Door de grote nadruk die wordt gelegd op woningbouw, dreigt het werken in de marge te raken. Ruimtelijke verdringing van werkfuncties uit de stad is deels al realiteit. Is dit wenselijk? Is het nodig? Steden bestaan bij de gratie van economische dynamiek. Hoe houden en vinden we fysieke ruimte voor versterking van de stedelijke economie?

Bij welke thema’s en doelgroepen moeten de prioriteiten liggen op economisch gebied in de komende raadsperiode? Bij de ontwikkeling van kennisintensieve bedrijven, het reguliere bedrijfsleven in kantoren, logistiek en maakindustrie of toch bij de detailhandel en cultuursector, die zo te lijden heeft van corona? En op wie richt je je dan: starters, het al gevestigde midden- en kleinbedrijf of nieuwe vestigers uit het buitenland?

En vervolgens, wáár dan in de gemeente? Op goed ov-ontsloten kantoorlocaties, op te herontwikkelen en te intensiveren bedrijventerreinen of in nieuwe gespecialiseerde vestigingsmilieus? En hoe maak je van functiemenging een haalbare kaart?

In dit online-verkiezingsdebat schetsen betrokken bestuurders en experts hun dilemma’s en komen we tot concrete stappen om knelpunten weg te nemen, ter inspiratie voor de nieuwe collegeakkoorden.
 
Datum: 22 februari 2022
Tijd: 16:00 – 17:00
Locatie: online

Gasten

  • Monique Esselbrugge, wethouder Financiën, Economie, Vestigingsbeleid (D66) – Gemeente Nijmegen
  • Hans Krieger, wethouder Economische Zaken, Gebiedsontwikkeling, Grondzaken (VVD) – Gemeente Zaanstad (gevraagd)
  • Erwin Boom, wethouder Kennisinfrastructuur, Arbeidsmarkt, agrifood, logistiek en Maakindustrie – Gemeente Venlo

Experts

  • Paul Bleumink, managing partner Buck Consultants International
  • Cees-Jan Pen, Lector De Ondernemende Regio (Fontys)
  • Theo Föllings, manager Business Development Oost NL en voorzitter SKBN

Doe mee! Deelname is gratis.

U kunt zich hier aanmelden

 

Het online verkiezingsdebat wordt georganiseerd door de redactie van ROm-Stadszaken.

Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Nieuws
MEAN WELL vestigt Europees hoofdkantoor op De President in Hoofddorp
MEAN WELL vestigt Europees hoofdkantoor op De President in Hoofddorp

MEAN WELL vestigt zich op Businesspark De President, een gebiedsontwikkeling van SADC in Hoofddorp. De vestiging van MEAN WELL bevestigt de aantrekkingskracht van het businesspark voor internationaal opererende, technologie gedreven ondernemingen. De bouw van het nieuwe Europese hoofdkantoor start naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026. De realisatie wordt verzorgd door Aan de Stegge Twello, met een geplande oplevering in mei 2027. Het gebouw wordt ontwikkeld op een kavel van 7.993 m² en krijgt een totale bruto vloeroppervlakte van 8.247 m² en een parkeerdek van 1.095 m² BVO. Over MEAN WELL MEAN WELL Europe is een internationaal bekende Taiwanese fabrikant van industriële elektrische voedingen, toegepast in onder meer ledverlichting, medische apparatuur, laadstations voor elektrische voertuigen en slimme energieopslagsystemen. Het bedrijf werd in 1982 opgericht door Jerry Lin in New Taipei City (Taiwan) en produceert sindsdien gestandaardiseerde elektrische voedingen onder eigen merknaam. MEAN WELL Europe ontving in 2025 de Amsterdam International Award voor zijn lokale betrokkenheid, technologische expertise en maatschappelijke impact. Met de vestiging op Businesspark De President zet MEAN WELL een volgende stap in de verdere uitbouw van zijn Europese activiteiten. Coleman Liu, Directeur MEAN WELL Europe: “MEAN WELL wil een duurzaam en technologie gedreven Europees hoofdkantoor realiseren dat eersteklas product- en technische ondersteuning biedt aan onze Europese klanten. De President, gelegen in het hart van Haarlemmermeer vlakbij Schiphol, biedt strategische voordelen dankzij zowel internationale als lokale bereikbaarheid. Naast deze strategische keuze zien wij ook een sterke match tussen de duurzaamheidsvisie van SADC en de maatschappelijke verantwoordingsdoelstellingen van MEAN WELL. Wij zullen een gebouw realiseren dat voldoet aan de LEED-richtlijnen voor groene gebouwen, met als doel het verhogen van de energie-efficiëntie en het waarborgen van duurzame bouw en exploitatie.” Een doordacht gebouw & uniek ontwerp Snow Lee, HR & Projectmanager MEAN WELL Europe: “Het door Hoogeveen architecten ontworpen gebouw sluit nauw aan bij de bedrijfsvisie en filosofie van MEAN WELL op het gebied van elektronische voedingen en energievoorzieningen. Het ronde gebouw is vormgegeven met vloeiende lijnen die vanuit een centraal atrium naar alle ruimten stromen. Dit concept weerspiegelt de werking van een stroomvoorziening als het hart van een systeem dat zorgt voor een betrouwbare energiestroom. In de nieuwbouw worden de eigen producten van MEAN WELL toegepast, onder meer voor gebouwbeheer, ledverlichting en zonne-energiesystemen. Het programma omvat een magazijnfunctie van 4.309 m², aangevuld met 2.843 m² aan kantoor-, seminar- en gemeenschappelijke ruimten. Hiermee wordt een combinatie gerealiseerd van logistieke functies, technische ondersteuning en hoogwaardige werk- en ontmoetingsplekken.” Koen Hoogeveen, Technisch directeur en architect van Hoogeveen architecten: “Als architect hebben we de essentie van MEAN WELL vertaald naar architectuur: een gebouw waarvan het DNA is gevormd door energie, beweging en verbondenheid.” Het ontwerp is gericht op het realiseren van een natuurlijke en prettige werkomgeving, met veel daglicht, lucht en een sterke verbinding tussen architectuur, landschapsontwerp en groen binnen en buiten. Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Het gebouw wordt ontwikkeld volgens de LEED-richtlijnen voor groene gebouwen. MEAN WELL heeft in samenwerking met SADC een Value Added Plan opgesteld, waarin bedrijfsspecifieke en innovatieve oplossingen worden vastgelegd op het gebied van onder meer energie, biodiversiteit, circulair materiaalgebruik en het welzijn van medewerkers. Voor de ontwikkeling van MEAN WELL Europe omvat het Value Added Plan onder meer een groen sedumdak, begroeid met vetplanten die water opslaan in hun bladeren en daardoor onderhoudsarm en droogtebestendig zijn. Dit wordt gecombineerd met zonnepanelen, een parkeergebouw met laadpalen en een door HOSPER Landschapsarchitectuur ontworpen buitenruimte met een vijver, groenstructuren en waterdoorlatende verharding. Regenwater wordt via infiltratiekratten rechtstreeks in de bodem geïnfiltreerd. Daarnaast worden grote delen van het gebouw begroeid met klimplanten, waaronder klimop en blauwe regen. In het landschapsontwerp is gekozen voor (nagenoeg) inheemse boom- en plantsoorten en voor een vijver met natuurvriendelijke oevers. Samen met de begroeide gevels en balkonranden draagt dit bij aan een versterking van de lokale biodiversiteit en een hoogwaardige, groene leefomgeving. Eva Klein Schiphorst, Algemeen Directeur SADC: “De vestiging van MEAN WELL Europe op Businesspark De President bevestigt de positie van dit gebied als hoogwaardige vestigingslocatie voor internationaal opererende bedrijven in de innovatieve hightech-sector. MEAN WELL is een duidelijke aanwinst voor de gemeente Haarlemmermeer, niet alleen vanwege de economische betekenis, maar ook door de sterke maatschappelijke betrokkenheid en de actieve inzet op duurzaamheid binnen de bedrijfsvoering. Wij zijn verheugd dat MEAN WELL voor De President heeft gekozen en kijken uit naar de realisatie van dit architectonisch en duurzaam onderscheidende gebouw. Wij wensen MEAN WELL veel succes met de bouw van het nieuwe Europese hoofdkantoor.”

05-01-2026
Aanmelden nieuwsbrief