Het kabinet zet vol in op het stimuleren van innovatieve ecosystemen, als onderdeel van een groen en strategisch industriebeleid. De regio vormt hierbij een cruciaal schaalniveau, omdat het aansluit bij veel mechanismen achter innovatieprocessen bij bedrijven. Daarnaast werkt het kabinet aan maatregelen om de arbeidsmarktkrapte tegen te gaan. Op campussen en andere innovatieve werklocaties komen beide opgaven samen. Het zijn plekken waar kennis, kunde en kapitaal samenkomen, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie. De aanwezigheid van talent is voor bedrijven een belangrijk motief om zich op een campus te willen vestigen, naast voorzieningen en het ecosysteem.

Na succesvolle edities in 2020 en 2022, organiseerde TwynstraGudde samen met Vakblad BT een nieuwe tweedaagse ‘studiereis innovatieve werklocaties en campussen’ in april dit jaar. 

Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding stond van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), werd onderzocht wat de leassons learned zijn van de innovatie-hotspots die ze bezochten.

Tweedaagse studiereis

Tijdens de studiereis werden de volgende locaties bezocht:

  1. Smart Campus Leerpark (SCALE) in Dordrecht is een mbo-campus die steeds meer bedrijven naar zich toe haalt en doorgroeit in de richting van een leer- en innovatiepark met ruimte voor bedrijven. Focus ligt daarbij op de maritieme sector die in de Drechtsteden groot is. Belangrijke onderdelen van de campus zijn de duurzaamheidsfabriek en de maakfabriek: twee werk- en experimenteeromgevingen waarin bedrijven én studenten samenwerken aan nieuwe innovaties. Smart Campus Leerpark heeft de interesse gewekt van de vastgoedsector, dat er medio 2023 het eerste gecombineerde bedrijfs-onderwijshuisvesting oplevert. Smart Campus Leerpark beoogt méér dan alleen een fysieke campus te zijn, maar wil de spil zijn in een regionaal innovatie, opleidings- en bedrijvennetwerk in de Maritieme Sector. Inmiddels zijn al een aantal prominente bedrijven uit de regio aangehaakt.
     
  2. Open Manufacturing Campus (OMC) in Turnhout is een uit Philips/Signify voortgekomen bedrijvencampus met gedeelde (test)faciliteiten die succesvol is in het aantrekken van innovatieve maakbedrijven; de private campus heeft de ambitie de meest productieve vierkante kilometer van België te worden. Business development manager Jan Michiels van de campus, afkomstig van Signify, noemt OMC ook een proactieve reconversie van een industriële site. De nieuwe maakbedrijven op de campus tellen samen ongeveer 400 medewerkers, nét zo veel medewerkers als Signify nog op OMC heeft rondlopen. Signify zal naar verwachting haar productie verder afschalen in Turnhout, waarmee ruimte vrijkomt voor nieuwe bedrijven die gebruik maken van de faciliteiten en kennisbasis die Signify achterlaat en dat verder wordt uitgebouwd, waarbij mede geleund wordt op Europese fondsen. OMC werkt samen met Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven en Flanders Make, een strategisch onderzoekscentrum voor de maakindustrie dat verbonden is aan vijf Vlaamse Universiteiten en support verleent aan bedrijven in de maakindustrie.
     
  3. De Eindhovense Brainport Industries Campus (BIC) is een duurzaam en innovatief werklandschap voor de hightechmaakindustrie. Hier innoveren en produceren bedrijven, overheden en onderwijsinstellingen onder één dak. BIC presenteert zich wel als de ‘fabriek van de toekomst’. BIC is een initiatief van Provincie Noord-Brabant, Gemeente Eindhoven, Brainport Industries, VOF BIC, SDK Vastgoed en KMWE vanuit het netwerk van 1e, 2e en 3e toeleveranciers in de hightechmaakindustrie, waarin de gehele supply chain is vertegenwoordigd. BIC 1 is ontwikkeld door SDK Vastgoed, een dochterbedrijf van VolkerWessels. SDK verkocht de grond en het gebouw twee jaar geleden aan de Engelse investeerder Capreon. SDK Vastgoed en Maja Investments blijven samen BIC 1 beheren én de volgende fasen ontwikkelen. Grote huurders zijn ASML, Meta, en high tech-toeleveranciers zoals KMWE, Anteryon, onderwijsinstellingen zoals Summa College, Fontys en Avants en diverse softwarebedrijven zoals Siemens die ook gemeenschappelijke voorzieningen delen. De totale oppervlakte van BIC is 200 hectare waarvan 65 hectare bebouwd worden.
     
  4. De life science campus Pivot Park in Oss komt feitelijk voort uit een reddingsoperatie nadat medicijnfabrikant MSD zich gedeeltelijk terugtrok en de provincie Noord-Brabant, Gemeente Oss en het ministerie van Economische Zaken MSD-onderzoekers in de gelegenheid stelden nieuwe bedrijven te starten in oude MSD-gebouwen. Het vastgoed is in handen van een publieke beheer-bv met de provincie Noord-Brabant en de gemeente Oss als aandeelhouders. Vanwege de grote vraag naar nieuwe lab-, productie- en ander bedrijfsruimte zijn en worden nieuwe gebouwen toegevoegd aan de campus, die onderdeel uitmaakt van het indrukwekkende Osse lifesciencecluster, hét hart van de Nederlandse medicijnontwikkeling-industrie. Aanvankelijk werkten provincie en gemeente toe naar een exit-strategie, omdat vastgoedexploitatie geen primaire taak is van de overheid. Vanwege de investeringen in nieuwe gebouwen is het besluit over eventuele verkoop vooruitgeschoven. De vraag of het campusvastgoed van de hand moet worden gedaan en onder welke voorwaarden, heeft een extra lading gekregen door de verkoop van High Tech Campus aan een Singaporees staatsfonds en discussie over strategische autonomie.

Centrale vraag

De centrale vraag van de 2023 editie was:

  • Hoe ontwikkel je een campus en zorg je ervoor dat deze ook echt spin-off genereert?

Op de campussen werken triple helix-partners samen: het draait om kennisuitwisseling tussen bedrijven en onderwijsinstellingen, vaak gefaciliteerd door de overheid. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de campusorganisatie. 

Maar ook:

  • Wat doet zo’n campusorganisatie nu precies? En hoe wordt de campusorganisatie gefinancierd?

Aandachtspunt is dat de zeggenschap tussen productie, innovatie en onderwijs in evenwicht moet zijn. Als bedrijven gaan domineren, bestaat het risico dat het korte termijn-belang gaat prevaleren. Maar als onderzoeks- en onderwijsorganisaties teveel invloed krijgen, dan is het risico dat er te weinig wordt doorgepakt.

  • Hoe zijn de vier hotspots met die spanning omgegaan?

Het bouwen van een campus vergt een lange adem. Het gaat dus om de kunst om communities te vormen en te onderhouden, om bedrijven te trekken en om netwerken en ecosystemen te bouwen.

  • Welke instrumenten kunnen hiervoor worden ingezet? Hebben Dordrecht, Turnhout, Eindhoven en Oss dezelfde handelingsrepertoire, of handelen zij toch weer net anders?
22-06-2023
Nieuws
Bekijk hier de SKBN-livestream: 'Zo borg je ruimte voor werk met de Omgevingswet'
Bekijk hier de SKBN-livestream: 'Zo borg je ruimte voor werk met de Omgevingswet'

Op donderdag 14 maart organiseert SKBN in samenwerking met Vakblad BT en ROm de livestream ‘Zo borg je ruimte voor werk met de Omgevingswet’. Leer hoe je het Omgevingswet-instrumentarium zo optimaal mogelijk aanwendt voor economisch ruimtegebruik.    >> KLIK HIER OM NAAR DE LIVESTREAM TE GAAN <<   Programma  11.00 uur - Welkom - Jan Jager, hoofdredacteur BT Q&A: Nationaal Programma Ruimte voor Economie In gesprek met Kristel Wattel-Meijers, programmamanager werklocaties, ministerie van EZK 11.05 uur - Introductie: Omgevingswet als kans voor het borgen van ruimte voor werk  - Willem Buunk, managing consultant, Berenschot 11.15 uur - Praktijkcasus Metropoolregio Rotterdam Den Haag Jeroen Kraaij, strateeg Werklocaties Gemeente Den Haag 11.25 uur - Reacties panel Kristel Wattel-Meijers, programmamanager werklocaties, ministerie van EZK Frank den Brok, wethouder economie gemeente Oss, voorzitter pijler economie & werk G40-stedennetwerk Willem Buunk, managing consultant, Berenschot 11.40 uur - Praktijkcasus Groene Metropoolregio Arnhem Nijmegen  Michel Hek, speerpuntcoördinator Toekomstbestendige Werklocaties 11.50 uur - Reacties panel 12.05 uur - Beantwoording kijkersvragen en afronding 12.15 uur - Einde   Facts & figures Wat: Live stream Wanneer: Donderdag 14 maart 2024 Tijd: 11.00 uur tot 12.15 uur Voor wie: Iedereen die bezig is met het borgen en plannen van economische ruimte, van panden tot complete werkgebieden en het regionale fysieke vestigingsklimaat Waar: Het is een online uitzending (interactief) Kosten: Deelname is gratis

13-03-2024
Achtergrond
Dutch Fresh Port Campus koppelt bedrijven en onderwijs aan elkaar
Dutch Fresh Port Campus koppelt bedrijven en onderwijs aan elkaar

Dutch Fresh Port in Barendrecht/Ridderkerk is dé verslogistieke hotspot van Europa. De vraag naar arbeid is groot bij de circa 100 bedrijven daar en zal komende jaren alleen maar groeien. Om aan die groeiende vraag naar personeel te voldoen startte Dutch Fresh Port Campus met ondersteuning van MRDH.  Wie verpakt of verplaatst in de toekomst onze broccoli op Dutch Fresh Port? Of u nu vanavond thuis eet – bijvoorbeeld een verspakket – of dineert bij een restaurant: grote kans dat de groente die u eet verpakt en verhandeld is op Dutch Fresh Port in Barendrecht/Ridderkerk:  dé verslogistieke hotspot van Europa. De vraag naar personeel is groot bij de circa 100 bedrijven in het gebied, en zal alleen maar groeien. Aan die vraag kan tegemoet gekomen worden door eigen medewerkers op te leiden, door nieuwe aanwas en studenten, door het stimuleren van innovatie en het verhogen van arbeidsproductiviteit. Daaraan werkt de campus Dutch Fresh Port, die vorig jaar officieel startte, onder meer door bedrijven en onderwijs aan elkaar te koppelen. Josimar Barbolina, business developer bij handelsbedrijf Olympic Fruit, haalt een citroen uit een grote afvalbak en laat ‘m zien aan een groep studenten. De vrucht is weggegooid wegens een klein vlekje op de schil. In de afvalbak liggen meer vruchten die niet verhandeld kunnen worden, zoals druiven en kiwi. De opdracht van Barbolina aan de studenten: bedenk een oplossing voor deze reststromen. Hij laat ze ook een inspirerend voorbeeld zien: de Linkebal II, een door Olympic Fruit ontwikkeld biertje van afgedankte mandarijnen. De studenten zijn afkomstig van drie mbo-instellingen uit de regio: Lentiz, Albeda en Zadkine. Vandaag bezoeken ze drie bedrijven in Dutch Fresh Port, het agrologistieke bedrijventerrein in Barendrecht en Ridderkerk. Doel is dat de studenten leren wat handelsbedrijven als Olympic Fruit doen. Zoals Ilse (19) uit Bleiswijk die de opleiding Brood & Banket van Zadkine volgt: “Het is interessant om te zien wat er gebeurt binnen deze bedrijven. En de opdracht is ook leuk: iets lekkers maken met reststromen.” Hopelijk leidt dat ertoe dat meer studenten kiezen voor een baan in de verslogistiek. Het tekort aan goede medewerkers is namelijk groot. Daarom start  Dutch Fresh Port een eigen campus onder dezelfde naam, die gesteund wordt door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. De campus moet onder meer zorgen voor een goede link tussen onderwijs en ondernemers. Marc Bloemendaal, projectleider van de campusontwikkeling op Dutch Fresh Port: “Theorie is belangrijk. Maar het is nóg belangrijker dat studenten bedrijven kunnen bezoeken en in de praktijk kennis en ervaring opdoen.” Verslogistieke hotspot Dutch Fresh Port is dé verslogistieke hotspot van Europa. De gezamenlijke omzet van de circa 100 bedrijven in het gebied bedraagt 6 miljard euro. “Dutch Fresh Port is een enorm sterk cluster op het gebied van verslogistiek en gezonde verse voeding”, vertelt Marc Bloemendaal,. “Daarmee is de regio uniek voor Europa, zeker in combinatie met de Rotterdamse haven, en de teelt- en veredelingsbedrijven in Westland en Oostland.” Dutch Fresh Port is goed voor zo’n 4.000 banen. Het gaat om veel medewerkers met uitvoerende werkzaamheden, zoals operators van productielijnen, heftruckchauffeurs en logistiek medewerkers. Maar ook is er een duidelijk verschuiving te zien naar technisch en ICT-geschoolde professionals. Nu al zijn er veel vacatures. Zo steeg de vraag naar operators en teamleiders de laatste jaren door de populariteit van maaltijdboxen: die worden namelijk samengesteld door veel van de bedrijven op Dutch Fresh Port. Het wordt voor de bedrijven dan ook steeds moeilijker de vacatures in te vullen. En dan te bedenken dat de werkgelegenheid op Dutch Fresh Port de komende jaren nog zal stijgen door groei van het aantal bedrijven. De verwachting is dat er tot 2030 nog eens 3.000 tot 4.000 banen bij komen. Er is dus werk aan de winkel. ‘De opleiding Verslogistiek bestaat nog maar een paar jaar. Dan is het goed midden tussen het beroepenveld te zitten’ Bestaand personeel houden en opleiden De vacatures zijn deels in te vullen door huidig personeel, bijvoorbeeld door bij- en omscholing. Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Bedrijven kunnen meer aandacht geven aan mogelijkheden voor hun medewerkers om door te groeien van productiemedewerker naar leidinggevende, vertelt Roeland Buijsse, voorzitter van het College van Bestuur van opleidingsinstituut SVO Vakopleiding Food.De leercultuur bij veel bedrijven moet dus beter. Bovendien is er vaak sprake van piekarbeid. Medewerkers werken een half jaar bij een bedrijf en vinden dan een nieuwe werkplek bij een andersoortig bedrijf. Daardoor is het moeilijk te weten wie van de medewerkers het in zich heeft om door te groeien, vertelt Onno Kobus, directeur van Kobus BV. Dat bedrijf bemiddelt in flexibele arbeid én leidt nieuwe en bestaande medewerkers op. Medewerkers behouden en ontwikkelen is dus een belangrijke stap. Dat kan door samen te werken, aldus Kobus. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat de medewerker die na een half jaar niet meer ‘nodig’ is bij het ene versbedrijf een (tijdelijke) baan krijgt bij een ander bedrijf op Dutch Fresh Port. Transitie-opgaven  Voor een dergelijke samenwerking moeten partijen samengebracht worden: bedrijven én onderwijs. Dat is dan ook een van de voornaamste taken van de campusontwikkeling Dutch Fresh Port. Projectleider Campusvorming Bloemendaal: “We brengen bedrijven verder door ze in contact te brengen met elkaar én met het onderwijs. Dat doen we rond een aantal belangrijke, maatschappelijke transitie-opgaven: digitalisering, energieneutraal, gezonde voeding en duurzame mobiliteit. Daarmee werken we ook samen met de andere campussen binnen Greenport Horti Campus.” De campus startte in 2023, en heeft inmiddels een groot aantal initiatieven gestart, gestimuleerd of ondersteund. Enkele voorbeelden: de start van de onderwijscoalitie die op strategisch en operationeel niveau samenwerkt, de ontwikkeling van een nieuwe keuzedeel digitalisering & innovatie verslogistiek, de start van een community van HR-managers die bespreken aan welke opleidingen behoefte is, de Masterclass Stimuleren leercultuur, waar bedrijven leren daar hoe ze meer kunnen halen uit de ontwikkeling van huidige medewerkers. De eerste opzet van een gezamenlijke vacaturebank: https://www.dutchfreshport.eu/werken/. En dat is nog maar een kleine greep. Bedrijven bezoeken Het onderwijs speelt een grote rol in de toekomst van Dutch Fresh Port. Inmiddels zijn zeven organisaties aangesloten bij de onderwijscoalitie van Dutch Fresh Port: Lentiz, SVO, Hogeschool Rotterdam, Inholland, Handelgroeit, Human Talent Group en Kobus Opleidingen. De coalitie zorgt er onder meer voor dat vragen vanuit de praktijk worden opgepakt door het onderwijs. Lentiz is zelfs afgelopen schooljaar verhuisd naar een tijdelijke locatie op Dutch Fresh Port, vertelt Eygje Laroo, directeur Lentiz|mbo Barendrecht. Het gaat om de opleidingen Verslogistiek, Hovenier, Loonwerk en Dierverzorging. De motivatie voor die verhuizing was vooral Verslogistiek. “Die opleiding bestaat nog maar een paar jaar. Dan is het goed midden tussen het beroepenveld te zitten.” En, zo vertelt Laroo, bijvoorbeeld hoveniers weten de opleiding inmiddels wel te vinden. De verhuizing heeft voor die opleiding niet heel veel impact. Maar juist in de verslogistiek moet de aansluiting met het bedrijfsleven nog echt groeien. “Bedrijven geven met veel passie en liefde een rondleiding voor onze studenten. Maar als we vragen of ze een onderzoeksvraag hebben voor onze studenten, bijvoorbeeld over reststromen, digitalisering of energieneutraal, dan is dat vaak nog ingewikkeld voor ze. Voor ons is het dus ook nog experimenteren: wat werkt wel in het contact met bedrijven, en wat niet?” ‘Theorie is belangrijk. Maar het is nóg belangrijker dat studenten bedrijven kunnen bezoeken en in de praktijk kennis en ervaring opdoen’ Beter organiseren en afstemmen SVO is een van de andere leden van de onderwijscoalitie, en is al jaren actief op Dutch Fresh Port. Buijsse van SVO: “Onze opleidingen zitten dicht bij onze klanten: onze docenten volgen de studenten. Zo hebben we opleidingen Foodservice in de Markthal en leiden we landelijk al het personeel van McDonalds op. Sinds jaren zijn we actief op Dutch Fresh Port: daar organiseren we samen met Kobus BV de opleiding Food.” De opleiding Food van SVO heeft trajecten voor mbo-niveaus 1 tot en met 4. Jaarlijks leidt SVO circa 80 studenten op. De studenten volgen 1 dag per week lessen; de andere dagen zijn ze actief op een bedrijf. Daarnaast bieden SVO en Kobus BV versnelde trajecten aan, bijvoorbeeld voor nieuwe medewerkers. Zo hebben SVO en Kobus BV twee verkorte opleidingen ontwikkeld die met VR-bril kan worden gevolgd: Operator en Logistiek, vertellen Buijsse en Kobus. De leerling kan dan zien hoe bijvoorbeeld een productiestraat werkt, of hoe werken op grote hoogte bevalt. De opleidingen kunnen in elke gewenste taal worden gevolgd. Daarmee spelen ze in op de diversiteit aan nationaliteiten bij tijdelijke medewerkers én op de schaalvergroting bij de bedrijven op Dutch Fresh Port. Het wordt namelijk steeds moeilijker om een rondleiding te organiseren bij de handelsbedrijven. Bovendien kan de training ook al in het moederland van een medewerker worden gevolgd.  Grote dozen Initiatieven voldoende dus. Maar weten medewerkers de weg naar Dutch Fresh Port wel te vinden? Als het gaat om jongeren: Rotterdam ligt op fietsafstand, dus in theorie zijn er voldoende jonge medewerkers of studenten. Maar zo eenvoudig is dat niet. Laroo: “We hebben nu 14 studenten, verdeeld over 3 leerjaren en 2 niveaus. Dat is dus nog niet veel.” Dat komt voor een groot deel doordat het werk bij bedrijven op Dutch Fresh Port niet zichtbaar is. Kobus merkt – net als anderen – dat voor de buitenwereld redelijk onbekend is wat er gebeurt op Dutch Fresh Port. De bedrijven zijn vaak ‘blokkendozen’: groot, vierkant. Ze doen niet vermoeden dat er binnen gewerkt wordt met lekkere en gezonde voeding. Daarom is werken aan zichtbaarheid ook een belangrijke activiteit van de campus, aldus Bloemendaal. Zo komen er meer plekken in de vorm van een ‘experience center’, waar bezoekers kunnen beleven wat er gebeurt bij al die bedrijven. Vele tientallen studenten van Hogeschool Rotterdam hebben praktijkopdrachten uitgevoerd bij bedrijven op Dutch Fresh Port. En met enige regelmaat zijn er rondleidingen. Bloemendaal: “Zo hebben we onlangs honderd leerlingen uit het primair onderwijs kennis laten maken met de bedrijven hier.” Onlangs kreeg de campus een eigen fysieke locatie, namelijk de vestiging van Lentiz. Vandaaruit kan verder worden gebouwd, vertelt Bloemendaal. “De campus is feitelijk een middel waarmee we het brede ecosysteem ondersteunen.” Dat kan alleen door samenwerking en door interactie tussen bedrijven, onderwijspartners, start-ups, scale-ups, belangrijke regionale stakeholders en beleidsmakers. Dit resulteert in doorgroeimogelijkheden, bijvoorbeeld via mbo naar hbo, hybride leer-werkomgevingen, en dat bedrijven inzien dat ruimte bieden aan ontwikkeling en opleiding de route is naar groei en innovatie. En dat gaat steeds beter, ziet Buijsse van SVO: “Het is mooi te zien dat steeds meer bedrijven inzien dat ontwikkeling en opleiding goed is voor personeelsbehoud en kwaliteitsverbetering, en dat ze daarmee hun medewerkers een toekomst gunnen.” Versnelling regionale campussen De Metropoolregio Rotterdam Den Haag versnelt de vorming van regionale campussen door cofinanciering en draagt daarmee bij aan een verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Daarnaast is er het regionaal campusnetwerk waarin gemeenten en onderwijsinstellingen kennis en ervaringen delen en samenwerken met het bedrijfsleven. De MRDH investeerde al in 14 mbo- en hbo-campusprojecten. Dutch Fresh Port is er daar één van. 

29-02-2024