Sunrock en intospace, respectievelijk toonaangevend zonne-energiebedrijf en logistiek vastgoedontwikkelaar, leveren het succesvolle zonne-energie project op aan de Kanaaldijk 3-7 in Utrecht. Het project UTR06 op bedrijventerrein Lage Weide vormt het eerste succesvolle project binnen het strategische partnership tussen beide partijen en er zullen nog vele projecten volgen. Huurders Albert Heijn, HEMA, en Ampère (onderdeel van Bol.com) maken gebruik van de lokaal opgewekte duurzame energie tegen een scherp tarief.

De samenwerking met Sunrock sluit aan op de visie van intospace® om logistieke gebouwen een prominente rol te geven in de energietransitie, in de tijd waarin netcongestie een steeds bekender probleem is. Intospace® voorziet haar gebouwen van slimme energiemanagementsystemen. Hierdoor is onder andere dit project aan de Kanaaldijk in Utrecht een energiepositief gebouw, omdat er meer energie wordt opgewekt dan er wordt gebruikt. Sunrock heeft het PV-systeem ontwikkeld, gebouwd en verzorgt de operatie, terwijl intospace® de volledige regie heeft wat er met de geproduceerde stroom gebeurt en aan wie deze wordt geleverd. Zo wordt het grootste deel van de opgewekte energie van het dak afgenomen direct door de drie huurders op locatie om zo hun operatie te verduurzamen. Het overige deel van de opgewekte energie zal worden terug geleverd aan het net, waarmee huishoudens worden voorzien van schone energie.

UTR06 als energiehub

Het project bestaat uit drie gebouwen, met hierop 13.892  zonnepanelen en is in totaal goed voor 6.39 MWp (megawatt vermogen), wat neerkomt op zo’n 2.400 huishoudens die van stroom kunnen worden voorzien.

Henk Snijders, Hoofd Logistiek bij Hema: “Bij HEMA streven we ernaar om een positieve impact te hebben op de samenleving en het milieu. Met de aanleg van de zonnepanelen op ons dak en het gebruik daarvan in ons eigen distributiecentrum, voorzien we onze dagelijkse operatie van schone, lokaal opgewekte energie. Zo zoeken we continu naar oplossingen om verder te verduurzamen”.

Allard Steenbeek, Development Manager & Sustainability Lead bij Albert Heijn: “Met dit zonnedak komen wij weer een stap dichter bij een emissievrije bevoorrading. Dit past in lijn bij onze ambitie op duurzaamheid”.

Wouter Barkman, CEO bij Ampère: “Ampère is een start up die zo duurzaam mogelijk pakketjes ophaalt. We combineren slimme technologie met duurzaam transport. Met de aanleg van de zonnepanelen kunnen we de energie die we nodig hebben voor onze processen en het laden van onze elektrische voertuigen zelf opwekken. Hiermee verlagen we de impact van Ampère en worden we steeds een beetje duurzamer.”

Toekomstige projecten Sunrock en intospace

Intospace en Sunrock zijn samen bezig om in 2023 zo’n 170.000 m2 aan zonnedaken op te leveren. Die hoeveelheid zonnepanelen levert een jaarproductie op van ongeveer 18 gigawatt uur schone energie, gelijk aan het verbruik van ongeveer 7.200 huishoudens.

Intospace: gedreven door de omgeving

Intospace gelooft als logistiek vastgoedontwikkelaar heilig in het ontwikkelen voor toekomstige generaties. Intospace® is zich bewust van de kansen om de wereld beter achter te laten en heeft daarom een unieke aanpak voor het duurzaam ontwikkelen van toekomstbestendige distributiecentra. Intospace ontwerpt innovatieve energieoplossingen, waaronder zelfvoorzienende- en zelfs off-grid logistieke magazijnen. Intospace creëert energieneutraal en energiepositief logistiek vastgoed (met in totaal circa 1 miljoen m2 zonnepanelen), rekening houdend met de Sustainable Development Goal (SDG) van ‘betaalbare en schone energie’.

Over Sunrock

Sunrock werkt samen met Europese bedrijven, organisaties en overheden aan een energiestrategie op maat. Van zonnesystemen tot slimme batterijen en van asset management tot duidelijke dashboards. Sunrock regelt alles; haalbaarheidsstudies, subsidieaanvragen, financiering en verzekering. Van de operatie en het beheer van zonneparken tot het benutten van de daar opgewekte schone energie. Sinds 2020 is Sunrock onderdeel van COFRA Holding en groeide naar meer dan 120 werknemers in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk.

Foto © John Gundlach | Flying Holland

02-10-2023
Nieuws
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied
Verkenning naar Safe Haven gestart in het Noordzeekanaalgebied

Een Safe Haven is een plek waar industriële bedrijven de ruimte en energievoorzieningen krijgen om te verduurzamen en te groeien.Door energie infrastructuur vooraf te realiseren, kunnen bedrijven sneller investeren in de energietransitie. In het Noordzeekanaalgebied start nu een verkenning om te onderzoeken of zo’n Safe Haven daar mogelijk is.In de verkenning wordt gekeken of een Safe Haven kan worden ontwikkeld op bedrijventerrein HoogTij in Zaanstad en in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dit zijn strategische locaties waar ruimte is voor industrie en waar aansluitingen voor elektriciteit, warmte, waterstof en duurzaam gas kunnen samenkomen. Het doel is om bedrijven duidelijkheid en toekomstperspectief te bieden, zodat verduurzaming en economische ontwikkeling hand in hand kunnen gaan.Nationaal Programma Verduurzaming IndustrieDe verkenning maakt deel uit van het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie en wordt ondersteund door het ministerie van Klimaat en Groene Groei. De betrokken partijen werken samen aan een toekomstbestendig industriecluster in het Noordzeekanaalgebied, waarin samenwerking en regie centraal staan.IntentieverklaringDe start van de verkenning is vastgelegd in een intentieverklaring. Deze is ondertekend door het ministerie van Klimaat en Groene Groei, de provincie Noord-Holland, de gemeenten Amsterdam en Zaanstad, Port of Amsterdam, TenneT, Gasunie, Liander en het Programmabureau Noordzeekanaalgebied.In september 2026 wordt op basis van de resultaten besloten of het project doorgaat. Als de uitkomst positief is, kan het concept Safe Haven mogelijk ook worden toegepast in andere gebieden in Nederland.Luchtfoto bedrijventerrein HoogTij ©Topview

09-02-2026
Nieuws
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’

Eindhoven wil creatieve broedplaats Sectie-C zelf kopen en exploiteren om ook op lange termijn betaalbare werkruimte voor makers en ontwerpers te behouden. Volgens het college van B en W kan alleen zo de creatieve functie van deze plek veilig worden gestellen, ondanks woningbouw in dat het gebied. Huurders zijn voorzichtig positief. ‘Op lange termijn is dit de beste manier om de creatieve werkruimte in Sectie-C te borgen’, schrijft het college van B en W aan de raad. Aanleiding is de motie Borging van creatieve werkruimte van 1 oktober 2024, waarin de raad vroeg hoe de broedplaats ook in de toekomst behouden kan blijven.Sectie C is een creatief terrein in Tongelre, aan de oostkant van Eindhoven. In voormalige fabriekspanden werken hier meer dan 250 makers, ontwerpers en ondernemers. Het gebied is bijna 8 hectare groot en geldt als een van de grotere creatieve ecosystemen van Nederland. Met de aankoop van de gebouwen kiest de gemeente er nadrukkelijk voor om niet in tijdelijke oplossingen te blijven hangen. Volgens Samantha van Rooij, projectmanager van Sectie-C, is dat precies de kracht van deze stap. Zij noemt gemeentelijk eigenaarschap de ultieme manier om grip te houden. Andere instrumenten of constructies met andere partijen bieden volgens haar minder kans op succes.  De gemeente handelt daarbij vanuit maatschappelijk belang: waar woningcorporaties betaalbare woningen helpen borgen, doet Eindhoven hier in feite iets vergelijkbaars voor creatieve werkplekken. Goed voor de stad Anne Ligtenberg, eigenaar en hoofdontwerper van Bureau AM, spreekt van ‘iets unieks’ en prijst dat creatieven gelijkwaardig konden meepraten. Wethouder Mieke Verhees, wethouder Wonen, Wijken, Ruimte en Dienstverlening, noemt het principebesluit ‘heel goed voor de stad’ en zegt dat het ‘hard nodig’ is om creatieve ondernemers plek te blijven bieden. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat de ruimtes ook echt worden verhuurd als ateliers en creatieve werkruimtes, zodat Sectie-C een creatief ecosysteem blijft. Ook voor de lange termijn’, aldus Verhees. ‘Door als gemeente eigenaar te worden van de broedplaats Sectie-C, houden we de regie.’ Van Rooij onderstreept dat belang. Wat Eindhoven met Sectie-C doet, noemt ze een van de grootste stappen die de gemeente op dit vlak ooit heeft gezet. Voor zover zij weet, is er geen andere plek waar een gemeente een creatieve broedplaats van deze schaal voor vijftig jaar probeert veilig te stellen.  Met die keuze zet de gemeente niet alleen in op vastgoed, maar ook op stedelijk vestigingsbeleid. In de raadsbrief koppelt het college Sectie-C aan de ambitie om toptechnologie en toonaangevend design aan Eindhoven te blijven binden. Daarbij verwijst het ook naar Design Development Eindhoven, waar niet toevallig de programmalijn ‘ruimte’ centraal staat. De gemeente wil met de overname van  Sectie-C niet alleen de broedplaats behouden, maar ook 1.300 woningen en voorzieningen toevoegen. Uitgangspunt is dat Sectie-C betaalbaar blijft met is een gemiddelde huur van 85 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Stichting Sectie-C moet hoofdhuurder worden en vervolgens zorgen voor onderverhuur en beheer. Scenario's De gemeente onderzocht nog twee andere scenario’s voor het voortbestaan van Sectie-C. In het eerste scenario zou TBFOS eigenaar blijven, maar dan was volgens de gemeente een forse bijdrage nodig en bleef de creatieve functie slechts tijdelijk geborgd. Een tweede variant, met de stichting als eigenaar, strandde op financiering en een nieuwe subsidiebehoefte. Het principebesluit volgt op een langer traject. Al op 7 oktober vorig jaar kregen huurders het conceptschetsontwerp te zien. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn en architect Servie Boetzkes lichtten toen toe hoe eerdere reacties in het plan waren verwerkt en welke keuzes nog openlagen. Huurders hoorden daar al dat de plannen voor een gemeentelijke aankoop concreet waren. In dat traject werd ook zichtbaar waar de spanning zit. Huurders vroegen om hoge ruimtes, onder meer voor mezzanines, maar zwaardere constructies maken het plan duurder. Om de werkruimtes betaalbaar te houden, moeten sommige gebouwen daarom eenvoudiger worden uitgevoerd. Daarna volgden participatiesessies over VOSP en mobiliteit, voor omwonenden en huurders. Onder huurders klinkt voorzichtig steun, al zijn er ook zorgen over de toenemende drukte door alle verdichtingsplannen. Van Rooij zegt dat die positief-kritische houding logisch is. Er moet nog veel worden uitgewerkt, en onder huurders leeft ook de vraag: ‘Kunnen we straks alle verschillende typen creatievelingen nog huisvesten?’ Die zorg speelt ook in gesprekken die huurders zelf met de buurt voeren. Zo is er het project Radicale Wegbereiders, een bottom-up-initiatief waarin met de omgeving wordt gesproken over de zachte waarden van het gebied. Een huurder laat ook weten te hopen dat Sectie-C niet de kant op gaat van Strijp-S, waar volgens betrokkenen ruimte voor creativiteit onder druk is komen te staan. Volgens Van Rooij is het daarom belangrijk dat creatieve ondernemers niet pas achteraf mogen reageren, maar daadwerkelijk aan tafel zitten. Dat gebeurt nu ook, onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte. De uitdaging is volgens haar om de verschillende belangen in het gebied evenwichtig te bedienen. Zelf zegt zij daar geen grote zorgen over te hebben, juist omdat deze ontwikkeling anders wordt aangepakt dan eerdere binnenstedelijke transformaties. Ingrijpende veranderingen Wel erkent zij dat het gebied ingrijpend zal veranderen. Dat is volgens haar onvermijdelijk, maar biedt ook nieuwe kansen. Op hoofdlijnen zijn Sectie-C, de gemeente en de ontwikkelaar het volgens haar met elkaar eens. Om die balans ook in de uitvoering vast te houden, ligt er een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, ontwikkelaar en Sectie-C. Volgens de gemeente levert aankoop geen risico’s op rond staatssteun, aanbestedingsrecht of het Didam-arrest. Wel volgt nader onderzoek naar onder meer leegstand, aanloopkosten en governance. Voor de vervolgstappen is 250.000 euro geraamd uit de reserve Strategische Investeringen. Ook is een WOKT-subsidie toegekend voor bovengrondse infrastructuur in Tongelre. De uitwerking moet uiterlijk in juni 2026 zijn afgerond. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

14-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief