Wat kunnen we van hen leren, en welke vragen wil je stellen?

Energietransitie op bedrijventerreinen. Dat is iets wat veel ondernemers en gemeenten wel willen. Immers, gezamenlijk staan we voor de grote opgave van de energietransitie in Nederland en ook bedrijventerreinen spelen hierin een belangrijke rol.

Maar hoe doe je dat? Energie besparen, duurzaam opwekken van energie en eventueel opslag van duurzame energie in een gebied waar allerlei ondernemers zijn gevestigd? En wat kost dat dan? Kun je als ondernemer ook kosten besparen en wat levert het financieel en maatschappelijk (CO2-reductie) op?

PHB organiseert 12 oktober de (gratis) hybride kennisbijeenkomst ‘Waar staan de pioniers van de energietransitie op bedrijventerreinen?’. Hieronder informatie over het programma en het aanmelden.

In MRA-regio zijn er twee initiatieven die al grote stappen hebben gezet in de energietransitie op bedrijventerreinen: GreenBiz IJmond en SAENZ. Zij hebben al diverse projecten uitgevoerd en van de provincie Noord-Holland subsidie gekregen om andere initiatieven op te zetten en uit te werken. Onderdeel van de ondersteuning van de provincie is dat beide initiatieven hun kennis en ervaring delen.

Daarom organisereert PHB op 12 oktober deze bijeenkomst. Ze doen dit door middel van interactieve sessies waardoor er ook volop de gelegenheid is om vragen te stellen. Dus bereid je vragen voor en vraag om advies. Samen proberen we de kansen en knelpunten van de energietransitie voor bedrijventerreinen op tafel te krijgen.

Programma (onder voorbehoud)

15.00 uur            Inloop en ontvangst

15.30 uur            Start fysieke bijeenkomst en online uitzending
15.30 uur            Opening door Frank Voorbergen (adviseur PHB)
15.35 uur            Introductie door Tom Grootjen, SAENZ
15.45 uur            Introductie door Jan Boudesteijn, GreenBiz IJmond
15.55 uur            Panel 1 o.l.v. Frank Voorbergen met interactie met deelnemers in de zaal met Tom Grootjen, Jan Boudesteijn, Sale Wiersema (PHB) en Dennis Meerburg (PHB)

  • Welke kansen en knelpunten liggen er met betrekking tot energiebesparing, duurzame opwek en opslag van duurzame energie? Waar lopen ondernemers tegenaan bij het versnellen en opschalen? Wat zijn oplossingen die goed werken?
  • Met welke partij(en) kunnen knelpunten en oplossingen worden aangepakt zodat die versnelling en opschaling wel tot stand komt?
  • Welke subsidies zijn mogelijk, en hoe kunnen verschillende subsidies (provincie, gemeentelijke overheid) worden gestapeld?
  • Welke ervaringen zijn er met lokale opslag (batterijen, accu’s) gericht op collectieve opslag c.q. opslag op bedrijfsniveau?
  • Beantwoording specifieke vragen van deelnemers uit de zaal

16.25 uur            Conclusies en aanbevelingen uit panel 1 discussie, door Frank Voorbergen
16.30 uur            Panel 2 o.l.v. Frank Voorbergen met Tom Grootjen, Jan Boudesteijn, Frank van de Lustgraaf (gemeente Amsterdam),     Boris Alers (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied) en René Kroese (Liander)

  • Welke rol kunnen de gemeenten en de Omgevingsdienst spelen in de informatie over de mogelijkheden, verplichtingen en het oplossen van knelpunten in verduurzaming?
  • Welke rol kan de gemeente spelen in het faciliteren van ondernemers?
  • Hoe kunnen de belangen van de ondernemers en de (soms andere) vastgoedeigenaren worden samengebracht?
  • Hoe richt je een lokaal energieplatform op en welke samenwerkingsverbanden zijn er mogelijk?

17.00 uur            Samenvatting
17.05 uur            Mededelingen

  • Vragenuurtje PHB, SAENZ en GreenBiz IJmond
  • Status onderzoek ‘Energiepotentie bedrijventerreinen’ door Frans van der Beek

17.15 uur            Einde online uitzending
17.15 uur            Netwerkborrel
18.00 uur           Einde

Datum, tijd en wijze

Dinsdag 12 oktober, 15.30 – 18.00 uur (online 17.15 uur)

Hybride bijeenkomst
Deze bijeenkomst is hybride. Dat betekent dat je de bijeenkomst zowel fysiek als online kunt bijwonen. Wij adviseren je echter fysiek aanwezig te zijn zodat je zowel tijdens de panelsessies jouw vragen kunt stellen en achteraf nog van gedachten kan wisselen met de andere aanwezigen.

Locatie fysieke bijeenkomst
C-Bèta

Rijnlanderweg 916
2132 MN  Hoofddorp

Er is voldoende (gratis) parkeergelegenheid aanwezig. Je kan ook met het openbaar vervoer komen.

Coronatoegangsbewijs
De geldende coronatoegangsrichtlijnen worden gevolgd. Dat betekent dat je toegang kunt krijgen tot het fysieke event als je jouw vaccinatiebewijs (corona-app), herstelbewijs of een negatieve testuitslag via testen voor toegang kunt overleggen. Neem ook je ID mee.

Aanmelden fysieke bijeenkomst
Je kunt je aanmelden voor de fysieke bijeenkomst door een mail te sturen naar [email protected], o.v.v. AANMELDING FYSIEKE KENNISBIJEENKOMST PHB. Vergeet niet je coronatoegangsbewijs en ID mee te nemen.

Aanmelden online bijeenkomst
Je kunt je aanmelden voor de online bijeenkomst door een mail te sturen naar [email protected], o.v.v.. AANMELDING ONLINE KENNISBIJEENKOMST PHB. Daags van te voren ontvang je van ons een link naar de uitzending.

Over GreenBiz IJmond

GreenBiz IJmond is een vereniging voor en door ondernemers, die ondernemers en gemeenten helpt met het verduurzamen van hun bedrijf en het bedrijventerrein. Dit betekent dat zij zich richten op de thema’s energie besparen, duurzame energie opwekken inclusief een lokaal energie platform, educatie en circulaire economie.
In verschillende gemeenten zijn zogenoemde GreenBiz Deals getekend. Dit zijn Beverwijk, Uitgeest, Velsen en Heemskerk. Inmiddels hebben meer dan 60 ondernemers in verschillende gemeenten de GreenBiz Green Deal getekend. Hieruit blijkt de samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven zijn vruchten af te werpen om gezamenlijk de CO2 reductie- en energieverbruik- te verlagen. Doel is om dit verder uit te breiden/ op te schalen.

Over SAENZ

SAENZ is een coöperatieve vereniging van, voor en door ondernemers. Opgericht in 2016. De aangesloten bedrijven zijn uitsluitend bedrijven gevestigd in Wormerveer op de bedrijventerreinen Noorderveld en Molletjesveer. Sinds 2020 kunnen ook bedrijven zich aansluiten die gevestigd zijn op de aangrenzende bedrijventerreinen in Wormer en Assendelft-Noord.
Doelstellingen van de vereniging zijn:

Gezamenlijke inkoop (exploitatievoordeel te realiseren voor de aangesloten leden)
Ondersteuning leden bij duurzaamheidsvraagstukken
Het realiseren van een lokaal energie platform waarbij lokaal opwek gekoppeld wordt aan lokaal verbruik gericht op de zakelijke markt.

Over PHB

PHB is actief op het gebied van de kwaliteitsverbetering en verduurzaming van bestaande werklocaties in de Metropoolregio Amsterdam (MRA), een samenwerkingsovereenkomst van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten, omgevingsdiensten en de Vervoerregio Amsterdam.

Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Nieuws
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?

Schaarste aan ruimte, energie en netcapaciteit dwingt Vlaanderen en Nederland tot scherpere keuzes. Op het eerste Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres in Brugge werd zowel vanuit Vlaamse als Nederlandse zijde duidelijk dat economische weerbaarheid niet ontstaat door afwachten, maar door actief sturen op waar, hoe en voor wie ruimte voor economie beschikbaar wordt gesteld.Kennisdeling over de grens is niet nieuw, maar zelden was die uitwisseling zo doelgericht als tijdens deze eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres. Zo’n tweehonderd beleidsmakers, ontwikkelorganisaties en experts zowel Vlamingen als Nederlanders spraken afgelopen week in het Bruges Meeting & Convention Centre (BMCC) over de vraag hoe bedrijventerreinen en economische ruimte kunnen bijdragen aan een weerbare economie, in een context waarin uitbreiden niet langer vanzelfsprekend is.In zijn opening via een videoverbinding plaatste Vlaams minister-president en minister van Economie Matthias Diependaele de centrale opgave expliciet in het hart van het economisch beleid. Productiviteit en competitiviteit zijn kernambities van het Vlaamse regeerakkoord, maar staan steeds vaker onder druk door fysieke grenzen.‘Economische groei en innovatie hebben ruimte nodig’, stelde Diependaele. ‘Ruimte voor ondernemingen om te investeren, te produceren en te innoveren. En precies daar ligt vandaag een van de grootste uitdagingen: ruimte is schaars.’Die schaarste vraagt volgens hem om doelgerichter sturen. ‘We moeten de ruimte die we hebben strategisch inzetten en expliciete keuzes maken over waar en hoeveel ruimte we voorzien voor economische activiteiten.’Met het Vlaamse actieplan ruimte voor bedrijvigheid wil de regering voorkomen dat economische ontwikkelingsruimte versnipperd raakt of langdurig onbenut blijft. Daarbij ziet hij een actieve rol voor de overheid, samen met lokale besturen en Vlaamse intercommunales. Via VLAIO wil Vlaanderen optreden als partner bij de complexe opgave om ruimte voor economie daadwerkelijk mogelijk te maken.Het Vlaams-Nederlandse karakter van het congres noemde hij daarbij essentieel. ‘We kunnen veel van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat we samen de Rijn-Maas-Scheldedelta verder kunnen uitbouwen tot een van de belangrijkste economische motoren van Europa.’Weerbaarheid centraalDe keynote van econoom Johan Albrecht (Itinera Institute, Universiteit Gent) plaatste die bestuurlijke ambities in een bredere Europese context. Volgens Albrecht is Europa de afgelopen jaren vooral bezig geweest met het compenseren van crises, in plaats van het versterken van zijn economische fundamenten.‘In 2022 en 2023 heeft Europa bijna 800 miljard euro uitgegeven aan energie? en crisissubsidies’, zei Albrecht. ‘Twee derde tot drie kwart daarvan is terechtgekomen bij gezinnen en bedrijven die die steun eigenlijk niet nodig hadden. Dat is pure verspilling.’Die aanpak maakt Europa volgens hem niet sterker voor toekomstige schokken. ‘We moeten stoppen met herstellen achteraf en werken aan structurele weerbaarheid.’ Die noodzaak wordt zichtbaar door de opeenvolging van geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van mondiale productieketens, ook voor vitale goederen.‘Vrijwel alle antibiotica en actieve farmaceutische stoffen worden vandaag geproduceerd in India en China. Als die supply chains worden doorgeknipt, kunnen Europese ziekenhuizen binnen één maand niet meer opereren.’Sturen noodzakelijkDe centrale vraag die Albrecht stelde, raakte direct aan het congresthema: wie stuurt werkelijk op economische ruimte? ‘Willen we economische ruimte actief aansturen, of blijven we doen alsof we alleen faciliteren en zien we wel wat er gebeurt?’In situaties van schaarste – aan ruimte, energie of netcapaciteit – worden volgens hem altijd keuzes gemaakt. ‘Als er netcongestie is en niet alles kan worden aangesloten, doet iemand industriebeleid. Alleen gebeurt dat vandaag vaak door netbeheerders en toezichthouders, zonder democratisch mandaat.’Dat leidt tot een impliciet en reactief industriebeleid. ‘Wat we nodig hebben, is een proactief en strategiegedreven industriebeleid waarin we durven kiezen.’Ruimte als hefboomInternationale voorbeelden laten volgens Albrecht zien dat zulke keuzes effect kunnen hebben. Landen als Hongarije en Polen wisten in relatief korte tijd een batterij-industrie op te bouwen met gerichte staatssteun, snelle vergunningverlening, vooraf ingerichte bedrijventerreinen en gegarandeerde energie-aansluitingen. Duitsland ontwikkelde rond Dresden een halfgeleidercluster, vooral gericht op automotive toepassingen. Voor Vlaanderen en Nederland ligt de sleutel niet in kopiëren, maar in het benutten van eigen sterktes. Daarbij waarschuwde Albrecht voor ver doorgeschoten specialisatie van bedrijventerreinen. ‘De echte bron van economische vooruitgang is diversiteit, niet specialisatie. Innovatie ontstaat op het snijpunt van sectoren.’Dat pleit voor gemengde economische omgevingen waarin functies elkaar versterken. ‘Je moet niet elk park één functie geven. Juist menging vergroot de kans op kruisbestuiving.’Deelsessies in teken van visie naar instrumentNaast het plenaire programma boden de break-out sessies tijdens het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres, een initiatief van vakblad BT in samenwerking met partners VLAIO en Vlinter (een samenwerkingsverband van 12 Vlaamse intergemeentelijke verenigingen voor streekontwikkeling en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.), verdieping rond de vraag hoe beter benutten in de praktijk vorm krijgt. Waar het plenaire debat draaide om richting en keuzes, stonden in de deelsessies instrumenten, governance en uitvoering centraal. De focus lag op de ‘hoe vraag’ dus het (beter) benutten van bestaande sturingsmiddelen, zoals het Vlaamse terugkooprecht, bovenlokale programmering en afspraken over uitgifte en herontwikkeling. Daarbij ging het minder om juridische techniek dan om bestuurlijke vragen: wie stuurt, wanneer grijp je in en hoe houd je dat legitiem. Ook herontwikkeling van bestaande terreinen, verweving van functies en de noodzaak van regionale samenwerking kwamen herhaaldelijk terug. Gezamenlijk lieten de sessies zien dat het debat is verschoven van of sturing nodig is naar hoe die sturing uitvoerbaar en consistent wordt ingericht. De vragen die in de break?out sessies concreet op tafel kwamen, raken daarmee aan een fundamentelere kwestie: hoe kijken we eigenlijk naar bedrijventerreinen in ons economische en ruimtelijke denken?Die vertaalslag stond centraal in het plenaire gesprek tussen Mark Andries (directeur VLAIO) en Jurgen Geelhoed (directeur Regio & Ruimte bij het Nederlandse ministerie van Economische Zaken). Beide deden een poging om concreet te maken wat ‘beter benutten’ in beleid en praktijk betekent. Geelhoed schetste hoe Nederland de afgelopen jaren scherper is gaan kiezen. ‘We hebben een aantal sectoren aangewezen met hoge toegevoegde waarde of een duidelijke bijdrage aan transities en weerbaarheid. Daar koppelen we het begrip productief ruimtegebruik aan.’Andries benadrukte dat beter benutten meer is dan verdichten alleen. ‘Productiviteit gaat niet alleen over arbeid, maar ook over ruimte. Hoe halen we meer waarde uit elke vierkante meter die we gebruiken?’Dat vraagt volgens hem ook om innovatie op bedrijventerreinen zelf. ‘Op veel terreinen in Vlaanderen lijkt de tijd stil te staan. Daar moet opnieuw durf en experiment in komen.’Schaarste dwingt tot keuzesNetcongestie maakt volgens beide sprekers duidelijk dat sturen onvermijdelijk is. ‘In Nederland staan duizenden bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting’, aldus Geelhoed. ‘Dan moet je prioriteiten stellen.’Die keuzes worden vaak impliciet gemaakt. Volgens Andries hoort dat niet zo. ‘De vraag is niet of we kiezen, maar wie kiest en op basis waarvan.’ Dat vraagt om gezamenlijke programmering tussen rijk, regio’s en gemeenten, in plaats van adhoc beslissingen.Een gevoelig punt daarbij is de verhouding tussen landbouw en industrie. Geelhoed wees erop dat herverdeling van landbouwgrond ruimte kan bieden voor transities, maar Andries waarschuwde voor polarisatie. ‘Landbouw is economie. Zonder landbouw geen voedingsindustrie. Een groot gevecht tussen sectoren is niet productief.’Volgens Andries ligt de sleutel vooral bij het activeren van gronden die al bestemd zijn voor bedrijvigheid. ‘In Vlaanderen liggen nog honderden hectaren industriegrond die vandaag niet economisch worden benut. Daar moeten we gerichter op sturen.’In de afsluitende keynote plaatste planoloog Karel Van den Berghe (TU Delft) het hernieuwde belang van bedrijventerreinen in een historisch en conceptueel kader. Volgens hem is het denken over bedrijventerreinen decennialang heen en weer geschoten tussen afwijzing en idealisering - een jojo-beweging die leidt tot inconsistent beleid, aldus Van den Berghe. Van den Berghe duidde dat met het concept van een trilemma: duurzaamheid, veiligheid en betaalbaarheid. ‘Het is een onoplosbare keuze. Elke richting die je kiest, heeft per definitie negatieve gevolgen voor de andere twee.’ Dat botst volgens hem met het diepgewortelde idee van maakbaarheid in de ruimtelijke planning, waarin gebieden worden ontworpen alsof ze afgerond en geoptimaliseerd kunnen worden.De geschiedenis van de globalisering laat zien hoe die keuzes verschuiven. Na de oorlog stond veiligheid centraal en werd economie vooral nationaal georganiseerd. Daarna volgde een sterke focus op betaalbaarheid en schaalvoordelen, met globalisering en vergaande zonering als ruimtelijke vertaling. Bedrijventerreinen fungeerden toen vooral als plekken om economische activiteit te kanaliseren en af te schermen van wonen. Die fase is volgens Van den Berghe voorbij. In een tijd van deglobalisatie en geopolitieke onzekerheid staat productie opnieuw centraal. Daarmee keren bedrijventerreinen terug als cruciale schakels in economische systemen. Maar hij waarschuwde voor een nieuwe valkuil: het uitsluitend defensief benaderen van bedrijventerreinen met losse argumenten als werkgelegenheid, circulariteit of innovatie. ‘Dat is een Calimero discussie, en daardoor kwetsbaar.’Bedrijventerreinen zijn onderdelen van netwerkenVolgens Van den Berghe moeten bedrijventerreinen worden benaderd als onderdelen van netwerken van waarde. Niet het individuele bedrijf is doorslaggevend, maar de samenhang tussen bedrijven, sectoren en regio’s - vaak over gemeente? en landsgrenzen heen. Daarbij gaat het niet alleen om start ups of scaleups. ‘Ook de ogenschijnlijk gewone bedrijven zijn cruciaal om economische levenscycli draaiende te houden.’De kernboodschap van Van den Berghe luidde: de stad heeft bedrijventerreinen nodig, maar bedrijventerreinen hebben ook de stad nodig. 'Onder hyperglobalisatie zochten steden economische betekenis en had de stad bedrijventerreinen nodig; in het huidige tijdsgewricht zijn bedrijventerreinen afhankelijk van stedelijke netwerken, kennis, arbeidsmarkten en voorzieningen om relevant te blijven.'Daarmee sluit hij aan bij de centrale conclusie bij de eerste editie van het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres. In een context van schaarste vraagt economische weerbaarheid niet om nostalgie of romantisering, maar om consequent beleid waarin keuzes expliciet worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn volgens de planoloog geen probleem dat moet worden opgelost, maar een strategische realiteit waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.

02-04-2026
Aanmelden nieuwsbrief