WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) deelt en ontwikkelt kennis op het gebied van verdienvermogen en de ontwikkeling van het vestigingsklimaat. Heel concreet gaat het om de (her-)ontwikkeling en het beheer van werklocaties en hoe dit aan te pakken. Ook organiseert SKBN de ontmoeting tussen alle betrokken belangen. En SKBN levert – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van haar kennis.

Sinds medio 2010 is SKBN al actief met het ontwikkelen en delen van kennis over (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. In onze stichting werken regionale en stedelijke ontwikkelingsmaatschappijen uit heel Nederland samen. SKBN wil graag in contact komen en blijven met andere ontwikkelingsmaatschappijen en staat open voor nieuwe participanten en kennispartners.

Lees op deze website bij Nieuws waar onze participanten in het dagelijks werk mee bezig zijn en wat zij realiseren. Nieuwsfeiten die al wat ouder zijn, kunt u in het Archief lezen. Bij Agenda kunt u lezen waar u ons en onze participanten kunt treffen. Wie onze participanten en kennispartners zijn, leest u onder Participanten. En als u contact wilt opnemen met SKBN of met een van de bestuursleden van SKBN kan dat Contact.

card image

Event

15-05-2019
Studiereis naar Parijs

Event

16-10-18

Studiereis naar Parijs

Grand Paris, pionier in duurzaamheid 

Van woensdag 15 mei tot vrijdag 17 mei 2019 organiseert de SKBN een werkbezoek aan Parijs. Parijs: de stad van literatuur, wetenschap, kunst en economie, maar ook de stad van de guillotine, mei ’68, gele hesjes. Je zou haast vergeten dat Parijs ook gewoon een stad is. Eigenlijk is het een staat in een staat, waar ontzettend veel gebeurt op het vlak van duurzame stedelijke ontwikkeling.

De Fransen doen daarbij geen half werk. Een traditie die begon met de grote verbouwing van ‘de lichtstad’ door Baron Haussmann in de tweede helft van de negentiende eeuw, duurt nog altijd voort. De Métropole du Grand Paris, die met centrumstad Parijs en voorsteden Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne een gebied van 814 km2 beslaat, pioniert op het gebied van duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit. Drie ontwikkelingen die we centraal stellen tijdens ons drie dagen durende programma. 

Eerste operationele smart grid

Parijs beschikt over het eerste operationele smart grid van de wereld: het IssyGrid in Issy-les-Moulineaux. Voor warmtevoorziening experimenteert de Parijse regio al 40 jaar met geothermie. Parijs is momenteel hét Europese centrum voor nieuwe boringen naar aardwarmte. In het centrum van Parijs bestiert energiebedrijf ENGIE het grootste koude-netwerk van Europa met water uit de Seine. Ook als publieke opdrachtgever zet Parijs de toon. De gemeente pioniert met een lifecycle-contract voor openbare verlichting ter waarde van €800 miljoen.

Eerste circulaire bedrijfspark

Ondertussen bouwt de stad nieuwe ‘quartiers’ die voldoen aan de hoogste standaarden voor duurzaamheid en circulariteit, zoals het Clichy-Batignolles ecodistrict in het 17de arrondissement (opgeleverd in 2012). Een Nederlands team onder leiding van architectenbureaus RAU, karres+brands en SeARCH werkt aan het eerste circulaire bedrijfspark Triango als onderdeel van de ‘Inventons la Metropole de Grand Paris’: de grootste Europese competitie voor stedenbouw, architectuur en openbare ruimte.

Duurzame mobiliteit

De burgemeester van Parijs maakte de rechteroever van de Seine autovrij, dieselauto’s gaan vanaf 2025 in de ban. In een unieke samenwerking met de gemeente Parijs biedt Groupe Renault – Europa’s grootste fabrikant van elektrische auto’s – elektrische mobiliteit aan inwoners en bezoekers van Parijs en Île-de-France. Ondertussen werken Franse ingenieurs aan de Grand Paris Express: een derde metronetwerk met 160 kilometer nieuw spoor verdeeld over vier nieuwe lijnen met in totaal 60 nieuwe stations. Het nieuwe net ligt voor 90 procent ondergronds en moet in 2024 klaar zijn voor de duurzaamste Olympische spelen ooit.

De grootste stad van de post-Brexit EU (als dat allemaal doorgaat) telt inclusief voorsteden ruim 7 miljoen inwoners en is meer dan de ingeslapen wereldstad waar ze wel eens voor wordt gehouden. De hoofdstad van Frankrijk is dé toonaangevende hoofdstad van duurzame urbane ontwikkeling. De SKBN nodigt u uit om dit zelf te gaan bekijken, waarbij we focussen op duurzame energie, duurzame gebiedsontwikkeling en duurzame mobiliteit, maar ook de positie van de Métropole du Grand Paris in de Europese en mondiale economie belichten.

Kortom: hoe Parijs ondanks de woelige baren stug voortbouwt op de idealen die de stad hebben gemaakt tot wat ze nu is. En hoe de metropool zich blijft vernieuwen op technologisch, economisch en cultureel vlak, met een stevig maakbaarheidgeloof dat de tandem overheid–bedrijfsleven tot grote prestaties heeft gebracht en nog steeds brengt. 

MELD JE NU AAN VIA: HTTPS://KENNISLAB.TYPEFORM.COM/TO/RDM9FN

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

HORIZON: dé regionale ontwikkelingsmaatschappij van Flevoland

Nieuws

card image

Nieuws

Nationale Boomfeestdag: SADC plant bomen op bedrijventerreinen

Nieuws

Nieuws

Nationale Boomfeestdag: SADC plant bomen op bedrijventerreinen

Op de Nationale Viering Boomfeestdag heeft SADC op 13 maart ceremonieel bomen geplant op bedrijvenpark De President in Hoofddorp en Schiphol Logistics Park in Rozenburg. De bomen passen in de duurzaamheids- en circulaire ambitie van SADC.

SADC past bij gronduitgifte het afwegingskader voor circulaire gronduitgifte toe. Op deze wijze wordt bekeken hoe een zo hoog mogelijke duurzaamheidsambitie gerealiseerd kan worden, zowel in de openbare ruimte als op kavelniveau. Zo is er op De President een groenplan met klimaatadaptieve planten (plantgroepen die fijnstof afvangen en zuurstof afgeven) opgenomen. En zullen in totaal zullen ruim 110 bomen worden geplant. Daarnaast wordt het bedrijvenpark volledig gasloos ontwikkeld en zullen er elektrische laadpalen worden geplaatst.

Op Schiphol Logistics Park worden ruim 700 bomen geplant. De eerste fase van meer dan 300 bomen is met het planten van de bomen op de Bomenfeestdag voltooid. In 2018 is de biobased voetgangersbrug in gebruik genomen. Nog niet eerder was het gelukt om een brugconstructie in een regulier bouwproces met zulke duurzame producten te produceren. Ook de bedrijven op Schiphol Logistics Park passen duurzaamheidsmaatregelen toe. Expeditors heeft bijvoorbeeld een sedumdak en vlindertuin ingericht alsmede diverse nestkasten voor vleermuizen in en rondom het pand. Distri Development heeft met AMS Cargo center een BREEAM Very Good certificaat verkregen. Montea/Space for Growth heeft in het ontwerp van de nieuwe ontwikkeling een hoge duurzaamheidsambitie getoond, onder andere door het gaan aanleggen van zonnepanelen, gebruik te maken van circulaire bouwmaterialen en gasloos te bouwen.

SADC wil impact maken in de transitie naar een circulaire economie. Jeanet van Antwerpen, directeur SADC: “De beste manier om de toekomst te voorspellen, is om er vandaag aan te werken. Als wij een gebied ontwikkelen, denk wij van tevoren na hoe wij dat gaan doen zonder schade toe te brengen aan de omgeving en waarde kunnen toevoegen.” In dat kader organiseert SADC 11 april samen met de provincie Noord-Holland en SKBN het Symposium Circulaire Werklocaties 2050 in Pakhuis de Zwijger Amsterdam.

Nationale Viering Boomfeestdag

De Boomfeestdag vindt sinds 1957 ieder jaar plaats in ruim 280 gemeenten met zo’n 100.000 kinderen die 200.000 bomen en struiken planten. In 2019 de gemeente Haarlemmermeer gastheer voor de 63ste Nationale Viering Boomfeestdag. Op 13 maart is ook de KinderKlimaattafel gelanceerd, een debat tussen kinderen en volwassenen als kinderantwoord op de 5 Klimaattafels en het Klimaatakkoord. SADC schoof namens het bedrijfsleven bij de KinderKlimaattafel aan.

De boomfeestdag 2019 is georganiseerd door Stichting Nationale Boomfeestdag, gemeente Haarlemmermeer en Staatsbosbeheer (de moederorganisatie van de stichting). De organisatie van de Boomfeestdag, de ontwikkeling van educatief materiaal en de realisatie van activiteiten worden gefinancierd uit subsidie van Staatsbosbeheer en met sponsorbijdragen van diverse organisaties en bedrijven, waaronder SADC.

Lees verder

Achtergrond

card image

13-03-2019

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Achtergrond

Achtergrond

Van kostenpost naar verdienmodel: circulaire lessen uit Circl

Van kostenpost naar verdienmodel. Met een circulaire benadering kunnen we veel meer waarde halen uit onze omgeving. Voor ABN AMRO betekent een omslag naar de circulaire economie ook dat nieuwe financieringsvormen nodig zijn. ‘We moeten ons gaan realiseren dat we in een circulaire economie echt anders moeten gaan denken en doen’, zegt Petran van Heel, sectorbanker bouw bij ABN AMRO.

Dit interview komt uit vakblad BT#1 en is onderdeel van een special over de circulaire economie. De special verschijnt eind maart. BT Magazine is hét vakblad voor iedereen die zich bezighoudt met regionale innovatiekracht en vestigingsklimaat. 

De Amsterdamse Zuidas kenmerkt zich door glimmende kantoorgebouwen en hoogbouw in aanbouw. Aan de voet van een van de hoogste kantoortorens in het gebied, het 105 meter hoge hoofdkantoor van ABN AMRO, staat een opvallend onopvallend gebouw: Circl. Het paviljoen is sinds het najaar van 2017 geopend en bevat naast een aantal conferentie- en vergaderzalen, een exporuimte en een restaurant met rooftopbar en ontmoetingsplek voor het publiek.

Circl biedt voor ABN AMRO niet alleen extra ruimte. Het is ook een gedurfd voorbeeld voor de visie van de bank op circulair vastgoed. Maar niet het hele gebouw is van de bank. ‘Deze lift bijvoorbeeld niet’, vertelt Van Heel, terwijl we onderweg zijn naar de rooftopbar op de bovenste etage van Circl. ‘De installatie blijft eigendom van leverancier Mitsubishi, ABN AMRO betaalt per liftbeweging een bedrag.’ Het is een voorbeeld van een product-as-a-service, ABN AMRO neemt de lift af als dienst. Dat heeft een aantal voordelen. De verantwoordelijkheid voor ontwerp, exploitatie én eindwaarde is in een hand. Van Heel heeft zelf een achtergrond als vastgoedontwikkelaar. ‘Ik heb heel wat gebouwen neergezet, ook hoogbouw. We selecteerden altijd de liftenleverancier die met de laagste bouwkosten inschreef. Maar dat bedrag zegt niets over het energieverbruik of de onderhoudskosten. Laat staan eindwaarde of mogelijkheden van het materiaal aan einde van de levenscyclus. Voor Circl hebben we gekozen het begrip kosten veel breder te trekken: de kosten én opbrengsten over de gehele levenscyclus, en daarna. Dat is van lineair naar circulair.’

Van Square naar Circl

De totstandkoming van Circl was geen vanzelfsprekendheid. De oorspronkelijke – al goedgekeurde – plannen gingen uit van een meer traditioneel paviljoen dat weliswaar erg duurzaam was, maar niet circulair. Aanleiding om anders te gaan nadenken over het eigen grondstofgebruik was de sloop van een gebouw van ABN AMRO aan het Rokin in Amsterdam. De chique natuurstenen gevel van dat gebouw bleek niet herbruikbaar. Zelfs wanneer het geïmporteerde natuursteen gratis werd weggegeven, bleek er geen interesse te zijn vanuit de markt. Vervolgens is het materiaal als puin afgevoerd, vergruisd en waarschijnlijk als onderlaag onder een snelweg toegepast.

Omdat er al een uitgewerkt plan voor een conventioneel paviljoen was uitgewerkt (laten we dat Square noemen), is het mogelijk het materiaalgebruik van een circulair gebouw (Circl) en een niet-circulair gebouw (Square) te vergelijken. Voor Circl is 36 procent minder materiaal nodig, een reductie van 2400 ton beton, staal, aluminium, glas, hout en natuursteen. Doordat een deel van dat materiaal bovendien hergebruikt is, was voor Circl 39 procent minder primaire grondstoffen nodig.

Tijdens de ontwikkeling van Circl werd samengewerkt met New Horizons Urban Mining van Michel Baars. Dat bedrijf stond aan de basis van het Urban Mining Collective. Hierin werken ongeveer vijftien bedrijven samen om ‘sloopmaterialen’ opnieuw waarde geven. Ze oogsten materialen uit gebouwen en geven die een volgend leven in een nieuw gebouw. In Circl bestaat de houten vloer uit verzameld hardhout uit vijftien gebouwen – onder meer afkomstig van een oud klooster en de bar van voetbalclub TOP Oss. De karakteristieke hardhouten puien van de vergaderruimtes zijn afkomstig uit een oud Philips-gebouw in Hilversum. Wie goed kijkt, ziet dat ze eigenlijk niet helemaal passen in het stramien, waardoor de vergaderruimtes hier en daar een extra ‘passtukje’ hebben gekregen om de wand te sluiten. ‘Het valt eigenlijk pas op, als je het doorhebt.’

‘Materialen hebben vaak een andere levensduur dan de gebouwen waar ze in verwerkt zijn’, zegt Van Heel. ‘De circulaire economie vraagt om andere materialisering, terugneembare en modulaire concepten. En niet alleen hier op de Zuidas. Op werklocaties in het hele land zal dit principe belangrijker worden. Als je tegenwoordig niet duurzaam bent, in de zin van energietransitie, dan tel je eigenlijk niet meer mee. Maar circulariteit, de grondstoftransitie, staat nog aan het begin van een versnelling. In elke situatie kan je nadenken over de hoeveelheid grondstoffen die je verbruikt, welke grondstoffen dat zijn, demontabel bouwen, gemakkelijke reparatie, afvalreductie en andere verdienmodellen. Er zijn ook steeds meer bedrijven die materialen kunnen upcyclen, of ze op een andere manier als tweedehands bouwmaterialen inzetten. De echt innovatieve bedrijven verkopen deze materialen dan ook niet meer, die lenen je de grondstoffen uit als dienst, een product-as-a-service. Daar zie je de verschuiving van bezit naar gebruik. Dat is een principieel verschil van circulaire economie.’

Wat betekent dat concreet voor ondernemers?

‘Daar zijn we als bank nu over aan het nadenken: zo werken we bijvoorbeeld aan een project met de circulaire bedrijfshal van de toekomst. Maar ook: wat is nodig om bestaande bedrijfshallen nu al circulair te maken en welke circulaire verdienmodellen kunnen we daarbij ontwikkelen? De bedrijfshal-as-a-service is als een meccanodoos van onderdelen die uitbreiden, optoppen of inkrimpen en zelfs eenvoudig verplaatsen mogelijk moet maken. Tegelijkertijd zul je zien dat de markt voor tweedehands producten een vlucht gaat nemen; opgestuwd door de Milieuprestatie Gebouwen en de overheidsambitie om in 2030 50 procent circulair te zijn, gaan steeds meer ondernemers hier kansen zien.

‘Ik verwacht dat daardoor ook de eindwaarde van gebouwen weleens heel anders zou kunnen worden. Nu worden leegstaande gebouwen gezien als kostenpost, want ze moeten nog gesloopt en gestort worden. Maar vanuit het perspectief van urban mining staat er een bovengrondse mijn met waardevolle grondstoffen. Misschien zijn veel bedrijventerreinen wel toe aan een upgrade en worden de onderdelen iets waard voor nieuwe bedrijfshallen.

‘Ook leveranciers moeten hun producten en bijbehorende levenscyclus onder de loep nemen. Ontwerpers moeten beginnen met producten te ontwerpen die minder grondstoffen nodig hebben, lang blijven functioneren, gemakkelijk te repareren zijn en natuurlijk weinig energie verbruiken. Als het lukt om een gebouw te ontwikkelen dat energie levert en aan het eind van de gebruiksduur meer waarde heeft als geheel of in onderdelen, dan heb je een winnende businesscase in de circulaire economie.’

Hoe kan een bank circulariteit financieren?

‘Geld is an sich een heel circulair verdienmodel. Maar verduurzaming gaat niet alleen over geld, het gaat ook over kennis en netwerk. Mijn collega’s en ik praten met heel veel bedrijven en we bieden op veel verschillende plekken financiering. De grondstoffentransitie is niet alleen in de bouwsector gaande, maar ook in de industrie, de retail en de logistiek. We faciliteren kruisbestuiving en kennisuitwisseling waar dat kan.

‘Maar ook onze eigen financieringsproducten maken we passend voor de circulaire economie. Nu de verschuiving van bezit naar gebruik ook in gebouwen postvat, moeten we ons als bank gaan afvragen welke delen van een gebouw we straks nog financieren en welke partij. Is het de eigenaar, de gebruiker, de bezitter van het product?! En hoe regel je dat? Dat maakt circulaire financiering nog tot een hele uitdaging. Maar, al doende leert men.’

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Circulaire werklocaties 2050: voorsorteren op de toekomst

Nieuws

Nieuws

Circulaire werklocaties 2050: voorsorteren op de toekomst

Voorsorteren op een onzekere en snel veranderende toekomst en daarmee ons vestigingsklimaat versterken. Daarvoor bieden volgens gedeputeerde Jaap Bond van de provincie Noord-Holland de resultaten van de Challenge Circulaire Werklocaties 2050 prachtige aanknopingspunten.

Tijdens het Atelier Circulaire Werklocaties 2050 werken drie multidisciplinaire teams met professionals uit de wereld van ruimtelijk ontwerp, circulariteit en digitalisering aan antwoorden op de vraag: hoe ziet de circulaire werklocatie er in 2050 uit en hoe maken we dit mogelijk? Dit in opdracht van provincie Noord-Holland, SADC en SKBN. Verslagen van eerdere atelierdagen leest u hier en hier.

Atlaspark, Circular Powerhouse

‘Circular Powerhouse’ was het motto van team Future Forward. Het team had vier eerdere scenario’s uitgewerkt tot een samenhangende, wervende visie voor Atlaspark, een bestaand, logistiek bedrijventerrein in het Amsterdamse Havengebied. Sleutelwoorden: upcyclen van retourstromen vanuit de stad en industrie, evolutie van repetitief naar creatief en gezond werk en nieuwe samenwerkings- en verdienmodellen. De ligging in het Havengebied, biedt volgens het team fantastische aanknopingspunten om Atlaspark te laten uitgroeien tot een grondstoffenhub en centrum van schone, circulaire productie en kennisontwikkeling voor aangrenzende industrie- en stedelijke gebieden. Een centrale strook binnen het bedrijventerrein wordt gereserveerd voor de ontwikkeling van een kennis- en innovatielab. Dit verbonden met het aangrenzende, bestaande golfterrein en Ruigoord. Ruigoord, nu een wat shabby kunstenaarsdorp, is ‘een cadeau’ dat kan uitgroeien tot een creatieve hotspot. Circulair en creatief werken betekent volgens Future Forward ook de ontwikkeling van andere manieren van samenwerking. Denk aan een coöperatieve vereniging van bedrijven in en om Atlaspark die rest- en retourstromen uitwisselen en waarde creëren. Het instrument van een bedrijveninvesteringszone kan een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en financiering van zo’n coöperatief groeimodel. Uitsmijter: ‘SADC zou zich van gebiedsontwikkelaar moeten omvormen tot een SAIC, een regionale investeringsmaatschappij voor circulaire gebieden en ontwikkelingen’.

Sloterdijken, Machinekamer

Met een groot aantal industriële, logistieke en nutbedrijven vormt het Sloterdijkgebied de ‘Machinekamer’ van de Metropoolregio Amsterdam. Het gebied zou zich volgens het team verder moeten ontwikkelen als ‘circulaire draaischijf’ in de regio voor materialen, water, energie en andere in- en uitgaande stromen. Binnen de Sloterdijken zijn er verschillende deelgebieden met ieder een eigen profiel en kansen. Met het verdwijnen van fossiele brandstoffen en het toenemende belang van de retourlogistiek krijgt de Haven in de toekomst het karakter van een grondstoffenhub. Het aangrenzende noordelijke Sloterdijkengebied kan zich ontwikkelen tot een geautomatiseerde circulaire productiekamer met een ‘open motorkap’, een metafoor voor schone, productieprocessen die transparant zijn, geen overlast meer bezorgen en niet langer verstopt hoeven te worden. Transparantie heeft ook te maken met de toenemende inzet van datascience, waardoor men in de toekomst precies weet wat de stad in- en uitgaat en daarop kan anticiperen. Door het schone karakter van circulaire productieprocessen is er in dat gebied ook beperkt ruimte voor wonen. Andere deelgebieden lenen zich daar overigens meer voor, zoals in het zuidelijke, meer fijnmazige gebied waar circulariteit meer te maken heeft met stromen binnen het gebied zelf  en wonen en werken veel meer wordt gemengd, ‘Living on the edge’.  Inspelen op veranderingen en onzekerheid betekent ook een ander soort infrastructuur waarmee flexibel kan worden ingespeeld op nieuwe vormen van mobiliteit, zoals zelfrijdende voertuigen: dus meer asfalt, beter koppelen van spoor en weg en glasvezelverbindingen langs weg en spoor.

Hoofddorp: elektrisch vliegen

Kennis, mensen, geld en spullen vormde de ingrediënten van het team Hoofddorp dat een verdere verdieping had gegeven aan vier scenario’s voor een uitgestrekt gebied rond Beukenhorst en omgeving. Dit langs de lijnen internationaal-regionaal en techniek-mensen. In het scenario ‘Corporate landscape’ staan er vooral veel grote, productie- en logistieke hallen waar ruimte is voor circulaire processen en internationale retourlogistiek van en naar Schiphol. Gekoppeld aan de toekomstige Co2-leiding van Rotterdam naar IJmuiden, kan Co2 als grondstof worden gebruikt voor onder meer biokerosine voor Schiphol. Dit alles met dubbel grondgebruik, ruimte voor wonen en een aantrekkelijke landschappelijke inpassing met groene daken.  In het scenario ‘Regional Hub’ vormt is Schiphol minder belangrijk en biedt de locatie vooral ruimte voor kleinschalige MKB- en familiebedrijven voor hergebruik en reparatie van retourstromen uit de regio. Terwijl het scenario ‘Oosterwold on steriods’ nog een stap verder gaat in de vorm van communicaties van pioniers die zoveel zelf produceren en voedsel verbouwen en daarmee inhoud geven aan circulariteit in het leven van alledag.  In het laatste scenario ‘Progress Polder’ verandert de Haarlemmermeer in een internationaal georiënteerd grootschalig kennislandschap voor biobased agroproductie, testvelden en laboratoria in een landschappelijke setting. Schiphol houdt een belangrijke functie als luchthaven. Een interessante vondst was het idee om een start- en landingsbaan vrij te maken voor elektrische vliegtuigen voor Europese vluchten. Door het ontbreken van geluidsoverlast wordt in de Haarlemmermeer zelf en steden in de omgeving ruimte vrijgespeeld voor nieuwe woningbouw.    

Commentaar

Jeanet van Antwerpen, directeur van SADC, was enthousiast over de presentaties: ‘Geen truttige verhalen maar aandacht voor toegankelijkheid van werklocaties, de menselijke kant van werken en nieuwe vormen van mobiliteit’. Zij benadrukte dat de tijd van masterplannen voorbij is en de presentaties een breed palet aan ingrediënten bevatte waarmee flexibel op een onzekere toekomst kan worden ingespeeld: ’Wij moeten met dit soort kennis excelleren ten opzichte van de concurrentie uit Azië’. Volgens mentor Maurits de Hoog moeten we veel meer werken met multidisciplinaire teams bij gebiedsontwikkelingen. Een voorstel voor en grondstoffen- en materialendepot in de Sloterdijken kan meteen worden opgepakt, de ruimte is er. We moeten op korte termijn getalsmatig doorrekenen wat urban mining voor de regio kan betekenen.’

De resultaten van de Challenge Circulaire Werklocaties worden gepresenteerd op donderdag 11 april op een symposium in Pakhuis de Zwijger. Dit is gratis toegankelijk. U kunt zich hier aanmelden.

Lees verder