Nieuws
Forse vraag naar werklocaties in Noord-Holland Noord
Forse vraag naar werklocaties in Noord-Holland Noord

De vraag naar bedrijventerreinen in Noord-Holland Noord neemt de komende decennia flink toe. Dat blijkt uit de provinciale behoefteraming werklocaties.Tot en met 2045 is in de Kop van Noord-Holland, West-Friesland en regio Alkmaar behoefte aan in totaal ongeveer 332 tot 468 hectare extra ruimte voor bedrijven. RuimtevraagDe totale ruimtevraag tot en met 2045 bestaat onder andere uit:158 tot 242 hectare uitbreidingsvraag voor groei van bestaande bedrijven;46 hectare vervangingsvraag door transformatie van bestaande terreinen, bijvoorbeeld naar woningbouw;130 tot 180 hectare extra ruimtevraag die bovenop de ‘gewone’ groei van bedrijven komt, vooral voor energie-infrastructuur en het maritieme cluster. Deze vraag concentreert zich vooral in de Kop van Noord-Holland.Vooruit kijkenNetcongestie is en blijft de komende jaren een grote belemmering voor uitbreiding en vestiging op bedrijventerreinen. Toch blijft een behoefteraming essentieel. In Noord-Holland Noord gebruiken de gemeenten de raming als basis voor het actualiseren van hun regionale afspraken over werklocaties. Bovendien kunnen nieuwe plannen alleen doorgaan als deze passen binnen deze afspraken én aansluiten bij de provinciale raming. Gedeputeerde Esther Rommel: “De behoefteraming laat zien dat scherpe keuzes nodig zijn over ruimtegebruik: de ruimte is schaars en netcongestie is een groot knelpunt. Dit maakt het des te belangrijker om als overheden samen vooruit te kijken: waar zetten we de schaarse ruimte voor in, en welke bedrijven of clusters zijn van strategisch belang voor de regio? We kijken bewust ver vooruit, naar de periode waarin uitbreiding weer beter mogelijk is.” Inzet van de provincieDe uitkomsten van de behoefteraming worden gebruikt bij het opstellen van de Omgevingsvisie en het Ontwikkelperspectief Noord-Holland Noord. De provincie Noord-Holland deelt kennis over onder meer het beter benutten van bedrijventerreinen, verduurzaming, bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Ook ondersteunt de provincie verbeteringen met subsidies.Lees meerBehoefteraming kantoren Noord-Holland NoordBehoefteraming bedrijventerreinen Noord-Holland Noord

20-03-2026
Nieuws
OML zet samen stappen richting Energiegemeenschap Leudal
OML zet samen stappen richting Energiegemeenschap Leudal

Op 17 maart 2026 heeft de gemeente Leudal samen met de energie coöperaties Leudal Energie en Zuidenwind, Ontwikkelingsmaatschappij Midden-Limburg, De Limburgse Land- en tuinbouwbond en netbeheerder Enexis de samenwerkingsovereenkomst voor de Energiegemeenschap Leudal ondertekend. Daarmee is een belangrijke stap gezet richting een lokaal en toekomstbestendig energiesysteem voor inwoners en bedrijven. Namens het college van burgemeester en wethouders ondertekende wethouder Michel Graef de overeenkomst.In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken dat de gemeente onderzoekt hoe zij meer regie kan nemen op lokale energievoorziening. De energiegemeenschap is daar een concrete uitwerking van. Het doel is duidelijk: betrouwbare en betaalbare, hernieuwbare energie voor inwoners en bedrijven in Leudal. Energie die zoveel mogelijk lokaal wordt opgewekt én lokaal wordt gebruikt.Opbrengsten naar gemeenschapWethouder Michel Graef: “Met deze samenwerking zetten we een belangrijke stap naar meer lokale zeggenschap over onze energie. We doen dit samen met onze partners én met onze inwoners. Zo zorgen we ervoor dat duurzame energie betaalbaar blijft en dat de opbrengsten ten goede komen aan onze eigen gemeenschap.”Wat is een energiegemeenschap?Een energiegemeenschap is een samenwerking van inwoners, lokale organisaties en, waar passend, de gemeente. Samen wekken zij duurzame energie op, bijvoorbeeld via zon, wind of groen gas. Die energie kan vervolgens lokaal worden gedeeld. Dit gebeurt zonder winstoogmerk. De prijs is gebaseerd op kostprijs en is eerlijk en transparant voor de leden. Sinds 1 januari 2026 biedt de nieuwe Energiewet ook de wettelijke mogelijkheid om energie lokaal met elkaar te delen.Ervaring in Ell en HeibloemIn de dorpen Ell en Heibloem wordt al sinds april 2025 gewerkt aan pilotprojecten. Inwoners zijn daar actief betrokken in projectgroepen, samen met energiecoöperaties zoals Leudal Energie en Zuidenwind. De ambitie is om lokaal opgewekte energie ook lokaal te benutten en te werken aan toekomstbestendige, aardgasloze dorpen. In januari 2026 zijn deze projecten bovendien door de provincie Limburg aangewezen als voorbeeldprojecten.Samen bouwen aan de toekomstMet het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst spreken de betrokken partijen uit dat zij gezamenlijk verder bouwen aan de Energiegemeenschap Leudal. In een later stadium worden ook inwoners en bedrijven uitgenodigd om aan te sluiten. De formele oprichting van de Energiegemeenschap Leudal staat gepland voor het eerste kwartaal van 2027. Tot die tijd wordt in de pilotdorpen verder gewerkt aan concrete projecten.

18-03-2026
Nieuws
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving
NLdoet op Schiphol Trade Park: samen werken aan een groene en duurzame omgeving

Tijdens NLdoet op 13 maart 2026 kwamen vrijwilligers samen op Schiphol Trade Park om actief bij te dragen aan een groenere en duurzamere werkomgeving. Met werkzaamheden zoals snoeien, planten, zaaien en bodemverbetering is het terrein voorbereid op het nieuwe groeiseizoen.De groene activiteiten werden georganiseerd in samenwerking met Stichting MEERGroen en De Groene Kapstok. In onder andere de fruitstruikentuin, moestuin en kruidentuin is gewerkt aan het versterken van de biodiversiteit. Ook de educatieve border rond de kas kreeg een nieuwe invulling.Betrokkenheid en resultaatWat deze dag kenmerkte, was de inzet en betrokkenheid van de vrijwilligers. Door samen aan het terrein te werken, werd direct zichtbaar resultaat geboekt en ontstond er meer bewustzijn van het belang van een groene leefomgeving. NLdoet onderstreept dat dit soort initiatieven een belangrijke rol spelen in het versterken van lokale betrokkenheid en het versnellen van duurzame ontwikkeling.Wat is NLdoet?NLdoet is de grootste vrijwilligersactie van Nederland en wordt jaarlijks georganiseerd door het Oranje Fonds. Gedurende één of twee dagen in maart zetten duizenden mensen zich in voor maatschappelijke initiatieven in hun eigen omgeving. Het doel is om vrijwilligerswerk zichtbaar te maken en meer mensen te stimuleren om zich in te zetten.Structurele samenwerking voor een groenere omgevingDe activiteiten tijdens NLdoet sluiten aan bij een bredere, structurele samenwerking. SADC (Schiphol Area Development Company) werkt samen met Stichting MEERGroen aan het vergroenen van Schiphol Trade Park. Denk aan de aanleg van klimaatbossen, bloemenweides en moes- en fruittuinen.Daarnaast worden regelmatig educatieve werkdagen georganiseerd met bedrijven en vrijwilligers. Deze dragen bij aan het versterken van biodiversiteit en het creëren van een aantrekkelijkere en gezondere werkomgeving. Zo krijgt duurzaamheid concreet vorm in het gebied.Duurzaam in actie bij New TerraBij New Terra, gevestigd op Schiphol Trade Park, werken we aan het bevorderen van biodiversiteit en ecologische waarde. New Terra is dé plek voor circulaire denkers, creatieve ondernemers en pioniers met een groen hart. Hier worden innovatieve oplossingen en duurzame initiatieven ontwikkeld om de omgeving te verrijken.Op het 3 hectare grote groengebied rondom New Terra wordt geëxperimenteerd met tijdelijke natuur en vergroening. In samenwerking met Stichting MEERGroen stimuleren we de biodiversiteit en betrekken we actief de omgeving. Dit heeft al geleid tot de aanleg van vijf soorten bloemenweides, een fruitplukpark en het opknappen van een bestaand hazelnotenbos. In het gebied leven verschillende diersoorten, zoals marters, uilen en valken.

17-03-2026
Nieuws
Schiedam benut vrijkomende erfpacht voor herprogrammering
Schiedam benut vrijkomende erfpacht voor herprogrammering

De gemeente Schiedam benut ‘expirerende erfpacht’ om bedrijventerrein ’s-Gravelandsepolder economisch te herprogrammeren naar innovatiecluster. VolkerWessels-dochter SDK Vastgoed ontwikkelt op de vrijkomende kavels de MICS-campus voor het regionale mechatronica-cluster.Mechatronica Innovatie Campus Schiedam (MICS) is feitelijk een 42 hectare groot innovatiecluster in wording in Schiedam. Het maakt onderdeel uit van gebiedsontwikkeling SchieDistrict, een economische herprogrammering van het Schiedamse deel van bedrijventerrein Spaanse Polder en het Schiedamse bedrijventerrein ’s-Gravelandsepolder. Waar de ’s-Gravelandsepolder-West bestemd is voor circulaire bedrijvigheid en innovatieve maakindustrie, ligt de focus bij MICS op mechatronica: een sector die precisiemechanica, elektrotechniek, software en systeemtechniek combineert in slimme, geautomatiseerde systemen.  De MICS-campus ligt strategisch tussen Delft en Rotterdam, met directe aansluitingen op de A20, trein (Schiedam Centrum en binnenkort Schiedam Kethel), metro, tram, bus en fietsroutes naar de TU Delft, Erasmus Universiteit en technische opleidingen.  Deze ligging maakt MICS in beginsel niet alleen aantrekkelijk voor bedrijven, maar ook voor talent dat in de regio woont en studeert. SDK Vastgoed leverde vorig jaar het eerste pand op voor Metrohm Applikon, een specialist in analysers voor de chemische industrie.  Samenwerking als succesfactor Doekle Terpstra, bestuurlijk verkenner MICS vanuit de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), benadrukte in een recente podcast dat de Schiedam “goud in handen” heeft, maar dat succes afhangt van duurzame samenwerking tussen overheden, bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen. In de Brainportregio leidde zo’n triple helix-samenwerking tot een economische revival. MICS wil dit voorbeeld volgen, maar dan met een eigen signatuur. De regio Zuid-Holland telt veel mechatronicabedrijven die niet alleen het havenindustrieel complex bedienen, maar wereldwijd opereren. Om deze sector te versterken, is het netwerk ‘Hi Delta’ (Holland Instrumentation Delta) opgericht, dat maakbedrijven, toeleveranciers, kennisinstellingen en overheden moet verbinden. MICS moet de fysieke locatie worden waar deze partijen samenwerken, innovatie versnellen en talent aantrekken.  Van Brainport naar MICS SDK Vastgoed heeft veel ervaring met het creëren van innovatiecampussen. Zo ontwikkelde het bedrijf de Brainport Industries Campus (BIC) in Eindhoven, waar bedrijven en kennisinstellingen onder één dak samenwerken om de snelle wereldwijde ontwikkelingen in de high tech-industrie te kunnen bijbenen.  De sprong van SDK Vastgoed naar Schiedam is minder onlogisch dan het in eerste instantie lijkt. ‘Trek een cirkel van dertig kilometer meter rond deze plek en je telt ruim drie miljoen inwoners. Hier geldt de wet van de grote getallen’, verklaarde SDK-directeur Niels Langenhuizen eerder in vakblad ROm, een zustertitel van BT en Stadszaken. ‘Als je drie keer zoveel mensen hebt als in de regio Eindhoven, zou je ook drie keer zoveel technisch talent moeten kunnen aantrekken’.  Expirerende erfpacht als kathalysator Maar de herprogrammering van bedrijventerrein naar campus is alleen mogelijk doordat per april 2020 84 erfpachtcontracten zijn afgelopen. In principe schrijven de erfpachtvoorwaarden voor dat je aan het eind van de rit het perceel schoon en ontruimd, dus gesloopt en gesaneerd moet opleveren. ‘Dat geeft ons gelegenheid om nieuwe ontwikkeling af te dwingen, eventueel met nieuwe gebruikers’, zegt Liesbeth Roeles’, projectmanager gebiedsontwikkeling bij de gemeente Schiedam en verantwoordelijk voor de gebiedsontwikkeling SchieDistrict. Inmiddels zijn meer dan dertig nieuwe grondovereenkomsten in erfpacht gesloten.Lees het hele artikel ook op Stadszaken.nl

16-03-2026
Nieuws
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering
Onderzoek: bedrijventerreinen slecht voorbereid op klimaatverandering

70% van de Nederlandse bedrijventerreinen is slecht voorbereid op wateroverlast door klimaatverandering. Ook heeft 5 op de 6 terreinen een duidelijk tekort aan groen. Dat blijkt uit een analyse van Werklandschappen van de Toekomst, waarin voor het eerst alle 3.713 Nederlandse bedrijventerreinen zijn onderzocht op klimaat, gezondheid en biodiversiteit.Bedrijventerreinen zijn cruciaal voor de Nederlandse economie. “Bijna een derde van de Nederlanders werkt er, en ze zijn goed voor zo’n 40% van ons nationaal inkomen,” zegt Daphne Teeling, programmacoördinator van Werklandschappen van de Toekomst. “Als we ons land voorbereiden op klimaatverandering, mogen we de ruim 3.700 bedrijventerreinen dus niet over het hoofd zien.”Veel terreinen kwetsbaar voor wateroverlastUit de nieuwe Werklandschappenscan – gebaseerd op data van NL Greenlabel – blijkt dat 70% van de terreinen veel gebouwen bevat die kwetsbaar zijn bij extreme regenbuien. Wateroverlast kan daar leiden tot schade aan gebouwen en verstoring van vitale infrastructuur.Gemiddeld bestaat bijna de helft (48%) van een bedrijventerrein uit verhard oppervlak zoals tegels of asfalt, wat zowel wateroverlast als hitteproblemen versterkt. Vergroening – zoals bomen, struiken en waterdoorlatende materialen – kan deze risico’s beperken en zorgen voor meer verkoeling en betere wateropvang.Meer bomen en gevarieerde beplanting nodigOp dit moment heeft slechts 1 op de 6 terreinen voldoende bomen. Tussen regio’s bestaan grote verschillen: in Friesland en Drenthe kunnen medewerkers bij 1 op de 5 terreinen minstens drie grote bomen zien; in Zuid-Holland is dat bij nog geen 1 op de 12 het geval. Bomen zijn niet alleen essentieel in het voorkomen van waterschade, zicht op groen draagt ook aantoonbaar bij aan welzijn en productiviteit van werknemers.Voor biodiversiteit is meer variatie in beplanting nodig. Nu bestaat een gemiddeld terrein voor 4% uit struiken en heggen, in plaats van de aanbevolen 15%. “Met een mix van bomen, struiken en kruiden kunnen bedrijventerreinen uitgroeien tot belangrijke ecologische schakels tussen stedelijk groen en het buitengebied,” aldus Teeling.De nieuwe Europese Natuurherstelverordening verplicht lidstaten om vanaf 2030 het stedelijk groen en biodiversiteit meetbaar te vergroten. Teeling: “Bedrijventerreinen kunnen een flinke bijdrage leveren aan deze doelen, juist omdat hier nog veel ruimte is om te vergroenen.”Bedrijventerreinen zetten stappenOp verschillende plekken in Nederland zetten bedrijventerreinen al stappen richting een klimaatbestendiger inrichting. Zo telt het landelijke programma Werklandschappen van de Toekomst inmiddels 150 partnerterreinen.Bedrijven kunnen nu een nulmeting van de Werklandschappenscan op hun eigen terrein laten uitvoeren. In meerdere provincies kunnen bedrijventerreinen bovendien met de Groenstartvoucher tot 15.000 euro subsidie krijgen voor een groen- en waterplan. Op de website groengeeftenergie.nl kunnen bedrijven een aanvraag doen voor het aanplanten van heggen op hun terrein.DownloadsFactsheet met belangrijkste resultaten uit de WerklandschappenscanOverzicht per provincie van de score op de indicatoren (zoals verharding, wateroverlast, hittestress en hoeveelheid groen)

16-03-2026
Nieuws
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent
Mr Fillet, OML en gemeente Roermond zetten gezamenlijk volgende stap voor bedrijventerrein Oosttangent

Wanneer ondernemerschap, regionale ontwikkelingskracht en overheid samenkomen, ontstaat ruimte voor groei. Op bedrijventerrein Oosttangent in Roermond werd dat onlangs zichtbaar tijdens een symbolische starthandeling voor een nieuwe bedrijfslocatie.Samen letterlijk bouwen aan economische groeiAan de Schepelstraat in Roermond kwamen drie betrokken partners samen voor een symbolisch moment dat de kracht van samenwerking onderstreept. Ibrahim Boğazköy, directeur van Quality Royal Group B.V., Hans Coppus, directeur van OML, en Wethouder Dirk Franssen van de gemeente Roermond, stonden gezamenlijk bij een band, ieder met een schep in de hand.Het tafereel vormde een treffende metafoor: samen de handen uit de mouwen steken om een stevige basis te leggen voor verdere economische groei. Door kennis, netwerk en daadkracht te bundelen, ontstaat beweging en wordt er letterlijk “een band geschept” tussen overheid, ondernemers en regionale ontwikkelingspartners. Quality Royal Group B.V. kocht het perceel op bedrijventerrein Oosttangent van OML en wil hier een nieuwe locatie bouwen. Ibrahim Boğazköy, directeur Quality Royal Group B.V. / Mr. Fillet: “Voor ons is deze locatie een belangrijke stap in de groei van Mr. Fillet. Vanuit Roermond kunnen we onze klanten in Zuid-Nederland, België en Duitsland nog beter bedienen. Dankzij de samenwerking met OML en de gemeente Roermond kunnen we deze stap nu realiseren.”Actieve rol van de gemeente RoermondDe rol van wethouder Franssen is daarbij van groot belang. Hij zet zich in voor een sterk klimaat voor ondernemers en bedrijven in Roermond. Daarbij gaat het niet alleen om economische groei, maar ook om de randvoorwaarden die nodig zijn  om duurzaam ondernemerschap te faciliteren. Wethouder Dirk Franssen, gemeente Roermond: “Het is mooi om te zien hoe ondernemerschap, regionale samenwerking en de brede economische koers van de gemeente hier samenkomen. Met de ontwikkeling van Oosttangent creëren we ruimte voor bedrijven om te groeien en versterken we tegelijk de economische positie van Roermond.”Samenwerking voor een sterke regionale economieDe samenwerking richt zich op de verdere ontwikkeling van de economie in Roermond, met bijzondere aandacht voor bedrijventerreinen die via OML worden ontwikkeld. Hier liggen kansen voor zowel groei van bestaande ondernemingen als de vestiging van nieuwe bedrijven, waarbij innovatie, duurzaamheid en internationale oriëntatie centraal staan. Hans Coppus, directeur OML: “De uitgifte van de laatste kavel op fase 1 van Oosttangent is een belangrijke mijlpaal. Samen met de gemeente Roermond werken we al jaren aan dit bedrijventerrein. Dat een groeiend en internationaal georiënteerd bedrijf als Mr. Fillet zich hier vestigt, laat zien dat de regionale samenwerking werkt.”Internationale kansen voor regionale ondernemersOok regionaal gevestigde bedrijven met internationale activiteiten profiteren van deze gezamenlijke inzet. Door lokaal beleid, ondernemerschap en regionale ontwikkelkracht op elkaar af te stemmen, ontstaat een klimaat waarin bedrijven niet alleen kunnen wortelen in Roermond, maar ook succesvol kunnen opereren over de grenzen heen.

16-03-2026
Nieuws
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’
Waarom Eindhoven creatieve broedplek Sectie-C koopt: ‘Beste scenario’

Eindhoven wil creatieve broedplaats Sectie-C zelf kopen en exploiteren om ook op lange termijn betaalbare werkruimte voor makers en ontwerpers te behouden. Volgens het college van B en W kan alleen zo de creatieve functie van deze plek veilig worden gestellen, ondanks woningbouw in dat het gebied. Huurders zijn voorzichtig positief. ‘Op lange termijn is dit de beste manier om de creatieve werkruimte in Sectie-C te borgen’, schrijft het college van B en W aan de raad. Aanleiding is de motie Borging van creatieve werkruimte van 1 oktober 2024, waarin de raad vroeg hoe de broedplaats ook in de toekomst behouden kan blijven.Sectie C is een creatief terrein in Tongelre, aan de oostkant van Eindhoven. In voormalige fabriekspanden werken hier meer dan 250 makers, ontwerpers en ondernemers. Het gebied is bijna 8 hectare groot en geldt als een van de grotere creatieve ecosystemen van Nederland. Met de aankoop van de gebouwen kiest de gemeente er nadrukkelijk voor om niet in tijdelijke oplossingen te blijven hangen. Volgens Samantha van Rooij, projectmanager van Sectie-C, is dat precies de kracht van deze stap. Zij noemt gemeentelijk eigenaarschap de ultieme manier om grip te houden. Andere instrumenten of constructies met andere partijen bieden volgens haar minder kans op succes.  De gemeente handelt daarbij vanuit maatschappelijk belang: waar woningcorporaties betaalbare woningen helpen borgen, doet Eindhoven hier in feite iets vergelijkbaars voor creatieve werkplekken. Goed voor de stad Anne Ligtenberg, eigenaar en hoofdontwerper van Bureau AM, spreekt van ‘iets unieks’ en prijst dat creatieven gelijkwaardig konden meepraten. Wethouder Mieke Verhees, wethouder Wonen, Wijken, Ruimte en Dienstverlening, noemt het principebesluit ‘heel goed voor de stad’ en zegt dat het ‘hard nodig’ is om creatieve ondernemers plek te blijven bieden. ‘Op deze manier zorgen we ervoor dat de ruimtes ook echt worden verhuurd als ateliers en creatieve werkruimtes, zodat Sectie-C een creatief ecosysteem blijft. Ook voor de lange termijn’, aldus Verhees. ‘Door als gemeente eigenaar te worden van de broedplaats Sectie-C, houden we de regie.’ Van Rooij onderstreept dat belang. Wat Eindhoven met Sectie-C doet, noemt ze een van de grootste stappen die de gemeente op dit vlak ooit heeft gezet. Voor zover zij weet, is er geen andere plek waar een gemeente een creatieve broedplaats van deze schaal voor vijftig jaar probeert veilig te stellen.  Met die keuze zet de gemeente niet alleen in op vastgoed, maar ook op stedelijk vestigingsbeleid. In de raadsbrief koppelt het college Sectie-C aan de ambitie om toptechnologie en toonaangevend design aan Eindhoven te blijven binden. Daarbij verwijst het ook naar Design Development Eindhoven, waar niet toevallig de programmalijn ‘ruimte’ centraal staat. De gemeente wil met de overname van  Sectie-C niet alleen de broedplaats behouden, maar ook 1.300 woningen en voorzieningen toevoegen. Uitgangspunt is dat Sectie-C betaalbaar blijft met is een gemiddelde huur van 85 euro per vierkante meter bruto vloeroppervlak. Stichting Sectie-C moet hoofdhuurder worden en vervolgens zorgen voor onderverhuur en beheer. Scenario's De gemeente onderzocht nog twee andere scenario’s voor het voortbestaan van Sectie-C. In het eerste scenario zou TBFOS eigenaar blijven, maar dan was volgens de gemeente een forse bijdrage nodig en bleef de creatieve functie slechts tijdelijk geborgd. Een tweede variant, met de stichting als eigenaar, strandde op financiering en een nieuwe subsidiebehoefte. Het principebesluit volgt op een langer traject. Al op 7 oktober vorig jaar kregen huurders het conceptschetsontwerp te zien. Stedenbouwkundige Tom van Tuijn en architect Servie Boetzkes lichtten toen toe hoe eerdere reacties in het plan waren verwerkt en welke keuzes nog openlagen. Huurders hoorden daar al dat de plannen voor een gemeentelijke aankoop concreet waren. In dat traject werd ook zichtbaar waar de spanning zit. Huurders vroegen om hoge ruimtes, onder meer voor mezzanines, maar zwaardere constructies maken het plan duurder. Om de werkruimtes betaalbaar te houden, moeten sommige gebouwen daarom eenvoudiger worden uitgevoerd. Daarna volgden participatiesessies over VOSP en mobiliteit, voor omwonenden en huurders. Onder huurders klinkt voorzichtig steun, al zijn er ook zorgen over de toenemende drukte door alle verdichtingsplannen. Van Rooij zegt dat die positief-kritische houding logisch is. Er moet nog veel worden uitgewerkt, en onder huurders leeft ook de vraag: ‘Kunnen we straks alle verschillende typen creatievelingen nog huisvesten?’ Die zorg speelt ook in gesprekken die huurders zelf met de buurt voeren. Zo is er het project Radicale Wegbereiders, een bottom-up-initiatief waarin met de omgeving wordt gesproken over de zachte waarden van het gebied. Een huurder laat ook weten te hopen dat Sectie-C niet de kant op gaat van Strijp-S, waar volgens betrokkenen ruimte voor creativiteit onder druk is komen te staan. Volgens Van Rooij is het daarom belangrijk dat creatieve ondernemers niet pas achteraf mogen reageren, maar daadwerkelijk aan tafel zitten. Dat gebeurt nu ook, onder meer bij de inrichting van de openbare ruimte. De uitdaging is volgens haar om de verschillende belangen in het gebied evenwichtig te bedienen. Zelf zegt zij daar geen grote zorgen over te hebben, juist omdat deze ontwikkeling anders wordt aangepakt dan eerdere binnenstedelijke transformaties. Ingrijpende veranderingen Wel erkent zij dat het gebied ingrijpend zal veranderen. Dat is volgens haar onvermijdelijk, maar biedt ook nieuwe kansen. Op hoofdlijnen zijn Sectie-C, de gemeente en de ontwikkelaar het volgens haar met elkaar eens. Om die balans ook in de uitvoering vast te houden, ligt er een samenwerkingsovereenkomst tussen gemeente, ontwikkelaar en Sectie-C. Volgens de gemeente levert aankoop geen risico’s op rond staatssteun, aanbestedingsrecht of het Didam-arrest. Wel volgt nader onderzoek naar onder meer leegstand, aanloopkosten en governance. Voor de vervolgstappen is 250.000 euro geraamd uit de reserve Strategische Investeringen. Ook is een WOKT-subsidie toegekend voor bovengrondse infrastructuur in Tongelre. De uitwerking moet uiterlijk in juni 2026 zijn afgerond. Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

14-03-2026
Nieuws
Flevoland en Gelderland werken samen met regiogemeenten aan toekomstbestendige werklocaties
Flevoland en Gelderland werken samen met regiogemeenten aan toekomstbestendige werklocaties

De provincies Flevoland en Gelderland en de gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde (EHPZ) werken samen aan een Regionaal Programma Werklocaties (RPW). Met dit programma worden gezamenlijke afspraken gemaakt over voldoende en toekomstbestendige ruimte voor bedrijven, de verduurzaming van bedrijventerreinen en het versterken van de regionale economie. De samenwerking draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en biedt ruimte voor groei van bedrijven.Provincies benadrukken belang van samenwerkenGedeputeerde Toon van Dijk (Flevoland) benadrukt het belang van regionale afstemming: “De druk op ruimte neemt toe. Juist daarom maken we samen duidelijke keuzes: ruimte voor wonen en ruimte voor werken. Zo geven we ondernemers perspectief en bouwen we aan een toekomstbestendige economie in de regio.”Ook in Gelderland wordt het belang van deze samenwerking onderschreven. Gedeputeerde Helga Witjes geeft aan: “Met dit programma zorgen we samen met de regio voor voldoende ruimte voor bedrijvigheid en verduurzaming. Fijn dat Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde hierin gezamenlijk optrekken.”Kracht van regionale samenwerkingMet het RPW laten de betrokken overheden zien dat zij over gemeente- en provinciegrenzen heen samenwerken aan belangrijke opgaven zoals economische ontwikkeling en duurzaamheid. Deze gezamenlijke aanpak is essentieel om de regio EHPZ sterk, vitaal en aantrekkelijk te houden voor zowel inwoners als ondernemers.

12-03-2026
Nieuws
Start bouw nieuw logistiek centrum op Schiphol Trade Park
Start bouw nieuw logistiek centrum op Schiphol Trade Park

Woensdag 4 maart 2026 is de bouw van een nieuw duurzaam logistiek centrum van circa 45.000 m² op Schiphol Trade Park officieel gestart. Tijdens een feestelijk moment is de 1ste paal geslagen door bouwbedrijf Aan de Stegge Twello.SADC feliciteert AM Gebiedsontwikkeling met deze mijlpaal! Het was een bijzonder moment om de start van de bouw gezamenlijk te markeren. SADC is blij met de samenwerking met de betrokken partijen en trots dat dit nieuwe pand wordt toegevoegd aan Schiphol Trade Park, dat in 2023 werd uitgeroepen door Dutch Green Building Council (DGBC) als meest duurzame logistieke businesspark ter wereld.Een duurzaam en klimaatadaptief pandHet nieuwe logistieke pand wordt voorzien van klimplanten, die bijdragen aan biodiversiteit en zorgen voor een prettiger werkklimaat. Op de kantoorvolumes komt een groen dak met waterberging. Ook het omliggende landschap wordt ingericht voor wateropvang en is bestand tegen extreme neerslag en hitte. Daarmee is het pand niet alleen duurzaam, maar ook klimaatadaptief.Deelnemen aan de energiecoöperatie op Schiphol Trade ParkDaarnaast sluit het logistieke centrum aan op de energiecoöperatie van Schiphol Trade Park, die als eerste in NL sinds 2021 operationeel is. Binnen deze Energy Hub delen bedrijven de beschikbaar gestelde capaciteit op het bestaande elektriciteitsnet en leggen zij gezamenlijk minder beslag op het net. Daarmee zijn ook de gebruikers van het pand voorbereid op verdere verduurzaming en groei.Jan Jaap Blüm, gebiedscoördinator van Schiphol Trade Park (SADC):“Het nieuwe duurzame logistieke centrum waar wij vandaag de eerste paal van slaan is dan ook een waardevolle toevoeging aan het gebied. Het sluit naadloos aan bij onze ambitie om werklandschappen van de toekomst te ontwikkelen: gebieden waar mensen graag werken en verblijven, en waar natuur, maatschappij en economie in balans worden meegenomen in het gebiedsontwikkelingsproces.”

06-03-2026

KENNISARCHIEF

Aanmelden nieuwsbrief