Met het Nationaal Programma Ruimte voor Economie komt het thema ruimte voor werk hoger op de politieke agenda te staan. Een trendbreuk, maar het zorgt niet direct voor dat er minder druk komt te staan op de gespannen verhouding tussen ruimte voor wonen en economie. 'Het spel begint nu pas echt, waarbij een integrale aanpak voorop moet komen te staan zodat wonen en economie niet elkaars vijand worden in de strijd om ruimte.' 

Dit zei Jurgen Geelhoed, plaatsvervangend directeur regio en ruimte bij EZK, tijdens het BT event in Rotterdam op 9 november. Volgens Geelhoed is de afgelopen jaren te eenzijdig gekeken naar woningbouw. 

'We zijn in een situatie beland dat met name praktisch opgeleide banen de stad worden uitgeduwd omdat er geen alternatieve werkruimte tegenover staat', vertelde Geelhoed voorafgaand aan een paneldiscussie met Cees-Jan Pen, lector Fontys Hogeschool, Damo Holt (Rebel Group), Kees Noorman, algemeen directeur ORAM Amsterdam en SKBN-voorzitter Theo Föllings.  

'Wat zijn we met elkaar aan het doen vraag ik mij dan af. Aan de ene kant zijn we meer woningen aan het realiseren, waarvan 30 procent sociaal en betaalbaar zijn, terwijl aan de andere kant voor de mensen die in deze woningen zouden moeten wonen vervolgens geen werk is. Dat is de spanning die ik zie en we moeten voorkomen dat er in steden een elite-economie ontstaat', benadrukte Geelhoed tijdens het 18e BT Event dat Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en vakblad BT samen organiseerden, dit jaar in samenwerking met de Provincie Zuid-Holland, gemeenten Rotterdam en Den Haag en de MRDH. 

Terugnemen
EZK-directeur Geelhoed gaf toe tijdens de discussie dat hij is teruggekomen op de stelling dat de oprukkende woningbouw 'meer kapot maakt dan je lief is', waar het gaat om ruimte voor werk. 'Ik ben tot het besef gekomen dat we de woningbouwontwikkeling, die zo hard nodig is, moeten omarmen om onze doelen wat betreft ruimte voor werk te halen. Niet alles is natuurlijk mengbaar, maar we trekken nu te grote hekken op waardoor we nooit tot elkaar zullen komen.' 

Cees-Jan Pen gaf ook toe dat de kritiek op de oprukkende woningbouw géén recht doet aan discussie over ruimte voor werk. 'We hebben een woon- én een werkopgave die kun je soms combineren, maar er zijn ook plekken waar woningbouw bewust wordt toegestaan.'  

Integrale verevening
In dat geval kan volgens Pen worden nagedacht worden over een integrale verevening. 'Dit betekent dat de opbrengsten van een woongebied worden gebruikt om te investeren op het verduurzamen en behouden van bedrijfslocaties waar geen woningbouw mogelijk is en waar bijvoorbeeld straks circulaire activiteiten plaatsvinden. Wat we eigenlijk binnen de hele discussie uit het oog zijn verloren, is dat werken zorgt voor een leuke stad. Dat besef is er maar begint nu pas echt te leven.'  

Kees Noorman schetste voor de situatie in de gemeente Amsterdam een somber beeld waar het gaat om creëren van ruimte voor industrie en andere bedrijvigheid. 'Bij planvorming wordt bij de gemeente de economie overgeslagen. De afdeling grondzaken bepaalt eigenlijk de economie van Amsterdam.' 

'Wat we eigenlijk binnen de hele discussie uit het oog zijn verloren, is dat werken zorgt voor een leuk stuk stad'

Geelhoed bevestigde dit beeld van Noorman. 'Als we naar de cijfers en feiten kijken, dan moeten we vaststellen dat in Amsterdam een soort van elite-economie ontstaat. Alles wat praktisch opgeleid is, is weg. Dat zorgt voor sociale polarisatie. Waar we naar toe moeten, is dat betaalbare bedrijfsruimte weer terug de stad in moet.'         

Voor de nieuwe verkiezingen heeft woningbouw topprioriteit en lijkt het thema ruimte voor werk naar de achtergrond te verdwijnen.  

Geelhoed ziet echter kansen. 'Met slimme combinaties tussen wonen, werken, mobiliteit en energie kunnen we ruimte voor werk blijvend onder de aandacht houden, niet alleen binnen mijn eigen ministerie, maar ook bij andere departementen op voorwaarde dat we bereid zijn om integraal te denken.'  

'We hebben met dit programma een basis waarop we op voort kunnen bouwen. Daar heb ik ook de markt voor nodig, want we hebben bij de uitvoering vanuit EZK niet de middelen en het instrumentarium om dit allemaal alleen te doen.' 

Man van... 9 miljoen
De opgave is voor Geelhoed lastig want voor de uitvoering van het programma heeft hij een smal potje van 9 miljoen euro beschikbaar. 'Daar kun je eigenlijk niet veel mee en daarom is het zaak dat we erin slagen om dit bedrag te verhogen als het nieuwe kabinet eenmaal is aangetreden.' 

'Bij planvorming wordt bij de gemeente de economie overgeslagen. De afdeling grondzaken bepaalt eigenlijk de economie van Amsterdam.' 

Geelhoed ziet ook kansen voor meer middelen uit gelden die vrijgemaakt zijn vanuit het ministerie van Klimaat en Energie voor de energietransitie. 'Ik geloof er ook wel dat we op basis van de netcongestiediscussie en het geld dat beschikbaar is om dit probleem op te lossen, slimme aangrijpingspunten kunnen zoeken voor het verduurzamen van bedrijventerreinen. Ook bedrijven en bedrijventerreinen kunnen op dit vlak katalyserend werken, zowel lokaal, regionaal als landelijk.' 

Theo Föllings: top down 
Theo Föllings benadrukte dat er top-down beleid moet komen om werkgelegenheid voor de stad te behouden. 'Er moet ruimte in de stad blijven om zowel white en blue collar aan het werk te houden om te voorkomen dat er slechte wijken ontstaan. Dat moet in beleid gegoten in top-down beleid. Bottom-up ben ik voor de instelling van een Dienst voor Algemeen Economisch Belang (DEAB), directeur Bart Kesselaar van Havensteder suggereerde dit tijdens de plenaire dialoog, die ondernemers helpt met het behouden van ruimte voor werk in de stad. Dat moet niet met subsidies, maar met investeringen waarvan het geld op langere termijn weer terugkomt.'

De Groene benadrukte dat Rotterdam het vooral belangrijk vindt dat praktische geschoolden kunnen blijven werken en wonen in de stad. 'We willen als stad een beweging in gang zetten door als eerste bestuur in Nederland in te zetten op het behoud van werk. Er is een enorme vraag naar ruimte en ook voor werk moet daar een plek binnen zijn.' 

Ingrid Thijssen: ruimtelijke kansen beter benutten
De aanpak van Rotterdam klinkt Ingrid Thijssen, voorzitter van VNO-NCW, als muziek in de oren. In haar keynote stelde Thijssen dat de overheid met het programma ruimte voor economie de kansen die er liggen voor nieuw ruimtelijk beleid moet benutten. 'Tegelijkertijd moeten we af van het idee dat Nederland vol is. Laten we denken in kansen, vooral ook gezien het feit dat we in Nederland meer ruimte nodig hebben voor bedrijvigheid om bijvoorbeeld de circulaire economie te faciliteren vanaf 2050.' 

Thijssen vroeg zich ook af waarom naast de woondeals tussen provincies en gemeentes niet ook werkdeals kunnen worden afgesloten. 'Niet alleen wonen vraagt om ruimte, dat doen werken en de economie net zo goed. Al is het maar omdat de mensen die in die nieuwe woningen gaan wonen, ook ruimte voor werk nodig hebben.' 

Bart Kesselaar, directeur strategie bij de woningcorporatie Havensteder, sloot zich aan bij de oproep van VNO-NCW voorzitter in een panelgesprek, waarin hij vertelde dat uit onderzoek blijkt dat met name kleinschalige bedrijven leveren een sociale bijdrage leveren aan het functioneren van een wijk. 'Als corporatie hebben we een hele grote opgave in het domein wonen. Tegelijkertijd hebben we er ook alle belang bij dat wijken goed functioneren en dat vereist ook betaalbare bedrijfsruimte.' 

Leren van Zürich
In Zurich is aan die opgave al invulling gegeven vertelde architect Markus Schaefer (Hosaya Scheafer Architect). In 2007 heeft de Zwitserse stad een moratorium ingesteld op de transformatie naar overgebleven stedelijke industriegebieden.  

Resultaat daarvan is volgens Schaefer dat grondspeculatie in die gebieden uitbleef of ontwikkelaars die op een waardesprong hadden geanticipeerd, bedrogen uitkwamen. 'In plaats van de gebieden vol te pompen met een maximaal aantal dure appartementen, werden zij door de planologisch kaders gedwongen hun creativiteit in te zetten voor het realiseren van nieuwe bedrijfsruimteconcepten, mídden in de stad, eventueel gecombineerd met wonen.'  


Lees ook: 
Line-up BT Event bevestigt trendbreuk: belang ruimte voor werk breed omarmd

Fotocredit: Aldo Alessi


 

 

10-11-2023
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Achtergrond
Dutch Fresh Port Campus koppelt bedrijven en onderwijs aan elkaar
Dutch Fresh Port Campus koppelt bedrijven en onderwijs aan elkaar

Dutch Fresh Port in Barendrecht/Ridderkerk is dé verslogistieke hotspot van Europa. De vraag naar arbeid is groot bij de circa 100 bedrijven daar en zal komende jaren alleen maar groeien. Om aan die groeiende vraag naar personeel te voldoen startte Dutch Fresh Port Campus met ondersteuning van MRDH.  Wie verpakt of verplaatst in de toekomst onze broccoli op Dutch Fresh Port? Of u nu vanavond thuis eet – bijvoorbeeld een verspakket – of dineert bij een restaurant: grote kans dat de groente die u eet verpakt en verhandeld is op Dutch Fresh Port in Barendrecht/Ridderkerk:  dé verslogistieke hotspot van Europa. De vraag naar personeel is groot bij de circa 100 bedrijven in het gebied, en zal alleen maar groeien. Aan die vraag kan tegemoet gekomen worden door eigen medewerkers op te leiden, door nieuwe aanwas en studenten, door het stimuleren van innovatie en het verhogen van arbeidsproductiviteit. Daaraan werkt de campus Dutch Fresh Port, die vorig jaar officieel startte, onder meer door bedrijven en onderwijs aan elkaar te koppelen. Josimar Barbolina, business developer bij handelsbedrijf Olympic Fruit, haalt een citroen uit een grote afvalbak en laat ‘m zien aan een groep studenten. De vrucht is weggegooid wegens een klein vlekje op de schil. In de afvalbak liggen meer vruchten die niet verhandeld kunnen worden, zoals druiven en kiwi. De opdracht van Barbolina aan de studenten: bedenk een oplossing voor deze reststromen. Hij laat ze ook een inspirerend voorbeeld zien: de Linkebal II, een door Olympic Fruit ontwikkeld biertje van afgedankte mandarijnen. De studenten zijn afkomstig van drie mbo-instellingen uit de regio: Lentiz, Albeda en Zadkine. Vandaag bezoeken ze drie bedrijven in Dutch Fresh Port, het agrologistieke bedrijventerrein in Barendrecht en Ridderkerk. Doel is dat de studenten leren wat handelsbedrijven als Olympic Fruit doen. Zoals Ilse (19) uit Bleiswijk die de opleiding Brood & Banket van Zadkine volgt: “Het is interessant om te zien wat er gebeurt binnen deze bedrijven. En de opdracht is ook leuk: iets lekkers maken met reststromen.” Hopelijk leidt dat ertoe dat meer studenten kiezen voor een baan in de verslogistiek. Het tekort aan goede medewerkers is namelijk groot. Daarom start  Dutch Fresh Port een eigen campus onder dezelfde naam, die gesteund wordt door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De campus moet onder meer zorgen voor een goede link tussen onderwijs en ondernemers. Marc Bloemendaal, projectleider van de campusontwikkeling op Dutch Fresh Port: “Theorie is belangrijk. Maar het is nóg belangrijker dat studenten bedrijven kunnen bezoeken en in de praktijk kennis en ervaring opdoen.” Verslogistieke hotspot Dutch Fresh Port is dé verslogistieke hotspot van Europa. De gezamenlijke omzet van de circa 100 bedrijven in het gebied bedraagt 6 miljard euro. “Dutch Fresh Port is een enorm sterk cluster op het gebied van verslogistiek en gezonde verse voeding”, vertelt Marc Bloemendaal,. “Daarmee is de regio uniek voor Europa, zeker in combinatie met de Rotterdamse haven, en de teelt- en veredelingsbedrijven in Westland en Oostland.” Dutch Fresh Port is goed voor zo’n 4.000 banen. Het gaat om veel medewerkers met uitvoerende werkzaamheden, zoals operators van productielijnen, heftruckchauffeurs en logistiek medewerkers. Maar ook is er een duidelijk verschuiving te zien naar technisch en ICT-geschoolde professionals. Nu al zijn er veel vacatures. Zo steeg de vraag naar operators en teamleiders de laatste jaren door de populariteit van maaltijdboxen: die worden namelijk samengesteld door veel van de bedrijven op Dutch Fresh Port. Het wordt voor de bedrijven dan ook steeds moeilijker de vacatures in te vullen. En dan te bedenken dat de werkgelegenheid op Dutch Fresh Port de komende jaren nog zal stijgen door groei van het aantal bedrijven. De verwachting is dat er tot 2030 nog eens 3.000 tot 4.000 banen bij komen. Er is dus werk aan de winkel. ‘De opleiding Verslogistiek bestaat nog maar een paar jaar. Dan is het goed midden tussen het beroepenveld te zitten’ Bestaand personeel houden en opleiden De vacatures zijn deels in te vullen door huidig personeel, bijvoorbeeld door bij- en omscholing. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Bedrijven kunnen meer aandacht geven aan mogelijkheden voor hun medewerkers om door te groeien van productiemedewerker naar leidinggevende, vertelt Roeland Buijsse, voorzitter van het College van Bestuur van opleidingsinstituut SVO Vakopleiding Food.De leercultuur bij veel bedrijven moet dus beter. Bovendien is er vaak sprake van piekarbeid. Medewerkers werken een half jaar bij een bedrijf en vinden dan een nieuwe werkplek bij een andersoortig bedrijf. Daardoor is het moeilijk te weten wie van de medewerkers het in zich heeft om door te groeien, vertelt Onno Kobus, directeur van Kobus BV. Dat bedrijf bemiddelt in flexibele arbeid én leidt nieuwe en bestaande medewerkers op. Medewerkers behouden en ontwikkelen is dus een belangrijke stap. Dat kan door samen te werken, aldus Kobus. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de medewerker die na een half jaar niet meer ‘nodig’ is bij het ene versbedrijf een (tijdelijke) baan krijgt bij een ander bedrijf op Dutch Fresh Port. Transitie-opgaven  Voor een dergelijke samenwerking moeten partijen samengebracht worden: bedrijven én onderwijs. Dat is dan ook een van de voornaamste taken van de campusontwikkeling Dutch Fresh Port. Projectleider Campusvorming Bloemendaal: “We brengen bedrijven verder door ze in contact te brengen met elkaar én met het onderwijs. Dat doen we rond een aantal belangrijke, maatschappelijke transitie-opgaven: digitalisering, energieneutraal, gezonde voeding en duurzame mobiliteit. Daarmee werken we ook samen met de andere campussen binnen Greenport Horti Campus.” De campus startte in 2023, en heeft inmiddels een groot aantal initiatieven gestart, gestimuleerd of ondersteund. Enkele voorbeelden: de start van de onderwijscoalitie die op strategisch en operationeel niveau samenwerkt, de ontwikkeling van een nieuwe keuzedeel digitalisering & innovatie verslogistiek, de start van een community van HR-managers die bespreken aan welke opleidingen behoefte is, de Masterclass Stimuleren leercultuur, waar bedrijven leren daar hoe ze meer kunnen halen uit de ontwikkeling van huidige medewerkers. De eerste opzet van een gezamenlijke vacaturebank: https://www.dutchfreshport.eu/werken/. En dat is nog maar een kleine greep. Bedrijven bezoeken Het onderwijs speelt een grote rol in de toekomst van Dutch Fresh Port. Inmiddels zijn zeven organisaties aangesloten bij de onderwijscoalitie van Dutch Fresh Port: Lentiz, SVO, Hogeschool Rotterdam, Inholland, Handelgroeit, Human Talent Group en Kobus Opleidingen. De coalitie zorgt er onder meer voor dat vragen vanuit de praktijk worden opgepakt door het onderwijs. Lentiz is zelfs afgelopen schooljaar verhuisd naar een tijdelijke locatie op Dutch Fresh Port, vertelt Eygje Laroo, directeur Lentiz|mbo Barendrecht. Het gaat om de opleidingen Verslogistiek, Hovenier, Loonwerk en Dierverzorging. De motivatie voor die verhuizing was vooral Verslogistiek. “Die opleiding bestaat nog maar een paar jaar. Dan is het goed midden tussen het beroepenveld te zitten.” En, zo vertelt Laroo, bijvoorbeeld hoveniers weten de opleiding inmiddels wel te vinden. De verhuizing heeft voor die opleiding niet heel veel impact. Maar juist in de verslogistiek moet de aansluiting met het bedrijfsleven nog echt groeien. “Bedrijven geven met veel passie en liefde een rondleiding voor onze studenten. Maar als we vragen of ze een onderzoeksvraag hebben voor onze studenten, bijvoorbeeld over reststromen, digitalisering of energieneutraal, dan is dat vaak nog ingewikkeld voor ze. Voor ons is het dus ook nog experimenteren: wat werkt wel in het contact met bedrijven, en wat niet?” ‘Theorie is belangrijk. Maar het is nóg belangrijker dat studenten bedrijven kunnen bezoeken en in de praktijk kennis en ervaring opdoen’ Beter organiseren en afstemmen SVO is een van de andere leden van de onderwijscoalitie, en is al jaren actief op Dutch Fresh Port. Buijsse van SVO: “Onze opleidingen zitten dicht bij onze klanten: onze docenten volgen de studenten. Zo hebben we opleidingen Foodservice in de Markthal en leiden we landelijk al het personeel van McDonalds op. Sinds jaren zijn we actief op Dutch Fresh Port: daar organiseren we samen met Kobus BV de opleiding Food.” De opleiding Food van SVO heeft trajecten voor mbo-niveaus 1 tot en met 4. Jaarlijks leidt SVO circa 80 studenten op. De studenten volgen 1 dag per week lessen; de andere dagen zijn ze actief op een bedrijf. Daarnaast bieden SVO en Kobus BV versnelde trajecten aan, bijvoorbeeld voor nieuwe medewerkers. Zo hebben SVO en Kobus BV twee verkorte opleidingen ontwikkeld die met VR-bril kan worden gevolgd: Operator en Logistiek, vertellen Buijsse en Kobus. De leerling kan dan zien hoe bijvoorbeeld een productiestraat werkt, of hoe werken op grote hoogte bevalt. De opleidingen kunnen in elke gewenste taal worden gevolgd. Daarmee spelen ze in op de diversiteit aan nationaliteiten bij tijdelijke medewerkers én op de schaalvergroting bij de bedrijven op Dutch Fresh Port. Het wordt namelijk steeds moeilijker om een rondleiding te organiseren bij de handelsbedrijven. Bovendien kan de training ook al in het moederland van een medewerker worden gevolgd.  Grote dozen Initiatieven voldoende dus. Maar weten medewerkers de weg naar Dutch Fresh Port wel te vinden? Als het gaat om jongeren: Rotterdam ligt op fietsafstand, dus in theorie zijn er voldoende jonge medewerkers of studenten. Maar zo eenvoudig is dat niet. Laroo: “We hebben nu 14 studenten, verdeeld over 3 leerjaren en 2 niveaus. Dat is dus nog niet veel.” Dat komt voor een groot deel doordat het werk bij bedrijven op Dutch Fresh Port niet zichtbaar is. Kobus merkt – net als anderen – dat voor de buitenwereld redelijk onbekend is wat er gebeurt op Dutch Fresh Port. De bedrijven zijn vaak ‘blokkendozen’: groot, vierkant. Ze doen niet vermoeden dat er binnen gewerkt wordt met lekkere en gezonde voeding. Daarom is werken aan zichtbaarheid ook een belangrijke activiteit van de campus, aldus Bloemendaal. Zo komen er meer plekken in de vorm van een ‘experience center’, waar bezoekers kunnen beleven wat er gebeurt bij al die bedrijven. Vele tientallen studenten van Hogeschool Rotterdam hebben praktijkopdrachten uitgevoerd bij bedrijven op Dutch Fresh Port. En met enige regelmaat zijn er rondleidingen. Bloemendaal: “Zo hebben we onlangs honderd leerlingen uit het primair onderwijs kennis laten maken met de bedrijven hier.” Onlangs kreeg de campus een eigen fysieke locatie, namelijk de vestiging van Lentiz. Vandaaruit kan verder worden gebouwd, vertelt Bloemendaal. “De campus is feitelijk een middel waarmee we het brede ecosysteem ondersteunen.” Dat kan alleen door samenwerking en door interactie tussen bedrijven, onderwijspartners, start-ups, scale-ups, belangrijke regionale stakeholders en beleidsmakers. Dit resulteert in doorgroeimogelijkheden, bijvoorbeeld via mbo naar hbo, hybride leer-werkomgevingen, en dat bedrijven inzien dat ruimte bieden aan ontwikkeling en opleiding de route is naar groei en innovatie. En dat gaat steeds beter, ziet Buijsse van SVO: “Het is mooi te zien dat steeds meer bedrijven inzien dat ontwikkeling en opleiding goed is voor personeelsbehoud en kwaliteitsverbetering, en dat ze daarmee hun medewerkers een toekomst gunnen.” Versnelling regionale campussen De Metropoolregio Rotterdam Den Haag versnelt de vorming van regionale campussen door cofinanciering en draagt daarmee bij aan een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Daarnaast is er het regionaal campusnetwerk waarin gemeenten en onderwijsinstellingen kennis en ervaringen delen en samenwerken met het bedrijfsleven. De MRDH investeerde al in 14 mbo- en hbo-campusprojecten. Dutch Fresh Port is er daar één van. 

29-02-2024
Nieuws
‘Landscapes of Trade’ brengt nuance in logistieke debat
‘Landscapes of Trade’ brengt nuance in logistieke debat

Is logistieke schaalvergroting een zegen of een vloek? Wie de discussie over grootschalige distributiecentra de afgelopen jaren volgde, zou dat laatste kunnen concluderen. Logistiek is te belangrijk voor een gepolariseerde discussie, stelt Merten Nefs met zijn proefschrift ‘Landscapes of Trade.’ Nefs, die onderzoek doet naar de economische en ruimtelijke effecten van distributiecentra, brengt met zijn proefschrift inzicht en nuance in het debat over het logistieke complex, dat sinds 1980 in omvang verviervoudigde. Dat is nog weinig in vergelijking met de internationale handel. Die groeide in dezelfde periode met 800 procent, aldus Nefs in een korte presentatie voorafgaand aan de verdediging van zijn proefschrift, gistermiddag in het aula-gebouw van TU Delft.   Aan het einde van zijn verdediging stelde zijn promotor Wil Zonneveld (hoogleraar stedelijke en regionale planologie, TU Delft) de vraag wat hem het meest verrast heeft tijdens zijn onderzoekswerk.   ‘Toen ik mijn onderzoek startte was ik bevooroordeeld. Ik redeneerde vanuit het landschapsperspectief, waarin logistiek geen functie heeft, maar louter een obstakel is.’   Zijn onderzoek bracht Nefs tot het inzicht dat logistiek en grootschalige distributie en het bijzonder economies of scale een functie hebben. Waarover zo dadelijk meer. Logistiek en grootschalige distributie hoort bij de geglobaliseerde en gedigitaliseerde wereld zoals die de laatste vijftien jaar vorm kreeg, zoals wijn bij Frankrijk.   Nefs prikte ook wat mythes door. Bijvoorbeeld over de aanzuigende werking van logistiek op andere industriële banen. Een digitale bestelling vergt drie keer zoveel opslagruimte als een product dat fysiek in een winkel wordt afgehaald, aldus Nefs. Hij maakte een vergelijking met de container, die in een eerder stadium een grote wissel trok op het ruimtegebruik. Aanjager van circulaire economie Zoals logistiek en distributie lineaire ketens mogelijk maakt, kan de logistieke en distributiesector volgens Nefs ook een sleutelrol vervullen bij het sluiten van ketens in de circulaire economie. Bijvoorbeeld door reverse logistics, recycling of remanufacturing in daarvoor gespecialiseerde hubs. In zijn proefschrift beschrijft de onderzoeker vier modellen van logistiek in een circulaire economie. Dat hoofdstuk is volgens de smaak van een van zijn ‘opponenten’ tijdens de verdediging nog niet voldoende uitgekristalliseerd. Nefs beaamde dat.   Maar het is dan ook deels speculeren, waarmee hij zich als wetenschapper een vrijheid permitteert die door een van zijn promotors juist werd geprezen. Het trekt zijn onderzoek nog meer in de actualiteit.   Opvallend was dat Nefs de landbouw, verreweg de grootste ruimtegebruiker in Nederland, buiten beschouwing laat. Die circulaire economie betekent alles behalve het einde van grootschalige DC’s, als de circulaire ketens zich over een globale schaal gaan uitstrekken. Nefs voorziet een scenario, waarin grootschalige hubs bestaan naast kleinschalige remanufacturing-hubs. Die laatste staan meer in de buurt van steden en bevolkingsconcentraties, omdat ze gespecialiseerde arbeid vragen. Het is logistiek met een hoge toegevoegd waarde.   Wat blijft is dat Nederland een ongebruikelijk hoog logistiek landgebruik per inwoner kent in vergelijking met ander landen. Ruimtelijk en fiscaal beleid hebben dit mogelijk gemaakt, verklaart Nefs. En natuurlijk de rol van de mainport Rotterdam als aanjager. Het zit deels ook in onze cultuur. Narratief van Nederland Distributieland ‘Nederland Distributieland’ was vanaf 1980 een bewuste campagne, ondersteund door lesmateriaal op middelbare scholen. Onderzoeken die vanaf van het prille begin op de keerzijde van het succes wezen, werden volgens Nefs door beleidsmakers en bestuurders lang terzijde geschoven.   Tot de magie van het narratief door verrommeling van het landschap, ruimteschaarste en daarmee gepaard gaande ruimtestrijd tussen bijvoorbeeld natuur en logistiek, was uitgewerkt. Opvallend was dat Nefs de landbouw, verreweg de grootste ruimtegebruiker in Nederland, buiten beschouwing laat. Nefs toonde een foto van een DC van Calvin Klein en Tommy Hilfiger van 160.000 m2, waar zijn geboortedorp in past. Recentelijk komt daarbij de discussie bij over arbeidsmarktschaarste en het beroep dat de logistieke doet op arbeidsmigratie. Het debat over de logistiek is volgens Nefs ongenuanceerd. Zo is er ongefundeerde kritiek op schaalvergroting. Schaal kan zijn aangejaagd door ‘financialisering’ van de logistieke vastgoedmarkt, maar het is niet per se slecht vanwege economies of scale.   Nefs toonde een foto van een DC van Calvin Klein en Tommy Hilfiger van 160.000 m2, waar zijn geboortedorp in past. Alleen de kerktoren zou er bovenuit steken. Maar zo’n mega-DC kan door schaalvoordelen efficiënter opereren, misschien zelfs grotendeels geautomatiseerd worden. Alternatief is volgens Nefs tien kleine DC’s en dus meer versnippering. maar ook dat is geen wet van meden en persen.   ‘Het gaat erom voor de juiste functie de juiste schaal te vinden, aldus Nefs. Nefs prikte ook wat mythes door. Bijvoorbeeld over de aanzuigende werking van logistiek op andere industriële banen. Zo’n verband heeft hij niet gevonden. Alsmaar toenemend arbeidsmarkttekort Hij eindige zijn introducerende betoog met het opnoemen van wat trends. Denk  naast financialisering aan globalisering die mogelijk een piek heeft bereikt, de omkering van lineaire ketens naar circulaire ketens en een ruimtelijke ordening die mogelijk weer centralistischer wordt. Daarnaast is er de Europese Commissie die zich op dat vlak gaat manifesteren, tot een alsmaar toenemend arbeidsmarkttekort in plaats van het oversschot toen Nederland distributieland vorm kreeg.   Dat laatste kan wel eens een grote wissel trekken op Nederland distributieland, zeker als een volgend kabinet de grenzen dichtgooit. Al met al komt Nefs tot de slotsom dat de toekomst van de logistiek in Nederland mooi kan zijn, als je logistiek combineert met ander functies zoals remanufacturing, wonen, en natuur, en daarmee landscapes of trade maakt waar iedereen trots op kan zijn. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

23-05-2024
Aanmelden nieuwsbrief