SKBN organiseert, dit jaar in samenwerking met het Ministerie van EZK, weer een SKBN On Tour. Het thema is: Samenwerken aan transitieopgaven. De uitzending was live te volgen op dinsdag 20 juni van 10 tot 12 uur.
 

BEKIJK HIER DE UITZENDING TERUG
 

Bedrijventerreinen staan voor urgente transitieopgaven. Het energieverbruik moet omlaag en er dient veel meer gebruik te worden gemaakt van hernieuwbare energiebronnen. Het energiebesparingspotentieel is enorm. Daarnaast lenen bedrijventerreinen zich in theorie uitstekend voor duurzame decentrale opwek en energieopslag. Er wordt met veel interesse gekeken naar pilots voor smart energy hubs, die ook een antwoord bieden op netcongestie.

En welke plaats nemen bedrijventerreinen in de NOVEX-opgave? Het is niet meer van deze tijd om werklocaties als afgezonderde gebieden te beschouwen. Maar hoe doe je dat? Tot slot stelt de verstedelijking bedrijventerreinen voor grote uitdagingen. Ruimteclaims stapelen zich op. Naast het borgen van vitale bedrijfslocaties, zal bestaande ruimte op bedrijventerreinen beter moeten worden benut door onder andere te prioriteren en intensiveren.

Kortom, de winst die is te behalen op bedrijventerreinen is groot. Maar een versnipperde eigendomsstructuur, een gebrek aan urgentiegevoel of sowieso de complexiteit van de opgave stelt voor uitdagingen. Eén ding is duidelijk: alleen door krachten te bundelen kan de grote transitiewaarde die bedrijventerreinen vertegenwoordigen verzilverd worden. Dat begint met samenwerking! 

Samenwerking tussen eigenaren en ondernemers onderling, samenwerking met netbeheerders en ook samenwerking tussen overheden en ondernemers. Tijdens het programma SKBN On Tour laten we aan de hand van drie aansprekende projecten zien hoe grote stappen kunnen worden gezet in transitieopgaven. Wat krijgen partijen samen voor elkaar en wat is er nodig voor een constructieve samenwerking? 


XL Businesspark Almelo
Naar energie-autonomie is samenwerking met een energiemaatschappij

Rutger Beekman (XL Businesspark Almelo), André Simonse (Firan), Mark van Mast (Port of Twente) en Michiel van Dam (Enexis)

Lage Weide Utrecht
Intensiveren in samenwerking met een ontwikkelingsmaatschappij  
       
Roeland Tameling (Parkmanagement Lage Weide), Frank Hazeleger (NV OMU) en Toon Verschuren (Provincie Utrecht)

Noordzeekanaalgebied
Samenwerken aan een meervoudige gebiedsopgave
Emiel Reiding (MRA), Lousanne Boeijen en William Stokman (Programmabureau Noordzeekanaalgebied), Arnoud Verhage (ORAM) en Tjeerd Schulting (Damen Shiprepair)

 

card image

Event

2024-04-17
Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Event

2024-04-17

Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups

Ontwikkelruimte voor kennisclusters en campussen is één van de vier speerpunten van het Nationaal Programma Ruimte voor Economie, met bijzondere aandacht voor de fysieke doorgroeimogelijkheden voor start-ups en scale-ups. Dat is ook niet zo vreemd: wereldwijd verandert de economie in een kenniseconomie. De werkgelegenheid op campussen groeit veel harder dan op andere plekken. Daarnaast werkt het kabinet aan maatregelen om de arbeidsmarktkrapte tegen te gaan.

Op campussen, innovatieve werklocaties en in start-up omgevingen komen beide opgaven samen. Het zijn dé plekken waar bedrijven innoveren en waar talent wordt opgeleid, met belangrijke spin-off naar de regionale arbeidsmarkt en economie.

De aanwezigheid van talent is voor bedrijven een steeds belangrijker motief om zich op een campus te willen vestigen, naast voorzieningen en het ecosysteem. Het is dan ook niet gek dat bijna elke gemeente of regio in Nederland haar eigen campus of innovatieomgeving wil hebben. En steeds vaker is dat geen universitaire campus.

Campussen heb je in vele soorten en maten. Van klassieke scienceparken en bedrijvencampussen tot campussen rond hbo- en mbo-instellingen, waar leren en werken samensmelt. Steeds meer steden ontwikkelen innovatiedistricten, als integrale binnenstedelijke ontwikkeling.

En elke stad wil bovenal startups de ruimte geven. Maar hoe organiseer je dat? Want marktpartijen investeren niet in hun huisvesting. Er is sprake van marktfalen. Moeten overheden en onderwijs deze rol op zich nemen?

Tweedaagse studiereis

Na drie succesvolle eerdere edities, organiseren vakblad BT en Twynstra Gudde een nieuwe ‘Studiereis campussen, innovatieve werklocaties en start-ups’. Op woensdag 17 en donderdag 18 april reizen we langs een vijftal succesvolle campussen, innovatieve werklocaties en een start-up incubator die een antwoord bieden op bovenstaande en andere vragen.

Tijdens de reis, die onder inhoudelijke leiding staat van campus-expert Gregor Heemskerk (partner Twynstra Gudde), onderzoeken we wat de lessons learned zijn van de onderstaande innovatiehotspots:

MEDIA PARK HILVERSUM
Van besloten bedrijventerrein naar open campus met MBO en HBO.

RDM CAMPUS ROTTERDAM
Unieke leer-werkomgeving in de haven met ruimte voor nieuwe bedrijven die méér haalt uit het mbo-onderwijs.

BLUECITY (in afwachting van bevestiging)
Dit voormalige tropische zwembad aan de Maasboulervard is getransformeerd tot een hub met start-ups die zich richten op circulariteit.

YES!DELFT + GREEN VILLAGE
Bezoek de bekendste incubator van de Nederland + testfaciliteit voor innovatieve duurzaamheid.

THE NEW FARM
Den Haag haalt de maakindustrie terug in de stad. Bezoek het eerste gestapelde bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige, stedelijke maakbedrijven.

Centrale vraag deze editie is: hoe campussen te organiseren en te financieren?

Subvragen zijn:

  • Hoe organiseer je vastgoedontwikkeling op campussen en innovatieve werklocaties?
  • Hoe zorg je voor huisvesting voor start-ups, hoe bekostig je deze onrendabele faciliteit?
  • Hoe betrek je onderwijsinstellingen en bedrijven bij de campus? 
  • Hoe zet je een triple helix-community of campusorganisatie op en hoe bekostig je dit? 
  • Hoe zorg je voor een cultuur van open innovatie waar bedrijven en onderwijs kunnen samenwerken en wat is daarbij de rol van de campusorganisatie? 
  • Hoe zet je een innovatieprogramma op? 
  • Hoe maak je van een campus een bruisend stukje stad/innovatiedistrict?

Facts & Figures

Wat: 2-daagse campusreis*
Wanneer: woensdag en donderdag 17 & 18 april 2024
Voor wie: ambtenaren van gemeenten en provincie, medewerkers van regionale ontwikkelingsmaatschappijen, mensen uit het onderwijs en iedereen die bij het ontwikkelen en organiseren van campussen en innovatieve werklocaties betrokken is.
Inclusief: compleet verzorgd met lunches, diner, consumpties, overnachting, mogelijke entreegelden, vervoer, reisbegeleiding en een reisverslag achteraf.
Kosten: € 1450,00 (ex. btw)

*Een volledig programma met tijden volgt spoedig

Aanmelden

 

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Bedrijventerreinen certificeren met BREEAM-NL Gebied

Nieuws

14-01-2024

Bedrijventerreinen certificeren met BREEAM-NL Gebied

Spelenderwijs bewijslast verzamelen met OML-procesmodel

OML, een ontwikkelingsmaatschappij gespecialiseerd in bedrijventerreinen in Midden-Limburg, heeft een handig procesmodel ontwikkeld. Het model fungeert als een waardevolle tool voor het verzamelen van bewijslast tijdens het certificeringsproces van BREEAM-NL Gebied. “Het is een soort handleiding zodat je weet in welke fase je welke stap moet zetten”, licht gebiedsontwikkelaar John Giesen toe. “Dit kan het verschil maken tussen een Very Good of Excellent score.”

Het idee voor het procesmodel ontstond doordat OML zelf tegen bepaalde zaken aanliep tijdens het certificeringstraject. “Het BREEAM-NL Gebied certificaat is een fantastische manier om aan te tonen dat je een duurzaam bedrijventerrein hebt ontwikkeld”, zegt Giesen enthousiast. “Het geeft onze inspanningen geloofwaardigheid en het helpt bij het aantrekken van kopers die zich ook willen committeren aan duurzamere gebouwen met een BREEAM-NL certificaat.” Om in het bezit te komen van zo’n certificaat moet je aan een aantal regels en voorwaarden voldoen. “En dat blijkt een ingewikkeld proces.”

Handleiding

Om die reden kwam het idee voor een soort handleiding in beeld, vertelt Giesen. “Een handleiding die je kunt raadplegen zodat je in een bepaalde fase van het proces precies weet wat er moet gebeuren, wat je moet vastleggen en hoe je het moet vastleggen, zodat je makkelijker de benodigde bewijslast kunt overleggen.”

Het procesmodel is ontwikkeld in samenwerking met studentenuitzendbureau Unipartner. “DGBC vond het ook een heel goed idee, dus die wilde meedoen. We hebben vervolgens samen de opdracht geformuleerd, de studenten begeleid, en daar waar nodig bijgestuurd om tot een model te komen.”

Het procesmodel wordt momenteel getest in verschillende projecten, bij zowel nieuwe als bestaande bedrijventerreinen. “Het is een heel andere manier van werken. Bij bestaande terreinen moet je in de oude stukken en materie duiken en bij een nieuw bedrijventerrein verzamel je alles tijdens het certificeringsproces, waardoor het werk makkelijker en efficiënter wordt.” Dankzij het procesmodel voer je alle stappen op het juiste moment uit en zie je geen stappen over het hoofd in een belangrijke fase.

Op dit moment wordt er hard gewerkt aan het verwijderen van de kinderziektes uit het procesmodel. “Er zijn altijd wel verbeterpunten en die proberen we nu aan te passen. Maar ik moet zeggen: de studenten hebben erg goed werk geleverd. Of het nu gaat om het certificeren van bestaande terreinen of het ontwikkelen van nieuwe projecten, het procesmodel is echt een waardevol hulpmiddel in het certificeringstraject.

Bestaand terrein

Een actueel voorbeeld van zo’n bestaand terrein is Duurzaam Multifunctioneel Bedrijvenpark Zevenellen (DMBZ) in de gemeente Leudal. Dit terrein is heel bewust natuurinclusief ontwikkeld, vertelt Giesen. “In het midden van het terrein bevindt zich een recreatieve zone met water. Dat gebruiken we als regenwaterbuffer. Er zijn verder heel veel groenstructuren aangelegd tussen de bedrijven en langs de wegen.”

Het Bedrijvenpark Zevenellen wordt herontwikkeld op de locatie van de voormalige Maascentrale en de Willem-Alexander Centrale, de eerste kolenvergassingscentrale ter wereld in de gemeente Leudal, vlakbij Roermond. “We waren daar al op 70 tot 80 procent van de ontwikkeling toen we met BREEAM-NL Gebied in aanraking kwamen,” aldus Giesen. “Dat betekende tijdens het certificeringsproces terugkijken naar de uitgevoerde werkzaamheden en bewijslast verzamelen. We zijn alle producten die we hadden opgeleverd – rapporten voor luchtkwaliteit, geur, bodemkwaliteit en de aanleg van de openbare ruimte – nu allemaal aan het samenbrengen voor de beoordeling voor het BREEAM-NL certificaat. Dit gebeurt allemaal met behulp van het procesmodel.”

Nieuwe terreinen

Bij de bedrijventerreinen die nu worden ontwikkeld gebruikt OML ook het procesmodel. “Daarbij leggen we vanaf het eerste initiatief vast wat we doen en hoe we het doen, zodat we daar een BREEAM-NL certificaat onder kunnen leggen. Het is op die manier veel makkelijker om bewijzen te verzamelen. Alles wat je doet en belangrijk is, zet je meteen in het procesmodel. Je vergeet niets en je doet het bij wijze van spreken spelenderwijs.”

De Spickerhoven III in Roermond is hier een goed voorbeeld van. Dit terrein wordt als hulpdienstencluster ingericht met een brandweerkazerne en een grote ambulancepost. “OML heeft altijd al duurzaam en natuurinclusief ontwikkeld, maar door het procesmodel doe je dat nu nog bewuster”, aldus Giesen. “Het helpt je om geen enkel belangrijk detail over het hoofd te zien. Daardoor kun je stappen zetten die het verschil maken tussen Very Good of Excellent score.”

Het procesmodel is niet alleen bedoeld als een intern hulpmiddel voor OML. De ontwikkelingsmaatschappij heeft als doel om deze informatie te delen met andere partijen die streven naar het behalen van het BREEAM-NL certificaat voor bedrijventerreinen. “Wij zijn geen vierkante meter verkoper”, benadrukt Giesen. “We zijn echt bezig met het versterken en het laten groeien van de Midden-Limburgse economie. Onze focus ligt niet alleen op winst, maar ook op het aanleggen en revitaliseren van duurzame bedrijventerreinen. Ons credo is niet voor niets: ‘het juiste bedrijf op de juiste locatie’.”

Bekijk het procesmodel

Lees de toelichting en download het procesmodel op breeam.nl

Lees verder

Nieuws

card image

Nieuws

Rijk investeert miljoenen in verduurzaming mkb en bedrijventerreinen

Nieuws

30-01-2024

Rijk investeert miljoenen in verduurzaming mkb en bedrijventerreinen

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties reserveert ruim 23 miljoen euro voor kleine mkb’ers die hun bedrijfspand of -proces willen verduurzamen. Ook stelt het ministerie samen met het ministerie Economische Zaken en Klimaat 22 miljoen euro beschikbaar voor het verduurzamen van bedrijventerreinen.  

De gelden zijn door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Economische Zaken ondergebracht in twee programma’s: het Ontzorgingsprogramma verduurzaming mkb en het Programma verduurzaming bedrijventerreinen. De uitvoering van beide programma’s ligt bij de twaalf provincies. Door deze decentrale aanpak valt volgens de ministeries beter in te spelen op de lokale situatie bij ondernemers en op bedrijventerreinen. 

Uitvoering bij provincies 

De uitvoering van beide programma’s ligt bij de twaalf provincies. Door deze decentrale aanpak valt volgens de ministeries beter in te spelen op de lokale situatie bij ondernemers en op bedrijventerreinen.  

Bovendien is eenvoudiger aansluiting mogelijk op bestaande lokale en regionale structuren zoals de Regionale Energiestrategieën (RES) en de Transitievisies Warmte van gemeenten, schrijft het Biza in een persbericht. 

De miljoenen voor beide programma’s komen beschikbaar voor begeleiding en advisering, niet voor de bekostiging van de maatregelen zelf. Iedere provincie geeft een eigen invulling aan de programma’s.  

Provincies moeten volgens het ministerie zelf de keuze maken welke kleine mkb’ers en bedrijventerreinen zij binnen het programma kunnen verder helpen. 

Vanaf 15 februari tot en met 15 maart kunnen provincies budget aanvragen via de RVO. Provincies kunnen vanaf 1 mei het programma vormgeven en verder uitwerken. 

RVO en het landelijk programma Verduurzaming Bedrijventerreinen ondersteunen provincies bij het uitwisselen van kennis en afstemming van beide programma’s.

 

Lees verder