Bedrijventerreinen, vakantieparken en centrumgebieden kampen met vergelijkbare uitdagingen: versnipperd eigendom, verwaarlozing, gebrek aan centraal beheer en speculatie. Hoe kunnen we grip krijgen op grond en vastgoed, en wat kunnen deze verschillende ‘werelden’ van elkaar leren?

Tijdens het seminar ‘Grip op grond & vastgoed: Wat kunnen bedrijventerreinen, vakantieparken en centrumgebieden leren van elkaar?' dat BT en Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) op woensdag 18 maart organiseren, staan we stil bij de parallellen en verschillen tussen de aanpak van bedrijventerreinen, vakantieparken en centrumgebieden. We verkennen hoe regionale samenwerking, instrumenten als voorkeursrecht, verevening en (al dan niet) verplichte organisatiestructuren kunnen bijdragen aan beter beheer, herstructurering en toekomstbestendige ontwikkeling.

PROGRAMMA

13:30 uur
Inloop met koffie/thee

14.00 uur
Inleiding ‘Grip op grond en vastgoed’
Erwin van der Krabben, hoogleraar gebiedsontwikkeling, Radboud Universiteit

14.15 uur
Grip op grond: lessons learned uit 10 jaar Vitale Vakantieparken (VVP) en Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken (Veluwe)
De Veluwe telt honderden vakantieparken. Een deel kampt met versnipperd eigendom, verloedering en soms criminaliteit. Het programma Vitale Vakantieparken zoekt al jaren naar manieren om meer grip te krijgen op grond en vastgoed. Die zoektocht levert lessen op die ook relevant zijn voor winkelgebieden en bedrijventerreinen. Dat resulteerde in een keur aan onderzoeke, waaronder het recente onderzoek ‘grip op grond’.
.Rob van den Hazel, programmamanager Vitale Vakantieparken en Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken
.Manfred Fokkema, advocaat-partner bij Infense, actief op het snijvlak van het privaatrecht en het publiekrecht. Vanaf 2001 heeft hij zich gespecialiseerd in project- en gebiedsontwikkeling.

15.00 uur
Grip op vastgoed: lessen uit de aanpak van centrumgebieden - vastgoed als sleutel naar succes
Onderzoek van de Vrije Universiteit wijst op een positief effect van het opkopen en beheren van vastgoed op centrumgebieden. Via vastgoed krijg je namelijk het snelste grip op gebruik. Ervaringen van Ginder in de Witte de Withstraat in Rotterdam en het Modekwartier in Arnhem laten ook zien wat de positieve impact is. Maar dan moet je wel eerst grip op vastgoed krijgen.  Welke instrumenten zet je daarvoor in? Tegelijkertijd blijkt ook daar dat het strategisch opkopen geen wondermiddel, eerder een instrument binnen een afgewogen mix is binnen een strategie waarbij opbouw en afbouw (of de wortel en de stok) hand in hand gaan.
.John Bardoel, senior adviseur/partner, Ginder
.Gemeentecasus (volgt)

15.45 uur
Korte pauze

16.00 uur
Grip op grond en vastgoed: beter benutten bedrijventerreinen - wat kan wel, waar wring te schoen? Reflectie op vakantieparken en centrumgebieden
Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) kocht in 2024 een vervuilde fabriekslocatie op bedrijventerrein Hoge Rijndijk in Woerden, sloopte de bebouwing, en gaf de grond (1,5 ha) na markconsultatie in een tender weer uit, mét randvoorwaarden. Hoe krijgt de OMU ten eerste zo’n locatie in handen op een concurrerende grond- en vastgoedmarkt? Hoe hou je naast grip bij uitgifte, ook grip op de lange termijn? Kan je kavels onderhands toewijzen om bedrijfsverplaatsing mogelijk te maken? Wat zit er in je gereedschapskist? Waar wringt de schoen? We vragen OMU-directeur Frank Hazeleger, voorzitter van de SKBN, zijn kennis en ervaring te delen uit het bedrijventerreindomein. Om vervolgens te reflecteren op de aanpak van Vitale Vakantieparken en centrumgebieden. Hoe kunnen we daar toegepaste instrumenten en processen ook gebruiken in het bedrijventerreindomein? Om zo effectiever grip te krijgen op grond en vastgoed? En daarmee op ruimtelijk-economische doelen? Wat kunnen we leren van elkaar?
.Frank Hazeleger, directeur OMU, voorzitter SKBN

16.15 uur
Wrap up & gezamenlijke agendaformulering
Erwin van der Krabben & Jan Jager

16.30 uur
Netwerkborrel


Facts & Figures
Datum: Woensdag 18 maart 2026
Tijd: 14.00 - 17.00 uur
Locatie: Redactiekerk, Paulus Borstraat 41 in Amersfoort



Event
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland
Groene Gezonde Bedrijventerreinen Estafette in Flevoland

SKBN, Steenbreek en Werklandschappen van de Toekomst nodigen je mede namens de provincie Flevoland van harte uit voor een inspirerende middag bij het Proeflokaal in Almere. In Flevoland werken zes gemeenten actief aan het herstructureren en intensiveren van bestaande bedrijventerreinen, ondersteund door verschillende provinciale trajecten. Tijdens deze bijeenkomst deelt de gemeente Noordoostpolder haar aanpak binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe wordt de stap gezet naar vergroening? Hoe worden economische ruimte, klimaat en natuur gecombineerd? En wat vraagt dit van interne samenwerking en commitment?Daarnaast gaan we in een interactieve workshop in op de verschillende stakeholders binnen bedrijventerreinen en hun rollen en belangen. Zo ontstaat een compleet beeld van wat nodig is om te komen tot toekomstbestendige, gezonde en groene werklandschappen. De urgentie is groot. Uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de Nederlandse bedrijventerreinen onvoldoende voorbereid is op wateroverlast door klimaatverandering. Bovendien heeft 5 op de 6 terreinen een tekort aan groen. Tijdens deze middag krijgt u concrete inzichten, praktijkvoorbeelden en handvatten om zelf aan de slag te gaan in je eigen regio. Het aantal plaatsen is beperkt tot 50 deelnemers. Meld je daarom tijdig aan.Programma13.00 | Inloop met koffie en thee13.30 | Welkom door moderator Margot Ribberink en Erik-Jan van Dijk, senior adviseur Ruimtelijke Economie bij provincie Flevoland.Over het traject dat de provincie doorloopt met en voor haar zes gemeenten om tot groene, toekomstbestendige bedrijventerreinen te komen.13.40 | De aanpak van Nagelerweg, gemeente Noordoostpolder. Hoe kom je tot een juiste aanpak, hoe ga je van start?Gemeente Noordoostpolder is recent gestart als ambassadeursterrein binnen het programma Werklandschappen van de Toekomst. Hoe begin je als gemeente, in samenwerking met de ondernemers, en wat heb je daarbij nodig? Wat heeft de gemeente gedaan, óók intern. Er wordt gewerkt aan een Transitieplan, hoe ziet dat eruit? En op welke manier heeft het programma hen op weg geholpen? We kijken met 3 stakeholders in deze aanpak wie welke rol heeft, en wat het vergt om daadwerkelijk aan de slag te gaan. Inclusief gesprek met de zaal.14.15 | Aan de slag met hulp van IVN FlevolandSamen met landschapsbeheer Flevoland heeft IVN Flevoland een concreet project- en handelingsperspectief voor gemeenten om samen met bedrijven aan de slag te gaan met de aanplant van heggen en eetbare buitenlunch plekken. Uitgevoerd door hun eigen medewerkers als bedrijfsactiviteit. IVN biedt bedrijven advies over plantmateriaal, financiering en ondersteuning in aanplant.Lourens Formsma, IVN Flevoland14.25 | Korte pauze14.45 | Workshop: Samen naar een groen resultaatWorkshop in drie groepen o.l.v. Idverde. Concreet aan de slag met vergroening op bedrijventerreinen. Wie heeft welke rol en hoe kom je tot een groen resultaat?15.45 | Inspelen op een groene behoefteWaar zit de intrinsieke motivatie van ondernemers, en hoe kun je dat stimuleren met beleid?Hugo Kranenburg, directeur Stichting Greendustry16.00 | Samenvatting en afronding door moderator.16.15 | BorrelFacts&FiguresWat >> Estafettetop FlevolandWanneer >> Donderdag 25 juniTijdstip >> 13.00 - 16.30 uur (inclusief borrel) Locatie >> Het Proeflokaal in Almere, Arboretum West 100, 1325 WB AlmereDoelgroep >> dit programma is bestemd voor vertegenwoordigers van medeoverheden, ondernemers en parkmanagers. Andere geïnteresseerden komen op de wachtlijst te staan.Meld je aan

25-06-2026
Opinie
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’
'Zie bedrijventerreinen niet langer als geïsoleerde zones’

Bedrijventerreinen moeten niet langer uitsluitend worden bekeken als afgebakende werkgebieden met een functionele of logistieke rol. Volgens Karel Van den Berghe, planoloog en universitair hoofddocent ruimtelijke planning en stedelijke ontwikkeling aan de TU Delft, vraagt de veranderende economie om een bredere blik op de rol van deze gebieden.‘Van oorsprong zijn bedrijventerreinen een organisatorisch, topografisch en defensief concept, het gaat om zoveel vierkante meters, zoveel banen en zoveel milieuruimte’, zegt Van den Berghe.  Lange tijd was dat volgens de universitair hoofddocent - en lid van de Adviesraad van SKBN - een logische manier om economische functies ruimtelijk te ordenen. Maar die manier van kijken past volgens hem steeds minder goed bij de economische werkelijkheid van nu. Ook in het ruimtelijk debat worden bedrijventerreinen volgens hem nog vaak te beperkt benaderd. ‘Bedrijventerreinen worden vaak vergeten of puur technisch en logistiek ingestoken, en komen als laatste aan bod bij het bedenken en ontwerpen van stedelijke en regionale systemen’, zegt hij.  Daarmee raken ze gemakkelijk op de achtergrond in discussies over woningbouw, gemengde gebieden en stedelijke ontwikkeling. Historisch gegroeid perspectief De planoloog plaatst die onderwaardering nadrukkelijk in een historische context. Volgens hem is het klassieke denken over bedrijventerreinen sterk verbonden met het economische tijdperk waarin nationale economieën en sectoren centraal stonden.  ‘Veel concepten die we vandaag gebruiken, hebben een origine in verschillende momenten in deze verschillende tijdperken.’  ‘Tijdens Bretton Woods, met naties als dominante organisatie, was het handig om vergelijkingen tussen deze naties en activiteiten te maken. Hieruit komen de concepten van bruto nationaal product en “economische sector”.’ Het brede gebruik van bedrijventerreinen kwam volgens Van den Berghe pas echt op gang vanaf de jaren zeventig, toen de globalisering op stoom kwam.  ‘Om deze groei in economie te sturen, werden bedrijventerreinen een essentieel planologisch instrument om deze te bundelen, op zoek naar agglomeratievoordelen en specialisatie, en vooral het beheersen van externe factoren, zoals logistiek, lawaai of geur.’ In die zin waren bedrijventerreinen tegelijk aanjager en beheersinstrument van economische groei. Volgens de universitair hoofddocent aan de TU Delft veranderde dat tijdens de periode van hyperglobalisering ingrijpend. Nederland wist zich sterk te positioneren in handel, logistiek en internationale dienstverlening.  ‘Voor de immateriële diensten zijn het best gekend de gebiedsontwikkelingen Amsterdam-Zuid of de Kop van Zuid in Rotterdam’, zegt hij.  ‘Op het andere aspect was er geen plek in de wereld die zo goed zijn havens en infrastructuur uitbouwde om de enorme groei van logistiek tijdens hyperglobalisatie te accommoderen.’ Die ontwikkeling had ook gevolgen voor de positie van bedrijventerreinen buiten de grote logistieke en stedelijke knooppunten.  ‘Bedrijventerreinen, althans die buiten de havens, werden steeds minder belangrijk. De bedrijventerreinen, en al zeker die in of nabij grote steden, die tijdens hyperglobalisatie wel nog overbleven, daarvan kan men vandaag stellen dat die het volhielden ondanks en niet dankzij de ruimtelijke ordening.’Bedrijventerrein als schakel Volgens de TU Delft-onderzoeker is dat oude perspectief nog steeds zichtbaar in de manier waarop bedrijventerreinen vandaag worden benaderd.  Ook nu ziet hij dat terreinen in en nabij steden geregeld worden herontwikkeld vanuit een discours van creativiteit, menging of circulariteit, maar dat de uitkomst vaak vooral residentieel of commercieel is. ‘Eerst met het “omarmende” of “zalvende” discours van “creatief”, “woon/werk milieus”, “circulair” of “gemengd ontwikkelen”, maar in realiteit vaak toch wel overwegend richting residentieel en commercieel landgebruik.' Tegelijk vindt de van origine Vlaming dat juist nu een andere blik nodig is. Volgens hem leven we in een periode waarin deglobalisering, geopolitieke spanningen en kwetsbare ketens de economie veranderen. Dat betekent volgens de planoloog niet het einde van het bedrijventerrein. ‘Integendeel’, zegt hij, juist een herwaardering ervan.‘Bij veel herontwikkelingen van bedrijventerreinen in of nabij grote steden zie je nu al dat ze moeilijk bereikbaar, betaalbaar en afrondbaar zijn. En de grote schokken moeten waarschijnlijk nog komen.’ Van den Berghe benadrukt met name dat bedrijventerreinen niet als losse locaties moeten worden gezien, maar als onderdelen van een groter systeem.  ‘We moeten bedrijventerreinen niet langer zien als geïsoleerde zones, maar als onderdelen van een groter, cross-sectoraal netwerk dat innovatie, veerkracht en maatschappelijke waarde genereert’, zegt hij.  Daarmee verschuift ook de betekenis van zulke gebieden: niet alleen wat er direct op het terrein gebeurt telt, maar ook de rol die het speelt in bredere productieketens, logistieke structuren en samenwerkingsverbanden. De universitair hoofddocent wijst daarbij op plekken als Eindhoven, Leuven, Gent, Delft en Leiden. Zulke terreinen zijn volgens hem succesvol omdat ze ‘de kracht van de stad benutten - toegang tot talent en nabijheid van politieke en financiële centra - en tegelijk genoeg ruimte bieden om echt bedrijventerrein te zijn’.  Maar, voegt hij eraan toe: ‘Ze staan nooit op zichzelf. Ze zijn onderdeel van een groter netwerk van bedrijven en terreinen.’ Meer dan BNP en werkgelegenheid Volgens Van den Berghe gaat het mis als bedrijventerreinen alleen worden verdedigd met cijfers over banen, rendement of bruto nationaal product (BNP). ‘Toch worden die terreinen vaak verdedigd met simpele argumenten: hun aandeel in het BNP of het aantal banen dat ze opleveren.'  ‘Maar dit soort argumenten zijn vooral defensief en ‘calimero achtig’.’ Daarmee blijft volgens hem buiten beeld wat bedrijventerreinen maatschappelijk en economisch mogelijk maken. Een van de voorbeelden die hij noemt, is circulariteit. Die ontstaat volgens hem lang niet altijd op één locatie, maar juist in netwerken tussen bedrijven op verschillende terreinen.  ‘Ons recente onderzoek laat bijvoorbeeld zien dat circulariteit in Nederland juist wordt gedragen door de goede samenwerking tussen bedrijven verspreid over verschillende bedrijventerreinen.’ Juist daarom is volgens de planoloog een ‘vernieuwende manier van ruimtelijk-economisch denken nodig, die verder gaat dan ‘rendement’, ‘BNP’, ‘topsector’, ‘winst’ of ‘aantal banen’. Die andere manier van denken heeft volgens hem ook gevolgen voor de ruimtelijke planning. De betekenis van zonering kan de komende jaren kantelen.  ‘Zonering zal in dit geval niet zoals vanaf de jaren 1970 zorgen voor het beperken van de ‘last’ van bedrijventerreinen, maar zonering zal er steeds meer voor zorgen dat bedrijventerreinen steeds minder 'last' hebben van de stad.’  'De kijk op bedrijventerreinen, stedelijke omgevingen en havengebieden moet anders. Beschouw ze niet als losse werelden, maar als onderdelen van hetzelfde economische en maatschappelijke systeem.'

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief