Eindhoven wil creatieve broedplaats Sectie-C zelf kopen en exploiteren om ook op lange termijn betaalbare werkruimte voor makers en ontwerpers te behouden. Volgens het college van B en W kan alleen zo de creatieve functie van deze plek veilig worden gestellen, ondanks woningbouw in dat het gebied. Huurders zijn voorzichtig positief. 

‘Op lange termijn is dit de beste manier om de creatieve werkruimte in Sectie-C te borgen’, schrijft het college van B en W aan de raad. Aanleiding is de motie Borging van creatieve werkruimte van 1 oktober 2024, waarin de raad vroeg hoe de broedplaats ook in de toekomst behouden kan blijven.

Sectie C is een creatief terrein in Tongelre, aan de oostkant van Eindhoven. In voormalige fabriekspanden werken hier meer dan 250 makers, ontwerpers en ondernemers. Het gebied is bijna 8 hectare groot en geldt als een van de grotere creatieve ecosystemen van Nederland. 

Met de aankoop van de gebouwen kiest de gemeente er nadrukkelijk voor om niet in tijdelijke oplossingen te blijven hangen. 

Volgens Samantha van Rooij, projectmanager van Sectie-C, is dat precies de kracht van deze stap. Zij noemt gemeentelijk eigenaarschap de ultieme manier om grip te houden. Andere instrumenten of constructies met andere partijen bieden volgens haar minder kans op succes.  

De gemeente handelt daarbij vanuit maatschappelijk belang: waar woningcorporaties betaalbare woningen helpen borgen, doet Eindhoven hier in feite iets vergelijkbaars voor creatieve werkplekken. 

Goed voor de stad 

Anne Ligtenberg, eigenaar en hoofdontwerper van Bureau AM, spreekt van ‘iets unieks’ en prijst dat creatieven gelijkwaardig konden meepraten. Wethouder Mieke Verhees, wethouder Wonen, Wijken, Ruimte en Dienstverlening, noemt het principebesluit ‘heel goed voor de stad’ en zegt dat het ‘hard nodig’ is om creatieve ondernemers plek te blijven bieden. 

‘Op deze manier zorgen we ervoor dat de ruimtes ook echt worden verhuurd als ateliers en creatieve werkruimtes, zodat Sectie-C een creatief ecosysteem blijft. Ook voor de lange termijn’, aldus Verhees. ‘Door als gemeente eigenaar te worden van de broedplaats Sectie-C, houden we de regie.’ 

Van Rooij onderstreept dat belang. Wat Eindhoven met Sectie-C doet, noemt ze een van de grootste stappen die de gemeente op dit vlak ooit heeft gezet. Voor zover zij weet, is er geen andere plek waar een gemeente een creatieve broedplaats van deze schaal voor vijftig jaar probeert veilig te stellen.  

Met die keuze zet de gemeente niet alleen in op vastgoed, maar ook op stedelijk vestigingsbeleid. In de raadsbrief koppelt het college Sectie-C aan de ambitie om toptechnologie en toonaangevend design aan Eindhoven te blijven binden. Daarbij verwijst het ook naar Design Development Eindhoven, waar niet toevallig de programmalijn ‘ruimte’ centraal staat. 

De gemeente wil met de overname van  Sectie-C niet alleen de broedplaats behouden, maar ook 1.300 woningen en voorzieningen toevoegen. Uitgangspunt is dat Sectie-C betaalbaar blijft met is een gemiddelde huur van 85 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Stichting Sectie-C moet hoofdhuurder worden en vervolgens zorgen voor onderverhuur en beheer. 

Scenario's 

De gemeente onderzocht nog twee andere scenario’s voor het voortbestaan van Sectie-C. In het eerste scenario zou TBFOS eigenaar blijven, maar dan was volgens de gemeente een forse bijdrage nodig en bleef de creatieve functie slechts tijdelijk geborgd. Een tweede variant, met de stichting als eigenaar, strandde op financiering en een nieuwe subsidiebehoefte. 

Het principebesluit volgt op een langer traject. Al op 7 oktober vorig jaar kregen huurders het conceptschetsontwerp te zien. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn en architect Servie Boetzkes lichtten toen toe hoe eerdere reacties in het plan waren verwerkt en welke keuzes nog openlagen. Huurders hoorden daar al dat de plannen voor een gemeentelijke aankoop concreet waren. 

In dat traject werd ook zichtbaar waar de spanning zit. Huurders vroegen om hoge ruimtes, onder meer voor mezzanines, maar zwaardere constructies maken het plan duurder. Om de werkruimtes betaalbaar te houden, moeten sommige gebouwen daarom eenvoudiger worden uitgevoerd. 

Daarna volgden participatiesessies over VOSP en mobiliteit, voor omwonenden en huurders. Onder huurders klinkt voorzichtig steun, al zijn er ook zorgen over de toenemende drukte door alle verdichtingsplannen. 

Van Rooij zegt dat die positief-kritische houding logisch is. Er moet nog veel worden uitgewerkt, en onder huurders leeft ook de vraag: ‘Kunnen we straks alle verschillende typen creatievelingen nog huisvesten?’ 

Die zorg speelt ook in gesprekken die huurders zelf met de buurt voeren. Zo is er het project Radicale Wegbereiders, een bottom-up-initiatief waarin met de omgeving wordt gesproken over de zachte waarden van het gebied. 

Een huurder laat ook weten te hopen dat Sectie-C niet de kant op gaat van Strijp-S, waar volgens betrokkenen ruimte voor creativiteit onder druk is komen te staan. 

Volgens Van Rooij is het daarom belangrijk dat creatieve ondernemers niet pas achteraf mogen reageren, maar daadwerkelijk aan tafel zitten. Dat gebeurt nu ook, onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte. De uitdaging is volgens haar om de verschillende belangen in het gebied evenwichtig te bedienen. 

Zelf zegt zij daar geen grote zorgen over te hebben, juist omdat deze ontwikkeling anders wordt aangepakt dan eerdere binnenstedelijke transformaties. 

Ingrijpende veranderingen 

Wel erkent zij dat het gebied ingrijpend zal veranderen. Dat is volgens haar onvermijdelijk, maar biedt ook nieuwe kansen. Op hoofdlijnen zijn Sectie-C, de gemeente en de ontwikkelaar het volgens haar met elkaar eens. Om die balans ook in de uitvoering vast te houden, ligt er een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, ontwikkelaar en Sectie-C. 

Volgens de gemeente levert aankoop geen risico’s op rond staatssteun, aanbestedingsrecht of het Didam-arrest. Wel volgt nader onderzoek naar onder meer leegstand, aanloopkosten en governance. Voor de vervolgstappen is 250.000 euro geraamd uit de reserve Strategische Investeringen. 

Ook is een WOKT-subsidie toegekend voor bovengrondse infrastructuur in Tongelre. De uitwerking moet uiterlijk in juni 2026 zijn afgerond. 

Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

14-03-2026
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start

Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam starten vanuit NOVEX een onderzoek naar oplossingen voor het ruimtegebrek in de haven én het verbeteren van de leefomgeving in de regio. Dit is nodig om de transitie (energie-, grondstoffen- en materialentransitie) van de haven te versnellen en tegelijk te zorgen voor een aangename leef- en werkomgeving. De Rotterdamse haven staat voor een unieke uitdaging in zijn geschiedenis, waarbij niet groei maar de transitie van de haven centraal staat. Deze transitie is essentieel om de duurzaamheidsdoelen te behalen en tegelijkertijd een belangrijke bijdrage te leveren aan het toekomstige verdienvermogen, de leveringszekerheid en de strategische autonomie van Nederland en Europa. Het havenindustrieel complex is een cruciale motor voor economische ontwikkeling en speelt een sleutelrol in de energievoorziening en strategische autonomie van Nederland en Europa. Maar de beschikbare ruimte wordt steeds schaarser. Hoewel er ruimte vrijkomt door de afname van fossiel-gebaseerde bedrijven, blijkt uit eerdere studies dat deze ruimte, zelfs met inbreiding, onvoldoende zal zijn. Tegelijkertijd moet de leefomgeving in de regio worden verbeterd, omdat deze nu minder goed is dan gewenst. Daarom hebben het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam besloten het ruimtegebrek in de haven te onderzoeken. Deze verkenning richt zich zowel op het oplossen van het dreigende ruimtegebrek als het verbeteren van de leefomgeving in de regio Rotterdam. We onderzoeken welke oplossingsrichtingen er zijn om ruimte te creëren voor de energietransitie, zoals de aanleg van groene waterstoffabrieken, de import en opslag van waterstof (en waterstofdragers), en de aansluiting van windparken op zee. Ook wordt gekeken naar de inzet op weerbaarheid en de mogelijkheden voor Defensie en militaire mobiliteit, waarbij het creëren van meer ruimte ook een belangrijke rol speelt. Het belang van de transitie De transitie van de haven is niet alleen essentieel voor duurzaamheid, maar ook voor het toekomstige verdienvermogen en de leveringszekerheid van Nederland en Europa. In de verkenning worden drie hoofdrichtingen onderzocht om het ruimtegebrek aan te pakken: Intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik binnen de bestaande haven, met als uitgangspunt ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Herontwikkeling van bedrijventerreinen in de bredere regio van Rotterdam. Zeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geen vanzelfsprekendheid, maar wel één van de mogelijke oplossingen die we onderzoeken. Hetzelfde geldt voor de herinrichting en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen in de regio. Bij een mogelijke zeewaartse uitbreiding wordt uiteraard rekening gehouden met ecologische impact, de noodzaak van natuurcompensatie en de effecten op de visserij. Relevante belanghebbenden zullen hierbij worden betrokken. Duurzaamheid en leefomgeving De koppeling van de ruimtebehoefte van de haven met de verbetering van de leefomgeving onderstreept de noodzaak van een vitale regio en een sterke metropool. De transitie van de haven kan namelijk alleen slagen als de regio als geheel gezond en duurzaam blijft groeien. Het verbeteren van de leefomgeving betekent niet alleen meer aandacht voor natuur en recreatie, maar ook voor de gezondheid van de bewoners. Strategische en militaire betekenis Naast de economische en ecologische betekenis van de haven, speelt de Rotterdamse haven ook een onmisbare rol voor de strategische autonomie van Nederland en Europa. De haven vormt de basis voor de opslag en doorvoer van strategische goederen en biedt de benodigde infrastructuur voor militaire mobiliteit. Dit maakt de haven van groot belang voor de nationale en Europese veiligheid, en voor de logistiek van de NAVO en Defensie. Planning en vervolgstappen Het onderzoek wordt naar verwachting eind 2027 afgerond. Afhankelijk van de uitkomsten zullen de volgende stappen in het proces worden bepaald. De betrokken partijen werken nauw samen om de verkenning zorgvuldig en transparant uit te voeren, en betrekken ook de relevante stakeholders hierbij. De afspraken maken onderdeel uit van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (BO MIRT) van 5 januari jl. Tijdens het BO MIRT hebben Rijk en regio ook andere belangrijke afspraken gemaakt voor onze provincie, zoals investeringen in infrastructuurmaatregelen die bijdragen aan een snellere realisatie van nieuwe woningen, verbeteringen van bestaande stations langs de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht en verbeteringen en doorstroming van het autonetwerk in Zuid-Holland. Alle afspraken zijn terug te vinden via deze GS-brief aan PS

13-01-2026
Nieuws
Woningbouw in Hamerkwartier gaat door na deal met Ketjen
Woningbouw in Hamerkwartier gaat door na deal met Ketjen

Amsterdam maakt van het oude bedrijventerrein Hamerkwartier een gemengde wijk met woningen, bedrijven, scholen en horeca- en sportvoorzieningen. Dankzij een overeenkomst met het aangrenzende chemiebedrijf Ketjen kan worden begonnen met die transformatie.Amsterdam heeft een groot tekort aan woningen. Het is voor bijna iedereen lastig om aan een huis te komen en de druk op de bestaande woningen is groot. In het Hamerkwartier in stadsdeel Noord werken we al jaren aan woningbouw. Maar dat liep vertraging op, mede door uitspraken van de Raad van State over de omgevingsplannen.Wonen naast industrie complexWonen naast industrie is complex. Er gelden andere veiligheidszones en milieuregels. Chemiebedrijf Ketjen voldoet aan alle regels en eisen die in de wet en de huidige vergunning staan. Maar die eisen en regels zijn onder meer gebaseerd op een veilige afstand tussen woningen en de fabriek. Om woningbouw bij het bedrijf mogelijk te maken, oordeelde de Raad van State dat we de belangen van Ketjen beter moesten afwegen. Dat heeft Amsterdam dan ook gedaan.Nieuwe afsprakenAmsterdam heeft met Ketjen afgesproken dat:het bedrijf samen met de gemeente investeert in extra maatregelen, onder meer op het gebied van veiligheid en geluid;de woningen op meer afstand van het bedrijf worden gebouwd;Ketjen afziet van verdere juridische procedures tegen de woningbouw.Ontwikkeling van startDe afspraken zijn opgetekend in een vaststellingsovereenkomst. Zonder deze overeenkomst had de bouw opnieuw jaren vertraging kunnen oplopen. Maar nu kan de ontwikkeling van 6.500 woningen in het Hamerkwartier echt van start. De gezamenlijke investering zorgt voor een veilige en fijne leefomgeving voor de nieuwe bewoners én toekomst voor Ketjen.Beginnen in de HamerkopEr wordt begonnen in deelgebied de Hamerkop. Daarvoor ligt inmiddels een aangepast stedenbouwkundig plan waarbij de nieuwbouw iets verder naar achteren is geplaatst ten opzichte van Ketjen. Er komen 1.200 woningen, waarvan:30 procent sociale huur30 procent middeldure huur40 procent vrije sectorDe Storkhal blijft behouden, net als de bestaande horeca en sportvoorzieningen. Ook bedrijventerrein Zamenhof blijft nog minimaal 15 jaar bestaan.100 jaar industrieKetjen is een chemisch bedrijf dat al decennialang in het Hamerkwartier gevestigd is. Het bedrijf maakt katalysatoren waardoor brandstoffen op een duurzame manier kunnen worden geproduceerd en gebruikt. Dat helpt bij de energietransitie. En daarmee ondersteunt Ketjen een duurzame toekomst.Meer wetenWil je meer weten over de transformatie van het Hamerkwartier? Kijk dan op Hamerkwartier: van bedrijventerrein naar woon-, werk- en leefgebied.

20-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief