Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.

‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe. 

Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. 

Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  

Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. 

Historisch gegroeid perspectief 

De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  

‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  

‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ 

Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  

‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. 

Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  

‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  

‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ 

Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  

‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’

Bedrijventerrein als schakel 

Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  

Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. 

‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' 

Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. 

Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.

‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ 

Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  

‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  

Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. 

De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  

Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ 

Meer dan BNP en werkgelegenheid 

Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  

‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. 

Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  

‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ 

Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. 

Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  

‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  

'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving

Tijdens NLdoet op 13 maart 2026 kwamen vrijwilligers samen op Schiphol Trade Park om actief bij te dragen aan een groenere en duurzamere werkomgeving. Met werkzaamheden zoals snoeien, planten, zaaien en bodemverbetering is het terrein voorbereid op het nieuwe groeiseizoen.De groene activiteiten werden georganiseerd in samenwerking met Stichting MEERGroen en De Groene Kapstok. In onder andere de fruitstruikentuin, moestuin en kruidentuin is gewerkt aan het versterken van de biodiversiteit. Ook de educatieve border rond de kas kreeg een nieuwe invulling.Betrokkenheid en resultaatWat deze dag kenmerkte, was de inzet en betrokkenheid van de vrijwilligers. Door samen aan het terrein te werken, werd direct zichtbaar resultaat geboekt en ontstond er meer bewustzijn van het belang van een groene leefomgeving. NLdoet onderstreept dat dit soort initiatieven een belangrijke rol spelen in het versterken van lokale betrokkenheid en het versnellen van duurzame ontwikkeling.Wat is NLdoet?NLdoet is de grootste vrijwilligersactie van Nederland en wordt jaarlijks georganiseerd door het Oranje Fonds. Gedurende één of twee dagen in maart zetten duizenden mensen zich in voor maatschappelijke initiatieven in hun eigen omgeving. Het doel is om vrijwilligerswerk zichtbaar te maken en meer mensen te stimuleren om zich in te zetten.Structurele samenwerking voor een groenere omgevingDe activiteiten tijdens NLdoet sluiten aan bij een bredere, structurele samenwerking. SADC (Schiphol Area Development Company) werkt samen met Stichting MEERGroen aan het vergroenen van Schiphol Trade Park. Denk aan de aanleg van klimaatbossen, bloemenweides en moes- en fruittuinen.Daarnaast worden regelmatig educatieve werkdagen georganiseerd met bedrijven en vrijwilligers. Deze dragen bij aan het versterken van biodiversiteit en het creëren van een aantrekkelijkere en gezondere werkomgeving. Zo krijgt duurzaamheid concreet vorm in het gebied.Duurzaam in actie bij New TerraBij New Terra, gevestigd op Schiphol Trade Park, werken we aan het bevorderen van biodiversiteit en ecologische waarde. New Terra is dé plek voor circulaire denkers, creatieve ondernemers en pioniers met een groen hart. Hier worden innovatieve oplossingen en duurzame initiatieven ontwikkeld om de omgeving te verrijken.Op het 3 hectare grote groengebied rondom New Terra wordt geëxperimenteerd met tijdelijke natuur en vergroening. In samenwerking met Stichting MEERGroen stimuleren we de biodiversiteit en betrekken we actief de omgeving. Dit heeft al geleid tot de aanleg van vijf soorten bloemenweides, een fruitplukpark en het opknappen van een bestaand hazelnotenbos. In het gebied leven verschillende diersoorten, zoals marters, uilen en valken.

17-03-2026
Nieuws
Provincie Zuid-Holland investeert fors: onder meer in bedrijventerreinen
Provincie Zuid-Holland investeert fors: onder meer in bedrijventerreinen

Provincie Zuid-Holland heeft € 142 miljoen vrijgemaakt om grote ambities te versnellen. Denk daarbij aan de woningbouw, het oplossen van netcongestie, versterking van het landelijk gebied en verbetering van het fietsnetwerk.“Het is fijn dat de Staten aan het laatste deel van deze bestuursperiode nog een extra impuls geven om aan een krachtig Zuid-Holland te werken”, aldus het college van Gedeputeerde Staten.Keuzes in samenhang verwevenDeze Investeringsagenda vloeit voort uit een amendement en motie uit juli 2025 die bij de Voorjaarsnota zijn aangenomen. Het versnellingsgeld komt uit de provinciale algemene reserve. Vanuit het college zijn 17 voorstellen aangedragen, die zijn beoordeeld op impact en of zij passen in de opdracht die voortkomt uit de motie, het amendement en het coalitieakkoord. Niet alles kan namelijk en niet alles hoeft tegelijkertijd. De voorstellen die het uiteindelijk niet hebben gehaald, worden ter overweging meegenomen richting de Voorjaarsnota 2026. Belangrijk in de afweging was dat de keuzes in samenhang met elkaar zijn verweven.Woningbouw komt immers alleen vooruit met bijvoorbeeld voldoende netcapaciteit en bereikbaarheid. Natuur-, landbouw- en waterdoelen moeten integraal onderdeel zijn van gebiedsontwikkeling. Duurzame economische groei vraagt om herstructurering van bedrijventerreinen, innovatiekracht en een robuust energienet. Een goed fietsnetwerk ondersteunt zowel verstedelijking als leefbaarheid waaronder in kleine kernen.Vanuit de Investeringsagenda is versnellingsgeld vrijgemaakt voor:Ontwikkelmaatschappij beter benutten bedrijventerreinen: 10 miljoen euroDe ruimte in Zuid-Holland is schaars en moet zorgvuldig worden gebruikt. Omdat ook de uitbreidingsruimte voor bedrijvigheid beperkt is, willen we bestaande bedrijventerreinen beter benutten. Door het investeringsbudget op te schalen naar € 20 miljoen kan de herstructurering sneller van start gaan. Het beter benutten van bedrijventerreinen levert naar verwachting 20% ruimtewinst op, helpt werkgelegenheid behouden, creëert plek voor een duurzame en circulaire economie en sluit aan op andere provinciale opgaven zoals mobiliteit, wonen en de energietransitie.Rotterdamse Haven – ruimte voor duurzame groei: 4,6 miljoen euroDeze investering versnelt de verkenning en de uitwerking van plannen binnen NOVEX Rotterdamse haven, zodat het beoogde doel - de haven transformeren tot een internationaal concurrerend, duurzaam en toekomstbestendig haven- en industriecomplex, in balans met de leefomgeving - sneller wordt gerealiseerd.Tegengaan netcongestie in Zuid-Holland: 16,6 miljoen euroDoor het tekort aan netcapaciteit stagneren woningbouw, verduurzaming en bedrijfsontwikkeling. Met deze investering maakt de provincie de bouw van nieuwe energie-infrastructuur sneller mogelijk en stimuleert het slimmer stroomgebruik en praktijkpilots voor netoplossingen. Dit doet de provincie aan de hand van vier projecten, zes pilots en een onderzoeksprogramma.De vier versnellingsprojecten zijn:Vliegende Brigade voor energie-infrastructuurprojecten (€ 3,6 miljoen),subsidieregeling voor energiemanagementsystemen voor bedrijven en maatschappelijke partijen (€ 3,9 miljoen),versterken van energiegemeenschappen (€ 4,9 miljoen),ondersteuning geothermie om onnodige elektrificatie te voorkomen(€ 0,8 miljoen).Daarnaast zijn er zes pilots om netcongestie-oplossingen in de praktijk te testen:pilot laagspanningsdata,pilot allianties voor netcongestie-oplossingen,pilot ontwerpwedstrijd voor trafohuisjes,pilot springfonds voor netcongestie,pilot monitoring van aquathermie,pilot energiebesparing in monumentaal vastgoed (samen € 1,1 miljoen).Tot slot is er een onderzoeksprogramma met vijf onderzoekslijnen om versneld kennis te ontwikkelen en verspreiden in het relatief nieuwe thema van netcongestie:versnelling realisatie energie infrastructuurgebiedsgericht ontwikkelennetbewuste maatregelendata en scenario modellenconcept- beleidsontwikkeling (samen € 2,1 miljoen)Groenblauwe Netwerk: 10 miljoen euroHet Groenblauw Netwerk is de drager voor een gezonde, klimaatrobuuste, recreatieve en biodiverse provincie. De provincie werkt aan het groenblauwe netwerk via de uitvoering van het Landschapspark. Dit doet zij op dit moment in vier gebieden: Vlietzone, Rotte, Schiezone en Getijdepark XL. Deze gebieden staan de komende jaren onder druk door woningbouw en recreatie. Het Groenblauw Netwerk draagt bij aan recreatieve en ecologische verbindingen tussen gebieden en over water, de opwaardering van bestaande recreatiegebieden, nieuwe groenblauwe verbindingen met (nieuwe) woonwijken en inpassing van benodigde energievoorzieningen in het landschap. Het geld wordt ook gebruikt voor projecten van gemeenten en waterschappen.Strategische Reserve Landelijk Gebied: 40 miljoen euroDe provincie werkt via het Zuid-Holland Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) met een gebiedsgerichte, integrale aanpak aan een vitaal landelijk gebied. Via gebiedsplannen wordt gewerkt aan het halen van doelen op water, natuur, stikstof, klimaat en landbouw. Om dat te realiseren is onder andere geld nodig. In de Investeringsagenda is daarom € 40 miljoen opgenomen om projecten die klaar zijn voor uitvoer snel verder te kunnen helpen. In het voorjaar zal duidelijk worden of en welke eerste concrete projectvoorstellen al kunnen starten.Versterking regionaal investeringskapitaal start-ups, scale-ups en innovatief mkb: 30 miljoen euroMet deze kapitaalinjectie van € 30 miljoen in IQ Capital en UNIIQ wil Zuid-Holland de regionale investeringskracht versterken. Hierdoor blijft vroegfasefinanciering beschikbaar, kunnen meer innovatieve start-ups, scale-ups en mkb-bedrijven doorgroeien en wordt de hefboomwerking richting het ministerie van Economische Zaken, gemeenten, kennisinstellingen en private investeerders benut. Deze investering versterkt bovendien de positie van Zuid-Holland in Europa, creëert een gelijker speelveld met andere regio’s en versnelt de ontwikkeling van cruciale technologieën.Aanvullend budget realisatie woningbouw: 19 miljoen euroVanaf 2027, en mogelijk zelfs al eerder, is het beschikbare budget te laag om het vastgestelde programma Realisatie Woningbouw uit te voeren. Door nu een incidentele toevoeging te reserveren, wordt de continuïteit van subsidies en ondersteuning gewaarborgd die bijdraagt aan de realisatie van sociale en betaalbare woningen. Zowel gemeenten als corporaties kunnen bijvoorbeeld subsidies aanvragen waarmee ze capaciteit kunnen inhuren om hun plan vooruit te helpen.Aanpak knelpunten (hoofd-) fietsnetwerk: 10 miljoen euroOmdat het aantal inwoners in Zuid-Holland blijft groeien, is het belangrijk om het netwerk van fietspaden flink te verbeteren. Het wegennet biedt namelijk nauwelijks ruimte voor uitbreiding en gaat veel onderhoud gaat krijgen, terwijl de fiets voor veel mensen een goed alternatief is. Met deze investering kunnen doorfietsroutes als de Velostrada en de Beneden Merwederoute sneller, aantrekkelijker en veiliger worden gemaakt. Hiernaast kunnen 20 kruispunten door de hele provincie veiliger gemaakt worden. Zo zorgen we voor betere bereikbaarheid, betere duurzaamheid en halen we druk van het wegennet.Uitvoering Actieplan Geluid (stil asfalt): 1,5 miljoen euroDoor extra te investeren in de uitvoering van het Actieplan Geluid, kunnen we sneller zorgen voor het verminderen van geluidsoverlast langs provinciale wegen. Bijvoorbeeld door stil asfalt aan te brengen. Deze investering helpt daarmee het invoeren van scherpere regels en richtlijnen voor de hoeveelheid geluid die door provinciale wegen mag ontstaan.Aansluiting N215 – N498: 0,5 miljoen euroWe verwachten dat het de komende jaren drukker wordt op de kruising van de N215 en de N498. Daarom wordt de capaciteit van de kruising vergroot, en wordt deze ingericht als een kruising met verkeerslichten. Om de verkeersveiligheid en bereikbaarheid te vergroten wordt ook een fietspad en -oversteek aangelegd.

26-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief