De bestemming voor de 10e SKBN Studiereis is bekend: van woensdag 21 tot en met vrijdag 23 mei zetten we zeil naar de Oostenrijkse metropool Wenen. Het thema van deze reis is: Slimme productie in de grote stad.

Wenen staat bekend om haar actieve grondpolitiek en ruimtelijk beleid, dat niet alleen wordt ingezet voor volkshuisvesting, maar ook voor het borgen van een omvangrijk economisch programma en 300.000 banen in de productieve sector.
Zo borgt de stad productieve economie beleidsmatig met het fachkonzept Productieve Stadt, en reserveert het ook nieuwe ruimte voor economie.
Vienna Business Agency (Wirtschafts Agentur Wien) ontwikkelt namens Stadt Wien bedrijfsruimte en verhuurt deze voor betaalbare prijzen aan bedrijven.

Wenen, dat de economische motor is van het land en als schakel fungeert tussen West- en Oost-Europa, heeft veel te bieden. Zo wil de stad een nieuwe standaard neerzetten van slimme productie in de grote stad. In het Technology Centre Seestadt werken bedrijven en wetenschap aan industriële innovatie. Vienna Business Agency organiseert daarnaast start-up challenges en biedt startende bedrijven incubatieruimte aan. Vienna BioCenter voorziet in ruimte voor 60 labs en kantoren voor de florerende life sciences-sector in de Oostenrijkse hoofdstad.

Programma (wijzigingen onder voorbehoud)

Woensdag 21 mei
Middag

ECONOMIC STRATEGY & SPATIAL POLICY FRAMEWORK
>> Strategy ‘Vienna 2030 – economy & innovation’
>> Spatial implementation: fachkonzept ‘Produktive Stadt’/ STEP 2025

CAMPUSSES & SCALE-UPS
>> Vienna Biocenter

Donderdag 22 mei
Ochtend           

FROM POLICY TO IMPLEMENTATION
>> Introduction Vienna Business Agency (Wirtschaftagentur).
>> providing ‘special buildings’ and pushing forward life sciences by LISA (Live Sciences Austria) Vienna Regional Economic Coöperation with Lower Austria’s Wirtschaftsagentur.
>> Management of working locations.
>> Geschäftiges Treiben: Wiener Geschäftsquartiere (making Vienna’s high streets work).

Middag

SEESTADT AS A LIVING AND WORKING DESTINATION
>> Introduction Wien 3420 aspern development AG
>> Experiencing the start of the development concept of a ‘working city’

Vrijdag 23 mei
Ochtend           

PIONEERS IN SUSTAINABLE INNOVATION
>> Food innovation
>> Climate technologies


De SKBN Studiereis is alleen toegankelijk voor leden van SKBN.

 

Event
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs
Studiereis: Campussen, innovatiedistricten en startup-hubs

Startups en scale-ups zijn een belangrijke motor voor economische groei en verdienvermogen. Veel startups en scale-ups zijn gevestigd op campussen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie. Op 1 en 2 april 2026 organiseren BT en TwynstraGudde de zesde 'campusreis'. Dit keer naar de zuidelijke Randstad. Campusomgevingen treken veel talent aan, wat voor overheden, bedrijven en kennis- en onderwijsinstellingen een motief is samen te werken aan de ontwikkeling van een campus- of innovatiedistrict. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus, innovatiedistrict of startup-hub wil hebben. Tweedaagse studiereis Na vijf succesvolle eerdere edities zetten we bij deze zesde ‘Studiereis campussen, innovatiedistricten en startup-hubs’ koers naar de Zuidvleugel van de Randstad. We bezoeken een innovatiedistrict en publieke en private campussen. Soms voortgekomen uit een onderwijscampus die bedrijven naar zich toetrekken, of een bedrijfscampussen met een kennis- en onderwijscomponent. Meestal volwassen campussen, maar dit jaar ook een campus/innovatiedistrict dat nog in een pril stadium verkeert, maar waar een grote gebiedsontwikkelaar uit de Brainport-regio zich al financieel aan heeft verbonden en medio 2025 het eerste bedrijfsgebouwen opleverde. We volgen daarbij nagenoeg de route van de ‘Oude Lijn’ van Leiden naar Dordrecht, die zich steeds meer ontwikkelt als een kennis-as. De te bezoeken campussen kunnen dan ook niet los van elkaar worden gezien.  Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner TwynstraGudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots: LEIDEN BIO SCIENCE PARK Van universiteits- en bedrijvencampus naar innovatiedistrict UNMANNED VALLEY Van vliegveld naar hét Nederlandse testcentrum voor onbemande technologie TITAAN DEN HAAG Van tabaksopslag naar private broedplaats voor creatieve startups en bedrijven BIOTECH CAMPUS DELFT/ PLANET B.IO Van DSM-site naar witte biotech-bedrijvencampus met opschaalcapaciteit LEERPARK DORDRECHT/DUURZAAMHEIDSFABRIEK Van MBO-campus naar maritime onderwijs- en bedrijvencampus MECHATRONICA INNOVATIE CAMPUS SCHIEDAM (MICS) Van verouderd bedrijventerrein naar high tech systems- en materialencampus Centrale vraag deze editie is:  Hoe ontwikkel, organiseer en financier je een campus en wie speelt daarbij welke rol? Subvragen zijn: Hoe stuur je als overheid op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de markt? Hoe stuur je als private organisatie(s) op de totstandkoming van een campus en hoe werk je daarbij samen met de overheid? Hoe betrek je onderwijs- en zorginstellingen en bedrijven bij de campus? Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen/in innovatiedistricten? Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit? Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? Hoe zorg je voor een cultuur van kennisuitwisseling en open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? Hoe zet je een innovatieprogramma op? Hoe zorgt je voor levendigheid op de campus/het innovatiedistrict? Facts & Figures Wat: 2-daagse campusreis*; Wanneer: woensdag en donderdag 1 & 2 april 2026; Voor wie: iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen, innovatiedistricten en start-up hubs betrokken is, of daarmee bezig wil; Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf; Kosten: € 1.550,00  AANMELDEN  

01-04-2026
Nieuws
Ontwikkeling Business Park Amsterdam Osdorp fase 2 krijgt BREEAM-Outstanding certificering
Ontwikkeling Business Park Amsterdam Osdorp fase 2 krijgt BREEAM-Outstanding certificering

De uitspraak “Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg” wordt vaak toegeschreven aan Albert Einstein. Hoewel het niet zeker is of hij dit letterlijk heeft gezegd, sluit het idee erachter aan bij het feit dat als je dingen op dezelfde manier aanpakt, je ook dezelfde resultaten kan verwachten. Terwijl het bij innovatie en verandering juist zo belangrijk is om buiten je comfortzone te stappen en nieuwe strategieën te bedenken. De toepassing van Einsteins filosofie zorgt voor een outstanding beoordeling van BREEAM-NL voor gebiedsontwikkeling van Business Park Amsterdam Osdorp fase 2. Projectmanager Sheila van Vliet van SADC en Hein Veldmaat, Business Leader duurzame stedelijke ontwikkeling bij TAUW, vertellen er vol trots en enthousiasme over. ‘Samen anders durven kijken brengt ons verder’ “Bij SADC ontwikkelen we werklandschappen van de toekomst”, vertelt Sheila. “Dat zijn werklocaties van hoge kwaliteit, waar mensen graag werken en verblijven. De bedrijven die zich op onze terreinen vestigen delen onze ambities op economisch, ecologisch en maatschappelijk gebied. Dat ontwikkelen doen we op een heel adaptieve manier: we leggen de lat op het gebied van duurzaamheid steeds hoger en houden constant rekening met de voortschrijdende inzichten uit eerdere ontwikkelingen. Dat we voor de ontwikkeling van Business Park Amsterdam Osdorp fase 2, dat we na voltooiing van fase 1 ontwikkelen, gecertificeerd zijn met de BREEAM-NL Gebiedsontwikkeling Outstanding-certificering, maakt enorm trots. Het is door onze werkwijze echt een place to be aan het worden, en dat zien we ook terug aan het enthousiasme van de bedrijven die zich hier vestigen en die met ons mee voorop lopen. Want we doen als SADC heel veel in het gebied, maar vragen van onze klanten hetzelfde op kavel- en gebouwniveau. Dat brengt de locatie als geheel echt verder.” Een betere wereld begint (ook) bij BREEAM “Het BREEAM-certificaat kennen veel mensen van de beoordeling van gebouwen, maar is er dus ook voor gebiedsontwikkeling. Het duurzaamheidskeurmerk geeft aan hoe duurzaam een gebied is ontworpen, gebouwd en wordt beheerd. Ook worden scores gebruikt om de impact op het milieu te meten, om zo gezonde en leefbare gebieden te ontwikkelen. Het aantal criteria waarop getoetst wordt is groot, en daarom hebben we dit traject samen met Hein aangevlogen. Behalve dat hij nauw betrokken is bij het opstellen van het inrichtingsplan en het gebied dus heel goed kent, is hij expert op duurzame stedelijke ontwikkeling en helpt ons de maximale prestaties te realiseren, op een uitgebreide, serieuze en doordachte manier.” Hein: “Duurzaam ontwikkelen is niet nieuw voor SADC. Sterker nog, het zit in hun DNA, is hun intrinsieke motivatie. We waren daarom al heel goed op weg met de eisen die BREEAM stelt, die zijn eigenlijk onze ‘ondergrens’. Van begin medio 2017 zijn we op pad gegaan om een state-of-the-art duurzaam werklandschap van de toekomst te realiseren. Dat ons gehele ontwikkelproces, het ontwerp en de beheerplannen voldoen aan de hoogste waardering van BREEAM Gebied, zijn we trots op. Op bepaalde vlakken gingen we zelfs verder dan de beoordelingsmethodiek. Dat maakte het voor mij makkelijk om ze in het ontwikkelplan te borgen, waarbij ik ben uitgegaan van de optimale mix van de aard van het ontwikkelgebied en het ontwikkel- en ontwerpproces, wat we integraal hebben aangepakt. Dat klinkt misschien wat ingewikkeld, maar het komt erop neer dat we over alle elementen, waarop we getoetst zouden gaan worden, al hadden nagedacht. En dat we zelfs verder gingen dan dat. Zo zijn we heel ver gegaan in het bodemvriendelijk en bodemecosysteem gestuurd ontwerpen. Dat heeft weer geleid tot een geheel nieuw wegontwerp waarbij de aanwezige kleilagen zijn bewerkt tot hoogwaardige fundering voor de weg.”  Anders kijken is anders doen “Samen met stedenbouwkundigbureau MUST hebben we een masterplan en inrichtingsplan ontwikkeld. En daarbij kwamen initiatieven aan de orde die verder gingen dan in eerste instantie gedacht. Neem bijvoorbeeld ons bodemwaterecosysteem. Dat is een duurzame methode die heel veel milieu-, kosten- en kwaliteitsimpact heeft als je die zorgvuldig, tijdig en volledig doorvoert. Dit is echt één van onze USP’s in deze ontwikkeling. Terwijl de in Nederland traditionele manier van ophoging werkt door het aanvullen van grondlagen (bijvoorbeeld met zand of puingranulaat) en klei doorgaans als last wordt gezien, stabiliseren wij de bodemstructuur door kleideeltjes vast te zetten in de bodem. Dat levert niet alleen stevige funderingslagen voor infrastructuur op maar voorkomt bovendien materiaalgebruik van primaire en secundaire grondstoffen met al hun vervoersbewegingen. Door het niet ophogen en inbrengen van gebiedsvreemde grondsoorten en puinlagen voorkomen we het verstoren van het bodemwaterecosysteem. Hierdoor blijft de natuurlijke waterhuishouding in het gebied ook beter in balans. Traditionele ophoging is vaak instabiel en heeft te maken met restzettingen waardoor er veel renovatie- en beheerkosten zijn. Dat wordt nu meer voorkomen en leidt tot lagere onderhoudskosten en minder verstoring van de omgeving op de lange termijn. Traditionele ophoging vereist veel transport van grond en machines, wat weer leidt tot een hogere uitstoot van CO2. Even voor het beeld: voor het ophogen van deze grond zou een volgeladen vrachtwagen met zand grofweg twee keer de wereld om hebben moeten rijden. Het immobiliseren van bestaande kleilagen tot funderingslaag is energiezuiniger, duurzamer en levert materiaalbesparing op. Dat we voor deze aanpak hebben gekozen, betekende natuurlijk wel dat we afweken van veel ‘standaarden’. Dat vergde van de partijen waarmee we samenwerken echt wel een andere visie en leiderschap van alle betrokkenen, gemeente Amsterdam, Waternet en alle technische adviseurs en uitvoerders. Dat is ook een grote winst: dat we door anders te gaan kijken het samen ook echt anders zijn gaan doen.” Goed kijken en benutten wat er al is “Bij de ontwikkeling van Business Park Amsterdam Osdorp fase 2 hebben we heel goed en uitgebreid gekeken naar wat er al was. In nauw overleg met experts, zoals de stadsecoloog, speciallist bodemleven van Naturalis en de landschapsbeheerder van Spaarnwoude, hebben we gezocht naar een robuuste en diverse biotopen voor de van origine akkerbouwgrond in het gebied. Biodiversiteit hangt samen met hoe een gebied wordt ingericht en beheerd, hoeveel ruimte er is, en de omgeving waarin het zich bevindt. Goed beheer richt zich op het minimaliseren van verstoring en het aanleggen van een netwerk van natuurgebieden en verbindingen, zowel binnen Business Park Amsterdam Osdorp als met de omliggende gebieden. Vaak wordt biodiversiteit vooral bekeken als iets wat er mooi uitziet en een paar nuttige functies heeft. Bodembiodiversiteit krijgt daarbij weinig aandacht omdat de kennis hierover beperkt is en het minder zichtbaar is. Daarom wordt het bij de inrichting en het beheer vaak overgeslagen. Bij de aanleg van bedrijventerreinen wordt vaak uitgegaan van een ‘dode bodem’, waarbij steriele grond wordt gebruikt en standaard planten worden aangeplant. Dit leidt tot saaie bedrijventerreinen die weinig bijdragen aan de biodiversiteit en het landschap verstoren. Het is bovendien niet duurzaam omdat er weinig ecosysteemdiensten worden geleverd. Dat wilden we anders doen. Door gebruik te maken van de oorspronkelijke grond behouden we niet alleen de identiteit van het gebied, maar zorgen we ook voor een goede start met de bestaande bodembiodiversiteit. Dit sluit aan bij de bodemtypen en leefgebieden in de bredere omgeving. Dit vraagt om durf, want we ontdekken steeds meer hoe belangrijk bodemleven is voor alles wat erboven groeit, terwijl we er nog weinig van begrijpen. Wij kiezen voor een vooruitstrevende aanpak, waarbij het behoud en herstel van de oorspronkelijke bodem centraal staat. Een verwant biotoop is een omgeving die nauw verwant is aan het oorspronkelijke leefgebied van specifieke soorten planten en dieren. Hier hebben we gekozen voor een vernat biotoop, waardoor de bodem bewust natgehouden wordt. Dit stimuleert de groei van planten die van vocht houden en ondersteunt diersoorten die afhankelijk zijn van water. Er is een grondwal ontworpen die gebruik maakt van de aanwezige gradiënt -de variaties in milieuomstandigheden die leiden tot verschillen in vegetatie of diersoorten-, bijvoorbeeld van nat naar droog van 25 meter breed en 2 meter hoog, die het zicht op het business park op een hele natuurlijke manier ontneemt. Bij alles hebben we met respect voor de bestaande situatie gehandeld, en dat betaalt zich op een positieve manier uit. Zo zien we dat de rugstreeppad, hier in de natuurlijkvriendelijke oevers en poelen, weer helemaal zijn thuis heeft gevonden. Daar worden we met zijn allen uiteraard hartstikke gelukkig van.” Fruitboom als verbinder Sheila: “Business Park Amsterdam Osdorp fase 2 ligt aan de rand van Amsterdam, vlakbij de A5 en A9. Dat maakt deze locatie aantrekkelijk voor bedrijven in de stadsdistributie en dienstverlening. Maar we hebben bij het ontwerp ook gekeken naar hoe dit business park kan bijdragen aan de sociale cohesie in de omgeving. Hoe ligt het gebied nou in de omgeving en hoe kunnen we het zó inrichten dat dit een plek wordt waar veel meer gebeurt dan alleen werken? Dat het een plek wordt waar mensen graag samenkomen en er een logisch onderdeel van zijn? En hoe verbinden we bestaande lokale initiatieven als ‘Tuinen van West’ met de ondernemers die hier zitten? Dat zijn vragen waarop in het ontwerp echt mooie antwoorden worden gegeven.” “Mede om die cohesie en verbinding tussen mensen onderling te bereiken hebben we de openbare ruimte ontworpen als een fruitboomgaard met 1500 fruitbomen en een waterpark als hart en ontmoetingsplek aangelegd”, vult Hein aan. “De fruitbomen zorgen voor een ontmoetingsplek om te plukken en een communityproces vorm te geven. In het waterpark -een hoogwaardig stadpark met onder meer aquaducten- komen het hemelwater van de daken en het terrein samen en zorgt een ecologische inrichting voor een verhoogde waterkwaliteit. Strategisch geplaatste boomgroepen zorgen met hun bladerdak niet alleen voor ontmoetingsplekken met licht en schaduw, maar vormen ook de route voor vleermuizen in de verbinding tussen begraafplaats Westgaarde en het westelijk gelegen natuurgebied de Groene As. Wat ook weer een heel mooie wandelroute voor mensen is, met bruggetjes en prachtige inheemse planten en bomen. In plaats van traditionele harde infrastructuur als hemelwaterriool of kadermuren  te bouwen om water tegen te houden, maken we gebruik van Nature Based Solutions. Deze zijn flexibel en hebben het vermogen om zich aan te passen aan veranderende omgevingsfactoren, zoals extreme weersomstandigheden.” Kan niet, bestaat niet Sheila: “Bedrijven die zich hier vestigen moeten aan bepaalde duurzaamheidseisen voldoen en we verwachten ook dat ze hun innovatiekracht aanspreken door middel van het aanleveren een Value Added Plan. Wat ga je doen op het gebied van energie-efficiëntie, hoe zorg je voor lagere onderhoudskosten en welke maatregelen neem je om het comfort voor je werknemers te verhogen zijn bijvoorbeeld zaken die aan de orde komen. Sowieso verhogen investeringen in duurzaamheid, technologie en esthetiek de waarde van het gebouw, waardoor het aantrekkelijker wordt voor potentiële huurders of kopers. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat de onderneming laat zien wie ze is, dat de eigen identiteit naar voren komt. Doordat ze zich op een bedrijventerrein met onze certificering vestigen, helpt hen ook bij hun gebouwcertificering, maar we dagen ze altijd uit om het nog beter te doen. De duurzaamheidsvoorwaarden worden elk jaar, op basis van de nieuwste inzichten, herzien. Zo blijven we samen vooroplopen.” Hein: “Arjan van Timmeren, hoogleraar Environmental Technology en Design, is echt een inspirator en facilitator op dat gebied. Zo’n Value Added Plan is afdwingbaar, je hebt er echt iets mee in handen. En het geeft eigenaren van de gebouwen ook nieuwe inzichten. ‘Kan niet, bestaat niet’ is ons credo, want kijk, hier gebeurt het! We bieden de eigenaar van de kavel kennis, waardoor we volwaardige gesprekspartners zijn. En gelijke ambities hebben voor de onderneming op de kavel en de mensen die er werken. Je zit tenslotte niet zomaar op Business Park Amsterdam Osdorp fase 2, daar moet je wat voor doen. En dat werkt door in de hele keten, ook in de nieuwe BREEAM-richtlijnen. Zo bepalen we samen telkens weer de nieuwe standaard!” Sheila: “Deze certificering sterkt ons in ons streven naar duurzame en toekomstgerichte werkomgevingen. Maar het werk stopt hier niet; innovatie blijft essentieel om groene, gezonde, klimaatadaptieve werkomgevingen te creëren.”

07-01-2025
Nieuws
Zuid-Holland bestrijdt ‘scheefwerken’ met minimale milieucategorie
Zuid-Holland bestrijdt ‘scheefwerken’ met minimale milieucategorie

Provincie Zuid-Holland zet nu ook op bestaande bedrijventerreinen in op een – de facto – minimale milieucategorie. Zittende bedrijven mogen gebruikmaken van overgangsrecht in de vorm van een uitsterfregeling. Doel is een betere aanwending van milieuruimte. Die minimale milieucategorie voor geluid en geur gold al voor nieuw aan te leggen bedrijventerreinen. Met de voorgenomen invoering van een minimale milieucategorie op bestaande bedrijventerreinen, heeft de provincie Zuid-Holland een primeur.  Circa tweederde van de activiteiten die op een bedrijventerrein plaatsvinden heeft een lagere milieucategorie dan maximaal is toegestaan, aldus een onderzoek van economisch geograaf Gerlof Rienstra (Rienstra Beleidsonderzoek en Beleidsadvies) en de SKBN. Een op de vier activiteiten hoort vanwege de gebruiksfunctie helemaal niet op een bedrijventerrein te zitten, en houdt daarmee kostbare ruimte bezet, aldus hetzelfde onderzoek. Ruimte die hard nodig is in het licht van de circulaire transitie en daarmee gepaard gaande verwachte expansie van activiteiten die deze gebruiksruimte wel nodig hebben.  Elk scenario dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) maakte voor de circulaire transitie, wordt uitgegaan van additionele ruimtebehoefte tot 40 procent ten opzichte van het huidige ruimtegebruik voor economische activiteiten. Herziening Omgevingsbeleid 2025 In het nieuwe beleidsvoornemen, onderdeel van een set beleidswijzigingen- en aanscherpingen onder de noemer ‘Herziening Omgevingsbeleid 2025’, staat dat, in aanvulling op de huidige instructieregel in de omgevingsverordening, op bedrijventerreinen waar de maximale gebruiksruimte voor geluid- en geurzone 2 of hoger is, bedrijven in gebruiksruimte voor geluid- en geur zone 1 worden uitgesloten.  Onder de Omgevingswet worden die nog veel gebruikte milieucategorieën die gekoppeld zijn aan bij de VNG-handreiking Bedrijven en milieuzonering uit 2009 behorende activiteitenlijst op basis van SBI-codes (standaard bedrijfsindeling), minder relevant. Die ging uit van een vaste richtafstand per milieucategorie op basis van de activiteitenlijst. Feitelijk gaat het om ‘gebruiksruimte’ op zogeheten HMC-terreinen (hoge milieucategorie-terreinen) die de provincie zo optimaal mogelijk benut wil zien (zie kader onderaan dit artikel). In het wijzigingsvoorstel stelt de provincie zone 2 of hoger gelijk aan milieucategorie 3, dat een minimale milieucategorie wordt. Geluid- en geurzone 2 wordt in de uitleg gelijkgesteld aan activiteiten in milieucategorie 1 en 2, die dus worden uitgesloten.  Uitsterfregeling Zittende bedrijven die in een lagere milieucategorie vallen (conform de activiteitenlijst), kunnen gebruikmaken van het overgangsrecht door middel van een uitsterfregeling. ‘Bestaande situaties krijgen een volwaardige positieve bestemming, maar het gebruik mag niet worden voortgezet nadat het gedurende een bepaalde periode is onderbroken’, aldus de letterlijke tekst in het voorgenomen wijzigingsvoorstel. Met de uitsterfregeling wordt het risico op nadeelcompensatie voor de gemeenten en de provincie beperkt, al dan niet voor het eventueel dekken van kosten voor bedrijfsverplaatsingen. Voor eventuele bedrijfsverplaatsingen kijkt de provincie Zuid-Holland of een financiële voorziening mogelijk is en kijkt hierbij ook naar cofinanciering vanuit het Rijk. Ook hierbij is het vrijspelen van kostbare milieuruimte het achterliggende doel.  Maatwerk mogelijk Voor bedrijven die in een lagere hindercategorie vallen, maar wel waarde toevoegen aan het ecosysteem op een bedrijventerrein, biedt de huidige omgevingsverordening van de provincie al in beperkte mate mogelijkheden. De eerste schets van de Herziening 2025 lag tot en met maandag (24 maart) digitaal ter inzage. Op basis van de verkregen input wordt de ontwerp-herziening gemaakt die vervolgens opnieuw ter inzage wordt gelegd waarna formele zienswijzen kunnen worden ingediend. De terinzagelegging van het ontwerp van de herziening is voorzien vanaf de zomer 2025. Gedeputeerde Staten (GS) van provincie Zuid-Holland herziet het beleid jaarlijks, om zo in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen.  Van milieucategorie naar milieuzone met gebruiksruimte Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet komen alle milieuregels, zowel uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro) als uit de Wet milieubeheer (Wm), in beginsel een-op-een terecht in het omgevingsplan. Het ‘milieuspoor’ bevatte geluidsnormen die gelden bij de dichtstbijzijnde woning of een ander geluidgevoelig gebouw, ook als de afstand veel groter is dan de richtafstand. Het ‘ruimtelijk spoor’ ging uit van vaste richtafstanden per milieucategorie op basis van bovengenoemde activiteitenlijst. Het werken met minimale richtafstanden op basis van een bij een SBI-code behorende milieucategorie, is volgens kenners achterhaald. Bij de werkwijze met zones op basis van gebruiksruimte, gaat het om reële gebruiksruimte die een bedrijf nodig heeft om te kunnen produceren. Het omzetten van regels van het tijdelijk deel naar het nieuwe deel van het omgevingsplan moet eind 2031 klaar zijn. Het is de bedoeling dat het milieuspoor en het ruimtespoor geïntegreerd worden. Lees het artikel terug op BT-online.nl

26-03-2025
Aanmelden nieuwsbrief