90 procent van de operationele uitgaven wordt lokaal uitgegeven

De Amsterdamse datacenter industrie groeit de laatste jaren gemiddeld 18% per jaar, en er wordt dan ook steeds verder buiten de stadsgrenzen gekeken. Ook Noord-Holland Noord is inmiddels ontdekt: op het Agriport A7-terrein in Middenmeer, op slechts 30 minuten rijden van Amsterdam, heeft naast Microsoft inmiddels ook Google een perceel aangekocht.

In opdracht van de regio becijferde Digital Gateway to Europe de impact van deze Noord-Amsterdam datacenter campus op de Nederlandse economie. En deze impact is groot; de totale investering wordt nu al geschat op €2 miljard. Vandaag wordt dit rapport gepresenteerd bij het NHNext event van de regio Noord-Holland Noord.

Nederland datacenter land

Nederland is het meest verbonden land ter wereld en Amsterdam is een belangrijk internationaal digitaal knooppunt. Gecombineerd met een betrouwbaar en gunstig energienetwerk, maakt dit alles Nederland een ideaal land voor datacenters. Niet voor niets zijn we hard op weg de nummer 1 datahub in Europa te worden. Deze groei is ook merkbaar in de regio Noord-Holland Noord, waar de Noord-Amsterdam datacenter campus ontstaat.

Digital Gateway to Europe, in samenwerking met onderzoeksbureau Pb7, heeft in opdracht van Ontwikkelingsbedrijf NHN, de gemeente Hollands Kroon en Agriport A7 onderzoek gedaan naar de economische impact van datacenters in de regio. Het onderzoek laat zien dat datacenters een grote economische spin-off opleveren. Voor de directe en indirecte werkgelegenheid en infrastructuur, maar ook zetten deze ontwikkelingen de regio nationaal en internationaal op de kaart als aantrekkelijk vestigingsklimaat.

Investering van €2 miljard

“Uit onze eerdere onderzoeken bleek al dat de economische impact van multi-tenant datacenters in Nederland aanzienlijk is,” zegt Stijn Grove, directeur Digital Gateway to Europe, ‘In totaal dragen de Nederlandse datacenters €941 miljoen bij aan het BBP, en daar zijn partijen zoals Microsoft en Google nog niet eens in meegenomen.’’

In het ‘Noord Amsterdam Datacenter Campus’ rapport wordt allereerst uitgegaan van de huidige situatie, daarnaast zijn er nog twee groeiscenario’s uitgewerkt. Uit een analyse van de status quo blijkt dat er in totaal maar liefst €2 miljard wordt geïnvesteerd door Microsoft in Noord-Holland Noord: om een datacenter van dergelijk formaat te bouwen zijn er gedurende een periode van 7 jaar gemiddeld 900 bouwvakkers dagelijks bezig, zo blijkt uit het rapport. De verwachting is dat er 350 tot 400 medewerkers nodig zijn om het datacenter daarna operationeel te houden. Deze banen zullen voornamelijk lokaal worden ingevuld, en bevatten een interessante mix van catering en schoonmaak tot ingenieurs. Als we verder kijken naar de exploitatiekosten, personeelskosten en de investeringen om het datacenter te runnen, zien we een sterk lokale invloed: meer dan 90% van de kosten wordt lokaal uitgegeven. Daarnaast zijn er nog afgeleide inkomsten voor de regio; al deze niet-Nederlandse werknemers zullen ergens wonen en leven tijdens hun langdurige verblijf in Nederland, wat lokale dienstverlening ten goede komt. Zo zit het Hotel Van der Valk in Hoorn al jaren vol met mensen die aan de projecten in Middenmeer werken.

Download het rapport hier

Het rapport ‘Noord-Amsterdam Data Center Campus: Economische Impact’ is gratis te downloaden via https://regiohollandbovenamsterdam.nl/publicaties. Het rapport is ook beschikbaar in het Engels.

NHN

NHN is sinds 2011 participant van SKBN. Het Ontwikkelingsbedrijf Noord-Holland Noord (NHN) is een uitvoeringsorganisatie van gemeenten in Noord-Holland Noord en Provincie Noord-Holland.

info@nhn.nl
072 - 519 57 74

NHN
card image

Event

13-12-2018
Seminar toekomstbestendige bedrijventerreinen

Event

13-12-2018

Seminar toekomstbestendige bedrijventerreinen

Provincie Gelderland, Vakblad BT en SKBN nodigen u uit om mee te praten over strategie, rollen en instrumentaria bij het toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen.

Op het Seminar toekomstbestendige bedrijventerreinen dat plaatsvindt op donderdagmiddag 13 december op Novio Tech Campus in Nijmegen, zal de provincie de eerste resultaten met u delen van een nulmeting onder Gelderse bedrijventerreinen rond toekomstbestendigheid.

MELD U HIER AAN

In 2019 wil de provincie de eerste concrete stappen zetten op weg naar toekomstbestendige bedrijventerreinen. SKBN en Provincie Gelderland nodigen u van harte uit mee te denken en als u niet uit Gelderland komt, de dagopbrengst mee terug te nemen naar uw eigen regio.

PROGRAMMA

13.00 uur
Inloop
 
13.30 uur
Opening
Rikus Wolbers, directeur Novio Tech Campus

13.40 uur
Van Noordpool tot Nederlands bedrijventerrein van de toekomst
Niels van Geenhuizen, Global Sustainable Solutions Leader Arcadis

14.00 uur
Gelderse bedrijventerreinen – Klaar voor de toekomst?
Joost Hagens, Bureau Buiten

14.45 uur
Discussiesessies – van ambitie naar uitvoering
In drie parallelle sessies gaan belangrijke stakeholders met deelnemers in gesprek over een drietal thema’s: 

  • Rol/eigenaarschap: wie doet wat?

In deze parallelsessie gaan stakeholders met deelnemers in gesprek over ieders rol en verantwoordelijkheid. Wat verwachten we van elkaar en waar hebben we elkaar nodig?

  • Duurzaamheid als concurrentievoordeel?

Hoe verhouden economie en duurzaamheid zich? Is verduurzaming een moetje of is het onderdeel van de bedrijfsvoering om concurrerend te kunnen blijven?

  • Organisatiekracht

Collectiviteit wordt essentieel geacht voor toekomstbestendigheid. Hoe organiseer je collectiviteit op een (bestaand) bedrijventerrein?

16.00 uur
Plenaire wrap up
Tijdens een plenaire terugkoppeling wordt de opbrengst van de discussiesessies opgehaald en doorvertaald naar concrete input voor fase 2. Niet-Gelderse deelnemers kunnen de opgedane kennis meenemen naar hun eigen regio.

16.30 uur
Borrel

Lees verder
card image

Nieuws

Nederlander hecht aan nabijheid werklocaties

Nieuws

31-10-2018

Nederlander hecht aan nabijheid werklocaties

Nederlanders willen dat binnenstedelijke woningbouw niet ten koste gaat van ruimte voor werken. Woningbouw heeft echter wel prioriteit. Maar anders dan overheden vinden burgers dat er best nieuwe woonwijken buiten de stad mogen worden gebouwd.

Dat is een van de conclusies uit het onderzoek ‘Vestigingsklimaat en werken’ dat vakblad BT/Stadszaken.nl in samenwerking met de SKBN en USP Marketing Consultancy uitvoerde.

Het onderzoek dat afgelopen oktober plaatsvond, bestaat uit een publieksenquête die is afgenomen onder ruim 1.000 Nederlanders en een ondervraging van 110 gemeenteambtenaren en medewerkers van andere overheden en regionale ontwikkelingsmaatschappijen.

Ruimte voor werken: diffuus beeld

Rond fysieke ruimte voor werken ontstaat een diffuus beeld. 40% van de ondervraagde overheden is het eens met de stelling dat er een tekort aan locaties is waar bedrijven zich kunnen vestigen. 44% van de overheden is het echter oneens. BT/Stadszaken.nl-hoofdredacteur Jan Jager: ‘Dit verschil kan te maken hebben met de locatie in Nederland. Waar vrijwel overal een personeelsdruk wordt ervaren, is het tekort aan bedrijvenlocaties vooral een Randstedelijk probleem.

Andere opvallende uitkomsten uit het onderzoek ‘Vestigingsklimaat en werken’ is dat 50% van de ondervraagde overheden het niet acceptabel vindt als weilanden worden opgeofferd voor nieuwe woningbouw, als daarmee werklocaties voor de stad kunnen blijven behouden. Voor het grote publiek is behouden van ruimte voor werken minstens zo belangrijk. Slechts een kwart van de ondervraagde burgers vindt het onacceptabel als wonen naar buiten wordt verdrongen, als daarmee ruimte voor werken kan worden behouden in bestaand stedelijk gebied. Jan Jager: ‘Het publiek hecht blijkbaar sterk aan de nabijheid van werklocaties in stedelijke gebieden. En dan gaat het niet alleen om creatieve clusters en Zuidas-achtige werkmilieus, maar ook logistieke bedrijventerreinen en ruimte voor maakindustrie.’

Jager benadrukt dat werken en wonen elkaar niet hoeven uit te sluiten en vice versa. ‘De Crisis- en Herstelwet biedt meer mogelijkheden ogenschijnlijk tegenstrijdige functies te mixen wat soms zelfs leidt tot win-wins. Maar voor de vitaliteit van je stedelijke economie roep ik wel op tot terughoudendheid en om sommige gebieden te vrijwaren van woningvouw. Het is een opdracht aan gemeentebesturen om belangen zorgvuldig af te wegen.’

Wonen-werken: geen concurrentiestrijd

Over die belangenafweging: 41% van de ondervraagde vakprofessionals stelt dat wonen in zijn of haar gemeente voorrang krijgt op werken. 28% is neutraal. 26% van de ondervraagde vakprofessionals stelt dat wonen geen voorrang krijgt op werken.

Slechts 29% van de ondervraagde vakprofessionals is het eens met de stelling dat op een werklocatie geen wonen thuishoort.

Uit de publieksenquête blijkt waarom: 86% van de ruim 1.000 respondenten vindt dat de bouw van meer huizen in zijn of haar gemeente belangrijker dan de komst van meer bedrijven. Dit sentiment leeft het sterkst in het midden van het land. Dit verbaast Jager niets. ‘Wonen is een eerste levensbehoefte van mensen. Als het aanbod te wensen overlaat leidt dit terecht tot onvrede en frustratie. Voor de functie werken is dit een ongelijke strijd. Een strijd die wat mij betreft helemaal niet gevoerd hoeft te worden. Misschien moeten beleidsmakers en politici eens bij zichzelf te raden gaan en afvragen of er niet gewoon meer ruimte moet komen voor wonen. Als dit maar niet ten kosten gaat van werken. De economie is nog altijd het belangrijkste motief voor (jonge) mensen om zich ergens te vestigen. Wat heb je aan al die nieuwe huizen, als er geen werk meer is?’

Personeel belangrijk, personeelsaanbod gering

Opvallende uitkomsten van de enquête onder de vakprofessionals is dat zij in meerderheid aangeven dat bedrijven bereikbaarheid bovenaan de wensenlijks hebben staan bij de keuze om zich in een gemeente of regio te vestigen (92% belangrijk tot zeer belangrijk), op de voet gevolgd door beschikbaarheid van personeel (85% belangrijk tot zeer belangrijk) en de woon- en leefkwaliteit (77% belangrijk tot zeer belangrijk) in een gemeente of regio.

Bron: USP Marketing Consultancy

Als het om de praktijk van het aangeboden vestigingsklimaat zelf gaat, dan scoren bereikbaarheid en de woon- en leefkwaliteit relatief hoog (resp. 88% en 71% is positief tot zeer positief), maar blijkt de beschikbaarheid van personeel de meest knellende factor: slechts 51% van de geraadpleegde gemeenteambtenaren en andere overheden is positief tot zeer positief. De mismatch blijkt voor een deel kwalitatief van aard. Zo geeft 61% van de ondervraagde overheden aan dat zijn of haar gemeente of regio een tekort is juist gekwalificeerd personeel.

Ander vestigingsplaatsfactoren die hoog scoren zijn snel internet (70% belangrijk tot zeer belangrijk) en schaal- of agglomeratievoordelen (63% belangrijke tot zeer belangrijk). Daar achteraan komen ‘een duidelijk economisch profiel’ (55% belangrijk tot zeer belangrijk) en grondprijzen (54% belangrijk tot zeer belangrijk). Opvallend is dat duurzaamheid met 48% achteraan komt op de prioriteitenlijst.

‘Arbeidsmigrant hard nodig’

BT/Stadszaken-hoofdredacteur Jan Jager: ‘De uitkosten corresponderen met onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat aantoonde dat slechts drie regionaal-economische factoren écht robuust zijn: een goed opgeleide beroepsbevolking, een goed woon- en leefklimaat en een goede bereikbaarheid. Personeel wordt als vestigingsplaatsfactor alleen maar belangrijker, zeker naarmate er meer de nadruk komt te liggen op kenniswerkers. Maar ook de behoefte aan vakmensen en personeel in de zorg is gigantisch, met name ook aan de flanken van het land die te kampen hebben met demografische krimp. De vraag hoe je talent bindt aan  regio moet prominent op de agenda staan, alsmede de vraag hoe je in huisvesting voor arbeidsmigranten voorziet. We zullen arbeidsmigranten hard nodig hebben.’

Leefkwaliteit omhoog door thuiswerken

Uit de publieksenquête blijkt dat 53% van de Nederlanders aangeeft dat zijn of haar leefkwaliteit door thuiswerken is verbeterd. Opvallend is ook dat de algehele tevredenheid met het werk toeneemt naarmate men meer dagen thuiswerkt. Zo beoordelen Nederlanders die nooit thuiswerken hun werk gemiddeld met een 7,7. Nederlanders die vijf dagen per maand thuiswerken geven hun werk gemiddeld een 8 en Nederlanders die tien dagen per maand thuiswerken beoordelen hun werk met een 8,5.

Er worden ook kanttekeningen geplaatst bij thuiswerken: zo geeft 33% van de respondenten aan dat ze hierdoor een mindere band met de collega’s hebben gekregen. Overigens is het wel opvallend dat thuiswerken minder gebeurd dan je zou verwachten. Ruim 50% geeft aan nooit thuis te werken. Het aantal dagen dat gemiddeld per maand wordt thuisgewerkt blijft met drie-en-halve dag per maand beperkt. In de regio Midden-Nederland waar de Randstad deel van uitmaakt wordt met bijna vier dagen per maand relatief veel thuisgewerkt. Ruim 8% van de respondenten geeft aan voornamelijk vanuit huis te werken.

Bereikbaarheid goed, 36% heeft flexplek

Een grote meerderheid van de Nederlanders pakt de auto om naar het werk te komen. De bereikbaarheid van het werk wordt gemiddeld beoordeeld met een 7,7. De fiets is met bijna 30% een opvallende tweede. Het openbaar vervoer scoort relatief laag, al zie je dat het openbaar vervoer in de regio midden met 16% relatief populair is.

Ruim 36% van de respondenten heeft een flexplek. Flexwerken op kantoor wordt ook door een meerderheid als positief ervaren al geeft wel ruim 25% van de respondenten aan zijn of haar eigen bureau te missen.

Klik hier om het volledige onderzoeksrapport van USP Marketing Consultancy, BT/Stadszaken.nl en de SKBN te ontvangen.

Lees verder
card image

Nieuws

TV-programma Sloop of Hoop

Nieuws

31-10-2018

TV-programma Sloop of Hoop

Zijn ze rijp voor de sloophamer, of is er toch nog hoop voor acht lege gebouwen in Brabant? Met die vraag onderzoeken de studenten Peter, Judith, Niels en Bibi een lege fabriek, kerk, school, kantoor boerderij en andere gebouwen in Brabant.

Ze gaan op zoek naar de verhalen die achter de kale muren schuilen. Wie werkten, woonden of geloofden hier? En wat brengt de toekomst voor deze plek? Is er een nieuwe bestemming denkbaar, en hoe zou dat er dan uit zien?

In acht uitzendingen van het tv-programma ‘Sloop of Hoop’ buigt het team, met studenten van Fontys, Avans Hogeschool en Breda University of Applied Sciences zich over acht leegstaande Brabantse gebouwen.

De uitzendingen zijn vanaf vrijdag 2 november 2018 elke vrijdag om 18.00 uur te zien op Omroep Brabant. Op vrijdagavond worden de uitzendingen elk uur herhaald.

Eerste aflevering: Backer en Rueb in Breda

Voor de eerste aflevering reist het studententeam naar Breda. Wie de restanten van de machinefabiek van Backer en Rueb ziet, zou niet geloven dat in die stenen 150 jaar Bredase geschiedenis zit opgesloten. Oud-werknemers Ton en Joop leiden de studenten rond en laten de geschiedenis herleven. De ‘vooruitgang’ biedt misschien ruimte voor winkels of appartementen? Studenten Peter, Judith, Niels en Bibi bestuderen het pand en zijn omgeving en bedenken een plan. 

Bekijk deze aflevering hier.

Andere uitzendingen

  • 02-11 Backer en Rueb fabrieksgebouw - Breda
  • 09-11 Lege stal - Heusden
  • 16-11 Postgebouw - Roosendaal
  • 23-11 Spoorwachtershuisje  -Veghel
  • 30-11 Cementrum - 's-Hertogenbosch
  • 07-12 Sint Jozefkerk - Geldrop
  • 14-12 Nassau Dietzkazerne - Budel
  • 21-12 Zwembad Arkendonk - Oosterhout

Aanpak leegstand

De provincie Noord-Brabant zet zich in om met betrokkenen leegstand in Brabant terug te dringen. Door herbestemming en sloop van bestaande lege panden te stimuleren. En door te voorkomen dat nieuwbouwplannen op andere plekken tot nog meer leegstand leiden. Zo investeert de provincie mee in een duurzaam en veerkrachtig Brabant.

Lees verder