Een nieuwe handreiking helpt steden bij het stimuleren en faciliteren van de circulaire economie op bedrijventerreinen. Het gaat daarbij nadrukkelijk om stedelijke bedrijventerreinen. Grootschalige clusters en innovatiemilieus vallen buiten de scope. De handreiking is opgesteld in opdracht van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).


Voor de handreiking is geput uit een door BVR Adviseurs Ruimtelijke ontwikkeling uitgevoerde quickscan op 25 bedrijventerreinen met een circulair profiel. Grootschalige industrie- en havenclusters, logistieke centra, specifieke innovatiemilieus, zoals campussen en kleinschalige bedrijfslocaties, vallen buiten de scope van de analyse en de handreiking. 

De handreiking is een initiatief van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) en is opgesteld in samenwerking met onder meer BVR, Buck Consultants International (BCI) en Rienstra beleidsonderzoek & beleidsadvies. SKBN was betrokken bij dit onderzoek door onderdeel uit te maken van de begeleidingsgroep.

De opstellers van de handreiking onderscheiden drie typologieën (stedelijke) circulaire bedrijventerreinen: 

  • Circulaire innovatieterreinen: campusachtige omgevingen met innovatieve bedrijven, testfaciliteiten en nauwe banden met kennisinstellingen;
  • Circulaire maakdistricten, gericht op circulaire maakindustrie (lichte industrie);
  • Circulair materialenpark, voor materiaalstromen met hoge milieucategorieën, inclusief circulaire hubs zoals grondstoffenstations of biobased bouwhubs. 

Daarbij wordt aangesloten bij vier nationale circulaire strategieën uit het Nationaal Programma Circulaire Economie (NPCE) zoals het verminderen van grondstoffenverbruik, substitutie van grondstoffen, levensduurverlening en hoogwaardige verwerking.  

Zeven lessen

Uit de meer dan 100 pagina’s tellende handreiking komen de volgende zeven algemene lessen naar voren: 

1. Bescherm en benut milieugebruiksruimte – zeker voor hoge categorieën 
Circulaire activiteiten zoals recycling, compostering of biobased productie vereisen vaak een hoge milieucategorie. Deze ruimte is schaars en onder druk door verstedelijking. Het borgen van voldoende milieugebruiksruimte is essentieel om deze bedrijvigheid te kunnen faciliteren.  

2. Combineer functies en deel ruimte slim 
Door gedeelde parkeerplekken, collectieve opslag, gedeelde laadpleinen en gedeelde energievoorziening kunnen kavels efficiënter benut worden. Dit maakt ruimte vrij voor circulaire toepassingen en verlaagt de druk op schaarse ruimte. 

3. Maak circulaire hubs zichtbaar en toegankelijk 
Ruimtelijke inpassing van hubs voor hergebruik, reparatie, recycling of biobased verwerking vraagt om goede bereikbaarheid (weg, water, OV), voldoende opslagruimte, en veiligheid. Denk aan circulaire light industry, ambachtscentra en grondstoffenhubs. 

4. Zorg voor toekomstbestendige infrastructuur 
Zonder een robuuste boven- en ondergrondse infrastructuur (voor water, energie, data en goederen) komt circulair ondernemen niet van de grond. Denk aan multimodale overslag (bijv. barge-terminals), energiehubs, wateropvang en duurzame kabeltracés. 

5. Stimuleer gebiedssamenwerking en ketenbenadering
Circulaire economie werkt via ketens. Het inrichten van ruimte moet hand in hand gaan met samenwerking tussen ondernemers, overheid en vastgoedpartijen – idealiter in een georganiseerde BIZ-structuur. Ketenregie helpt bij het ruimtelijk koppelen van functies. 

6. Begin met Quick Wins en ruimte maken 
Gebruik tijdelijke schuifruimte, hergebruik panden van vertrekkende lineaire bedrijven of verplaats functies die niet circulair passen. Dit creëert fysieke ruimte om circulaire bedrijvigheid op te starten of op te schalen. 

7. Zet in op groenblauwe structuren en energielandschappen 
Groen en water zijn cruciaal voor circulaire processen (koeling, spoelen, stofreductie) én klimaatadaptatie. Combineer dit met energieopwekking en -opslag in een integraal ruimtelijk ontwerp, bijvoorbeeld via zonnevelden, laadpleinen en batterijsystemen.

 

23-07-2025
Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond
Start realisatie hoogwaterbescherming en verduurzaming Willem-Alexanderhaven Roermond

Op 9 februari 2026 hebben Provincie Limburg, gemeente Roermond, Waterschap Limburg en Port of Roermond Coöperatief U.A. een realisatieovereenkomst getekend voor de hoogwaterbescherming en verduurzaming van de Willem-Alexanderhaven in Roermond. Dit is een belangrijke stap richting een hoogwaterveilige, duurzame en economisch sterke toekomst voor het havengebied en de stad Roermond.Het gezamenlijke ‘Maatwerkplan’ voorziet in de versterking en verhoging van de primaire waterkering (dijk) en de aanleg van een aanvullende maatwerkkering met logistieke kades. Hierdoor wordt niet alleen voldaan aan de actuele normen voor waterveiligheid, maar worden ook de bedrijven in het havengebied én het achterliggende gebied, beter beschermd tegen hoogwater.Europese subsidie voor Limburgse binnenhavensHet Maatwerkplan wordt voor een groot deel mogelijk gemaakt door een verkregen Europese subsidie. De Europese Unie stelt een miljoenensubsidie ter beschikking voor de doorontwikkeling van drie Limburgse binnenhavens, de Willem-Alexanderhaven in Roermond, de haven van Chemelot in Stein en de Beatrixhaven in Maastricht. Het betreft in totaal vier projecten met een totale investering van €76,3 miljoen, waarvoor Europa €37,4 miljoen bijdraagt. De subsidie is toegekend op basis van een aanvraag Connecting Europe Facility (CEF, Rhombus Upside I en II). Deze subsidie is bedoeld om projecten te steunen die het netwerk voor vervoer en transport binnen de Europese Unie verbeteren.Gedeputeerde Theuns: “De toegekende Europese subsidie zorgt ervoor dat het Maatwerkplan haalbaar is geworden en stelt ons in staat om onze innovatieve plannen en de mogelijkheden tot verduurzaming te realiseren. Het gezamenlijk vertrouwen van de overheid in dit project zal het havengebied in Roermond zeker een impuls geven”."We bouwen aan een sterkere dijk en tegelijkertijd zorgen we voor minder vrachtwagens op onze wegen en meer vervoer over water. Door veiligheid in Roermond te verbinden met onze andere binnenhavens maken we de logistiek duurzamer, geven we ondernemers nieuwe kansen en versterken we onze lokale economie,” vult gedeputeerde Jasper Kuntzelaers aan.Noodzakelijk dijkversterkingDe huidige kering is een versnipperd geheel van harde constructies en voldoet niet meer aan de eisen. Na de hoogwaterperiodes in de jaren ’90 is weliswaar een nieuwe dijk aangelegd, maar inmiddels is duidelijk dat deze onvoldoende hoog en sterk is. Door de kering op te hogen, te versterken en aan te sluiten op de hoge grond bij de N280, wordt het gebied beter beschermd tegen hoogwater. Belangrijk aangezien we, naast langdurige droogte, steeds vaker te maken krijgen met hogere waterstanden van de Maas.Economische versterkingDe noodzakelijke dijkverbetering wordt benut om de haven tegelijkertijd logistiek te versterken. Door de kering uit te voeren als een logistieke kering ontstaan nieuwe kades die zowel hoogwaterveiligheid bieden als geschikt zijn voor laden en lossen. Dit levert een belangrijke bijdrage aan de verduurzaming.Walstroom en stillere havenIntegraal onderdeel van de plannen is de investering in walstroomvoorzieningen. Hierdoor kunnen schepen tijdens hun verblijf aan de kade hun motoren uitschakelen. Dit zorgt voor minder CO₂- en stikstofuitstoot, minder geluidsoverlast en een aangenamere leefomgeving voor de directe omgeving van de haven.Intensieve samenwerking en financieringMet het ondertekenen van de realisatieovereenkomst is de volgende fase van het project gestart. In deze overeenkomst zijn de rollen, verantwoordelijkheden en financiële verplichtingen van alle partijen vastgelegd.PlanningNa goedkeuring van het projectbesluit door Provincie Limburg starten de bouwwerkzaamheden. Port of Roermond neemt samen met Waterschap Limburg de realisatie op zich. De oplevering van het project staat gepland voor medio 2027.Beeld: Port of Roermond

09-02-2026
Nieuws
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus
Gemeente Helmond en provincie kopen vastgoed Automotive Campus

De provincie Noord-Brabant en de gemeente Helmond willen het vastgoed van de Automotive Campus overnemen van Bouwbedrijf Van de Ven. Met de voorgenomen aankoop krijgt de campus één publieke eigenaar. De voorgenomen aankoop past in een bredere trend van overheden die strategisch campusvastgoed zelf in bezit nemen.De gemeente Helmond en de provincie Noord-Brabant hebben een intentieovereenkomst gesloten met Bouwbedrijf Van de Ven over de voorgenomen aankoop van het vastgoed op de Automotive Campus in Helmond. Als de overname doorgaat, komt de campus volledig in publieke handen. De aankoop is nog afhankelijk van een due diligence-onderzoek en goedkeuring door de gemeenteraad van Helmond, Provinciale Staten en de directie van het bouwbedrijf.De gebouwen op de campus zijn momenteel eigendom van Bouwbedrijf Van de Ven uit Veghel. Het bedrijf heeft de campus in ongeveer vijftien jaar tijd ontwikkeld tot een internationaal opererende innovatieomgeving op het gebied van mobiliteit en automotive. De omliggende gronden zijn al in bezit van de gemeente en de provincie. Met de aankoop van het vastgoed ontstaat één publieke eigenaar die zowel grond als gebouwen in handen heeft.Niet op financieel rendement sturenVolgens het Eindhovens Dagblad (ED) speelt bij de aankoop nadrukkelijk de wens om ongewenste (buitenlandse) investeerders buiten de deur te houden. Gemeente en provincie willen voorkomen dat het vastgoed in handen komt van een partij die primair op financieel rendement stuurt. Daarbij bestaat volgens hen het risico dat functies als onderwijs, start-ups en onderzoeksactiviteiten onder druk komen te staan als maximale winst leidend wordt.De afgelopen periode hebben de drie partijen verschillende constructies onderzocht om de campus verder te ontwikkelen. Er is langdurig gesproken over samenwerking tussen publieke partijen en het bouwbedrijf. Uiteindelijk bleek een gezamenlijke structuur volgens betrokkenen te complex. Ook speelde de vraag wat er op termijn met het vastgoed zou gebeuren als het in private handen zou blijven. ‘We hadden vertrouwen in een samenwerking met Van de Ven. Fundamentele bedenkingen hadden we over wat er daarna kan gebeuren: wat als zij de campus verkopen? Daar liep het vast’, aldus Brabants gedeputeerde Stijn Smeulders in het ED.Directeur Frank van de Ven zegt dat hij bereid is het vastgoed te verkopen aan de publieke partijen en dat hij andere geïnteresseerde kopers heeft geweigerd. Hij stelde dat continuïteit van de campusontwikkeling voor hem belangrijker was dan het behalen van de hoogste prijs.Invloedrijke campusDe Automotive Campus geldt als een van de economische pijlers van Helmond. Automotive is, naast Food(tech) en hightechsystemen en materialen (HTSM), een van de drie topsectoren in het economisch beleid van de stad. Op de campus werken bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties samen aan vraagstukken rond onder meer elektrificatie, digitalisering, veiligheid en verduurzaming van mobiliteit. De campus behoort volgens betrokken partijen tot de twintig meest invloedrijke campussen van Nederland.Wethouder Martijn de Kort (Economische Zaken) spreekt in een toelichting op LinkedIn over een volgende fase in de ontwikkeling van de campus, waarbij het doel is om “grip te houden en te vergroten op de ontwikkeling en richting” van de locatie. Hij wijst op het belang van een ecosysteem waarin onderwijs, ondernemers en overheden samenwerken en waar ruimte is voor zowel start-ups als gevestigde bedrijven. De aankoop moet volgens hem bijdragen aan een stabiele basis voor verdere groei.Campusvastgoed in overheidshandenDe stap van Helmond en de provincie past in een bredere ontwikkeling waarbij overheden vaker strategisch campusvastgoed in eigendom nemen. Op deze website werd vorig jaar al gesignaleerd dat campusvastgoed steeds vaker in publieke handen komt om maatschappelijke belangen en langetermijnontwikkeling te borgen. Campussen worden daarbij gezien als economische infrastructuur met een publieke functie, vergelijkbaar met andere strategische voorzieningen.Een recent voorbeeld is de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven. In maart 2025 werd cluster 1 van deze campus officieel overgedragen aan de gemeente Eindhoven, nadat de gemeenteraad had ingestemd met de aankoop van de Britse eigenaar Capreon. Met de overname wilde Eindhoven meer invloed krijgen op de strategische ontwikkeling van de campus en publieke functies, zoals onderwijs, veiligstellen. De Brainport Industries Campus huisvest meer dan veertig bedrijven, onderwijsinstellingen en onderzoeksorganisaties en speelt een belangrijke rol in het hightech maakindustrie-ecosysteem van de regio.Koopsom onbekendDe aankoop van campusvastgoed door overheden roept ook vragen op over risico’s en rendement. De betrokken bestuurders in Helmond en Noord-Brabant stellen dat het om een strategische investering gaat, maar doen nog geen uitspraken over de koopsom. Volgens hen moet de campus zich op termijn financieel kunnen bedruipen. De provincie heeft ervaring met deelnemingen in andere campussen, waar vergelijkbare constructies zijn toegepast.De komende maanden worden gebruikt voor verdere financiële, juridische en organisatorische uitwerking. Pas na afronding van het onderzoekstraject volgt formele besluitvorming. Als de betrokken bestuursorganen instemmen, krijgt de Automotive Campus één publieke eigenaar en sluit Helmond zich aan bij andere steden waar campusvastgoed wordt beschouwd als strategische economische infrastructuur die onder publieke regie wordt gebracht.Bron: BT Online.nl

11-02-2026
Aanmelden nieuwsbrief