De regering moet meer regie nemen bij de herindeling van de economische bedrijvigheid in Nederland. Daar is haast bij geboden want Nederland loopt vast in de grote transitieopgaven in met name de energiesector en landbouw. ‘Investeer in gebieden in plaats van bedrijven’, adviseert het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs.  

In de analyse ‘De Economie van de toekomst begint bij de delta’ roept het College van Rijksbouwmeester en Rijksadviseurs (CRa) de nieuwe regering op om met plannen te komen waarmee Nederland vooruit kan en klaar is voor de economie van de toekomst.  

Volgens het college mag daarbij geen tijd worden verloren, want de samenleving worstelt met tekorten aan elektriciteit, schoon water en vooral: ruimte. 

Om de keuzes in goede banen te leiden, presenteerde het college onder meer de volgende adviezen:

  • Maak gebruik van triage bij het toewijzen van schaarse middelen
    De schaarste aan ruimte, duurzame energie en zoet water vereist een ‘triage-benadering’. Dit houdt in dat er prioriteiten moeten worden gesteld bij de inzet van deze schaarse middelen, waarbij ruimtelijke factoren een cruciale rol spelen. Overheden moeten afwegen welke economische activiteiten echt noodzakelijk zijn en welke minder urgent zijn.

 

  • Investeer in gebieden in plaats van bedrijven
    Door te investeren in infrastructuur, waterhuishouding en energiesystemen in bepaalde gebieden, blijven publieke investeringen behouden, zelfs als bedrijven vertrekken. Dit zorgt voor duurzame economische groei en betere vestigingsvoorwaarden. 

 

  • Schep ruimtelijke condities om economische sectoren te sturen 
    Overheden kunnen de ruimtelijke ordening gebruiken om economische sectoren met een grote ruimtelijke impact, zoals de industriële landbouw en de energie-intensieve industrie, te sturen. Dit helpt bij de verdeling van publieke goederen en het bevorderen van duurzame praktijken. 

 

  • Kijk verder dan 2050 bij het plannen van de economie
    Het is belangrijk om bij ruimtelijke en economische planning verder vooruit te kijken dan 2050. Beslissingen die nu worden genomen, hebben invloed op de economie van de 22e eeuw. Dit langetermijnperspectief helpt bij het creëren van een duurzame toekomst. 

 

  • Betrek de transitie naar een duurzame economie in ruimtelijke plannen
    De transitie naar een duurzame economie moet een integraal onderdeel zijn van ruimtelijke plannen zoals de Nota Ruimte. Dit omvat het versterken en herschikken van energie-intensieve industrieclusters, het ontwikkelen van kerncentrales, een waterstofbackbone, en aanlandingspunten voor windenergie van zee.

Belangrijk, aldus het CRa, is dat terughoudend wordt omgegaan met het wijzigen van bestemmingen, want dat is vaak onomkeerbaar. 

‘Vruchtbare landbouwgrond waarop een kassencomplex verrijst verliest kostbare bodemfuncties, een uiterwaarde waar woningen worden gebouwd verliest voor altijd zijn waterbergingsfunctie, op een bedrijventerrein dat een gemengde woonwerkbestemming krijgt wordt de maakindustrie uiteindelijk verjaagd.’


Lees het hele bericht ook op Stadszaken.nl

28-06-2024
Event
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’
BT Event: ‘Sturende bedrijventerreinen, ruimte maken voor transities’

‘Sturende bedrijventerreinen – ruimte maken voor transities’ is hét thema van het 19e BT Event op donderdag 14 november in De Fabrique in Utrecht. Want naast een faciliterende rol door het accommoderen van ruimtevragen, hebben de 3800 bedrijventerreinen in Nederland als vitale infrastructuur per definitie een sturende impact op de wereld van morgen. Door te kiezen welke ruimtevragen je wel of niet accommodeert, welke activiteiten je wáár accommodeert, welke circulaire stromen je mogelijk maakt, hoe je ruimte biedt aan opwek en opslag van energie en hoe je een vruchtbare bodem legt voor innovatieclusters, kun je transities helpen versnellen. De ruimte en activiteiten op bedrijventerreinen hebben daarin een cruciale rol.  Het borgen van ruimte voor stadsverzorgende (circulaire) bedrijvigheid en praktische banen in de nabijheid van bevolkingsconcentraties, is een nadrukkelijk doel van gemeenten die bij gronduitgifte steeds vaker op maatschappelijke waardecreatie sturen.  Waar ruimte en grond al zijn vergeven, willen overheden – zo goed en kwaad als het gaat – regie terugpakken op bedrijventerreinen. Creatief omgaan met bestaande/beschikbare ruimte door beter benutten, intensiveren, stapelen en mixen vergroot zowel de maatschappelijke als economische output. Op nationaal niveau ontstaat – gevoed vanuit meervoudige schaarste – een nieuw paradigma van ‘keuzes maken’. Selectieve groei en het mogelijk afschalen van economische sectoren die veel ruimte vragen, maar een beperkte economische en maatschappelijke waarde genereren, zijn geen taboes meer. Tegelijk dringt het besef door dat bepaalde sectoren door digitale en circulaire transities juist méér ruimte nodig hebben. Denk daarbij aan grootschalige (data)logistiek, en de opslag/verwerking van reststromen. Deze relatief nieuwe ruimtevragers moeten zo goed mogelijk worden ingepast. Zowel fysiek-ruimtelijk, als binnen een duurzaam economisch-ruimtelijk systeem. Op het BT Event in Utrecht gaan we, samen met onze partners Provincie Utrecht, Gemeente Utrecht, Gemeente Amersfoort en de NV OMU, aan de slag met de sturende rol die bedrijventerreinen kunnen oppakken. Met een duidelijke focus op processen, praktische oplossingen, financierbaarheid en uitvoerbaarheid. HOUD DE CONGRESSITE IN DE GATEN VOOR MEER INFO.  

14-11-2024
Nieuws
Aan de Stegge Twello levert natuurinclusief distributiecentrum voor Rapid Logistics op
Aan de Stegge Twello levert natuurinclusief distributiecentrum voor Rapid Logistics op

Eind januari 2024 heeft Aan de Stegge Twello een natuurinclusief distributiecentrum op Schiphol Trade Park voor Rapid Logistics Group opgeleverd. Vanuit het duurzame ambitieniveau van SADC werd een duurzaam, natuurinclusief en toekomstbestendig warehouse met geïntegreerde kantoren en parkeeroplossing ontworpen. Het complex bestaat uit 19.923 m2 warehouse, 3.428 m2 kantoor, 3.220 m2 mezzanine en een royale geïntegreerde parkeervoorziening. Het ontwerp beschikt over een groot aantal ontmoetingsruimtes en een groene buitenruimte om de sociale cohesie en de tevredenheid van de werknemers te bevorderen. Schiphol Trade Park is het meest duurzame logistieke business park van de wereld.  Niet alleen door de toepassing van circulaire materialen en een ecologische visie bij de gebiedsontwikkeling, maar ook door naast de minimale hoge eisen op het gebied van duurzaamheid bedrijven uit te dagen nog een stap verder te gaan. Gebruikers worden door SADC gevraagd daarvoor een Value Added Plan uit te werken. Paul de Ruiter Architects heeft daarop een distributiecentrum ontworpen dat volledig natuurinclusief is gebouwd. Andere thema’s in het Value Added Plan van Aan de Stegge Twello zijn ecologie, een inspirerende werkomgeving, duurzame energie oplossingen en de integratie in de omgeving: groene gevels, duurzame materialen, terrassen en verschillende dakniveaus bedekt met ‘groen’. De buitenruimte is voorzien van inheemse bomen en heesters, ter versterking van de lokale biodiversiteit en passend binnen de ecologische visie van Schiphol Trade Park voor het gehele gebied. Een fijne verblijfsplek voor medewerkers en dieren/insecten. Er is met circulaire materialen gebouwd, en het dak is voorzien van zonnepanelen om in de energiebehoefte van Rapid Logistics te voorzien. Het gebouw is voorzien van een BREEAM Excellent-certificaat.

07-02-2024
Nieuws
Onderzoek Maak ruimte voor werk van start
Onderzoek Maak ruimte voor werk van start

Hoe kunnen gemeenten beter sturen op ruimte voor werk bij (binnenstedelijke) gebiedsontwikkelingen? Op deze vraag willen drie hogescholen een antwoord geven in een handboek waardoor gemeenten meer regie en sturing kunnen uitoefenen op het behoud van ruimte voor met name maakbedrijven.  Voor de totstandkoming van het handboek is twee jaar van praktijkonderzoek uitgetrokken. Het wordt uitgevoerd door een breed consortium van zes gemeenten en de Hogeschool Rotterdam, Hogeschool van Amsterdam en Fontys Hogeschool.  'De reden voor dit onderzoek, waarvan we de bevindingen onderbrengen in een handboek, is dat we in ons vooronderzoek constateerden dat gemeentelijke professionals behoefte hebben aan nieuwe oplossingen om te kunnen sturen op behoud en ontwikkeling van (betaalbare) ruimte voor werk in de stad', zegt Auke Brugmans, docent-onderzoeker Vastgoedkunde van de Hogeschool Rotterdam tegen Stadszaken.  Uit interviews bleek dat gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en snelgroeiende steden als Tilburg en Leiden worstelen met het in de praktijk brengen van de bestuurlijke ambitie van een stad, waar ruimte behouden blijft – en wordt ontwikkeld – voor de maakindustrie. ‘Het ontbreekt binnen de betrokken afdelingen vaak aan kennis over wat maakbedrijven beweegt, wat hen bindt en welke passende werkende oplossingen nodig zijn. Het gaat vaak te veel over in plaats van met ondernemers.’  Geen integrale aanpak  In de praktijk en uit eerdere onderzoeken, zoals het lopende onderzoek naar ‘Collectieve gebiedsontwikkeling’ en eerder onderzoek naar ‘Ecosystemen voor werk' van docent-onderzoeker Bernadina Borra, blijkt dat de uitvoering van de opgave van ruimte voor werk bij gemeenten meestal niet integraal wordt opgepakt. 'De uitvoering is verdeeld over de afdelingen economie, ruimtelijke ordening, grond/vastgoed en sociaal, terwijl functiemenging van wonen en werken vraagt om een creatief stedelijk – gezamenlijk – ontwerp.'  Anderzijds beschikken marktpartijen in vastgoed tot op heden niet over een goed businessmodel en voorbeelden van geslaagde gemengde en verdichte vastgoedoplossingen om de benodigde werkruimte te realiseren voor maakbedrijven in de stad.  'Daarbovenop beschikken gemeentelijke professionals zelf over onvoldoende (vastgoed)instrumenten om te sturen op deze oplossen.'  Het tweejarige onderzoek van een consortium, waar naast de drie hogescholen ook de steden Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en Tilburg en netwerk- en ondernemersorganisaties zijn betrokken, moet uiteindelijk resulteren in een handboek met praktijkvoorbeelden die de gemeentelijk professional als sturingsinstrumentarium kan inzetten.   'Dat kunnen zowel harde, juridische als financiële instrumenten zijn, maar ook zachte factoren zoals communicatief en relationeel', zegt Brugmans.  Bijdrage leveren aan onderwijs Bij het onderzoek en het uiteindelijke handboek wordt de expertise van de hogescholen gebruikt vanuit drie disciplines, economie (lectoraat Ondernemende Regio van Cees-Jan Pen), ruimte (lectoraat Bouwtransformatie van Frank Suurenbroek) en vastgoed (lectoraat gebiedsontwikkeling en transitiemanagement van Gert-Joost Peek).  Bij economie staat de gebruikersbehoefte centraal. Denk aan vragen als de benodigde vestigingsplaatscondities en wat maakbedrijven nu echt beweegt.   Het fysiek ontwerp staat bij ruimte voorop. Denk hierbij aan wat zijn de benodigde ruimtelijke condities die beantwoorden aan de ruimtevraag van maakbedrijven in gemengde stedelijke gebieden?  Bij vastgoed ligt de nadruk op organisatie en realisatie waarbij in het handboek vragen worden beantwoord als hoe komt huisvesting van maakbedrijven tot stand en hoe is dit type vastgoed als onderdeel van een gebiedsontwikkeling te realiseren?   ‘Naast het handboek willen we de opgedane kennis ook op landelijk niveau via onze netwerk- en ondernemersorganisaties verspreiden. Zo willen we een bijdrage leveren aan verbeterings- en verdiepingsprogramma’s in het onderwijs en bij gebiedsontwikkelingen op het vlak van ruimte voor werk die in praktijk plaatsvinden’, onderstreept Brugmans. Het tweejarige onderzoek, ‘Maak Ruimte voor Werk’, van de hogescholen Amsterdam, Rotterdam en Fontys Hogeschool is mogelijk dankzij een subsidie die het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA afgelopen week verstrekte. Bij het onderzoek van de hogescholen zijn ook de afdelingen economie en stadsontwikkeling van de gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Leiden en Tilburg betrokken. De coalitie Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN), Ruimte voor Werk en Platform31 fungeren binnen dit onderzoek als kennispartners. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

30-05-2024
Aanmelden nieuwsbrief