De gemeente Rijswijk wil naast de investering in de openbare ruimte van de Treubstraat en entree Diepenhorstlaan, nu ook investeren in de openbare ruimte van het assenkruis van de Plaspoelpolder.

Er wordt volop geïnvesteerd in de Plaspoelpolder. Deze zomer is het nieuwe gebouw van het Europese Octrooibureau opgeleverd, is het laatste blok van Harbour Village gerealiseerd en hebben diverse nieuwe ondernemers hun weg gevonden naar het gebied. 

Naast het facililteren van verlevendiging, door de markt ruimte te geven om in andere functies in het businesspark te investeren, investeert de gemeente in de openbare ruimte van de Plaspoelpolder. Dit doet zij door de entree van de Plaspoelpolder herinterichten en de verkeersveiligheid op de kruising Verrijn Stuartlaan / Diepenhorstlaan te verbeteren en extra groen te planten in het werkgebied.

De gemeente zal de verkeersveiligheid op de kruising Verrijn Stuartlaan en Diepenhorstlaan verbeteren. De mogelijkheid voor een rotonde wordt momenteel onderzocht. Daarnaast is de herinrichting van de twee straten aan de orde. In lijn met de Toekomstvisie Plaspoelpolder wordt er bij de uitwerking hiervan gekeken naar de bereikbaarheid, vergroening en duurzaamheid. Immers deze assen, gelegen in het hart van het werkgebied, bepalen in grote mate de uitstraling van de Plaspoelpolder.

IPP

IPP is sinds 2011 participant van SKBN. Het Industrieschap De Plaspoelpolder is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Rijswijk en de gemeente Den Haag voor gronduitgifte en ontwikkeling alsook herstructurering.

bedrijfscontactpunt@rijswijk.nl
070 - 326 19 91

IPP
card image

Event

27-06-2019
Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Event

27-06-2019

Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’

Van ambitie naar uitvoeringsgericht programma

Aan ambities geen gebrek: 2040, 2035, een enkele bestuurder wil al in 2030 energieneutraal zijn. Een groot deel van de energieopgave slaat neer in de gebouwde omgeving. Kunnen ambtelijke organisaties bestuurlijke ambities waarmaken? Juist in de gebouwde omgeving valt of staat een goede uitvoering met een goede organisatie. Tijdens het seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ dat ROm/Stadszaken.nl samen met Twynstra Gudde organiseert, krijgt u handvatten om van ambitie te komen tot een uitvoeringsgericht programma.
 
Tijdens het ROm-seminar ‘Energietransitie als procesopgave’ leert u:

  • hoe u een goede programmaorganisatie opzet om de energietransitie regionaal en lokaal in te bedden;
  • hoe u bij de uitvoering van het programma aanhaakt bij de bestaande lijnorganisatie;
  • welke manier van sturen het beste past bij uw organisatie en lokale context;
  • hoe u invulling geeft aan effectief gebieds- en omgevingsmanagement;
  • hoe u stakeholders en burgers het beste kunt mobiliseren in een lokale context;
  • hoe u inhoudelijke invulling geeft aan de gebiedsgerichte energietransitie.

PROGRAMMA

13.00 uur  
Inloop en opening door dagvoorzitter Marcel Bayer, hoofdredacteur ROm en Zenzi Pluut, managing partner Twynstra Gudde
 
13.30 uur 
Regionale samenwerking in de praktijk 
(spreker volgt)
 
14.00 uur 
Bouwen aan vertrouwen in de gebouwde omgeving
Martin Andriessen, programmadirecteur energietransitie, gemeente Den Haag
 
14.30 uur
Korte pauze
 
14.45 uur
Dialoogtafels

  1. Tafel 1: Programma-aansturing bij gemeentelijke energietransitie. Welke aanpak past het beste bij u?
  2. Tafel 2: Warmtenetten als governance-vraagstuk. Welke rol kunt u spelen als gemeente?
  3. Tafel 3: Mensgerichte energietransitie. Hoe balanceer je tussen gebiedsambitie en lokaal commitment?
  4. Tafel 4: Nieuwe coalities. Hoe stuur je samen met de markt op energetische gebiedstransformatie?
  5. Tafel 5: Energieneutrale bedrijventerreinen. Hoe stuur je bij kaveluitgifte op duurzaamheid?
  6. Tafel 6: Strategisch omgevingsmanagement. Hoe betrek je de omgeving bij gebiedsgerichte energietransitie?

16.00 uur  
Borrel

facts & figures

Wat: Seminar ‘Energietransitie als procesopgave’
Wanneer: Donderdag 27 juni 2019, 13.30 – 17.00
Waar: Amersfoort (locatie volgt)
Voor wie: Professionals bij gemeenten, provincies en regionale samenwerkingsverbanden en andere professionals die op strategisch niveau aan energietransitie in de gebouwde omgeving werken

MEER INFORMATIE EN AANMELDEN

Lees verder
card image

Achtergrond

Analyse: vraag naar logistiek vastgoed vorig jaar groter dan ooit

Achtergrond

06-05-2019

Analyse: vraag naar logistiek vastgoed vorig jaar groter dan ooit

De markt voor logistiek vastgoed in Nederland stond in 2018 in het teken van een grote vraag naar distributiecentra en grootschalige opslagruimten, zowel door bedrijven - logistieke dienstverleners, retailers en producenten - als door beleggers. Sterker nog: de vraag naar logistiek vastgoed was nog nooit zo groot als in het afgelopen jaar.

Dat blijkt uit onderzoek door NVM Business. Volgens de NVM-publicatie is vorig jaar in totaal 3,1 miljoen vierkante meter logistiek vastgoed afgezet. Daarbij ging het niet alleen om ruimten die op de vrije markt werden verhuurd en verkocht, maar ook om gebouwen die door bedrijven zelf voor eigen rekening werden neergezet, de zogenoemde eigenbouw. Opvallend was dat van de in 2018 gerealiseerde afzet bijna 2,2 miljoen vierkante meter betrekking had op nieuwbouw, wat in vergelijking met het jaar ervoor een duidelijke toename betekende. 

Behalve een grotere vraag naar nieuwbouw, werd de markt ook gekenmerkt door een toename van het aantal gehuurde ruimten, met als gevolg dat het aandeel van de huursector in de totale opname boven de 75 procent lag. Het zuiden van het land nam – net als in andere jaren overigens – het grootste deel van de vraag naar logistiek vastgoed voor zijn rekening. Dat was vooral te danken aan de gang van zaken in de provincie Noord-Brabant, waar meer dan 800.000 vierkante meter zijn weg naar gebruikers vond.

Aanbod bleef ook groot

Ondanks de grote vraag naar logistiek vastgoed ging in 2018 het direct beschikbare aanbod van distributiecentra en grootschalige opslagruimten nauwelijks omlaag. Dat het aanbod vrijwel onveranderd bleef, kwam doordat er door beleggers en projectontwikkelaars meer logistieke gebouwen op risico in aanbouw werden genomen, dat wil zeggen zonder de zekerheid van voorverhuur. Eind 2018 stond ongeveer 2,33 miljoen vierkante meter te huur en te koop. Daarvan bestond 725.000 vierkante meter uit nieuwbouw. 

Volgens NVM Business is het wel positief dat het structurele of langdurige aanbod vorig jaar verder omlaag ging, met ongeveer 35 procent. Bovendien vertoonde de aanbodsituatie grote regionale verschillen. Terwijl bijvoorbeeld Noord-Holland werd geconfronteerd met een sterke toename van leegstaande distributiecentra, was in Noord-Brabant sprake van een flinke daling van het aantal beschikbare meters.

Weinig invloed op huurprijzen

De ontwikkeling van vraag en aanbod had echter weinig effect op de gerealiseerde huurprijzen; die bleven over het geheel genomen stabiel. Alleen in de regio’s Rotterdam en Eindhoven ging het gemiddeld huurprijsniveau iets omhoog. Hoewel de huurprijzen dus nauwelijks van hun plaats kwamen, gingen de aanvangsrendementen die beleggers bereid waren te betalen, wel omlaag, wat uiteraard tot een stijging van de prijzen leidde. Voor werkelijk eersteklas objecten daalde het netto-aanvangsrendement tot iets onder de 4,6%. 

Ter vergelijking: in 2008 lag het netto-aanvangsrendement van distributiecentra op 7%. Er werd vorig jaar ook flink in distributiecentra belegd. Volgens NVM Business ging het om € 2,3 miljard, een absoluut record. Daarvan had 70 procent betrekking op distributiecentra met een omvang van 30.000 vierkante meter en meer.

Lees verder
card image

Achtergrond

10 ruimtelijke randvoorwaarden voor circulaire bedrijfslocaties

Achtergrond

27-03-2019

10 ruimtelijke randvoorwaarden voor circulaire bedrijfslocaties

De claim een circulair bedrijventerrein te zijn, wordt vaak ontleend aan het vastgoed dat op dat bedrijventerrein staat. Regionaal bedrijvenpark Laarberg in de Achterhoek komt misschien het dichtst in de buurt van het circulair bedrijventerrein als verzamelplaats van circulaire activiteiten. En zo’n circulair bedrijventerrein voorziet in een behoefte, blijkt. Wat zijn de ruimtelijke randvoorwaarden van een circulair bedrijvenpark?

Dit artikel verscheen eerder in vakblad BT Magazine. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat.

Innovatieve Achterhoek

Laten we vooropstellen dat bedrijvenpark Laarberg niet claimt een circulair bedrijvenpark te zijn. En als Laarberg dat al was, dan schreeuwden de Achterhoekers, wars van dikdoenerij, het vast niet van de daken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ze in de Randstad niet weten dat de Achterhoek een zeer innovatieve maakindustrie kent. Die dankt haar afkomst aan de vele ijzergieterijen die de regio ooit telde. In de Achterhoek lag het ijzererts aan de oppervlakte en langs de Oude IJssel ontstonden diverse gieterijen. Gieterijen zijn inmiddels grotendeels verdwenen, maar legden de basis voor een hoogwaardige smart industry met een wereldwijde afzet.

Het verleden brengt de toekomst

‘Op grond van het aantal patenten is de Achterhoek de tweede regio na Eindhoven’, weet Varssevelder en bedrijfsadviseur duurzaamheid Otto Willemsen te vertellen. ‘We hebben de beschikking over twee hoogwaardige metaalprinters. In Varsseveld is de grootste leverancier van onderdelen van landbouwmachines gevestigd – wereldwijd! – die onlangs doorgroeide naar 1500 man personeel. Dat bedrijf werkt met top ICT’ers. Het zijn unieke spelers in de markt. We hebben voortgebouwd op een erfenis uit het verleden. Het verleden brengt de toekomst. Er gebeurt hier ontzettend veel.’

Sterk landbouwcluster

Daarnaast heeft de Achterhoek van oudsher een sterke landbouwsector met daaromheen een grote verwerkende en toeleverende industrie. ‘Juist op een bedrijvenpark als Laarberg kan uit dat innovatieve maakcluster en de landbouwgerelateerde bedrijvigheid een unieke symbiose ontstaan’, benadrukt Willemsen, die twee boeken schreef over duurzaam ondernemen. Hij is duidelijk gecharmeerd van de ontwikkeling op bedrijvenpark Laarberg.

Biobased cluster

De gemeenten Berkelland en Oost Gelre formuleerden als ambitie om op bedrijvenpark Laarberg een biobased cluster te realiseren. Adviseur Henk Hoogmoed van Twynstra Gudde schreef mee aan het masterplan waarin de contouren van het bedrijvenpark werden uitgetekend, en nog steeds het kader vormt van de ontwikkeling van Laarberg. Hoogmoed, die nog altijd als financieel manager en interim-directeur bij de gebiedsonderneming Bedrijvenpark Laarberg betrokken is, benadrukt dat het masterplan in eerste instantie een ambitie is. Maar nu het bedrijvenpark steeds meer vorm begint te krijgen, lijkt de werkelijkheid redelijk in de pas te lopen met de ambitie.

Als we Laarberg als voorbeeld nemen van een bedrijvenpark dat in de buurt komt van een circulair bedrijvenpark, wat zijn dan de ruimtelijke randvoorwaarden?

Randvoorwaarde 1: Reserveer ruimte voor de circulaire economie

Dit lijkt voor de hand liggend, maar in een tijd van multifunctioneel ruimtegebruik en omgekeerde bestemmingsplannen mag het nog weleens gezegd worden: er zijn altijd activiteiten die zich minder goed verhouden tot typisch stedelijke functies als wonen en recreëren, benadrukte Cees-Jan Pen, lector De Ondernemende Regio van Fontys Hogescholen in een artikel in NL Magazine. ‘De circulaire economie is helemaal niet schoon’, zegt hij desgevraagd nog eens. Volgens Pen is het noodzakelijk om ruimte te reserveren voor circulaire activiteiten. De komst van regionaal bedrijvenpark Laarberg juicht hij dan ook van harte toe. ‘Over 50 jaar zijn bedrijven in meer of mindere mate circulair, wat zich vertaalt in een grote vraag naar dit soort locaties’, aldus Pen.

Hoogmoed benadruk dat de gebiedsonderneming niet veel moeite hoeft te doen om juist ondernemingen binnen te halen met een circulair profiel. ‘Er zitten veel bedrijven in de regio, al dan niet gerelateerd aan de agrarische sector, die iets met recycling doen, maar vaak worden beperkt in hun uitbreidingsruimte. De komst van Bedrijvenpark Laarberg komt voor hen als geroepen. Zo is het bedrijf Klein Gunnewiek gevestigd op Laarberg, een bedrijf dat gespecialiseerd is in demontage van auto’s tot op het laatste onderdeel. Een circulaire, maar relatief ruimtevretende activiteit.

Randvoorwaarde 2: Zorg voor veel milieuruimte

En als je toch ruimte reserveert, zorg dan ook voor ruimte in de hoogste of bijna hoogste milieucategorie. Laarberg is opgedeeld in twee zones, gescheiden door een groene corridor die ligt op de fundamenten van een oude linie (de Grolse Linie uit 1627). Boven deze linie ligt een biobased transitiepark van 20 hectare en daaronder een ‘regulier’ bedrijventerrein van ongeveer 40 hectare. Zowel op het transitiepark als op het reguliere park is planologisch ruimte gereserveerd voor bedrijven in de hoogste milieucategorie. ‘Het demonteren, ontleden van producten of verwerken van afvalstoffen tot nieuwe grondstoffen gaat niet altijd zonder dat er geluid of andere overlast ontstaat’, benadrukt Henk Hoogmoed.

Randvoorwaarde 3: Pas grondprijs aan aan het gebruik

Op het transitiepark is een grote bioraffinaderij van het Duitse concern RMS gepland. De komst van deze bioraffinagefabriek van circa 8,6 hectare, die mest als grondstof gebruikt en dit omzet in onder meer groen gas, sluit aan op de regionale agrarische structuur van de Achterhoek. Volgens Hoogmoed vervult de bioraffinagefabriek een vitale functie voor de agrarisch bedrijven in de regio. Het transitiepark vormt daarmee feitelijk een vitaal onderdeel van de infrastructuur die ten dienste staat van de verduurzaming van de regionale economie. Het is een van de redenen waarom de gebiedsonderneming op het transitiepark een lagere grondprijs rekent dan op het reguliere deel van het bedrijvenpark.

Cees-Jan Pen heeft nog wel bedenkingen bij het berekenen van een lagere grondprijs voor een circulaire activiteit zoals een bioraffinaderij. ‘Dit is geen basis voor het creëren van een circulaire economie die ook op eigen benen moet kunnen staan.’ Hij is bang dat ‘gestunt’ met grondprijzen een eigen vraag genereert en daarmee juist niet duurzaam is.

Randvoorwaarde 4: Zorg voor uitwisseling met de omgeving

Laarberg staat niet op zichzelf, maar onttrekt als regionaal bedrijvenpark vooral grondstoffen uit de regio. Het past volgens Otto Willemsen bij de DOE-aanpak (Duurzaam Ondernemen en Energie) van het Achterhoekse mkb waar hij als adviseur bij betrokken is. ‘Wij willen dat waardevolle materialen niet als afval op de vuilnisbelt belanden. Gelukkig zijn er in de Achterhoek inmiddels legio voorbeelden van bedrijven die stappen zetten in de circulaire economie, zoals het bedrijf Daas Baksteen, dat duurzaam produceert door klei binnen een omtrek van 60 kilometer te halen en proceswater te hergebruiken.’

Op het reguliere bedrijvenpark heeft zich inmiddels een mooi aantal bedrijven gevestigd die bij uitstek zijn aangehaakt bij de regionale economie, zoals Mueller, producent van rvs procestanks. Willemsen: ‘Mueller heeft als missie een bijdrage te leveren aan een goede en gezonde voedselvoorziening op de wereldmarkt. Toepassingen van hun producten in de circulaire procesindustrie zijn overal nodig. Bovendien deelt het bedrijf zijn opleidingsfaciliteiten met bedrijven in de regio.’

Tevens wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een proteïnecluster, een platform voor ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf in Gelderland die willen aanhaken bij de groeiende vraag naar ingrediënten en producten op basis van plantaardige eiwitten.

Randvoorwaarde 5: Zorg voor synergie op het park

Dan is er nog ‘de economie’ op het bedrijvenpark zelf die volgens Henk Hoogmoed zowel voorwaardestellend als voorwaardescheppend is voor het aantrekken van nieuwe functies. Zo bouwde brandstoffenhandelaar Kuster Olie een nieuw tankstation op Laarberg omdat hij ervan uitgaat dat op Laarberg afnemers zitten, maar op termijn ook leveranciers van duurzame brandstoffen zoals het biogas van RMS of de elektriciteit van het solarpark waarmee de Tesla’s bij het tankstation kunnen worden opgeladen.

Een ander bedrijf op Laarberg dat kan bijdragen aan de duurzame energievoorziening is houtleverancier Ten Damme, die niet alleen strooisel voor stallen maakt, maar ook houtchips als biomassa voor palletkachels.

Randvoorwaarde 6: Zorg voor een circulaire hardware

Voor we het vergeten is er nog de hardware. Een bedrijventerrein bestaat uit wegen, gebouwen, verlichting, natuur; of natuur is weggehaald en moet gecompenseerd worden. Daar is allemaal in voorzien. De wegen zijn van ‘groen’ asfalt, de ledverlichting is circulair en houdt rekening met vleermuizen die al in het gebied aanwezig waren voor de bedrijven kwamen. Natuur keerde deels terug in de vorm van bosranden met bomen en afvalwater wordt zoveel mogelijk op natuurlijk wijze in het gebied gezuiverd en teruggebracht in het waterecosysteem.

Randvoorwaarde 7: Beheer op orde

Cees-Jan Pen benadrukt nog dat het beheer van de werklocaties op orde moet zijn. Dat is voor hem belangrijker dan de vraag of een terrein in erfpacht wordt uitgegeven (en de gemeente dus duurzaam eigenaar blijft) of gewoon verkocht (op Laarberg heeft de koper keuze, om zo minder afhankelijk te zijn van de bank). ‘Alleen door goed onderhoud en beheer is de kwaliteit van een werklocatie te borgen. Dit vereist een professioneel functionerende ondernemersvereniging die meer doet dan post bezorgen en energie inkopen.’

Randvoorwaarde 8: Lange adem

Otto Willemsen hoopt dat Gebiedsonderneming Laarberg van haar aandeelhouders de tijd krijgt om de biobased-strategie consistent uit te rollen. ‘Dat betekent dat je die strategie ook tot uitvoering brengt in de bedrijven die zich op het terrein vestigen’.

Randvoorwaarde 9: Stem regionaal af

Een circulair bedrijvenpark vervult een vitale regionale functie, dan moet je als regio ook samenwerken, vindt Cees-Jan Pen. En dat betekent dat vitale functies die onder de nimby-noemer vallen een plek moeten krijgen op het bedrijvenpark, zoals een betoncrusher.

Randvoorwaarde 10: Sterke identiteit

Otto Willemsen heeft ook nog enkele suggesties voor de twee ontwikkelende gemeenten. Naast een lange adem en consistente bewaking van het concept, raadt Willemsen aan het bedrijvenpark een eigentijdse uitstraling te geven, vooral met het oog op de mensen die er moeten werken. ‘Dat betekent geen standaard blokkendozen. Zorg ervoor dat het gebied een uitstraling heeft waar circulaire bedrijven zich in thuis voelen en vooral ook het personeel zich senang voelt. Als je luncht, moet het leuk zijn.’

Zie ook het artikel 'circulaire bedrijventerreinen: welke bedrijfslocatie kiest u?'

Lees verder