Teruglevercongestie was in 2020 de aanleiding voor het ontstaan van de Smart Energy Hub regio Zwolle Noord, kortweg SZN. Er werd zoveel duurzame zon- en windenergie opgewekt, dat het elektriciteitsnet het niet aankon. Drie bedrijven op bedrijventerrein Hessenpoort stemmen sinds oktober 2023 hun energiegebruik op elkaar af via het slimme ICT-platform van SZN. Voor eind mei 2024 komen daar acht bedrijven bij. Daarmee is SZN als koplopersproject in Nederland uit de startblokken.

De opzet van SZN is dat niet alleen de ruim zestig bedrijven op bedrijventerrein Hessenpoort ten noorden van Zwolle hun energiegebruik en het opwekken van energie op elkaar gaan afstemmen, maar op termijn ook alle grootverbruikers, die in hetzelfde deel van het electriciteitsnet zijn gevestigd. Deze regio - het grensgebied van Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland - maakt gebruik van dezelfde infrastructuur, die gekoppeld is aan een regionaal stopcontact: het Hoogspanning/Middenspanningstation van Enexis en TenneT aan de Hessenweg in Zwolle. Het betreft hier één van de belangrijkste gebieden voor grootschalige opwekking van duurzame energie voor de Regionale Energie Strategie West Overijssel.

Het doel van deze ‘slimme’ samenwerking is om het duurzaam opwekken van energie te stimuleren en netcongestie, het overbelasten van het energienet, te voorkomen. ‘We werken samen met de gemeenten Zwolle, Dalfsen Staphorst en Zwartewaterland en de Provincie Overijssel aan het optimaliseren van het regionale energiesysteem’, zegt Maarten Epema, regisseur bij SZN.

Energietransitie: samenwerking

De energietransitie, het overschakelen van fossiele brandstoffen op duurzame energie, is een stevige, noodzakelijke opgave willen we met zijn allen de aarde leefbaar houden. Een van de inzichten, die de energietransitie heeft opgeleverd, is dat lokaal opgewekte energie, bijvoorbeeld zon- en windenergie, het beste lokaal verbruikt kan worden. Zo wordt het landelijke energienet niet onnodig extra belast.

Samenwerking is daarbij het sleutelwoord, daar moet iedereen aan wennen. Bedrijven op een industrieterrein, die ineens met hun ‘buren’ moeten samenwerken en netbeheerders, die wordt gevraagd groepscontracten te ontwikkelen in plaats van de gangbare individuele contracten met bedrijven (klanten).

Met je poten in de klei

‘Het leuke van het ontwikkelen van een smart energy hub is, dat je heel lokaal, met je poten in de klei, samenwerking tussen bedrijven en andere organisaties op het gebied van energieverbruik van de grond probeert te tillen. Tegelijk word je gevraagd de opgedane kennis landelijke beschikbaar te stellen voor andere hubs en voor het ontwikkelen van nieuwe wetgeving’, vertelt Epema. ‘Zo schakel je van hele concrete zaken, zoals het aansluiten van energiesystemen van verschillende bedrijven en het opzetten van een digitaal Energie Management Systeem naar vrij abstracte zaken, zoals het bedenken van nieuwe wetgeving.’

Epema verwijst naar het samenwerkingsverband van Smart Energy Hubs in Overijssel en Gelderland, georganiseerd door Oost NL: ‘Deze samenwerking helpt, door bijvoorbeeld een snelle onderlinge kennisuitwisseling, waardoor niet iedereen zelf het wiel hoeft uit te vinden.’

Eerste gesprekken in 2020

Epema is vanaf de eerste gesprekken tussen de initiatiefnemers in 2020 bij SZN betrokken. ‘Het oude energiesysteem wordt centraal aangestuurd en gaat van grof, grote kabels en leidingen, naar fijn, naar de energievoorziening van bedrijven en huishoudens. Het nieuwe systeem werkt deels andersom, door het lokaal opwekken van duurzame energie en het toenemende elektriciteitsgebruik van huishoudens en bedrijven. SZN staat in het oog van die storm.’

Samenwerking netbeheerder

Cruciaal voor het ontwikkelen van een SEH is niet alleen de samenwerking tussen bedrijven en andere energiegebruikers op lokaal niveau, maar ook de samenwerking met de netbeheerder. SZN is sinds de zomer van 2022 in gesprek met Enexis en heeft van deze netbeheerder de status van innovatief pilotproject gekregen. ‘Als je op een bedrijventerrein als bedrijvencollectief binnen de bandbreedte van het openbare net blijft, voorkom je netcongestie’, verklaart Epema. ‘Daar heeft de netbeheerder baat bij. Het probleem is alleen dat er nog geen wetgeving is om bijvoorbeeld groepscontracten mogelijk te maken. Het is nog pionieren, vandaar dat netbeheerders alleen via een pilot-constructie aan een SEH kunnen meewerken. De verwachting is dat eind 2024 de wetgeving hiervoor wel op orde is en de pilot omgezet kan worden in een formele overeenkomst.’

Gebouwgebonden energieverbruik

SZN onderscheidt:

  • gebouwgebonden energieverbruik
  • bedrijfsgebonden energieverbruik
  • mobiliteit-gerelateerd energieverbruik.

‘Bij gebouwgebonden energieverbruik gaat het om installaties, zoals warmtepompen en koelinstallaties, die het gebouw verwarmen of koelen. Daar valt best veel aan te sturen’, zegt Epema. ‘Als elk bedrijf op een industrieterrein om zeven uur ’s morgens zijn warmtepomp aanzet, heb je meteen een piek in energieverbruik. Als bedrijven afspreken dat de één om half zeven zijn warmtepomp aanzet, de ander om zeven uur en de volgende om half acht, maakt dat een groot verschil.’

Energieverbruik aansturen

Bij bedrijfsgebonden energieverbruik gaat het om de bedrijfsvoering en het productieproces. Ook daar blijkt dat pieken in het stroomverbruik met goede afspraken voor een deel te voorkomen zijn. ‘Die afspraken worden vertaald in een ICT-platform, het Energie Management Systeem (EMS), dat het totale energieverbruik en het opwekken van energie van de aangesloten bedrijven monitort. Daarbij wordt verbruik onderling afgestemd en waar mogelijk en nodig bijgestuurd vanuit het platform. Zo optimaliseer je de belasting van het energienet’, vertelt Epema. ‘Zo’n platform monitort realtime het energieverbruik en de levering van energie van de bedrijven. Dit platform is gekoppeld aan stuurbare techniek in het netwerk, zoals omvormers van zonnepanelen, batterijen en de gasgenerator, die als vangnet voor de energielevering fungeert.’

Vervoer met waterstof

Denk bij mobiliteit-gerelateerd energieverbruik aan het laden van elektrische voertuigen. ‘Daar keek je in het verleden niet naar op een bedrijventerrein’, constateert Epema. ‘Maar als een bedrijf besluit zijn wagenpark te elektrificeren, heeft dat meteen invloed op het energieverbruik op het net.’

Op Hessenpoort werd in 2020 al meer zon- en windenergie opgewekt dan het net aankon, waardoor er meteen is gezocht naar manieren om lokaal opgewekte elektriciteit om te zetten in bijvoorbeeld waterstof. ‘Jan Bastiaans, een enthousiaste ondernemer afkomstig uit de grondstoffenhandel voor de beton- weg- en waterbouw, is daarmee aan de slag gegaan’, vertelt Epema. ‘Hij heeft het bedrijf H2GO opgericht, dat een elektrolyser bouwt op Hessenpoort. Daarmee kun je duurzame energie omzetten in waterstof, zuurstof en warmte.’
De geproduceerde waterstof wordt gebruikt voor duurzaam, zwaar transport van bijvoorbeeld grondstoffen voor de beton-, wegen- en waterbouw. De zuurstof en warmte kunnen weer heel goed benut worden voor de rioolwaterzuivering van Waterschap Drents Overijsselse Delta op Hessenpoort. Zo ontstaat een energie-efficiënt systeem dat ook bijdraagt aan het optimaliseren van het gebruik van het stroomnet.’

Publiek-private samenwerking

De organisatiegraad op bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle-Noord is hoog, wat een voordeel is. ‘Toch was onze grootste uitdaging hoe onze coalitie van samenwerkingspartners eruit ging zien’, stelt Epema. ‘We hebben gekozen voor een publiek-private samenwerking tussen overheden en bedrijven en een regionale aanpak. SZN is daarbij vooral een publieke samenwerking van gemeente Zwolle en de provincie Overijssel onder de vlag van Herstructurerings Maatschappij Overijssel. SZN werkt weer samen met de ondernemers op Hessenpoort, die zich verenigd hebben in de coöperatie Ceurz. Ook netbeheerder Enexis is hierbij een belangrijke samenwerkingspartner.’

Klein begonnen

Er is tevens voor gekozen om klein te beginnen: de SZN is in oktober 2023 met drie bedrijven van start gegaan. De acht volgende bedrijven haken voor eind april 2024 aan. De opzet is dat uiteindelijk alle bedrijven op de drie bedrijventerreinen in de regio meedoen. Epema: ‘We denken groot en zijn klein begonnen. Zo kun je allerlei praktische hobbels onderweg makkelijker oplossen.’

Feiten & cijfers

SEH Zwolle Noord
Het grensgebied van Zwolle, Staphorst, Dalfsen en Zwartewaterland is in beeld als kansrijk gebied voor grootschalige opwekking van duurzame energie door zon en wind. De gemeenten werken mee aan het ontwikkelen van een Smart Energy Hub (SEH): een slim energiesysteem, waarbij het grootschalig opwekken van duurzame energie, de vraag naar, het transport, de opslag en de conversie in balans van (elektrische) energie worden gecombineerd.

In deze fase van de ontwikkeling ligt de focus hierbij op de plek waar de meeste vraag zich concentreerd: bedrijventerrein Hessenpoort in Zwolle. Op de langere termijn is de ambitie om ook de in dit gebied gelegen grootverbruikers in de andere drie gemeenten bij de SEH te betrekken.

Netbeheerders
TenneT (landelijke netbeheerder) en Enexis (regionale netbeheerder) verwachten vanaf 2020 10 tot 15 jaar structurele netcongestie voor het terugleveren van elektriciteit aan het net in het gebied.

Enexis kondigde vanaf december 2023 ook netcongestie voor het leveren van elektriciteit aan.

Waterstofelektrolyser
De waterstofelektrolyser is één van de eerste projecten, die medio 2024 in gebruik wordt genomen. Hiermee wordt ‘overtollige’ zonne- en windstroom gebruikt voor de productie van waterstof, zuurstof en warmte.

De geproduceerde waterstof wordt ingezet voor verduurzaming van het transport van grondstoffen voor beton-, weg- en waterbouw. De vrijkomende zuurstof wordt gebruikt voor de beluchting van slib in de rioolwaterzuivering.

Groeps- transportovereenkomst (Groeps-TO)
Vooruitlopend op nieuwe wet- en regelgeving wordt op Hessenpoort geëxperimenteerd met een zogeheten pilot-Groeps-transportovereenkomst (groeps-TO).

Foto: Fotografie Zintuig Studio / Ondernemersvereniging Hessenpoort

10-04-2024
Nieuws
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.Niet op financieel rendement sturenVolgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. ‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.Invloedrijke campusDe Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.Campusvastgoed in overheidshandenDe stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.Koopsom onbekendDe aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief