SKBN heeft, met het oog op de verkiezingen, alle politieke partijen een brief gestuurd met een duidelijke oproep: vergeet de bedrijventerreinen niet in de ruimtelijke keuzes die we de komende jaren maken.

Nederland telt ruim 3.600 bedrijventerreinen. Ze beslaan slechts 2,5% van ons grondgebied, maar zijn van cruciaal belang: 40% van de werkzame Nederlanders werkt er en 30% van het BNP wordt hier verdiend. Ook 80% van de innovatie en onderzoek vindt plaats op deze terreinen.

Toch staat het vestigingsklimaat voor bedrijventerreinen onder druk. De groei van de bevolking, verduurzaming, de circulaire economie en geopolitieke spanningen zorgen voor een toenemende vraag naar ruimte, energie en water. Bedrijventerreinen spelen daarbij een steeds belangrijkere rol als energiehub en als plek voor recycling en reparatie.

De behoefte aan extra ruimte is groot: zowel het Nationaal Programma Ruimte voor Economie als VNO-NCW waarschuwen dat het ruimtebeslag moet groeien van 2,6% naar 3–5% van Nederland. Zonder actie verdwijnen bedrijventerreinen naar de randen van steden of zelfs naar het buitenland, terwijl ze juist nodig zijn voor een gezonde balans tussen wonen en werken.

De Agenda Bedrijventerreinen 2035 roept gemeenten, provincies en het Rijk daarom op om samen met het bedrijfsleven keuzes te maken en bedrijventerreinen te beschermen en te ontwikkelen. Alleen met regie en samenwerking blijft Nederland in 2035 een plek waar wonen, werken en innoveren hand in hand gaan


Lees hier de Agenda Bedrijventerreinen 2035 van SKBN.

 

01-09-2025
Nieuws
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte
Kabinet borgt behoud ruimte voor economie in Nota Ruimte

In de definitieve Nota Ruimte moet worden vastgelegd dat er op nationale schaal geen netto-afname van ruimte voor bedrijven ontstaat. Dat schrijft minister Elanor Boekholt-O'Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. Bij transformatie van bedrijventerreinen moet lokaal of regionaal compensatie plaatsvinden.‘Dit betekent niet dat er nergens een bedrijventerrein zal verdwijnen of kleiner zal worden’, schrijft de minister over de aanscherping van de Nota Ruimte aan de Tweede Kamer. Daarmee reageert het kabinet op aangenomen moties rond de Ontwerp-Nota Ruimte en op zorgen over de druk op werklocaties.De brief volgt op het Notaoverleg over de Ontwerp-Nota Ruimte en de stemmingen over 29 aangenomen moties. Boekholt-O'Sullivan informeert de Kamer mede namens meerdere bewindspersonen over de manier waarop het kabinet deze moties verwerkt in de definitieve Nota Ruimte.Ruimte voor bedrijvenVoor bedrijventerreinen wordt de lijn aangescherpt. Het kabinet wil bestaande terreinen beschermen en waar nodig strategisch uitbreiden. Bij transformatie moet ruimte voor bedrijvigheid lokaal of regionaal worden gecompenseerd. Daarmee krijgt bedrijfsruimte een steviger plek in ruimtelijke afwegingen.De keuze betekent volgens de minister niet dat ieder bedrijventerrein behouden blijft. Terreinen kunnen nog steeds verdwijnen, krimpen of transformeren, bijvoorbeeld voor woningbouw. Daar staat tegenover dat het verlies aan bedrijfsruimte elders moet worden opgevangen, zodat de totale ruimte voor bedrijven nationaal niet afneemt.Daarmee verschuift de discussie over transformatie van bedrijventerreinen. Het wordt minder een afzonderlijke lokale woningbouwafweging en meer een regionale keuze over de balans tussen wonen, werken, bereikbaarheid en economische ontwikkeling. Vooral in stedelijke regio’s kan dat zwaar wegen. Een recent conflict tussen Delft en de provincie Zuid-Holland laat zien hoe concreet die spanning kan worden. Ook vreest Delft bijvoorbeeld dat provinciale bescherming van ruimte voor zware bedrijvigheid woningbouw en campusontwikkeling belemmert, terwijl Zuid-Holland juist ruimte wil borgen voor bedrijven in hogere milieucategorieën.  SamenwerkingsagendaHet compensatiebeginsel wordt ook onderdeel van de Samenwerkingsagenda Ruimte voor Economie. Die agenda wordt onder leiding van de minister van Economische Zaken opgesteld met decentrale overheden. Het rijksbeleid daarin volgt uit het Nationaal Programma Ruimte voor Economie en de Ruimtelijk Economische Visie.Rik Enequist van werkgeversorganisatie VNO-NCW noemt de keuze van het kabinet op LinkedIn een belangrijke stap. Volgens hem hebben zowel VNO-NCW als MKB-Nederland gepleit voor nationale borging van economische ruimte, omdat ruimte voor ondernemers en bedrijven schaars is en beter beschermd moet worden.Voor werkgeversorganisaties gaat ruimte voor economie niet alleen over hectares. Enequist wijst onder meer op innovatie, maakindustrie, logistiek, verduurzaming, circulaire bedrijvigheid, watergebonden functies en toekomstige banen. Die functies vragen vaak om locaties die niet eenvoudig elders zijn in te passen.Ook voor de circulaire economie wordt de Nota Ruimte aangescherpt. Het kabinet wil de ruimtelijke randvoorwaarden explicieter opnemen. Daarbij gaat het om duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water. Actuele onderzoeken en het Nationaal Programma Circulaire Economie worden daarbij betrokken.Cees-Jan Pen, lector duurzame stedelijke transformatie bij Fontys, zegt in een reactie op LinkedIn dat het terecht is dat ruimte voor de circulaire economie in de Nota Ruimte een extra stevige plek krijgt. ‘Ook al is de ruimtevraag onduidelijk. Dit is een cruciale kanttekening aangezien we nog maar aan de vooravond staan van de circulaire transitie en veel onduidelijk is’, aldus Pen. Hij noemt de eerdere motie van kamerleden Ani Zalinyan (PRO) en Pieter Grinwis (ChristenUnie) om ruimtelijke randvoorwaarden circulair, maar ook duurzame energie, infrastructuur, milieuruimte en water expliciet op te nemen. ‘Bedrijventerreinen spelen een veel grotere rol dan menigeen denkt voor het faciliteren van dit soort opgaven. Ik ben benieuwd of het betrekken van de laatste inzichten uit het Nationale Programma Circulaire economie ook betekent dat de extra ruimtevraag van zeker 15 procent een plek gaat krijgen. We weten dat binnenhavens een cruciale hierbij spelen’, aldus Pen. Datacenters en energieVoor datacenters werkt het kabinet aan een geïntegreerde nationale aanpak. De Kamer krijgt daarover voor de zomer een aparte brief. De ruimtelijke kant van die aanpak wordt verwerkt in de Nota Ruimte, inclusief criteria voor hyperscale datacentra en aandacht voor groeiend verbruik.De ruimtelijke kant van de nationale datacenteraanpak wordt verwerkt in de definitieve Nota Ruimte. Daarbij betrekt het kabinet ook moties over datacenters, datakabels, hyperscale datacentra en de verwachte groei van het energieverbruik.Volgens de huidige planning van het ministerie van VRO zal de definitieve vaststelling van de Nota Ruimte later dit jaar plaatsvinden.Bron: BT Online.nl

08-06-2026
Nieuws
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?

Schaarste aan ruimte, energie en netcapaciteit dwingt Vlaanderen en Nederland tot scherpere keuzes. Op het eerste Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres in Brugge werd zowel vanuit Vlaamse als Nederlandse zijde duidelijk dat economische weerbaarheid niet ontstaat door afwachten, maar door actief sturen op waar, hoe en voor wie ruimte voor economie beschikbaar wordt gesteld.Kennisdeling over de grens is niet nieuw, maar zelden was die uitwisseling zo doelgericht als tijdens deze eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres. Zo’n tweehonderd beleidsmakers, ontwikkelorganisaties en experts zowel Vlamingen als Nederlanders spraken afgelopen week in het Bruges Meeting & Convention Centre (BMCC) over de vraag hoe bedrijventerreinen en economische ruimte kunnen bijdragen aan een weerbare economie, in een context waarin uitbreiden niet langer vanzelfsprekend is.In zijn opening via een videoverbinding plaatste Vlaams minister-president en minister van Economie Matthias Diependaele de centrale opgave expliciet in het hart van het economisch beleid. Productiviteit en competitiviteit zijn kernambities van het Vlaamse regeerakkoord, maar staan steeds vaker onder druk door fysieke grenzen.‘Economische groei en innovatie hebben ruimte nodig’, stelde Diependaele. ‘Ruimte voor ondernemingen om te investeren, te produceren en te innoveren. En precies daar ligt vandaag een van de grootste uitdagingen: ruimte is schaars.’Die schaarste vraagt volgens hem om doelgerichter sturen. ‘We moeten de ruimte die we hebben strategisch inzetten en expliciete keuzes maken over waar en hoeveel ruimte we voorzien voor economische activiteiten.’Met het Vlaamse actieplan ruimte voor bedrijvigheid wil de regering voorkomen dat economische ontwikkelingsruimte versnipperd raakt of langdurig onbenut blijft. Daarbij ziet hij een actieve rol voor de overheid, samen met lokale besturen en Vlaamse intercommunales. Via VLAIO wil Vlaanderen optreden als partner bij de complexe opgave om ruimte voor economie daadwerkelijk mogelijk te maken.Het Vlaams-Nederlandse karakter van het congres noemde hij daarbij essentieel. ‘We kunnen veel van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat we samen de Rijn-Maas-Scheldedelta verder kunnen uitbouwen tot een van de belangrijkste economische motoren van Europa.’Weerbaarheid centraalDe keynote van econoom Johan Albrecht (Itinera Institute, Universiteit Gent) plaatste die bestuurlijke ambities in een bredere Europese context. Volgens Albrecht is Europa de afgelopen jaren vooral bezig geweest met het compenseren van crises, in plaats van het versterken van zijn economische fundamenten.‘In 2022 en 2023 heeft Europa bijna 800 miljard euro uitgegeven aan energie? en crisissubsidies’, zei Albrecht. ‘Twee derde tot drie kwart daarvan is terechtgekomen bij gezinnen en bedrijven die die steun eigenlijk niet nodig hadden. Dat is pure verspilling.’Die aanpak maakt Europa volgens hem niet sterker voor toekomstige schokken. ‘We moeten stoppen met herstellen achteraf en werken aan structurele weerbaarheid.’ Die noodzaak wordt zichtbaar door de opeenvolging van geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van mondiale productieketens, ook voor vitale goederen.‘Vrijwel alle antibiotica en actieve farmaceutische stoffen worden vandaag geproduceerd in India en China. Als die supply chains worden doorgeknipt, kunnen Europese ziekenhuizen binnen één maand niet meer opereren.’Sturen noodzakelijkDe centrale vraag die Albrecht stelde, raakte direct aan het congresthema: wie stuurt werkelijk op economische ruimte? ‘Willen we economische ruimte actief aansturen, of blijven we doen alsof we alleen faciliteren en zien we wel wat er gebeurt?’In situaties van schaarste – aan ruimte, energie of netcapaciteit – worden volgens hem altijd keuzes gemaakt. ‘Als er netcongestie is en niet alles kan worden aangesloten, doet iemand industriebeleid. Alleen gebeurt dat vandaag vaak door netbeheerders en toezichthouders, zonder democratisch mandaat.’Dat leidt tot een impliciet en reactief industriebeleid. ‘Wat we nodig hebben, is een proactief en strategiegedreven industriebeleid waarin we durven kiezen.’Ruimte als hefboomInternationale voorbeelden laten volgens Albrecht zien dat zulke keuzes effect kunnen hebben. Landen als Hongarije en Polen wisten in relatief korte tijd een batterij-industrie op te bouwen met gerichte staatssteun, snelle vergunningverlening, vooraf ingerichte bedrijventerreinen en gegarandeerde energie-aansluitingen. Duitsland ontwikkelde rond Dresden een halfgeleidercluster, vooral gericht op automotive toepassingen. Voor Vlaanderen en Nederland ligt de sleutel niet in kopiëren, maar in het benutten van eigen sterktes. Daarbij waarschuwde Albrecht voor ver doorgeschoten specialisatie van bedrijventerreinen. ‘De echte bron van economische vooruitgang is diversiteit, niet specialisatie. Innovatie ontstaat op het snijpunt van sectoren.’Dat pleit voor gemengde economische omgevingen waarin functies elkaar versterken. ‘Je moet niet elk park één functie geven. Juist menging vergroot de kans op kruisbestuiving.’Deelsessies in teken van visie naar instrumentNaast het plenaire programma boden de break-out sessies tijdens het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres, een initiatief van vakblad BT in samenwerking met partners VLAIO en Vlinter (een samenwerkingsverband van 12 Vlaamse intergemeentelijke verenigingen voor streekontwikkeling en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.), verdieping rond de vraag hoe beter benutten in de praktijk vorm krijgt. Waar het plenaire debat draaide om richting en keuzes, stonden in de deelsessies instrumenten, governance en uitvoering centraal. De focus lag op de ‘hoe vraag’ dus het (beter) benutten van bestaande sturingsmiddelen, zoals het Vlaamse terugkooprecht, bovenlokale programmering en afspraken over uitgifte en herontwikkeling. Daarbij ging het minder om juridische techniek dan om bestuurlijke vragen: wie stuurt, wanneer grijp je in en hoe houd je dat legitiem. Ook herontwikkeling van bestaande terreinen, verweving van functies en de noodzaak van regionale samenwerking kwamen herhaaldelijk terug. Gezamenlijk lieten de sessies zien dat het debat is verschoven van of sturing nodig is naar hoe die sturing uitvoerbaar en consistent wordt ingericht. De vragen die in de break?out sessies concreet op tafel kwamen, raken daarmee aan een fundamentelere kwestie: hoe kijken we eigenlijk naar bedrijventerreinen in ons economische en ruimtelijke denken?Die vertaalslag stond centraal in het plenaire gesprek tussen Mark Andries (directeur VLAIO) en Jurgen Geelhoed (directeur Regio & Ruimte bij het Nederlandse ministerie van Economische Zaken). Beide deden een poging om concreet te maken wat ‘beter benutten’ in beleid en praktijk betekent. Geelhoed schetste hoe Nederland de afgelopen jaren scherper is gaan kiezen. ‘We hebben een aantal sectoren aangewezen met hoge toegevoegde waarde of een duidelijke bijdrage aan transities en weerbaarheid. Daar koppelen we het begrip productief ruimtegebruik aan.’Andries benadrukte dat beter benutten meer is dan verdichten alleen. ‘Productiviteit gaat niet alleen over arbeid, maar ook over ruimte. Hoe halen we meer waarde uit elke vierkante meter die we gebruiken?’Dat vraagt volgens hem ook om innovatie op bedrijventerreinen zelf. ‘Op veel terreinen in Vlaanderen lijkt de tijd stil te staan. Daar moet opnieuw durf en experiment in komen.’Schaarste dwingt tot keuzesNetcongestie maakt volgens beide sprekers duidelijk dat sturen onvermijdelijk is. ‘In Nederland staan duizenden bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting’, aldus Geelhoed. ‘Dan moet je prioriteiten stellen.’Die keuzes worden vaak impliciet gemaakt. Volgens Andries hoort dat niet zo. ‘De vraag is niet of we kiezen, maar wie kiest en op basis waarvan.’ Dat vraagt om gezamenlijke programmering tussen rijk, regio’s en gemeenten, in plaats van adhoc beslissingen.Een gevoelig punt daarbij is de verhouding tussen landbouw en industrie. Geelhoed wees erop dat herverdeling van landbouwgrond ruimte kan bieden voor transities, maar Andries waarschuwde voor polarisatie. ‘Landbouw is economie. Zonder landbouw geen voedingsindustrie. Een groot gevecht tussen sectoren is niet productief.’Volgens Andries ligt de sleutel vooral bij het activeren van gronden die al bestemd zijn voor bedrijvigheid. ‘In Vlaanderen liggen nog honderden hectaren industriegrond die vandaag niet economisch worden benut. Daar moeten we gerichter op sturen.’In de afsluitende keynote plaatste planoloog Karel Van den Berghe (TU Delft) het hernieuwde belang van bedrijventerreinen in een historisch en conceptueel kader. Volgens hem is het denken over bedrijventerreinen decennialang heen en weer geschoten tussen afwijzing en idealisering - een jojo-beweging die leidt tot inconsistent beleid, aldus Van den Berghe. Van den Berghe duidde dat met het concept van een trilemma: duurzaamheid, veiligheid en betaalbaarheid. ‘Het is een onoplosbare keuze. Elke richting die je kiest, heeft per definitie negatieve gevolgen voor de andere twee.’ Dat botst volgens hem met het diepgewortelde idee van maakbaarheid in de ruimtelijke planning, waarin gebieden worden ontworpen alsof ze afgerond en geoptimaliseerd kunnen worden.De geschiedenis van de globalisering laat zien hoe die keuzes verschuiven. Na de oorlog stond veiligheid centraal en werd economie vooral nationaal georganiseerd. Daarna volgde een sterke focus op betaalbaarheid en schaalvoordelen, met globalisering en vergaande zonering als ruimtelijke vertaling. Bedrijventerreinen fungeerden toen vooral als plekken om economische activiteit te kanaliseren en af te schermen van wonen. Die fase is volgens Van den Berghe voorbij. In een tijd van deglobalisatie en geopolitieke onzekerheid staat productie opnieuw centraal. Daarmee keren bedrijventerreinen terug als cruciale schakels in economische systemen. Maar hij waarschuwde voor een nieuwe valkuil: het uitsluitend defensief benaderen van bedrijventerreinen met losse argumenten als werkgelegenheid, circulariteit of innovatie. ‘Dat is een Calimero discussie, en daardoor kwetsbaar.’Bedrijventerreinen zijn onderdelen van netwerkenVolgens Van den Berghe moeten bedrijventerreinen worden benaderd als onderdelen van netwerken van waarde. Niet het individuele bedrijf is doorslaggevend, maar de samenhang tussen bedrijven, sectoren en regio’s - vaak over gemeente? en landsgrenzen heen. Daarbij gaat het niet alleen om start ups of scaleups. ‘Ook de ogenschijnlijk gewone bedrijven zijn cruciaal om economische levenscycli draaiende te houden.’De kernboodschap van Van den Berghe luidde: de stad heeft bedrijventerreinen nodig, maar bedrijventerreinen hebben ook de stad nodig. 'Onder hyperglobalisatie zochten steden economische betekenis en had de stad bedrijventerreinen nodig; in het huidige tijdsgewricht zijn bedrijventerreinen afhankelijk van stedelijke netwerken, kennis, arbeidsmarkten en voorzieningen om relevant te blijven.'Daarmee sluit hij aan bij de centrale conclusie bij de eerste editie van het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres. In een context van schaarste vraagt economische weerbaarheid niet om nostalgie of romantisering, maar om consequent beleid waarin keuzes expliciet worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn volgens de planoloog geen probleem dat moet worden opgelost, maar een strategische realiteit waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief