De provincie Noord Holland stelt 2,5 miljoen euro subsidie beschikbaar voor duurzame energiemaatregelen op bedrijventerreinen.

Gemeenten en ondernemers kunnen de subsidie besteden aan onder andere zonnecollectoren en dakisolatie. De provincie wil er met deze regeling voor zorgen dat de CO2-uitstoot op bedrijventerreinen substantieel afneemt.

Gedeputeerde Ilse Zaal: “Ondernemers zijn zich steeds meer bewust van het belang van duurzaamheidsmaatregelen en de economische voordelen ervan. De coronacrisis heeft de aandacht hiervoor naar de achtergrond gedrukt. De provincie wil de verduurzaming op gang houden en bedrijven aansporen én ondersteunen zodat zij toch besparende maatregelen gaan treffen en op een duurzame manier energie gaan opwekken. Door dit te doen valt de nodige winst te behalen als het gaat om CO2-uitstoot op de bedrijventerreinen. De 2,5 miljoen euro komt uit het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds dat de provincie afgelopen jaar in het leven heeft geroepen.” 

Gemeenten, parkmanagementorganisaties en samenwerkingsverbanden van tenminste 3 ondernemers kunnen een subsidieaanvraag indienen voor onder andere LED-verlichting, zonnecollectoren, warmte- en koudeopslag (WKO), dakisolatie en HR isolatieglas. 

Herstelfonds 

De provincie Noord-Holland stelt 100 miljoen euro beschikbaar om de economische en maatschappelijke effecten van de uitbraak van corona te verzachten. Het economisch herstel- en duurzaamheidsfonds wordt de komende jaren ingezet voor minder CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving, steun aan de culturele en maatschappelijke sector en voor meer en goed geschoold personeel voor de technische sector. 

Geschat wordt (Bureau BCI) dat ongeveer 60% van het totale energieverbruik in de economie plaatsvindt op bedrijventerreinen. Verduurzamen door energiebesparende aanpassingen en verduurzaming van de opwek en het gebruik van energie kan daarom een substantiële vermindering van de CO2-uitstoot opleveren. De provincie zet daarom een deel van het herstelfonds in voor duurzaamheidsmaatregelen op bedrijventerreinen. 

Subsidie aanvragen 

Meer informatie over de Uitvoeringsregeling subsidie HIRB+ duurzaamheid Noord-Holland 2021 staat vanaf begin april in het subsidieloket op de website van provincie Noord-Holland. Aanvragen van een subsidie kan tot eind december 2021. Verduurzaming is in het economisch beleid van de provincie al een aandachtspunt en subsidiëring daarvan is in huidige regelingen al mogelijk, mits in het kader van een algemene herstructurering van een bedrijventerrein. 

31-03-2021
Nieuws
Flevoland en Gelderland werken samen met regiogemeenten aan toekomstbestendige werklocaties
Flevoland en Gelderland werken samen met regiogemeenten aan toekomstbestendige werklocaties

De provincies Flevoland en Gelderland en de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ) werken samen aan een Regionaal Programma Werklocaties (RPW). Met dit programma worden gezamenlijke afspraken gemaakt over voldoende en toekomstbestendige ruimte voor bedrijven, de verduurzaming van bedrijventerreinen en het versterken van de regionale economie. De samenwerking draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en biedt ruimte voor groei van bedrijven.Provincies benadrukken belang van samenwerkenGedeputeerde Toon van Dijk (Flevoland) benadrukt het belang van regionale afstemming: “De druk op ruimte neemt toe. Juist daarom maken we samen duidelijke keuzes: ruimte voor wonen en ruimte voor werken. Zo geven we ondernemers perspectief en bouwen we aan een toekomstbestendige economie in de regio.”Ook in Gelderland wordt het belang van deze samenwerking onderschreven. Gedeputeerde Helga Witjes geeft aan: “Met dit programma zorgen we samen met de regio voor voldoende ruimte voor bedrijvigheid en verduurzaming. Fijn dat Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde hierin gezamenlijk optrekken.”Kracht van regionale samenwerkingMet het RPW laten de betrokken overheden zien dat zij over gemeente- en provinciegrenzen heen samenwerken aan belangrijke opgaven zoals economische ontwikkeling en duurzaamheid. Deze gezamenlijke aanpak is essentieel om de regio EHPZ sterk, vitaal en aantrekkelijk te houden voor zowel inwoners als ondernemers.

12-03-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief