In de definitieve Nota Ruimte moet worden vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijven ontstaat. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Bij transformatie van bedrijventerreinen moet lokaal of regionaal compensatie plaatsvinden.

‘Dit betekent niet dat er nergens een bedrijventerrein zal verdwijnen of kleiner zal worden’, schrijft de minister over de aanscherping van de Nota Ruimte aan de Tweede Kamer. Daarmee reageert het kabinet op aangenomen moties rond de Ontwerp-Nota Ruimte en op zorgen over de druk op werklocaties.

De brief volgt op het Notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte en de stemmingen over 29 aangenomen moties. Boekholt-O'Sullivan informeert de Kamer mede namens meerdere bewindspersonen over de manier waarop het kabinet deze moties verwerkt in de definitieve Nota Ruimte.

Ruimte voor bedrijven

Voor bedrijventerreinen wordt de lijn aangescherpt. Het kabinet wil bestaande terreinen beschermen en waar nodig strategisch uitbreiden. 

Bij transformatie moet ruimte voor bedrijvigheid lokaal of regionaal worden gecompenseerd. Daarmee krijgt bedrijfsruimte een steviger plek in ruimtelijke afwegingen.

De keuze betekent volgens de minister niet dat ieder bedrijventerrein behouden blijft. Terreinen kunnen nog steeds verdwijnen, krimpen of transformeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Daar staat tegenover dat het verlies aan bedrijfsruimte elders moet worden opgevangen, zodat de totale ruimte voor bedrijven nationaal niet afneemt.

Daarmee verschuift de discussie over transformatie van bedrijventerreinen. Het wordt minder een afzonderlijke lokale woningbouwafweging en meer een regionale keuze over de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Vooral in stedelijke regio’s kan dat zwaar wegen. 

Een recent conflict tussen Delft en de provincie Zuid-Holland laat zien hoe concreet die spanning kan worden. Ook vreest Delft bijvoorbeeld dat provinciale bescherming van ruimte voor zware bedrijvigheid woningbouw en campusontwikkeling belemmert, terwijl Zuid-Holland juist ruimte wil borgen voor bedrijven in hogere milieucategorieën.  

Samenwerkingsagenda

Het compensatiebeginsel wordt ook onderdeel van de Samenwerkingsagenda Ruimte voor Economie. Die agenda wordt onder leiding van de minister van Economische Zaken opgesteld met decentrale overheden. 

Het rijksbeleid daarin volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijk Economische Visie.

Rik Enequist van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de keuze van het kabinet op LinkedIn een belangrijke stap. Volgens hem hebben zowel VNO-NCW als MKB-Nederland gepleit voor nationale borging van economische ruimte, omdat ruimte voor ondernemers en bedrijven schaars is en beter beschermd moet worden.

Voor werkgeversorganisaties gaat ruimte voor economie niet alleen over hectares. Enequist wijst onder meer op innovatie, maakindustrie, logistiek, verduurzaming, circulaire bedrijvigheid, watergebonden functies en toekomstige banen. Die functies vragen vaak om locaties die niet eenvoudig elders zijn in te passen.

Ook voor de circulaire economie wordt de Nota Ruimte aangescherpt. Het kabinet wil de ruimtelijke randvoorwaarden explicieter opnemen. 

Daarbij gaat het om duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water. Actuele onderzoeken en het Nationaal Programma Circulaire Economie worden daarbij betrokken.

Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie bij Fontys, zegt in een reactie op LinkedIn dat het terecht is dat ruimte voor de circulaire economie in de Nota Ruimte een extra stevige plek krijgt. ‘Ook al is de ruimtevraag onduidelijk. Dit is een cruciale kanttekening aangezien we nog maar aan de vooravond staan van de circulaire transitie en veel onduidelijk is’, aldus Pen. 

Hij noemt de eerdere motie van kamerleden Ani Zalinyan (PRO) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) om ruimtelijke randvoorwaarden circulair, maar ook duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water expliciet op te nemen. ‘Bedrijventerreinen spelen een veel grotere rol dan menigeen denkt voor het faciliteren van dit soort opgaven. Ik ben benieuwd of het betrekken van de laatste inzichten uit het Nationale Programma Circulaire economie ook betekent dat de extra ruimtevraag van zeker 15 procent een plek gaat krijgen. We weten dat binnenhavens een cruciale hierbij spelen’, aldus Pen. 

Datacenters en energie

Voor datacenters werkt het kabinet aan een geïntegreerde nationale aanpak. De Kamer krijgt daarover voor de zomer een aparte brief. De ruimtelijke kant van die aanpak wordt verwerkt in de Nota Ruimte, inclusief criteria voor hyperscale datacentra en aandacht voor groeiend verbruik.

De ruimtelijke kant van de nationale datacenteraanpak wordt verwerkt in de definitieve Nota Ruimte. Daarbij betrekt het kabinet ook moties over datacenters, datakabels, hyperscale datacentra en de verwachte groei van het energieverbruik.

Volgens de huidige planning van het ministerie van VRO zal de definitieve vaststelling van de Nota Ruimte later dit jaar plaatsvinden.

Bron: BT Online.nl

08-06-2026
Nieuws
Van hittestress naar vergroening op bedrijvenpark De President
Van hittestress naar vergroening op bedrijvenpark De President

Op bedrijvenpark De President, heeft PHB als aanjager van toekomstbestendige bedrijventerreinen, samen met ondernemers, parkmanagement en de gemeente, gezorgd voor een aanmerkelijke investering van bijna €900.000 in de vergroening van het bedrijvenpark.Na de succesvolle pilot hebben inmiddels meerdere bedrijven interesse getoondOndanks dat het bedrijventerrein destijds modern was ingericht, was het nog niet voorbereid op klimaatverandering. Door de intensieve bebouwing en beperkte groenzones liep de gevoelstemperatuur op warme dagen op tot wel 37–38°C, was er nauwelijks schaduw langs looproutes én voldeed minder dan de helft van de bedrijven aan de norm voor een koele plek binnen 300 meter. Kortom: het terrein was functioneel ingericht, maar bood op het gebied van klimaatadaptatie nog duidelijk ruimte voor verbetering, met kansen om het toekomstbestendiger en aantrekkelijker te maken voor werknemers, bezoekers en bedrijven. In 2023 gaf het Parkmanagement daarom opdracht om de problemen rondom hitte, groen en wateroverlast in kaart te brengen. De conclusie was helder: structurele verbetering kon alleen worden bereikt door openbare én private ruimte gezamenlijk te vergroenen.De impasse doorbreken De gemeente was in eerste instantie terughoudend over het vergroenen van het bedrijvenpark. Er waren al vaste plannen voor de uitstraling en strakke beheerbudgetten. Ook leek er weinig ruimte in de openbare omgeving door kabels en leidingen onder de grond. Parkmanagement besloot om een ‘aanjager’ via PHB in te schakelen, die zorgde voor gelijkwaardige gesprekken, waarin de verschillende perspectieven vanuit de betrokkenen werden besproken. Er ontstond tussen Parkmanagement, de deelnemende bedrijven en de verschillende afdelingen van de gemeente, begrip en een gesprek over wat mogelijk was. Door te kiezen voor een pilot benadering ontstond voor de gemeente, ruimte om op een andere manier naar ontwerp, beheer en kosten te kijken.Gezamenlijke inspectie in het gebied maakten kansen zichtbaar en creëerde enthousiasme.De bedrijven bleken over het algemeen bereid te investeren in hun eigen terrein, waarvan vijf bedrijven zich committeerden om hun eigen kavels ingrijpend te vergroenen. ‘Onze rol was om deze impasse te doorbreken.’ Nico Meester – PHBVan kansen naar concrete plannen Om snel inzicht te krijgen in haalbaarheid en kosten werd besloten een kansenanalyse te laten maken. Met behulp van een subsidie uit de provinciale regeling Ondersteuning Toekomstige Werklocaties werd €25.000 aan procesgeld toegekend, met 50% co-financiering. Opgebracht door parkmanagement, gemeente en PHB, ieder voor één derde deel. In totaal kwam er zo €50.000 beschikbaar.  Stichting Greendustry werkte vervolgens concrete plannen uit voor vijf bedrijfskavels en aangrenzende openbare ruimte, inclusief een begroting. In nauw overleg met alle partijen ontstonden realistische, gedragen ontwerpen.Ondernemers werden enthousiast en de gemeente ging van een afwachtende naar een actieve partner. ‘PHB speelde een belangrijke, aanjagende rol in het project en wist verschillende partijen met elkaar te verbinden.’ Hugo Kranenburg – GreendustrySubsidie als accelerator De totale investering voor de uitwerking van de vergroening bedraagt bijna €900.000.  Via de provinciale subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen is 25% hiervan toegekend.  De uitvoering start in begin 2026 en bestaat onder andere uit: Groene bedrijfstuinen Wandelvriendelijke, schaduwrijke stoepen Vergroende gevels en koele verblijfsplekken De vergroening van de omgeving moet zorgen voor minder hittestress en wateroverlast en een fijne en aantrekkelijke werkomgeving.  ‘Door de korte lijnen met PHB en financiële ondersteuning is het project uiteindelijk ook in de uitvoeringsfase gekomen.’ Rob ten Bok – Parkmanager De PresidentSamen investeren in de toekomst Als deze case ons één ding heeft geleerd, dan is het dat samenwerking essentieel is. De gemeente en het bedrijfsleven moeten het samen doen en succes ontstaat wanneer ze beide eigenaarschap voelen. Nog meer learnings:  Betrek ontwerp, beheer én budgethouders vanaf het begin. Een gezamenlijke kijkronde breekt barrières af en maakt kansen zichtbaar en tastbaar Focus op de voordelen: mooiere uitstraling, meer comfort, hogere productiviteit, een koelere omgeving en minder wateroverlast. Wees helder over kosten en subsidiemogelijkheden Schetssessies stimuleren creativiteit en samenwerking.  Een integrale aanpak voor zowel openbare als private ruimte is cruciaal Een duidelijk integraal plan zorgt voor draagvlak en maakt uitvoering mogelijk De kracht van de bedrijvenvereniging van bedrijvenpark de President zit in samenwerken, duidelijke kaders, concrete cijfers, een gezamenlijke rekensom en heldere afspraken over wie wat doet. Juist een kleinschalige pilot bleek de sleutel tot blijvend draaglak en kansen voor opschaling. ‘De ervaringen die we met dit project hebben opgedaan, worden inmiddels meegenomen in projecten op andere werklocaties in de Haarlemmermeer.’ Ed Nieuwenhuizen – Procesbegeleider Duurzame Werklocaties,- Gemeente Haarlemmermeer Beeld: Bedrijvenpark De President, gemaakt door The Flying Dutchmen

06-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief