Kies voor één overheidsaanpak in samenwerking met bedrijfsleven, zodat bestaande ruimte beter wordt benut. En gebruik daar waar het kan, ruimte anders door functies te combineren. Dat waren de belangrijkste aanbevelingen op het 19e BT Event afgelopen donderdag in DeFabrique in Utrecht, dat ruim 300 bezoekers trok.

Bekijk hier de terugblik. (Het verslag gaat verder onder het filmpje.)

Tijdens de ‘Nacht van het Bedrijventerrein’ aan de vooravond van het BT Event, pleitte Rijksadviseur Wouter Veldhuis voor een vorm van ‘triage’ die voor de verduurzaming van de economie nodig is. Het was dé perfecte aftrap van het grote congres de dag erna, waar Sandor Gaastra, secretaris-generaal van het Ministerie van Economische Zaken (EZ) hamerde op het belang van ‘keuzes maken’.

Het congres van kennisalliantie SKBN en vakblad BT streek dit jaar neer in de regio Utrecht, met de Provincie Utrecht, de NV Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) en gemeenten Amersfoort en Utrecht als organiserende partners. Op deze congreseditie stond het maatschappelijk en economisch belang van werklocaties en bedrijventerreinen centraal, als vliegwiel voor transities, met een lager beslag op meervoudige schaarstes zoals fysieke ruimte, arbeid, energie en emissieruimte. 

Triage: sturen in tijden van schaarste
De geneeskunde ontwikkelde voor moeilijke situaties triageprocessen. ‘Aan de hand van een beslisboom worden de spaarzame middelen ingezet. Ook voor de verduurzaming van de economie zal een vorm van triage nodig zijn, en daarbij spelen ruimtelijke factoren een essentiële rol’, schrijft het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) in de analyse ‘De economie van de toekomst begint bij de Delta’ waar Veldhuis op de Nacht van het Bedrijventerrein uit putte. Daarin besteedt het CRa ook veel aandacht aan het geopolitieke belang van een duurzame, weerbare economie voor Nederland en Europa. 

Met ruimte kun je volgens Veldhuis sturen richting zo'n duurzame, weerbare economie. De link met het thema ‘Sturende bedrijventerreinen – Ruimte maken voor transities’ van het BT Event kon niet beter. Om met name die circulaire transitie aan te slingeren, is ook méér ruimte nodig. 

Mede door het tekort aan nieuwe ruimte hanteert de provincie Utrecht de doelstelling om minimaal 30 procent van de uitbreidingsvraag op bestaande bedrijventerreinen te accommoderen. De OMU speelt daarin een belangrijke rol om die ruimte vrij te krijgen. 

Omgevingsprogramma werklocaties

Dagvoorzitter Fred Schoorl sprak met André van Schie, gedeputeerde economie van de provincie Utrecht en Willem-Jan Stegeman, wethouder financiën, economie en circulariteit van de gemeente Amersfoort, over de uitdagingen en dilemma's waar beide mee geconfronteerd worden op het gebied van het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen, waar het gaat om de juiste bedrijf op de juiste plek en de kansen van het mengen van functies.

De OMU helpt waar nodig ook Amersfoort bij de uitvoering van het werklocatiebeleid. Dat is vervat in het Omgevingsprogramma Werklocaties dat onlangs ter inzage is gelegd. Daarmee stuurt Amersfoort op ruimte voor werk. Doel is niet alleen bescherming van productieve economie, maar ook intensiveren en beter benutten door mengbare activiteiten van bedrijventerreinen te weren.  ‘Dat programma stelt ons onder andere in staat om locaties uit te kopen op bedrijventerreinen die op de verkeerde plek zitten. Op die manier zetten we hele kleine stapjes naar voren om recht te zetten wat we in het verleden teveel hebben toegelaten’, aldus Stegeman.

Sturen met grond en ruimte

‘Wat we als provincie belangrijk vinden in de transitie is dat bedrijventerreinen beter benut worden, en dat daarvoor de organisatiegraad wordt verbeterd. Het is nooit het probleem van een ondernemer. Het is een soort minicollectief probleem wat je met elkaar wilt oplossen en waarmee we elkaar ook kunnen helpen. De netcongestie en de energietransitie zorgen ervoor dat ondernemers een beetje gedwongen worden om samen te werken en er een wederzijdse afhankelijkheid ontstaat tussen niet alleen bedrijven onderling, maar ook overheden en grondeigenaren.’

Bij de roep naar ruimte is overheidsregie onmisbaar, benadrukte Van Schie. ‘Ik vind het als liberaal moeilijk om te zeggen, maar ik denk toch dat we met uitgifteprotocollen randvoorwaarden creëren voor bestaande en ook nieuwe bedrijventerreinen. Want laten we bij die uitgifte niet weer dezelfde fouten maken als bij bestaande bedrijventerreinen. Laten we er daar ook rekening mee houden dat een vorm van regie nodig hebben om die ruimte te optimaliseren.’ 

Van de nationale overheid verwacht gedeputeerde Van Schie dat plekken worden aangewezen in Nederland waar echt ruimte is voor groeiende bedrijvigheid. ‘Als provincie wil ik echt hulp van de overheid bij het aanwijzen van locaties voor bijvoorbeeld hoge milieucategorie-bedrijven en op het gebied van ruimte voor circulariteit. Daar verwacht ik Rijksregie op’, aldus Van Schie.

Stegeman op zijn beurt wil vooral duidelijkheid in regelgeving vanuit de overheid. ‘Als gemeente kunnen we heel veel zonder de overheid, mits de regelgeving vanuit de overheid eenduidig is en niet elke keer verandert.’  

Koppel groene agenda aan strategische autonomie

Hoofdspreker Diederik Samsom voorspelde in zijn keynote dat de 3.800 bedrijventerreinen die 2,6 procent van de landoppervlakte in Nederland beslaan aan de vooravond staan van een grote verandering. ‘Want daar waar deze terreinen nu vaak weggemoffeld worden aan de rand van de stad, uit het zicht en vaak beschouwd als probleemgeval, bieden ze veel potentie in de energietransitie.’ Door het slim inrichten en samenwerking kunnen bedrijventerreinen niet alleen onafhankelijk gaan opereren van het energienet. Samsom voorziet een belangrijke rol voor bedrijventerreinen die fungeren als ‘balansmechanisme’ in regionale energienetten, door duurzame energieproductie en buffercapaciteit. ‘Zo kunnen ze helpen om netcongestie tegen te gaan op het overvolle stroomnetwerk.’

Alleen als op die manier gedacht wordt, verwacht Samsom dat ‘economie’ als sector ook meer ruimte kan claimen dan de huidige 2,6 procent. ‘Ze kunnen een aanbod doen aan de samenleving die er totaal anders uit ziet dan vandaag het geval is. De politiek zou dit moeten oplossen met visie en daadkracht, maar de trend is al langer gaande dat de politiek uit vorm is’, aldus Samsom, die nadrukkelijk ook verwees naar het recente Advies van Draghi en het koppelen van duurzame investeringen aan strategische autonomie. 

Omarm schaarste en maak slimme keuzes

Sandor Gaastra, secretaris-generaal op het Ministerie van Economische Zaken, benadrukte in zijn keynote dat Nederland de schaarste die er op uiteenlopende vlakken is, moet omarmen en ‘dat betekent dat we keuzes moeten maken, want als wij niet slim omgaan met schaarste dan gaan we de verkeerde kant op’. 

Veel bedrijventerreinen zijn volgens Gaastra nu nog niet toekomstbestendig. En ondernemers vinden het moeilijk om ruimte te vinden voor groei. ‘De bestaande ruimte beter benutten en – daar waar kan – combineren met andere functies zoals woningbouw of retail kan alleen slagen door samenwerking tussen overheden en private partijen.’ 

De rijksoverheid start volgend jaar met de pilot "toekomstbestendige bedrijventerreinen" om te zien wat nodig is voor deze transitie. Meer aandacht voor bedrijventerreinen bij de inrichting van Nederland is nodig. ‘Want daar waar gewoond wordt, moet ook gewerkt worden’, aldus Gaastra. 

Investeer in energiezekerheid 

Waar het congresthema in beginsel ging over duurzame transities en de sturende rol van ruimte, was geopolitiek nooit ver weg. Zowel Samsom als Gaastra hamerden op het belang van het hebben van eigen duurzame industrieën, waar Nederland en Europa afgelopen decennia zich enorm afhankelijk hebben gemaakt van toevoerketens uit China, en voor energie uit Rusland. 

Tijdens corona en na de inval van Rusland in Oekraïne, werd duidelijk toe kwetsbaar we zijn. Ook voor de energietransitie is Europa niet minder afhankelijk, maar steeds afhankelijker van China als het gaat om de circa 90 procent van de benodigde zonnecellen voor de verduurzaming van onze elektriciteitsvoorziening, die we uit China importeren. 

‘Vaak wordt gezegd dat we niet met China kunnen concurreren, maar waar een wil is, is een weg’, verklaarde slotspreker Marc Rechter, de man achter een vergevorderd plan om de grootste zonnecelfabriek van Europa neer te zetten in Veendam. Een ‘make it or break it-moment voor Europa’, verklaarde hij daarover in het FD. Op het congres riep hij markt en overheid op om samen de juiste voorwaarden te scheppen om duurzame industrieën hier wortel te laten schieten. 

Die zonnecellenfabriek is daarbij zowel een doel als een middel. Een eigen pv-industrie verkleint niet alleen de afhankelijkheid van toevoerketens uit China. Eigen productiecapaciteit helpt tevens de energiezekerheid te vergroten, waarbij vooral de voorspelbaarheid van de prijs van energie essentieel een belangrijke voorwaarde is investeerders vaste grond onder voeten te bieden. Een essentieel onderdeel van nieuwe industriepolitiek, aldus Rechter.


Lees het volledige artikel ook op bt-online.nl 

 

18-11-2024
Event
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs

Startups en scale-ups zijn een belangrijke motor voor economische groei en verdienvermogen. Veel startups en scale-ups zijn gevestigd op campussen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie. Op 1 en 2 april 2026 organiseren BT en TwynstraGudde de zesde 'campusreis'. Dit keer naar de zuidelijke Randstad. Campusomgevingen treken veel talent aan, wat voor overheden, bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen een motief is samen te werken aan de ontwikkeling van een campus- of innovatiedistrict. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus, innovatiedistrict of startup-hub wil hebben. Tweedaagse studiereis Na vijf succesvolle eerdere edities zetten we bij deze zesde ‘Studiereis campussen, innovatiedistricten en startup-hubs’ koers naar de Zuidvleugel van de Randstad. We bezoeken een innovatiedistrict en publieke en private campussen. Soms voortgekomen uit een onderwijscampus die bedrijven naar zich toetrekken, of een bedrijfscampussen met een kennis- en onderwijscomponent. Meestal volwassen campussen, maar dit jaar ook een campus/innovatiedistrict dat nog in een pril stadium verkeert, maar waar een grote gebiedsontwikkelaar uit de Brainport-regio zich al financieel aan heeft verbonden en medio 2025 het eerste bedrijfsgebouwen opleverde. We volgen daarbij nagenoeg de route van de ‘Oude Lijn’ van Leiden naar Dordrecht, die zich steeds meer ontwikkelt als een kennis-as. De te bezoeken campussen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien.  Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots: LEIDEN BIO SCIENCE PARK Van universiteits- en bedrijvencampus naar innovatiedistrict UNMANNED VALLEY Van vliegveld naar hét Nederlandse testcentrum voor onbemande technologie TITAAN DEN HAAG Van tabaksopslag naar private broedplaats voor creatieve startups en bedrijven BIOTECH CAMPUS DELFT/ PLANET B.IO Van DSM-site naar witte biotech-bedrijvencampus met opschaalcapaciteit LEERPARK DORDRECHT/DUURZAAMHEIDSFABRIEK Van MBO-campus naar maritime onderwijs- en bedrijvencampus MECHATRONICA INNOVATIE CAMPUS SCHIEDAM (MICS) Van verouderd bedrijventerrein naar high tech systems- en materialencampus Centrale vraag deze editie is:  Hoe ontwikkel, organiseer en financier je een campus en wie speelt daarbij welke rol? Subvragen zijn: Hoe stuur je als overheid op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de markt? Hoe stuur je als private organisatie(s) op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de overheid? Hoe betrek je onderwijs- en zorginstellingen en bedrijven bij de campus? Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen/in innovatiedistricten? Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit? Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? Hoe zorg je voor een cultuur van kennisuitwisseling en open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? Hoe zet je een innovatieprogramma op? Hoe zorgt je voor levendigheid op de campus/het innovatiedistrict? Facts & Figures Wat: 2-daagse campusreis*; Wanneer: woensdag en donderdag 1 & 2 april 2026; Voor wie: iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen, innovatiedistricten en start-up hubs betrokken is, of daarmee bezig wil; Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf; Kosten: € 1.550,00  AANMELDEN  

01-04-2026
Nieuws
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland
Ruim € 2 miljoen voor verbetering bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden in Noord-Holland

Noord-Holland stelt in 2026 ruim € 2 miljoen beschikbaar voor het verbeteren van bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden. Gemeenten en ondernemers kunnen een subsidie aanvragen om werklocaties energiezuiniger en klimaatbestendiger te maken. De provincie Noord-Holland wil bedrijven ondersteunen die aandacht hebben voor energiegebruik, watergebruik, natuurinclusiviteit, circulariteit, klimaatadaptatie en ruimtelijke kwaliteit. De subsidies Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) en Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) gaan open van 10 februari tot en met 1 oktober 2026.  Gedeputeerde Esther Rommel: “Op werklocaties zoals bedrijventerreinen, haventerreinen en winkelgebieden werken duizenden mensen en vinden veel economische activiteiten plaats. Met deze 2 subsidies ondersteunt de provincie initiatieven die bijdragen aan energiezuinige en klimaatbestendige werklocaties.”  Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) De subsidie Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) kan door gemeenten aangevraagd worden voor maatregelen die bijdragen aan de verduurzaming en ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen en haventerreinen. Denk aan het planten van meer groen om wateroverlast tegen te gaan. Of maatregelen die de infrastructuur en (verkeers)veiligheid verbeteren.  Voor deze subsidie is in 2026 € 1,5 miljoen beschikbaar. Hiervan is € 300.000 beschikbaar voor zonnepanelen op grote daken en € 1,2 miljoen voor maatregelen voor verduurzaming en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.  Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) De subsidie Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW) is voor onderzoek en procesondersteuning, wanneer ondernemers op een bedrijventerreinen en in winkelgebieden beter willen samenwerken om te verduurzamen. Denk aan het opzetten van een samenwerkingsverband, het initiëren van duurzame maatregelen of onderzoek naar het optimaal benutten en hergebruiken van grondstoffen. Deze subsidie kan worden aangevraagd door gemeenten of door de beheerders van een bedrijventerrein of winkelgebied.  Voor de OTW-subsidie is in 2026 € 650.000 beschikbaar. Hiervan is € 400.000 bedoeld voor bedrijventerreinen en € 250.000 voor winkelgebieden.  Aanvragen subsidies 10 februari tot en met 1 oktober 2026 Meer informatie over de regeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen Meer informatie over de regeling Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties

08-01-2026
Nieuws
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start
Onderzoek naar ruimtegebrek in de Rotterdamse haven en verbeteren leefomgeving van start

Het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam starten vanuit NOVEX een onderzoek naar oplossingen voor het ruimtegebrek in de haven én het verbeteren van de leefomgeving in de regio. Dit is nodig om de transitie (energie-, grondstoffen- en materialentransitie) van de haven te versnellen en tegelijk te zorgen voor een aangename leef- en werkomgeving. De Rotterdamse haven staat voor een unieke uitdaging in zijn geschiedenis, waarbij niet groei maar de transitie van de haven centraal staat. Deze transitie is essentieel om de duurzaamheidsdoelen te behalen en tegelijkertijd een belangrijke bijdrage te leveren aan het toekomstige verdienvermogen, de leveringszekerheid en de strategische autonomie van Nederland en Europa. Het havenindustrieel complex is een cruciale motor voor economische ontwikkeling en speelt een sleutelrol in de energievoorziening en strategische autonomie van Nederland en Europa. Maar de beschikbare ruimte wordt steeds schaarser. Hoewel er ruimte vrijkomt door de afname van fossiel-gebaseerde bedrijven, blijkt uit eerdere studies dat deze ruimte, zelfs met inbreiding, onvoldoende zal zijn. Tegelijkertijd moet de leefomgeving in de regio worden verbeterd, omdat deze nu minder goed is dan gewenst. Daarom hebben het Rijk, de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Havenbedrijf Rotterdam besloten het ruimtegebrek in de haven te onderzoeken. Deze verkenning richt zich zowel op het oplossen van het dreigende ruimtegebrek als het verbeteren van de leefomgeving in de regio Rotterdam. We onderzoeken welke oplossingsrichtingen er zijn om ruimte te creëren voor de energietransitie, zoals de aanleg van groene waterstoffabrieken, de import en opslag van waterstof (en waterstofdragers), en de aansluiting van windparken op zee. Ook wordt gekeken naar de inzet op weerbaarheid en de mogelijkheden voor Defensie en militaire mobiliteit, waarbij het creëren van meer ruimte ook een belangrijke rol speelt. Het belang van de transitie De transitie van de haven is niet alleen essentieel voor duurzaamheid, maar ook voor het toekomstige verdienvermogen en de leveringszekerheid van Nederland en Europa. In de verkenning worden drie hoofdrichtingen onderzocht om het ruimtegebrek aan te pakken: Intensivering en optimalisering van het ruimtegebruik binnen de bestaande haven, met als uitgangspunt ‘zorgvuldig ruimtegebruik’. Herontwikkeling van bedrijventerreinen in de bredere regio van Rotterdam. Zeewaartse uitbreiding van de Maasvlakte. Zeewaartse uitbreiding is geen doel op zich en geen vanzelfsprekendheid, maar wel één van de mogelijke oplossingen die we onderzoeken. Hetzelfde geldt voor de herinrichting en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen in de regio. Bij een mogelijke zeewaartse uitbreiding wordt uiteraard rekening gehouden met ecologische impact, de noodzaak van natuurcompensatie en de effecten op de visserij. Relevante belanghebbenden zullen hierbij worden betrokken. Duurzaamheid en leefomgeving De koppeling van de ruimtebehoefte van de haven met de verbetering van de leefomgeving onderstreept de noodzaak van een vitale regio en een sterke metropool. De transitie van de haven kan namelijk alleen slagen als de regio als geheel gezond en duurzaam blijft groeien. Het verbeteren van de leefomgeving betekent niet alleen meer aandacht voor natuur en recreatie, maar ook voor de gezondheid van de bewoners. Strategische en militaire betekenis Naast de economische en ecologische betekenis van de haven, speelt de Rotterdamse haven ook een onmisbare rol voor de strategische autonomie van Nederland en Europa. De haven vormt de basis voor de opslag en doorvoer van strategische goederen en biedt de benodigde infrastructuur voor militaire mobiliteit. Dit maakt de haven van groot belang voor de nationale en Europese veiligheid, en voor de logistiek van de NAVO en Defensie. Planning en vervolgstappen Het onderzoek wordt naar verwachting eind 2027 afgerond. Afhankelijk van de uitkomsten zullen de volgende stappen in het proces worden bepaald. De betrokken partijen werken nauw samen om de verkenning zorgvuldig en transparant uit te voeren, en betrekken ook de relevante stakeholders hierbij. De afspraken maken onderdeel uit van het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (BO MIRT) van 5 januari jl. Tijdens het BO MIRT hebben Rijk en regio ook andere belangrijke afspraken gemaakt voor onze provincie, zoals investeringen in infrastructuurmaatregelen die bijdragen aan een snellere realisatie van nieuwe woningen, verbeteringen van bestaande stations langs de spoorlijn tussen Leiden en Dordrecht en verbeteringen en doorstroming van het autonetwerk in Zuid-Holland. Alle afspraken zijn terug te vinden via deze GS-brief aan PS

13-01-2026
Aanmelden nieuwsbrief