontstaat een fase van co-creatie met meerdere betrokkenen van gemeente en ondernemers in bijvoorbeeld een vereniging of strategische samenwerking. Een derde niveau heeft betrekking op partnerschap, dan wordt er nadrukkelijk ook financieel samengewerkt, bijvoorbeeld in een PPS of BIZ-constructie.’ ‘Het is belangrijk dat we in de wirwar van begrippen, aanpakken en tijdframes een duidelijke structuur kunnen aanbrengen. We moeten de kluwen ontwaren’, aldus De Feijter, die de resultaten van dit deel van het onderzoek eind dit jaar in een publicatie uitbrengt. Houd rekening met extra ruimtebeslag Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) deed vorig jaar onderzoek naar het ruimtebeslag van circulaire economie op onder meer bedrijventerreinen. Emil Evenhuis, senior onderzoeker Ruimtelijke Economie bij het PBL, presenteerde de vier scenario’s die hiervoor opgesteld zijn: Mondiaal Ondernemend, Snelle Wereld, Groen Land en Regionaal Geworteld. In drie van de verschillende scenario’s is er sprake van groei van het ruimtebeslag op bedrijventerreinen, alleen bij Groen Land is er sprake van een lichte krimp. Evenhuis filtert vanuit deze scenario’s een aantal beleidsadviezen. De eerste is luid en duidelijk: Calculeer extra ruimtevraag in voor Circulaire Economie. ‘Naast een groei aan ruimtevraag door circulaire activiteiten, is er tijdelijke ruimte nodig voor de overgangsfase, en zijn er concurrerende claims in het RO-beleid.’ Het tweede advies dat daarop volgt: Reserveer locaties van strategisch belang. ‘Dat zijn de multimodaal ontsloten HMC-locaties, watergebonden bedrijventerreinen, plek in haven- en industriegebieden, bedrijventerreinen aan de stadsranden en locaties bij ov-punten en winkelcentra.’ Vanuit de zaal vraagt de gemeente Oosterhout zich af op welke schaal ze de vraag het best in kaart kunnen brengen. Is dat per gemeente, of juist per regio? De richting is nu nog niet bepaald, we zijn daarin volgens Evenhuis ook afhankelijk van keuzes op EU-niveau. ‘Maar het helpt om het alvast per terrein in beeld te brengen. Uiteindelijk zal het er op neerkomen dat we grondstoffen en productstromen per regio concreet zullen moeten maken. Anders kom je hier niet uit.’ Strategisch sturen en reserveren Juriën Poulussen van Stec Groep sluit de bijeenkomst af met een presentatie over de locatiedynamiek die het bureau ziet aan de hand van hun jaarlijkse bedrijvenmonitor. ‘Er zijn voorzichtig positieve ontwikkelingen gaande. We zien een stijging van 3% in 2028 naar 10% nu van bedrijvigheid rondom circulaire activiteiten. Dit gebeurt op verschillende typen werklocaties, op verschillende plekken in de stad. Denk aan ambachtscentra, sociale werkplaatsen ook, logistieke hubs als een circulaire bouwhub, start- en scale-ups rondom circulaire economie en hoogwaardige recyclingactiviteiten.’ Er is volgens Poulussen sprake van een enorme diversiteit, van lage huren schuurtjes tot campusachtige omgevingen. Maar hoe reserveer je nu de juiste ruimte voor dit soort bedrijven? Stec onderscheidt vier verschillende typen locaties, en Poulussen noemt bij iedere locatie een aantal voorbeelden van hoe dat reserveren vorm krijgt. Zo is er het reguliere terrein, waarbij zeer selectief moet worden omgegaan met de gronduitgifte. Lansingerland stuurt bijvoorbeeld op de R-strategieën (van de R-ladder van het PBL). Op logistieke terreinen gaat het om benutten van brownfields en noemt hij het voorbeeld van WDP en De Jong verpakkingen. In het stedelijk werkmilieu, waar de woningdruk te hoog is, zijn volgens Poulussen juist dé belangrijke plekken. ‘Dat is de kraamkamer van nieuwe bedrijven en het is belangrijk om deze te behouden. Goede voorbeelden om hier concreet werk van te maken zijn het Actieplan van Rotterdam en de plannen voor de doorontwikkeling van het C-district in Haarlem.’ De HMC-terreinen ten slotte zijn essentieel in de circulaire transitie, maar leveren tegelijkertijd de moeilijkste ruimtelijke dilemma’s op. Poulussen: ‘Er komen van dit soort locaties geen nieuwe terreinen meer bij, dus de plekken die we hebben moeten we goed benutten. Zeker de locaties die aan het water liggen. Als overheid kun je sturen op vrijkomende plekken. Het Havengebied North Sea Ports doet dat al goed.’ Ook noemt Poulussen nog de Beatrixhaven in Maastricht, de Port of Zwolle en de Drechtsteden als goede voorbeelden die nu al bezig zijn met sturen en reserveren. Alsook Provincie Zuid-Holland dat watergebonden locaties beschermt. ‘De opdracht is te financieel’ In de discussie die volgt komen een aantal interessante aspecten naar voren. Zo heeft de gemeente Venlo het over verlies durven nemen als gemeente en wachten tot het juiste bedrijf zich aandient. ‘Dikwijls wordt er toch naar de kortere termijn gekeken en grond uitgegeven vanwege economische motieven.’ Ook gemeente Waalwijk stoeit met de korte termijn excelsheet versus de lange termijn circulaire economie. ‘De opdracht is dikwijls te financieel, maak dat breder en stel een andere doelstelling.’ Volgens Breda moet een gemeente zich eraan committeren dat je er elk jaar geld insteekt: ‘Beter benutten is een keuze en de gemeente moet daarin een stap extra zetten.’ Oost NL werpt de vraag op of we niet meer met erfpachtconstructies zouden moeten werken. ‘Het begrip klinkt misschien niet zo positief, maar wordt er over nagedacht? Ook voor bedrijfjes die nog startende zijn en niet meteen de volle mep kunnen betalen, geef je met erfpacht de mogelijkheid om mee te bewegen.’ In het voorbeeld van het C-district in Haarlem wordt dit al toegepast, en het is zeer kansrijk. Ook gemeente Venlo geeft aan wel eens erfpachtconstructies toe te passen om de betaalbaarheid voor een ondernemer beter mogelijk te maken. Tot slot Cees-Jan Pen sluit de bijeenkomst af met een oproep om met voorbeelden of plannen rondom circulaire economie te komen. Ook plannen die niet zijn gelukt. ‘Waar worden stappen gezet? Kom maar op! Waar nu enorm veel behoefte aan is, zijn concrete voorbeelden.’ Over het onderzoek Samen Beter De bijdrage van bedrijventerreinen aan de transitie naar een meer circulaire economie is enorm groot, maar tegelijkertijd wordt deze zwaar onderschat en ontbreekt er veel praktijkkennis. Om de circulaire potentie van bedrijventerreinen beter te benutten, is de inzet en betrokkenheid van de publieke professional essentieel. De lokale beleidsadviseur en accountmanager kan een effectieve katalysator worden de circulaire potentie te benutten, in co-creatie met relevante stakeholders. Onderzoekers van Fontys Hogeschool en de HAN zijn samen met 11 gemeenten, 3 provincies, ondernemersorganisaties en bedrijventerreinenexperts van Clok, Stec en Gindr op weg om de rol van de publieke professional te versterken. Het project wordt gesteund door lokale werkgeversorganisaties, parkmanagementorganisaties en bedrijventerreinverenigingen.

01-02-2024
Nieuws
Circulaire BT Safari: 'Maak ruimte voor circulaire bedrijventerreinen'
Circulaire BT Safari: 'Maak ruimte voor circulaire bedrijventerreinen'

De bijdrage van bedrijventerreinen aan de circulaire economie is enorm groot, maar wordt tegelijkertijd zwaar onderschat. Om de circulaire potentie van bedrijventerreinen beter te benutten, is de inzet van de publieke professional essentieel. De lokale beleidsmedewerker kan een effectieve katalysator worden, in co-creatie met relevante stakeholders. De rolinvulling is echter weerbarstig: Enerzijds is er nog een zoektocht naar het concept circulaire bedrijventerreinen, anderzijds wordt er ook een rol als innovatieve aanjager en procesmanager verwacht. Dit was de aanleiding voor een tweejarige RAAK-onderzoek Samen Beter*, waarin onderzoekers van Fontys Hogescholen en de Hogeschool Arnhem en Nijmegen (HAN) middels living labs op bestaande bedrijventerreinen onderzoeken hoe de lokale professional een effectieve katalysator kan worden. Vanuit dit praktijkgerichte onderzoeksproject wordt nadrukkelijk ingezet professionals van elkaar te laten leren en te voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden. De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen (SKBN) is als partner bij dit onderzoekstraject aangesloten om de kennis goed te ontsluiten en verder te bevorderen. De komende jaren zal blijken dat bedrijventerreinen, naast een economische waarde, een grote maatschappelijke rol spelen. Ze bieden ruimte aan het mogelijk maken van de circulaire economie, maar ook aan energietransitie en verduurzaming. Het belang van deze locaties wordt daarmee extra onderstreept. Circulaire Bedrijventerrein Safari In het kader van het Samen Beter project vond 28 november jl. de tweede Circulaire Bedrijventerrein Safari plaats, georganiseerd door Fontys Hogescholen, de HAN en SKBN. In een bus via Helmond naar Eindhoven, werden ruim 30 deelnemers meegenomen in de eerste stappen die bedrijventerreinen zetten om circulaire activiteiten te ontwikkelen. Een aantal ‘take-aways’: zorg voor verbinding van ondernemers, werk samen én: maak ruimte! De eerste stop was op de smart mobility campus in Helmond, waar Robbert Speksnijder, coördinator Economie bij Gemeente Helmond, inging op het belang van duurzame bedrijventerreinen voor een toekomstbestendige Helmondse economie en een goed vestigingsklimaat. ‘Er liggen op bedrijventerreinen grote kansen voor energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie.’ Belangrijkste troef hierin is volgens Speksnijder Smart Synergie Helmond. ‘Parkmanagementorganisatie Stichting Bedrijventerreinen Helmond (SBH) en Gemeente Helmond werken intensief samen aan verduurzaming en energietransitie op zes bedrijventerreinen. In samenspraak met bedrijven zijn er projecten geformuleerd en gebundeld onder de vlag van Smart Synergy Helmond.’ Als voorbeeld laat hij een aantal plannen zien, zoals een warmterotonde op Groot Schoten en Bedrijventerrein Zuid Oost Brabant (BZOB). Ook laat hij de ambities zien voor een waterrotonde en een grondstoffenrotonde. Dat de praktijk weerbarstig is, weet Speksnijder ook: ‘Het gaat niet alleen over inhoud, vertrouwen is net zo belangrijk en je capaciteit moet op orde zijn. Daarnaast kom je gedurende het proces nieuwe uitdagingen tegen. Per project zoeken we de juiste partners en experts erbij.’ Hij eindigde zijn presentatie met de wijsheid: ‘Het individu is de vijand van het collectief’. Mattijs Bouwmans van Indusym ging vervolgens verder in op de grondstoffenrotonde. Bouwmans wil een netwerk opzetten van grondstoffenhubs waar afvalreststromen worden verwerkt. Zo’n 40 tot 50 bedrijven in Helmond hebben interesse om deel te nemen. Bouwmans is intrinsiek gedreven: ‘Verbranding van 1 ton restafval veroorzaakt 1200 kilo CO? uitstoot. Met het hergebruiken van grondstoffen, zouden afvalverbrandingsinstallaties in de toekomst niet meer nodig zijn.’ Bouwmans heeft een haalbaarheidsonderzoek afgerond naar de opzet van een eerste, kleine grondstoffenhub. Voor een dergelijke hub voor bedrijfsafval heeft hij 750 vierkante meter grond nodig voor de opslag van 35 kuub reststroomafval. Oscar Circulair in Amsterdam diende als voorbeeld voor het businessmodel van Bouwmans. De uiteindelijke droom bestaat uit grotere op- en overslagen met een circulair uitgangspunt (ruimtebeslag van 4.000 m²). ‘Volume is king’ Om zijn plan te laten slagen, heeft Bouwmans volume nodig. Per inzamelgebied zou jaarlijks zeker 500 tot 750 ton restafval minimaal verwerkt moeten worden. Ruimte en locatie worden de grootste uitdaging voor het wel of niet slagen. Daarom heeft Bouwmans hulp nodig van Smart Synergy Helmond. ‘Het opzetten van een hub-netwerk vereist veel regionale samenwerking, maar ik ben ervan overtuigd dat circulaire gebiedstransitie alleen slaagt met regionale samenwerking.’ De bus reed vervolgens naar Industriepark De Hurk in Eindhoven, waar we werden verwelkomd door Ilse ter Horst van Gemeente Eindhoven. De Hurk is een van de 13 Grote Oogst terreinen van de Provincie Noord-Brabant, waardoor er extra aandacht en financiering is voor de verduurzaming van het gemengde terrein van 212 ha. Binnen de Grote Oogst aanpak wordt gewerkt aan energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, duurzaam (ver)bouwen en circulariteit. Voor de uitvoering van deze projecten staat Stichting De Hurk Werkt aan de lat. Ter Horst: ‘De stichting is opgericht door Ondernemerskontakt De Hurk en BIZ De Hurk. De ondernemersvereniging bestond al langer, maar de beschikbare budgetten maakten deze vereniging niet heel slagvaardig. Nu is er ook een BIZ opgericht. Dat vroeg om een lange aanlooptijd van twee jaar, maar voor de komende vijf jaar staat er een goede organisatie mét een stevig budget van enkele tonnen per jaar.’ Voor de BIZ betaalt iedere eigenaar op het De Hurk een toeslag op de WOZ-aangifte. Volgens Ter Horst maakt dat veel mogelijk, alsook de termijn van 5 jaar: ‘Dat zorgt ervoor dat er resultaten moeten worden geboekt’. Onderwerpen die op de agenda staan zijn veiligheid, communicatie, kennisdeling, het toekomstbestendig maken van het terrein, alsook energietransitie en circulaire activiteiten. ‘Een BIZ is hét vehikel om draagvlak en financiering voor elkaar te krijgen. Met steun van de gemeente, maar de ondernemers staan voorop. Ze zien dit als hun eigen gemeenschappelijke opgave.’ Door Indusym is er op De Hurk een circulariteitsscan uitgevoerd. Waar bevinden zich welke volumes restafval, en welk type? Naar aanleiding van de resultaten is er een startbijeenkomst van betrokken ondernemers gehouden. Mattijs Bouwmans is ook hier vanuit Indusym bij betrokken. ‘We doen dit voor en door ondernemers. Met de kopgroep is gekeken naar twee oplossingsrichtingen: een collectieve inzamelronde en de inrichting van een fysieke locatie. Net zoals in Helmond wordt ook hier naar een grondstoffenrotonde toegewerkt.’ Taal van ondernemers Op de vraag wat deze aanpak van professionals bij de gemeente vraagt, heeft Mattijs een duidelijk antwoord:  ‘De steun van ambtenaren is onmisbaar. Ondernemers willen een gesprekspartner binnen de gemeente die de taal van de ondernemers spreekt, ook in relatie tot de transitie naar de circulaire economie. Iemand die kan meeschakelen en meedoen, en óók de taal van gemeenteland kent.’ Tot slot kwam Ruud Pulles van Brabant Onderneemt Circulair (BOC) aan het woord. BOC is een initiatief van de Brabantse Ontwikkelings Maatschappij, de provincie Noord-Brabant en VNO-NCW Brabant Zeeland. De missie van het platform is om ondernemers en coalities van ondernemers, overheden, consumenten en kennisinstellingen actief te ondersteunen om een circulaire businesscase te ontwikkelen. Pulles: ‘Ketensamenwerking is het belangrijkste bij de transitie naar een circulaire economie. Wij zien het als onze taak om te verbinden, om ketens in beeld te brengen en uiteindelijk partijen bij elkaar te brengen.’ Ook is er via BOC de mogelijkheid om aanspraak te maken op de funding voor 3 tot 5 ‘doorbraakprojecten’ per jaar.’ BOC is gestart in juli van dit jaar en heeft als doel 150 ondernemers op weg te helpen middels kennisuitwisseling en het verbinden van de juiste partijen. Terug in de bus nam Peter Vloet van Gemeente Eindhoven de deelnemers mee op safari over Industriepark De Hurk. Hij toonde de diversiteit van De Hurk, wat er aan ontwikkelingen gaande is en welke duurzame potentie het gebied herbergt rond afval, asfalt, energie, samenwerking, uitstraling en vergroening. Een beter voorbeeld van een zeer betrokken publieke professional die weet wat ondernemers beweegt, konden we niet vinden. Vloet liet het belang zien van ondernemersparticipatie en plannen maken met, in plaats van, over ondernemers. Tot slot Projectleider Cees-Jan Pen, lector aan Fontys Hogescholen, typeerde de ochtend als een mooi voorbeeld van wat je van een bedrijventerreinexcursie mag verwachten. ‘Veel praktijkinformatie, een mooie diverse groep van mensen die weet wat ondernemers drijft, netwerken in de bus, diverse verhalen over de circulaire potentie van bedrijventerreinen en zonnig winterweer. De excursie leverde waardevolle informatie op voor het onderzoek over competenties van publieke professionals, het belang van een professionele organisatie van terreinen en wat nodig is om te komen tot daadwerkelijke business cases.’ Dat laatste is volgens Pen precies de focus van de 3e excursie die in de lente van 2024 wordt gepland. ‘Tijdens de diverse presentaties werd bovendien duidelijk dat het zaak is nog meer op locatie bij bedrijven (afval, asfalt, recycling etc.) te kijken en ervaren hoe wordt omgegaan met grondstof- en energiestromen. Dit is de basis voor de finale 4e excursie, waarin we op zoek gaan naar concrete circulaire bedrijfsactiviteiten en wat daar bij komt kijken.’ KIJK HIER VOOR ALLE PRESENTATIES * Het Samen Beter onderzoek is medegefinancierd door Regieorgaan SIA, onderdeel van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

01-12-2023
Nieuws
Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties 1.0 succesvol afgesloten
Praktijkprogramma Circulaire Werklocaties 1.0 succesvol afgesloten

Op 1 juni 2021 is het praktijkprogramma circulaire werklocaties 1.0 afgesloten met een slot-evenement. Sinds de start in 2019 is onderzoek gedaan naar een afwegingskader voor circulaire werklocaties. Wat betekent circulariteit voor een werklocatie? En hoe ga je hiermee aan de slag? Met twaalf werklocaties over heel Nederland zijn Akro Consult en C-creators (met SKBN als initiatiefnemer) anderhalf jaar hard aan de slag gegaan in het praktijkprogramma circulaire werklocaties.  In 2019 is het onderzoek over een afwegingskader voor circulaire werklocaties in opdracht van gebiedsontwikkelaar SADC opgesteld. Circulaire gebiedsontwikkeling staat in de kinderschoenen. Als vervolg op het afwegingskader nam SKBN het initiatief om het praktijkprogramma circulaire werklocaties te ontwikkelen. Dit programma is door Akro Consult en C-creators opgezet om ervaringen en kennis te delen. Koplopers in dit programma zijn Business Park Amsterdam Osdorp, De President, De Steiger, Heesch West, HoogTij, Lelystad Airport Business-park, Lorentz, PolanenPark, Strijkviertel, Vinkenhoef, Waarderpolder en Zevenhuis. Resultaat in vier producten De werklocaties die in het programma deelnemen zijn qua profiel, levensfase en geografische spreiding een waardevolle mix en vormen een actieve community die kennis en ervaringen deelt. Iedere werklocatie is (digitaal) bezocht en samen met experts is invulling gegeven aan de belangrijkste circulaire ambities en aandachtspunten. Hieruit kwam een algemene behoefte om op een aantal aspecten kennis te delen en te verdiepen. Binnen het programma zijn daarom vier producten ontwikkeld:  De circulaire transitieagenda, biedt inzicht in doelen en kaders van de (Rijks)overheid voor 2030 en 2050; De handreiking circulaire gronduitgifte; biedt aangrijpingspunten en vele voorbeelden voor succesvolle gronduitgifte.  De circulaire openbare ruimte; biedt handvatten en inspirerende voorbeelden voor een circulaire openbare ruimte; De communicatieopgave; biedt handvatten voor het opstellen van de communicatie-strategie over circulaire werklocaties. Slotevent Lodewijk Hoekstra van NL Greenlabel deelde op het slotevent zijn visie over de mogelijkheden van duurzame inrichting van de openbare ruimte en de meerwaarde hiervan. Jorrit Vervooldel-donk van Metabolic en Martine van Neer van Akro Consult hebben de circulaire transitieagenda en circulaire gronduitgifte gepresenteerd. John Haenen van Interface heeft als ondernemer toegelicht hoe Interface de circulaire economie in haar strategie integreert en als doel heeft om onze planeet te herstellen en een positieve impact achterlaten. Meer informatie Voor meer informatie over het praktijkprogramma circulaire werklocaties of het product circulaire openbare ruimte kunt u contact opnemen met Imme Groet van C-creators. Voor meer informatie over de circulaire transitieagenda kunt u contact opnemen met Jorrit Vervooldeldonk van Metabolic. Voor meer informatie over de handreiking circulaire gronduitgifte of de circulaire communicatieopgave kunt u contact opnemen met Paul van Dijk van Akro Consult.   

01-06-2021
Nieuws
Kick-off praktijkprogramma circulaire werklocaties ondertekend tijdens Provada
Kick-off praktijkprogramma circulaire werklocaties ondertekend tijdens Provada

Tijdens de vastgoedbeurs Provada in de Amsterdamse RAI hebben SKBN en SADC (Schiphol Area Development Company) woensdag 5 juni de aftrap gedaan voor het praktijkprogramma circulaire werklocaties. C-creators en Akro Consult zullen het programmamanagement uitvoeren.  De aanleiding voor het praktijkprogramma is het onlangs gelanceerde onderzoek over een afwegingskader voor circulaire gronduitgifte. Het rapport laat zien op welke wijze circulariteit in gronduitgifte kan worden geïntegreerd, hoeveel dit kost en oplevert, en welke samenwerkingsvormen kunnen worden gehanteerd. Het onderzoek is uitgevoerd door een multidisciplinair team bestaande uit Metabolic, APTO Architects, Ecorys en Akro Consult.  Community van koplopers De koplopers die in elk geval deel uitmaken van het praktijkprogramma zijn Business Park Amsterdam Osdorp, Heesch West, Lelystad Airport Businesspark, PolanenPark in Haarlemmerliede, Hoogtij in Zaandam en De President in Hoofddorp. Naar verwachting sluit nog een aantal locaties aan, onder meer in de provincie Gelderland. De werklocaties worden door heel Nederland ontwikkeld door verschillende overheden en ook marktpartijen.  De deelnemende werklocaties streven actief circulaire ontwikkeling na en zetten zo onderzoek en ambities om in praktijk. De koploperprojecten bieden qua profiel, levensfase en geografische spreiding een waardevolle mix en vormen een actieve community die kennis en ervaringen deelt. Het gaat daarbij onder andere om het ontwikkelen van producten zoals een wetgevingswijzer, een subsidiewijzer en circulaire uitgiftevoorwaarden.  Paul van Dijk, projectdirecteur Heesch West: “Een praktijkprogramma met koplopers is een slagvaardige manier om soms nog abstracte ambities, door delen van kennis en ervaring,  concreet invulling te geven. Heesch West en onze partners in het programma kunnen per werklocatie ambities specifiek en efficiënt verder ontwikkelen. De programmatische benadering vormt tegelijkertijd een bredere basis voor de uitnodigende, interactieve samenwerking met marktpartijen. Een kans om te anticiperen op landelijke doelstellingen in plaats wetsontwikkeling hierin af te wachten.”  Reinoud  Fleurke, manager gebiedsontwikkeling SADC: “Wij hebben de ambitie om koploper te zijn in de ontwikkeling van circulaire werklocaties. Graag willen wij met andere koplopers onze kennis delen en concrete stappen zetten. Samen kunnen we sneller leren en dus ook sneller resultaat behalen.” Theo Föllings, voorzitter SKBN: “SKBN draagt als kennisalliantie bij aan de (her)ontwikkeling van toekomstbestendige bedrijventerreinen. Circulaire economie en de rol van werklocaties in de energietransitie zijn voor ons belangrijke thema’s. Wij willen graag de kennis van dit praktijkprogramma delen via ons landelijke netwerk, om de impact zo groot mogelijk te maken.

05-06-2019
Nieuws
Inspirerend symposium Circulaire Werklocaties 2050: Bedrijventerreinen van de toekomst
Inspirerend symposium Circulaire Werklocaties 2050: Bedrijventerreinen van de toekomst

Van het aantal pakketten dat retour wordt gestuurd tot het lokaal hergebruiken van onder meer metalen, papier en karton. Tijdens het symposium Circulaire werklocaties 2050 op 11 april in Pakhuis De Zwijger presenteerden architecten, ontwerpers en adviseurs hun kijk op de bedrijventerreinen en kantoorparken in 2050. Waarom deze challenge? Reinoud Fleurke (manager gebiedsontwikkeling SADC en bestuurslid SKBN) legt uit waarom de challenge is georganiseerd: “We zien een aantal grote uitdagingen op ons af komen voor de (her)ontwikkeling van werklocaties; namelijk de transitie naar een circulaire economie, digitalisering, veranderingen in mobiliteit en inhoud van werk. Omdat wij koploper willen blijven in de ontwikkeling van werklocaties willen we weten wat de impact is van de trends. Dat doen we door nu inzicht op te halen die we kunnen gebruiken voor de ontwikkeling van onze werklocaties.” Resultaten van de challenge Jaap Bond, gedeputeerde Economie en Landbouw van de provincie Noord-Holland, beet in Pakhuis De Zwijger het spits af. “De klimaatverandering en uitputting van grondstoffen maken een overgang naar een circulaire economie noodzakelijk. Grondstoffen en materialen blijven dan zo lang mogelijk waardevol voor het economische systeem. Dat klinkt heel logisch en sympathiek, maar hoe vertaalt zich dat naar de plek waar bedrijvigheid zich concentreert en waar gewerkt wordt? Die vraag hebben we aan de deelnemers van de Challenge Circulaire Werklocaties 2050 voorgelegd.” Vervolgens werd de film vertoond die Lieve Sonderen maakte van het atelier dat aan het symposium voorafging. Hans Mommaas, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving, vergeleek de situatie van 30 jaar terug met de wens van nu. Terwijl vroeger industrie en bedrijven ver weg van woonwijken moesten blijven, hebben de twee elkaar in een circulaire economie juist nodig. Daardoor kunnen bijvoorbeeld reststromen als warmte gebruikt worden in huizen. De vraag hoe kantoorparken en bedrijventerreinen er over 30 jaar uitzien werd door de 3 deelnemende teams tijdens het symposium (deels) beantwoord. Ieder team kreeg in februari een bestaand terrein voorgeschoteld waar zij hun creativiteit op konden loslaten: Atlaspark in Amsterdam, Sloterdijken in Amsterdam en het gebied tussen het spoor en de A4 ten zuidoosten van Hoofddorp. De uitkomsten van de challenge zijn samengevat in een inspiratiedocument met de titel "Challenge Circulaire Werklocaties 2050 - Inspiratie voor circulaire werklocaties van de toekomst". Als je je verder wil verdiepen in de ontwerpen van de drie onderzoeksteams kan je die hier downloaden: Team 1: Atlaspark / plan Circulair Atlaspark 2050  Team 2: Sloterdijken / Machinekamer Sloterdijk Team 3: Beukenhorst / plan Cooperative corporate regional progress polder on steroids Circulaire economie De rijksoverheid, de provincie Noord-Holland en andere overheden willen dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Bij een circulaire economie wordt niets meer weggegooid, vernietigd of ongebruikt gelaten. Producten krijgen een nieuw leven, zoals hergebruik van plastics, en bedrijven zijn onderling afhankelijk van elkaar door bijvoorbeeld het gebruik van reststromen, energie en water. Organisatie De Challenge circulaire werklocaties 2050 wordt georganiseerd door de provincie Noord-Holland in samenwerking met SADC en SKBN. De stichting Architectuur Lokaal organiseerde de ateliers en het symposium.

12-04-2019
Nieuws
Circulaire werklocaties 2050: voorsorteren op de toekomst
Circulaire werklocaties 2050: voorsorteren op de toekomst

Voorsorteren op een onzekere en snel veranderende toekomst en daarmee ons vestigingsklimaat versterken. Daarvoor bieden volgens gedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland de resultaten van de Challenge Circulaire Werklocaties 2050 prachtige aanknopingspunten. Tijdens het Atelier Circulaire Werklocaties 2050 werken drie multidisciplinaire teams met professionals uit de wereld van ruimtelijk ontwerp, circulariteit en digitalisering aan antwoorden op de vraag: hoe ziet de circulaire werklocatie er in 2050 uit en hoe maken we dit mogelijk? Dit in opdracht van provincie Noord-Holland, SADC en SKBN. Verslagen van eerdere atelierdagen leest u hier en hier. Atlaspark, Circular Powerhouse ‘Circular Powerhouse’ was het motto van team Future Forward. Het team had vier eerdere scenario’s uitgewerkt tot een samenhangende, wervende visie voor Atlaspark, een bestaand, logistiek bedrijventerrein in het Amsterdamse Havengebied. Sleutelwoorden: upcyclen van retourstromen vanuit de stad en industrie, evolutie van repetitief naar creatief en gezond werk en nieuwe samenwerkings- en verdienmodellen. De ligging in het Havengebied, biedt volgens het team fantastische aanknopingspunten om Atlaspark te laten uitgroeien tot een grondstoffenhub en centrum van schone, circulaire productie en kennisontwikkeling voor aangrenzende industrie- en stedelijke gebieden. Een centrale strook binnen het bedrijventerrein wordt gereserveerd voor de ontwikkeling van een kennis- en innovatielab. Dit verbonden met het aangrenzende, bestaande golfterrein en Ruigoord. Ruigoord, nu een wat shabby kunstenaarsdorp, is ‘een cadeau’ dat kan uitgroeien tot een creatieve hotspot. Circulair en creatief werken betekent volgens Future Forward ook de ontwikkeling van andere manieren van samenwerking. Denk aan een coöperatieve vereniging van bedrijven in en om Atlaspark die rest- en retourstromen uitwisselen en waarde creëren. Het instrument van een bedrijveninvesteringszone kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en financiering van zo’n coöperatief groeimodel. Uitsmijter: ‘SADC zou zich van gebiedsontwikkelaar moeten omvormen tot een SAIC, een regionale investeringsmaatschappij voor circulaire gebieden en ontwikkelingen’. Sloterdijken, Machinekamer Met een groot aantal industriële, logistieke en nutbedrijven vormt het Sloterdijkgebied de ‘Machinekamer’ van de Metropoolregio Amsterdam. Het gebied zou zich volgens het team verder moeten ontwikkelen als ‘circulaire draaischijf’ in de regio voor materialen, water, energie en andere in- en uitgaande stromen. Binnen de Sloterdijken zijn er verschillende deelgebieden met ieder een eigen profiel en kansen. Met het verdwijnen van fossiele brandstoffen en het toenemende belang van de retourlogistiek krijgt de Haven in de toekomst het karakter van een grondstoffenhub. Het aangrenzende noordelijke Sloterdijkengebied kan zich ontwikkelen tot een geautomatiseerde circulaire productiekamer met een ‘open motorkap’, een metafoor voor schone, productieprocessen die transparant zijn, geen overlast meer bezorgen en niet langer verstopt hoeven te worden. Transparantie heeft ook te maken met de toenemende inzet van datascience, waardoor men in de toekomst precies weet wat de stad in- en uitgaat en daarop kan anticiperen. Door het schone karakter van circulaire productieprocessen is er in dat gebied ook beperkt ruimte voor wonen. Andere deelgebieden lenen zich daar overigens meer voor, zoals in het zuidelijke, meer fijnmazige gebied waar circulariteit meer te maken heeft met stromen binnen het gebied zelf  en wonen en werken veel meer wordt gemengd, ‘Living on the edge’.  Inspelen op veranderingen en onzekerheid betekent ook een ander soort infrastructuur waarmee flexibel kan worden ingespeeld op nieuwe vormen van mobiliteit, zoals zelfrijdende voertuigen: dus meer asfalt, beter koppelen van spoor en weg en glasvezelverbindingen langs weg en spoor. Hoofddorp: elektrisch vliegen Kennis, mensen, geld en spullen vormde de ingrediënten van het team Hoofddorp dat een verdere verdieping had gegeven aan vier scenario’s voor een uitgestrekt gebied rond Beukenhorst en omgeving. Dit langs de lijnen internationaal-regionaal en techniek-mensen. In het scenario ‘Corporate landscape’ staan er vooral veel grote, productie- en logistieke hallen waar ruimte is voor circulaire processen en internationale retourlogistiek van en naar Schiphol. Gekoppeld aan de toekomstige Co2-leiding van Rotterdam naar IJmuiden, kan Co2 als grondstof worden gebruikt voor onder meer biokerosine voor Schiphol. Dit alles met dubbel grondgebruik, ruimte voor wonen en een aantrekkelijke landschappelijke inpassing met groene daken.  In het scenario ‘Regional Hub’ vormt is Schiphol minder belangrijk en biedt de locatie vooral ruimte voor kleinschalige MKB- en familiebedrijven voor hergebruik en reparatie van retourstromen uit de regio. Terwijl het scenario ‘Oosterwold on steriods’ nog een stap verder gaat in de vorm van communicaties van pioniers die zoveel zelf produceren en voedsel verbouwen en daarmee inhoud geven aan circulariteit in het leven van alledag.  In het laatste scenario ‘Progress Polder’ verandert de Haarlemmermeer in een internationaal georiënteerd grootschalig kennislandschap voor biobased agroproductie, testvelden en laboratoria in een landschappelijke setting. Schiphol houdt een belangrijke functie als luchthaven. Een interessante vondst was het idee om een start- en landingsbaan vrij te maken voor elektrische vliegtuigen voor Europese vluchten. Door het ontbreken van geluidsoverlast wordt in de Haarlemmermeer zelf en steden in de omgeving ruimte vrijgespeeld voor nieuwe woningbouw.     Commentaar Jeanet van Antwerpen, directeur van SADC, was enthousiast over de presentaties: ‘Geen truttige verhalen maar aandacht voor toegankelijkheid van werklocaties, de menselijke kant van werken en nieuwe vormen van mobiliteit’. Zij benadrukte dat de tijd van masterplannen voorbij is en de presentaties een breed palet aan ingrediënten bevatte waarmee flexibel op een onzekere toekomst kan worden ingespeeld: ’Wij moeten met dit soort kennis excelleren ten opzichte van de concurrentie uit Azië’. Volgens mentor Maurits de Hoog moeten we veel meer werken met multidisciplinaire teams bij gebiedsontwikkelingen. Een voorstel voor en grondstoffen- en materialendepot in de Sloterdijken kan meteen worden opgepakt, de ruimte is er. We moeten op korte termijn getalsmatig doorrekenen wat urban mining voor de regio kan betekenen.’ De resultaten van de Challenge Circulaire Werklocaties worden gepresenteerd op donderdag 11 april op een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. U kunt zich hier aanmelden.

18-02-2019
Nieuws
2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050
2e dag Ateliers Circulaire Werklocaties 2050

Niet blijven hangen in scenario’s Op dag twee van de vier atelierdagen, georganiseerd door Architectuur Lokaal samen met Provincie Noord-Holland, SADC en SKBN, gingen de drie multidisciplinaire teams de diepte in met het uitwerken van toekomstscenario’s of een strategie om de transitie naar een circulaire werklocatie mogelijk te maken. Commentaar van mentor Maurits de Hoog: ‘Blijf niet hangen in scenario’s maar kom met aansprekende beelden’.    Hoofddorp Beukenhorst en omgeving in Hoofddorp vormt het werkgebied van het eerste team. Aanvliegroute: vier scenario’s langs de assen globaal-regionaal en mensen-techniek. In de globale scenario’s zijn Schiphol en internationale verbindingen een belangrijke kapstok. Globaal-technisch heeft het team een arcadisch, circulair landschap voor ogen met grote zwarte dozen voor logistiek en maakindustrie, eventueel gemengd met wonen en via een hyperloop aangetakt op Schiphol en CO2-leiding van Rotterdam naar de IJmond. Het menselijk-globale scenario zette meer in op een transitie naar een grootschalig agro-technisch productiemilieu, zonder wonen maar met een internationale kennishub. In de regionaal-technische variant krijgt het regionale MKB een belangrijke plek, met werkplaatsen waar afgedankte apparaten en materialen een tweede leven krijgen, in combinatie met onderwijsvoorzieningen. Sleutelwoord in de regionaal-menselijke variant was ‘de coöperatie’: kleine zelfvoorzienende dorpjes, al dan niet in hoge dichtheden waar bewoners spullen en diensten delen en haast autarkisch zelf hun producten maken. Vervolgstap voor het team is het uitwerken van een vanzelfsprekend ‘narratief’  en beelden voor alle scenario’s. Sloterdijken Inzet van het team Sloterdijken was meer een procesmatige methodiek voor de transitie van vier verschillende deelgebieden naar een circulaire toekomst. Dit volgens de lijnen van een denkkader, gebiedsprofielen, grondstoffenstromen en (logistieke) verbindingen. Zo werd voor de vier deelgebieden een profiel uitgewerkt aan de hand van een kansenkaart rond acht onderwerpen (klimaat, biodiversiteit, energie e.d.). Dit gesymboliseerd als de organen van het menselijk lichaam. Het noordelijke, havengebonden deel leent zich als circulaire machinekamer waar toegevoegde waarde wordt gecreëerd voor afval- en grondstoffenstromen. Het zuidelijke gebied meer voor een kleinschalig milieu met een mix van wonen en werken. Terwijl de omgeving van station Sloterdijk zich kan ontwikkelen tot een kennisintensief innovatiemilieu. De oosthoek, waar momenteel autosloperijen zijn, kan een toekomstig refurbishment-milieu worden. Volgende stap is een strategie hoe in de verschillende deelgebieden ‘het motortje op gang te brengen’: hoe de wisselwerking met de haven vormgeven, hoe stappen zetten in de waardeketen en hoe volgordelijk de transitie handen en voeten geven. De bestaande infrastructuur van grootschalige wegen en spoorverbindingen vormt daarbij een belangrijke kans. Aandachtspunt: hoe bedrijven en andere stakeholders in de verschillende deelgebieden erbij betrekken? Atlas Park Scenario’s vormden ook de benadering van het team Atlaspark, momenteel nog een logistiek- en productieomgeving in het havengebied met open ruimte. Dit langs de assen mono- versus multifunctioneel en creativiteit versus automatisering. In het monofunctionele scenario vormt automatisering met zelfrijdende voertuigen een centrale ingrediënt; eventueel met een hek eromheen maar niet vreselijk spannend als werkmilieu voor mensen. Ook monofunctioneel maar aantrekkelijker voor mensen en minder geautomatiseerd is een scenario waarbij meer verbindingen worden gelegd met het water en groen in de omgeving. Bij de twee andere scenario’s lag het accent op menselijke maat en creativiteit met ruimte voor wonen (multifunctioneel) dan wel met een laboratoriumfunctie voor creatieve maakindustrie en urban mining (monofunctioneel). Dit met een optimale relatie met het kunstenaarsdorp Ruigoord en het landschap in de omgeving. Commentaar Hoe verder in de komende atelierdagen? Mentor en mobilitetsprofessor Carlo van de Weijer benadrukte het belang van een scherpe strategie en focus. Hij waarschuwde teamleden zich niet teveel te laten verleiden door onrealistische fantasieën over zelfrijdende auto’s, drones en andere voertuigen. Volgens mentor en stedenbouwkundige Maurits de Hoog moeten de teams nog scherper inzoomen op de vraag waar de regio écht behoefte aan heeft. De Hoog: ‘Je kunt een gebied maar een keer vergeven, er zijn bovendien in de regio niet veel plekken meer met ruimte voor grootschalige logistiek en industrie. Wees er zuinig op’. Slotsymposium De volgende atelierdag is donderdag 14 februari (slotbijeenkomst). De resultaten worden gepresenteerd op donderdag 11 april op een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. U kunt zich aanmelden via: https://dezwijger.nl/programma/circulaire-werklocaties-2050/?flush=true

07-02-2019
Nieuws
Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start
Ateliers Circulaire Werklocaties 2050 van start

Hoe ziet de circulaire werklocatie er in 2050 uit en hoe dit mogelijk te maken? Met deze vraag gaan drie multidisciplinaire teams met professionals uit de wereld van ruimtelijk ontwerp, circulariteit en digitalisering de komende weken aan de slag. Dit in opdracht van provincie Noord-Holland, SADC en SKBN. Op de eerste dag van een vierdaags atelier werd vooral een beeld geschetst van de opgave. Paul Strijp van de provincie Noord-Holland ging in op de betekenis van de Vierde Industriële Revolutie voor werklocaties. Hij ziet een samensmelting van verschillende technologieën, zoals robotisering/3D, platformen (Airbnb, blockchain), Internet of things, biometrie, social media (incl. VR en AR), persuasive technologie (gericht op gedragsverandering) en big data. Vooral de data-economie, platformeconomie en nieuwe productie-economie zullen een grote ruimtelijke impact hebben.  Circulair samenwerken Hans Vonk van de provincie Noord-Holland wees daarbij op de snelle toename van het aantal datacenters, met name in de Metropoolregio Amsterdam. De verandering van distributiepatronen door de platformeconomie en nieuwe productiemethoden, zoals robotisering en 3D- en 4Dprinting zullen ook gevolgen hebben voor de situering en inrichting van logistieke centra en daarmee voor infrastructuur, mobiliteit en transport: ‘Zijn er in 2050 nog wel bedrijventerreinen? De circulariteit komt, aldus Vonk, vooral tot uiting in andere vormen van samenwerking van bedrijven: hoe koppel je stromen (materialen, afval, energie, Co2, warmte) aan elkaar en maak je efficiënte kringlopen?  Lat hoog letten Reinoud Fleurke, manager gebiedsontwikkeling bij SADC, benadrukte dat op dit moment bij de investeringen in bedrijfsgebouwen en infrastructuur vooral de tijdshorizon een probleem vormt: op korte termijn kosten duurzame investeringen meer en de terugverdientijd is voor veel bedrijven te lang, met alle risico’s van dien. Wat te doen? Fleurke: ‘Leg als overheid de lat hoog, zodat bedrijven wel duurzaam en circulair moeten investeren en benadruk het belang van circulaire terreinen en gebouwen voor je reputatie. Een positieve ontwikkeling is dat beleggers steeds meer belang hechten aan duurzaamheid, bijvoorbeeld in de vorm van green bonds, en beurswaarde daarvan laten afhangen.’ Wingewesten Fotograaf Theo Baart zette de aanwezigen hard met de voeten op de vloer. Met een groot aantal foto’s liet hij zien dat bedrijventerreinen ‘wingewesten ’zijn die totaal geen relatie omgaan met hun omgeving. De openbare ruimte is vaak zeer laagwaardig: geen trottoirs of fietspaden, auto’s die in de berm parkeren en nauwelijks aandacht voor cultuurhistorische elementen, zoals landschap of oude boerderijen ‘terwijl dit soort elementen een gebied juist identiteit kunnen geven’. Bedrijven zijn in de weekenden vrijplaatsen voor allerlei vormen van criminaliteit en vertier voor jongeren. Schitterende beleidsverhalen en verkoopfolders gaan volgens Baart vaak aan de werkelijkheid voorbij: ‘Als de poëzie vloeit door de aderen van de vastgoedwereld, is het feest in alle zalen.’ Conclusie: circulaire bedrijven zijn vast heel mooi maar ga eerst eens goed inrichten en zorgvuldig beheren. Kansen en constanten Na de inleidingen gingen de drie geselecteerde teams aan de slag met ieder een eigen gebied: Sloterdijken (Amsterdam), Atlaspark (Havengebied Amsterdam) en Beukenhorst en omgeving (Hoofddorp). De eerste atelier-dag was vooral kennismaken en agenda bepalen. Opvallend was dat alle teams bestaande kansen en waarden van de gebieden benadrukten en die als vertrekpunt kozen. Rekening houden met de levenscyclus van gebieden was ook een belangrijke notie: landschap en infrastructuur zijn constanten die kaderstellend zijn voor de verdere inrichting en gebouwen. Ofwel: hoe vandaaruit organisch groeien? Vraag is ook hoe ‘autarkisch’ je wilt zijn; op welk schaalniveau moet je kringlopen organiseren. En betekent de relatie met de stedelijke omgeving dat wonen in de toekomst altijd een plek moet hebben of verschilt dat per type bedrijventerrein? De volgende atelierdagen zijn woensdag 6 en donderdag 7 februari. Op donderdag 14 februari worden op de slotbijeenkomst de resultaten gepresenteerd. Op donderdag 11 april is er een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. 

04-02-2019
Aanmelden nieuwsbrief