KENNISARCHIEF 2025

Nieuws
Wennink: ‘Betere verdeling ruimte nodig voor structurele groei’
Wennink: ‘Betere verdeling ruimte nodig voor structurele groei’

Door een klein percentage van de landbouwgrond om te zetten naar ruimte voor bedrijven en energie-infrastructuur, kan de rest van de economie zich weer vele tientallen jaren ontwikkelen. Dat schrijft Peter Wennink in zijn rapport dat hij opstelde in opdracht van het demissionaire kabinet. In het langverwachte rapport ‘De route naar toekomstige welvaart’ pleit de voormalig CEO van ASML Wennink voor structurele investeringen in de Nederlandse economie. De komende 10 jaar voor een bedrag van 180 miljard euro. Een nationale investeringsbank met 10 miljard startkapitaal moet daarbij als aanjager fungeren. Het rapport legt sterk de nadruk op ruimte voor economie, technologie en infrastructuur. Frank Hazeleger, voorzitter van SKBN, en Wendy de Jong, voorzitter van ROM-Nederland, reageren op de aanbevelingen van Wennink en gaan in op de gevolgen voor ruimte voor werk en regionale economie. Volgens de voormalig ASML-topman is een herverdeling van de fysieke ruimte een noodzakelijke randvoorwaarde voor economische groei. De huidige schaarste aan ruimte voor bedrijven is volgens hem geen natuurgegeven, maar het resultaat van keuzes. ‘66 procent van de Nederlandse grond wordt gebruikt voor landbouw, tegenover minder dan 3 procent door bedrijven, die wel het overgrote deel van de economische waarde creëren.’ Die analyse wordt herkend door Frank Hazeleger, voorzitter van SKBN en directeur van Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU). Volgens hem is het rapport een belangrijk tegengeluid in een ruimtelijk debat dat de afgelopen jaren sterk door woningbouw is gedomineerd. ‘Er mag wat minder nadruk liggen op wonen en meer op werken. Ruimte voor werk is cruciaal voor werkgelegenheid en voor het nationaal economisch product.’ Ook Wendy de Jong, voorzitter van ROM-Nederland en directeur van Oost NL, onderschrijft de nadruk die hij legt op randvoorwaarden. ‘Samen met Wennink zijn wij het eens dat we in Nederland iets te doen hebben aan de randvoorwaarden voor economische groei. Kapitaal alleen is niet de oplossing.’ Fysieke ruimte als randvoorwaarde Wennink benadrukt dat geld alleen niet voldoende is. Hij besteedt veel aandacht aan randvoorwaarden, waaronder voldoende fysieke ruimte voor economie en (data)infrastructuur, het oplossen van knelpunten als stikstof en energie en het versnellen van ruimtelijke procedures. Die staan economische ontwikkeling nu vaak in de weg. ‘Pak de nationale regie terug voor projecten die van groot economisch en strategisch belang zijn voor Nederland. Wijs hiervoor locaties aan en implementeer gedoogconstructies voor parallelle bouw- en vergunningverlening’, schrijft Wennink. Ook wil hij dat gemeenten worden verplicht om voldoende grond voor bedrijven uit te geven. Volgens Hazeleger is het waardevol dat Wennink expliciet benoemt dat keuzes onvermijdelijk zijn. ‘Hij zegt niet alleen dat we moeten kiezen, maar ook ten koste waarvan. Dat maakt het verschil met andere visies, zoals de Ruimtelijke Economische Visie, waar uitbreiding van werklocaties minder expliciet wordt benoemd.’ De Jong benadrukt daarbij het belang van samenwerking tussen overheden. ‘Het klinkt als een no-brainer, maar we moeten blijven samenwerken, ook bovenregionaal. Op regionaal niveau weten organisaties elkaar goed te vinden, maar kijk ook naar hoe andere regio’s successen boeken en wat daarvan kan worden overgenomen. Not invented here is soms juist een kracht en geen bedreiging.’ Volgens haar brengen ROM’s daarbij de combinatie in van landelijke dekking en diepe regionale worteling. Technologie en campussen Een betere verdeling van schaarse ruimte is volgens Wennink nodig om minimaal 1,5 tot 2,0 procent structurele economische groei te realiseren. Die groei is noodzakelijk om de welvaartsstaat betaalbaar te houden en speelt ook een rol in de nationale veiligheid. ‘Zonder voldoende economische kracht zijn we niet in staat om ons land effectief te verdedigen in een eventueel gewapend conflict.’ Wennink hamert daarnaast op het belang van technologie en campussen. ‘Campussen zijn cruciale fysieke plekken waar kennis, innovatie en industrie samenkomen. Zonder versterking, uitbreiding en structurele financiering ervan verzwakt Nederland economisch en technologisch.’ Hazeleger onderschrijft het belang van het hoogwaardige, innovatieve deel van de economie, maar plaatst daarbij wel een kanttekening. ‘Het rapport is sterk gericht op de bovenkant van de markt. Dat is begrijpelijk en noodzakelijk, maar er is ook een grote groep bedrijven die die top ondersteunt. Denk aan maakindustrie, logistiek en circulaire bedrijvigheid. Die komen minder nadrukkelijk terug, terwijl ook zij ruimte nodig hebben.’ De Jong sluit daarbij aan en wijst op het belang van de juiste plek voor bedrijven. ‘Bedrijven moeten voldoende en geschikte ruimte hebben, en op de juiste plek, in het juiste ecosysteem. Die verantwoordelijkheid ligt niet bij ons, maar ROM’s hebben wel een signaalfunctie.’ Volgens haar zien ROM’s waar innovatieve bedrijven tegenaan lopen en waar kansen en knelpunten ontstaan. ‘Dat signaleren we niet alleen, maar we helpen bedrijven ook bij het vinden van oplossingen en zorgen dat signalen op de juiste bestuurlijke tafels terechtkomen.’ Procedures versnellen Voor bedrijven die wel een locatie hebben, is het verkrijgen van een bouwvergunning vaak een langdurig en complex proces. Volgens Wennink is er sprake van grote variatie in structuur, formulering en detaillering van ruimtelijke procedures tussen gemeenten, wat veel capaciteit kost. Hij pleit onder meer voor kortere vergunningstrajecten, consistente omgevingsregels en een wettelijke verankering van nationale regie op economische sleutelprojecten via een aanpassing van de Omgevingswet. Ook stelt hij een aparte versnellingsregeling voor cruciale projecten voor en wil hij succesvolle regionale werkwijzen breder toepassen. Volgens Hazeleger raakt Wennink hiermee een belangrijk uitvoeringsprobleem. ‘Het gaat niet alleen om visie, maar vooral om uitvoeringskracht, en die ligt vaak op regionaal niveau. In zowel de Nota Ruimte als andere beleidsstukken mis ik soms die concrete vertaalslag naar de praktijk.’ Wet Regie Bedrijven Net als bij woningbouw zou ruimte voor bedrijven volgens Wennink onder een versnelde procedure moeten vallen. Hij pleit daarom voor een ‘Wet Regie Bedrijven’, naar analogie van de Wet Regie Volkshuisvesting, om bezwaar- en beroepsprocedures te verkorten. Dat het anders kan, blijkt volgens hem uit de snelle realisatie van de LNG-terminal in de Eemshaven, waar het Rijk vanwege internationale ontwikkelingen ingreep. (Data)infrastructuur en investeringen Een belangrijk deel van het rapport is gewijd aan economische infrastructuur, zoals zeekabels, glasvezel, datacenters en supercomputers. Zonder uitbreiding daarvan dreigt Nederland kennis en werkgelegenheid te verliezen. ‘Onze strategische afhankelijkheid op digitaal gebied is nu al enorm.’ Ook hier ziet Hazeleger een duidelijke lijn. ‘Wennink laat zien wat economische groei daadwerkelijk oplevert. Die opbrengsten kunnen vervolgens ook worden ingezet om andere maatschappelijke opgaven aan te pakken, zoals de transitie in de landbouw.’ De Jong wijst in dat verband op de discussie over een nationale investeringsbank. ‘Die discussie blijft zich ontwikkelen. Iedereen is het erover eens dat ROM’s goed moeten samenwerken met een nationale investeringsinstelling, onder meer om te zorgen voor een goed gevulde pijplijn van kansrijke investeringen.’ In aanloop naar zo’n instelling is Invest-NL recent extra gekapitaliseerd. ‘Dat vraagt ook van ROM’s meer risicokapitaal voor vroegefase-startups, om die pijplijn te kunnen blijven voeden.’ Ruimtelijke prioritering Volgens Wennink vraagt schaarste om scherpe keuzes, zowel in investeringen als in de fysieke leefomgeving. ‘We moeten inzetten op hoogproductieve sectoren en niet op laagproductieve economische activiteiten.’ Hazeleger ziet dat het thema ruimte voor werk de afgelopen tijd nadrukkelijker op de agenda is gekomen, maar plaatst een kanttekening. ‘De aandacht is er, maar de vraag is of dit ook wordt doorgezet in concreet beleid en middelen, zeker met een nieuwe regering. Daar zit nog steeds werk aan de winkel.’ Tot slot benadrukt De Jong dat investeringen alleen maximaal renderen als ook de randvoorwaarden op orde zijn. ‘Naast risicodragend investeren in innovatieve ondernemingen is het essentieel dat Nederland investeert in excellente randvoorwaarden voor ondernemers, óók in de regio. Dat vraagt om een significante verhoging van het structurele budget voor ecosysteemversterking. Met meer middelen kunnen ROM’s bijdragen aan een effectievere uitvoering van innovatie- en industriebeleid, regionaal én bovenregionaal, en kan versnippering van loketten voor ondernemers worden tegengegaan.’ Dit artikel is ook te lezen op bt-online

19-12-2025
Nieuws
Provincie Noord-Brabant stelt uitvoeringsagenda voor werklocaties Zuidoost-Brabant vast
Provincie Noord-Brabant stelt uitvoeringsagenda voor werklocaties Zuidoost-Brabant vast

Om onzekerheid rondom nieuwe bedrijventerreinen te voorkomen, stelt de provincie Noord-Brabant de Uitvoeringsagenda Regionaal Programma Werklocaties voor Zuidoost-Brabant vast. Op deze manier wordt een impasse voorkomen, nadat één partij zich eerder onthield van stemming. Deze stap geeft duidelijkheid aan alle gemeenten in de regio. De afgelopen jaren zijn in Zuidoost-Brabant grote stappen gezet om te komen tot een integrale ontwikkelstrategie voor wonen, werken en mobiliteit. Daarbij zijn alle 21 gemeenten nauw betrokken, net als de provincie, twee waterschappen en de Metropoolregio Eindhoven (MRE). Een van de belangrijke documenten die daarbij is opgesteld, is de uitvoeringsagenda voor werklocaties. Daarin staan afspraken over locaties waar nieuwe bedrijventerreinen worden ontwikkeld en zoekgebieden voor nieuwe regionale bedrijventerreinen. Zodat alle partijen een bijdrage leveren aan de opgaven voor economie in de snelgroeiende regio. Tijdens de Omgevingsdag van afgelopen juli is de uitvoeringsagenda voorgelegd aan alle partijen. Bij de besluitvorming hebben 20 gemeenten, de provincie en de beide waterschappen ingestemd met de uitvoeringsagenda. Enkel de gemeente Eersel heeft zich expliciet onthouden van stemming. Ook nader overleg tussen de partijen heeft niet geresulteerd in de totstandkoming van nieuwe afspraken waarmee alle betrokkenen konden instemmen. Ruis voorkomen Daardoor blijven in Zuidoost-Brabant vooralsnog verouderde afspraken van kracht die minder integraal zijn vastgesteld. Dat kan leiden tot ruis en tot problemen bij de ontwikkeling van nieuwe werklocaties. Dat is onwenselijk, zowel voor werklocaties voor lokaal gebonden bedrijven als voor grootschalige werklocaties van regionaal belang, zoals BIC-Noord en Brainport-Oost. Daarom maakt de provincie nu gebruik van haar bevoegdheid zoals opgenomen in artikel 7.9 lid 6 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Daarin staat dat Gedeputeerde Staten regionale afspraken kunnen vaststellen in het geval partijen niet tot onderlinge overeenstemming komen. Daarvan is hier sprake. Toekomstgerichte economie "Het is een zwaar middel dat we zelden inzetten", zegt gedeputeerde Stijn Smeulders (werklocaties). "Maar de schaalsprong van Zuidoost-Brabant is dan ook niet vrijblijvend. Elke gemeente zal een bijdrage moeten leveren om de regio leefbaar te houden en ruimte te creëren voor een toekomstgerichte economie, zowel voor de huidige als voor nieuwe bewoners. Het is evident dat er grote behoefte is aan regionale bedrijventerreinen en dus ook aan goede, breedgedragen afspraken over bedrijventerreinen. Voor een toekomstige regionale werklocatie in Eersel en de andere Kempengemeenten moet nog veel uitwerking plaatsvinden. Het spreekt voor zich dat de gemeente Eersel daar een belangrijke stem in heeft.” "Het is belangrijk dat de regiogemeenten vooral elkaar aanspreken op hun bijdrage aan de schaalsprong, alvorens de provincie haar instrumentarium inzet", vult gedeputeerde Marc Oudenhoven (bestuurlijke samenwerking) aan. "In dit geval heeft de regio dat ook gedaan, maar blijft de gemeente Eersel als het gaat om werklocaties eigen keuzes maken. Dat is hun goed recht, maar voor ons speelt ook het regionale en provinciale belang een belangrijke rol." De colleges van B&W van alle 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant worden per brief op de hoogte gebracht van het besluit van Gedeputeerde Staten. Net als de Dagelijkse Besturen van de twee waterschappen en de MRE.

18-12-2025
Nieuws
ASM International kiest Almere voor wereldwijd hoofdkantoor: grote impuls voor Flevolandse economie
ASM International kiest Almere voor wereldwijd hoofdkantoor: grote impuls voor Flevolandse economie

Almere wordt de nieuwe thuisbasis van het hoofdkantoor van ASM International N.V., een toonaangevende speler in de halfgeleiderindustrie. Het bedrijf vestigt zich als eerste op de Green High Tech Campus, die aan de zuidoever van het Weerwater in Almere wordt ontwikkeld. Met deze stap investeert ASM honderden miljoenen euro’s in een ultramodern research & development centrum, een gespecialiseerde trainingsfaciliteit en een deel van de productie. Dit betekent een forse uitbreiding van activiteiten én werkgelegenheid in Nederland.  Grootste economische investering in Flevoland ooit  De komst van ASM naar Almere is een mijlpaal voor Flevoland. Het versterkt de positie van Nederland in de wereldwijde chipindustrie en geeft een krachtige impuls aan de regionale economie. Commissaris van de Koning Arjen Gerritsen benadrukt het belang van deze ontwikkeling: “De vestiging van ASM op de hightech campus is een van de grootste economische investeringen in de geschiedenis van onze provincie. Het toont het vertrouwen van internationale bedrijven in onze regio. ASM bevestigt haar strategische keuze voor Almere vanwege de sterke zakelijke kansen, uitstekende bereikbaarheid en toegang tot talent. Wij zijn trots op deze keuze en zetten alles op alles om van de Green High Tech Campus een succes te maken.”  Green High Tech Campus Almere De Green High Tech Campus Almere wordt een broedplaats voor innovatie en kennisontwikkeling. De verwachting is dat de komst van ASM andere innovatieve bedrijven aantrekt, waardoor Almere zich verder ontwikkelt tot de vijfde hightech hotspot van Nederland. De provincie Flevoland werkt actief mee aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en creëert kansen voor onderwijs en werkgelegenheid.  Over ASM International ASM is een Nederlandse multinational die geavanceerde apparatuur ontwikkelt en produceert voor de fabricage van microchips. Deze technologie wordt wereldwijd gebruikt in sectoren zoals AI, datacenters, automotive en andere hightechtoepassingen. Bedrijven als ASM spelen een sleutelrol in digitalisering, energietransitie en defensie, en dragen bij aan het verdienvermogen van Nederland.  Fotografie ondertekening: Erwin Budding

17-12-2025
Nieuws
Provincie Zeeland verleent bijna 3 ton subsidie voor vergroening van Zeeuwse bedrijfspercelen
Provincie Zeeland verleent bijna 3 ton subsidie voor vergroening van Zeeuwse bedrijfspercelen

Provincie Zeeland heeft in de periode van 2 juni 2025 tot en met 1 oktober 2025 de subsidieregeling maatregelen vergroening en klimaatadaptatie bedrijfspercelen opengesteld. Doel van deze regeling is dat Zeeuwse ondernemers gebouwen en percelen kunnen vergroenen en verduurzamen en zo voorbereid zijn op de toekomst. Acht bedrijven De subsidie  kon aangevraagd worden voor bedrijfspercelen op bedrijventerreinen, kantoorlocaties en zorginstellingen. Dit jaar is subsidie toegekend aan: TMC Wonen (Goes), Schrijver Investment (Terneuzen), Emergis (Kloetinge), Nedbase (Middelburg), Loonbedrijf Van der Maas (Bruinisse), Spelt Bakkerij (Bruinisse), Taxi De Vlieger Zeeuws Vlaanderen (Terneuzen) en Verhelst Transport (Sluiskil). De bedrijven gaan in 2026 aan de slag met maatregelen als de aanleg van wadi’s, waterdoorlatende parkeerplaatsen, groene daken en de aanplant van bomen. Deze maatregelen dragen ook bij aan het verbeteren van de biodiversiteit in Zeeland. Gedeputeerde Arno Vael: “Ik ben erg blij dat we dit jaar maar liefst aan acht Zeeuwse bedrijven subsidie kunnen toekennen. Daarmee investeren we in het klimaat én in een prettige en gezonde werkomgeving. En bereiden we ons voor op Zeeland 2050” Meer groen op Zeeuwse bedrijventerreinen Zeeland telt circa 200 bedrijventerreinen. Veel van deze locaties zijn grijs en versteend. Met de toenemende klimaatproblematiek zorgt dat regelmatig voor hittestress, verdroging of wateroverlast en daarmee schade aan gebouwen en wegen. Een groen bedrijfsperceel biedt veel voordelen voor mens en natuur. Provincie Zeeland stelt daarom al meerdere jaren geld én advies beschikbaar om bedrijven te helpen hun bedrijfsperceel of kantoorlocatie te vergroenen. Zeeland verandert mee Het klimaat verandert. Daardoor hebben we in onze omgeving steeds vaker te maken met extreem weer. Er zijn langere periodes van droogte en hitte, maar ook heftige regenbuien en stormen. Het klimaatbestendig inrichten van kantoorlocaties en bedrijfspercelen is belangrijk om in te spelen op die weersextremen en zo schade te voorkomen. Bovendien zorgt een groen terrein voor een fijne werkomgeving. Meer weten: Subsidieregeling maatregelen vergroening en klimaatadaptatie bedrijfspercelen

16-12-2025
Nieuws
Noord-Holland: “Nota Ruimte belangrijke stap, maar fundamentele keuzes ontbreken”
Noord-Holland: “Nota Ruimte belangrijke stap, maar fundamentele keuzes ontbreken”

De provincie Noord-Holland vindt het positief dat het Rijk met de Ontwerp-Nota Ruimte de nationale ruimtelijke ordening weer stevig op de kaart zet. De provincie mist een aantal belangrijke keuzes die nodig zijn om ruimte, economie, leefbaarheid en natuur ook na 2050 in balans te houden. Gedeputeerde Esther Rommel: “Zowel landelijk als regionaal stapelen de ruimtelijke opgaven zich op. Alleen al in Noord-Holland is voor alle opgaven samen ruim een kwart meer ruimte nodig dan beschikbaar is. Dat vraagt om scherpe keuzes, heldere prioritering en duidelijkheid over waar op lange termijn wel – en vooral niet – ruimte wordt geboden.”  Geef Noord-Holland Noord de plek die het verdient  Een belangrijke zorg van de provincie is het ontbreken van aandacht voor Noord-Holland Noord (NHN). Esther Rommel: “In de Ontwerp-Nota lijkt de regio een witte vlek. Dat moet anders. Noord-Holland Noord is belangrijk, bijvoorbeeld omdat daar grote nationale opgaven landen. Denk aan energie-infrastructuur, het Maritiem Cluster Den Helder, inzet van defensie, de Energy & Health Campus Petten, Seed Valley en het datacenterscluster bij Agriport.”   Water en bodem vertrekpunt De provincie vraagt het Rijk om aandacht voor water en bodem. Deze moeten het vertrekpunt zijn van het ruimtelijk beleid, en niet als laatste onderdeel worden benoemd. In de zienswijze ook een oproep voor een nationale aanpak voor zoetwaterverdeling, duidelijkheid over de rol van verzilting in zowel klei- als veengebieden en erkenning van het feit dat de effecten verschillen per gebied.  Door toenemende zoetwatertekorten neemt het risico op verzilting in Noord-Holland toe, wat de beschikbaarheid van betrouwbaar zoetwater uit het IJsselmeer onder druk zet. Deze verzilting kan grote gevolgen hebben voor landbouw, natuur en ruimtelijke keuzes.  Maak duidelijke keuzes over de landbouw van de toekomst Volgens de provincie blijft de toekomst van de landbouw in Nederland in de Ontwerp-Nota te veel onbenoemd. Nodig zijn:  een visie op hoe landbouw, natuur, water en bodem samen kunnen bestaan; helderheid over de gevolgen van zoetwatertekorten en verzilting; een koppeling tussen landbouw en voedselstrategie; ruimte om natuurdoelen aan te passen aan veranderende klimaatomstandigheden. Heldere keuzes nodig voor economie, energie en het Noordzeekanaalgebied  Noord-Holland levert 22% van de totale nationale economie en vervult een cruciale rol in de energietransitie. De provincie vraagt het Rijk om meer richting te geven aan de economie van de toekomst: welke clusters hebben nationale prioriteit en waar horen die te landen? Daarbij hoort ook sturing op milieuruimte, ruimte voor circulaire economie en een nationale aanpak voor datacenters en datakabels. Het Noordzeekanaalgebied (NZKG) verdient volgens de provincie een duidelijker plek in de nota, met aandacht voor de toekomstige industrie, de energietransitie én woningbouw. Ook moet de Energiehaven bij IJmuiden expliciet worden opgenomen.   Wonen, werken en bereikbaarheid: maak keuzes die passen bij regionale dynamiek Noord-Holland werkt intensief samen met Rijk en regio’s om 191.000 woningen tot 2030 te realiseren. Maar woningbouw kan alleen slagen als mobiliteit, energie, waterveiligheid en een gezonde leefomgeving gelijke tred houden. De provincie vraagt daarom om nationale inzet op stikstof, netcongestie en grote OV investeringen, waaronder het doortrekken van de Noord/Zuidlijn naar Hoofddorp. Goede bereikbaarheid is essentieel om nieuwe woon- en werkgebieden goed te laten functioneren. Zonder passende mobiliteit lopen ruimtelijke ontwikkeling en groei direct vast.  Vervolg De provincie ziet de Ontwerp-Nota Ruimte als een belangrijke basis, maar benadrukt dat voor de uitvoering meer duidelijkheid nodig is over instrumenten, financiering en de rolverdeling tussen overheden. Noord-Holland vraagt het Rijk om gezamenlijk te werken aan uitvoeringsagenda’s en langjarige financiering, onder andere via NOVEX gebieden en het Ontwikkelperspectief voor Noord-Holland Noord.  Downloads Zienswijze op de Ontwerp-Nota Ruimte (pdf) Bijlage bij de zienswijze Ontwerp-Nota Ruimte (pdf)

15-12-2025
Nieuws
Blijvende trend Noord-Holland: tekort aan bedrijventerreinen en veranderingen op de kantorenmarkt
Blijvende trend Noord-Holland: tekort aan bedrijventerreinen en veranderingen op de kantorenmarkt

De kantorenmarkt blijft structureel veranderen. Dit hangt samen met meer thuiswerken en een kleinere ruimtebehoefte per werknemer. Voor bedrijventerreinen is de markt juist krap. Er is meer vraag naar bedrijventerreinen dan dat er grond en elektriciteit beschikbaar is. Deze ontwikkelingen blijken uit de Monitor Werklocaties Noord-Holland 2024-2025 die de provincie op 11 december 2025 publiceert. Kantoorgebruik blijft afnemen De trend dat het kantoorgebruik (in vierkante meters) afneemt zet door. Dit geldt voor alle deelregio’s van de provincie. In de regio Alkmaar nam de kantorenvoorraad af doordat kantoren rondom het station zijn omgebouwd tot woningen, terwijl in Amsterdam de voorraad nog toeneemt. Door de groei van de kantorenvoorraad en de afname van het gebruik is de leegstand in Noord-Holland het afgelopen jaar gestegen van 12% naar 13%.  Ontwikkeling kantoorlocaties Op de kantorenmarkt verschuift de focus naar nieuwe kantoorruimte op handige locaties, zoals multifunctionele OV-knooppunten. Het blijft belangrijk om bestaande kantoorlocaties te verbeteren en verduurzamen, om een overaanbod op ongewenste locaties te voorkomen en verminderen. Voor de MRA (Metropool Regio Amsterdam) is hiervoor recent de MRA-kantorenstrategie opgesteld.  Bedrijventerreinen en datacenterlocaties De totale oppervlakte van nieuw uitgegeven grond voor bedrijventerreinen, inclusief haventerreinen en datacenterlocaties, is gestegen van 60 naar 92 hectare. De grootste groei vond plaats in de Kop van Noord-Holland, vanwege de datacenterlocatie in Middenmeer en in Amsterdam vanwege de Westhaven. Er wordt goed gebruik gemaakt van bedrijventerreinen, de leegstand daalde afgelopen jaar van 3,4% naar 3,2%.  Netcongestie remt verduurzaming werklocaties De verduurzaming van werklocaties blijft een opgave door het overbelaste elektriciteitsnetwerk (netcongestie). Vanwege de beperkte beschikbaarheid van elektriciteit blijven bedrijfsprocessen gebruikmaken van fossiele brandstoffen in plaats van elektriciteit. Door de netcongestie zijn nieuwe aansluitingen voor steeds meer bedrijven vaak niet mogelijk.  Subsidies verduurzaming werklocaties De provincie Noord-Holland stimuleert de verduurzaming en verbetering van werklocaties met de subsidies Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TOBED) en Ondersteuning Toekomstbestendige Werklocaties (OTW). Meer informatie over deze subsidies.  Over de Monitor Werklocaties De Monitor Werklocaties brengt jaarlijks de ontwikkelingen in beeld van bedrijventerreinen en kantoren in Noord-Holland. De jaarlijkse gemeentelijke enquête is de basis voor de monitor. Daarnaast worden externe databronnen gebruikt.

11-12-2025
Nieuws
Van bedrijventerrein naar toekomstmachine: Utrecht presenteert nieuwe visie voor Lage Weide
Van bedrijventerrein naar toekomstmachine: Utrecht presenteert nieuwe visie voor Lage Weide

Lage Weide – het grootste industrie- en bedrijventerrein van Utrecht en één van de grootste van Nederland – krijgt een duidelijke koers voor de toekomst. Vandaag is de Omgevingsvisie Lage Weide 2040 gepubliceerd: de koers om het gebied nog belangrijker te maken voor de groei van de stad, de energietransitie en de omslag naar een circulaire economie. Lage Weide speelt een sleutelrol in de Utrechtse economie, vandaag en in de toekomst. Nu al is dit de plek die Utrecht draaiende houdt: van afvalverwerking en energieproductie tot logistiek, bouw, reparatie en technische dienstverlening. Voor duizenden praktisch en technisch geschoolden is het terrein een plek van werk en bestaanszekerheid. Die rol wordt in de komende jaren alleen maar belangrijker. De visie zet in op drie grote veranderingen: een sterker economisch profiel, een gebied dat beter verbonden is met de stad en een veiliger, aantrekkelijker en groener werklandschap. De ambitie is om met fietsbruggen over het Amsterdam-Rijnkanaal en over de A2 Lage Weide te verbinden met de stad, meer ruimte voor circulaire bedrijven te creëren, beter gebruik van water en spoor te maken en een klimaatbestendige openbare ruimte te creëren. De gemeente Utrecht heeft samen met ILW (Industrievereniging Lage Weide), ondernemers en andere betrokkenen deze koers ontwikkeld. Wethouder Susanne Schilderman (economische zaken): “Lage Weide is de machinekamer van Utrecht, gevestigd in het hart van Nederland. Hier gebeurt het werk dat onze groeiende, circulaire stad draaiende houdt. Deze visie laat zien hoe we ruimte blijven bieden aan bedrijven die essentieel zijn voor onze energievoorziening, onze bouwopgave en onze circulaire ambities. Dat doen we niet vanachter het bureau, maar samen met ILW en de ondernemers die het gebied elke dag vormgeven.” Met de Omgevingsvisie wil de gemeente Utrecht, in nauwe samenwerking met ILW duidelijkheid geven aan ondernemers en investeerders, en ruimte creëren voor de 4.000 extra banen die Utrecht tot 2040 nodig heeft voor praktisch en technisch geschoolden. Door het gebied groener, veiliger en beter bereikbaar te maken voor fiets, bus, water en spoor, moet Lage Weide uitgroeien tot een toekomstbestendig werklandschap dat sterker is verbonden met de stad. Reageren op ontwerpvisie De ontwerp omgevingsvisie ligt vanaf 12 december zes weken ter inzage, tot 22 januari 2026. Iedereen kan in deze periode een zienswijze indienen. Na verwerking van de zienswijzen wordt de definitieve Omgevingsvisie in het derde kwartaal van 2026 aan de gemeenteraad voorgelegd.

11-12-2025
Nieuws
Ruimte gevraagd voor verduurzaming bij entree bedrijventerreinen!
Ruimte gevraagd voor verduurzaming bij entree bedrijventerreinen!

De ruimte naast de entree van bedrijventerreinen die aan belangrijke logistieke routes liggen, vormen cruciale hotspotlocaties voor toekomstbestendige voorzieningen. Denk aan duurzame tank- en laadinfra voor logistiek, bezoekers en OV, maar ook truck parking en horeca- en overnachtingvoorzieningen voor chauffeurs en gedeelde ruimte voor gevestigde bedrijven. Door ambities en verplichtingen neemt de behoefte naar zulke locaties richting 2050 sterk toe. Tegelijkertijd is de ruimte op bedrijventerreinen schaars. Dit is een belangrijke uitkomst van een onderzoek dat Buck Consultants International  uitvoerde in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) naar de ruimtelijke impact van de uitrol van duurzame tank- en laadinfrastructuur. Doel van de studie: een eerste indicatie  krijgen op basis van bestaande onderzoeken en prognoses. Ook was het de vraag of bestaande prognoses al voldoende beeld geven van de kwantitatieve ruimtelijke impact. Duurzame laad- en tankinfrastructuur is verplicht In het nationaal Klimaatakkoord (2019), het Schone Lucht Akkoord (2020) en in verschillende Green Deals zoals Green Deal Zero Emissie Stadslogistiek (2019) en Green Deal Zeevaart, Binnenvaart en Havens (2019) zijn afspraken gemaakt voor reductie van schadelijke emissies in de logistiek. Een voorwaarde voor reductie van emissies is de beschikbaarheid van duurzame laad- en tankinfrastructuur. Om in deze behoefte te voorzien, stelde de Alternative Fuel Infrastructure Regulation -afgekort AFIR- (2023) daarom eisen aan EU-lidstaten voor de realisatie van laad- en tankinfrastructuur. Nederland is dus verplicht om locaties te ontwikkelen voor duurzame laad- en tankinfrastructuur. Om hoeveel duurzame voer- en vaartuigen gaat het? Momenteel zijn er in Nederland 1.000.000 bestelwagens en 150.000 vrachtwagens geregistreerd en 5.000 binnenvaartschepen varen onder de Nederlandse vlag. Daarnaast zijn er c.a. 55.000 mobiele bouwwerktuigen. De verwachting is kort gezegd, dat deze aantallen richting 2050 ongeveer gelijk zullen blijven. Ingroei van duurzame energiedragers is nodig om de inzet van al deze voer-, vaar- en werktuigen duurzaam uit te kunnen voeren. Hoe deze ingroei gaat verlopen, daar lopen de scenario’s en perspectieven over uiteen. Hoe dan ook, voldoende laadinfrastructuur zou hier geen belemmerende factor voor moeten zijn, dit geldt ook voor Clean Energy Hubs (CEH) met aanbod van duurzame energiedragers. Er is behoefte aan meerdere typen laad- en tanklocaties Op welke locaties elektrische voertuigen elektrisch gaan laden is afhankelijk van het ritpatroon. De standplaats van een voertuig is echter in alle gevallen een belangrijke locatie om te laden. Daarnaast zijn laadpleinen langs logistieke routes belangrijk voor tussentijds laden (van zowel bouw- als wegvervoer), en truckparking zijn van belang voor opladen gedurende de nacht bij internationale ritten. Clean Energy Hubs  (met synthetische brandstoffen, biobrandstoffen, aardgas (CNG/ LNG) en/ of waterstof) worden altijd gebruikt gedurende de vaar- of rij rit. De vraag naar CEH landt grotendeels op bedrijventerreinen langs vaar- en autowegen en (beperkt) op verzorgingsplaatsen langs de Rijkswegen. Batterijcontainers voor elektrische binnenvaartschepen worden op eenzelfde type locatie aangeboden als de bredere CEH (en is soms ook onderdeel van een CEH). Dit leidt tot de indeling in de onderstaande figuur. Figuur: Overzicht  van typen laad- en tanklocaties per doelgroep, BCI 2025 Hoeveel locaties zijn nodig Op basis van een combinatie van bestaande prognoses kan nog geen harde kwantitatieve ruimteclaim worden gedaan. Wel komt hieruit het volgende beeld: Publieke laadlocaties waar vrachtwagens terecht kunnen moeten van c.a. 800 laadpunten nu, worden uitgebreid naar 2.500 publieke laadpunten richting 2040. Voor e-bestelwagens zijn c.a. 4.000 publieke laadpunten nodig richting 2030. CEH voor wegtransport moeten richting 2050 van c.a. 80 locaties worden uitgebreid naar c.a. 150 locaties. Voor de binnenvaart zijn er momenteel 3 locaties voor het verwisselen van elektrische batterijcontainers, dit aantal moeten in ieder geval uitgebreid worden richting de 30 en dan voor CEH breed (dus met aanbod van meerdere brandstoffen). Voor de bouw zijn er momenteel een tweetal centrale hotspots voor opladen bekend. In de toekomst zullen vooral in het buitengebied veel bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. Hiervoor moet gezocht worden naar een combinatie van tijdelijke oplossingen, bestaande publieke laadlocaties op korte afstand en eventueel centrale hotspots. Naast elektrisch materieel wordt er in de bouw ook -zij het nog heel beperkt- gewerkt met waterstof. Verwacht wordt dat er in 2030 5.000 mobiele werktuigen op waterstof werken. Hoeveel ruimte vraagt een locatie Voor laadpleinen in combinatie met een CEH voor wegtransport zijn locaties nodig van gemiddeld tussen de 1.000 en 4.000 m2. Dit is namelijk het oppervlak voor 5 opstelplekken (kleine hub) tot 20 opstelplekken (grotere hub). Waar landt de grootste ruimtelijke claim? Van de bovenstaande 12 typen  laad- en tanklocaties worden alleen type 1 (publiek laadplein langs de snelweg), type 4 (laden in woonwijken) en type 10 (Clean Energy Hubs langs snelwegen) niet op een bedrijventerrein gerealiseerd. Voor alle andere typen is er een kans dat deze wel gaan landen op bedrijventerreinen. Daarbij gaat de voorkeur uit naar de ruimte nabij de entree van bedrijventerreinen, zodat gebruikers niet over het hele terrein hoeven te rijden. Op bedrijventerreinen is dus een grote extra ruimtevraag te verwachten. Dit geldt in het bijzonder voor bedrijventerreinen langs belangrijke logistieke routes. De onderstaande hittekaart toont het patroon van concentraties van laadvraag, hierbij zijn extra concentraties te zien in de logistieke regio’s. Naar een nationale locatiestrategie Strategische locaties op logistieke bedrijventerreinen zijn zeer belangrijk voor de transitie naar duurzamere logistiek en bedrijventerreinen. Hier kunnen verschillende functies gecombineerd worden zodat efficiënt met de ruimte wordt omgegaan. Denk aan een combinatie van een laadplein met een CEH, een truck- parking en voorzieningen voor chauffeurs. De ruimte staat echter flink onder druk in Nederland en strategische locaties zijn vergeven voor we het doorhebben. Daarnaast zijn kavels of ruimte naast de entree beperkt. Een locatiestrategie en sturing op ruimte op terreinen langs logistieke routes is dus essentieel. BCI heeft vier aanbevelingen voor Rijk, regio en gemeenten: Op nationaal schaalniveau: inventariseer behoefte aan ruimte voor verschillende duurzame voorzieningen (laadpleinen, CEH, truck parking) vanuit verschillende doelgroepen (logistiek, bouw, OV) en leg deze naast elkaar. Consulteer hiervoor ook de marktpartijen. Op regionaal schaalniveau: maak een locatiestrategie waarin op gunstig gelegen bedrijventerreinen slimme combinaties van functies gemaakt kunnen worden. Bekijk of er op die bedrijventerreinen ook nog behoeften zijn aan functies die op de locatie gecombineerd kunnen worden. Denk aan gedeelde vergadervoorzieningen, laadpalen voor bezoekers etc. Op lokaal schaalniveau: stimuleer vervolgens dat er tijdig voldoende ruimte wordt georganiseerd op bedrijventerreinen. Betrek hier ook de markt bij. Verken ook of er op bedrijventerreinen met reeds gevestigde bedrijven samengewerkt kan worden. Er zijn al diverse voorbeelden van logistiek dienstverleners die het laadplein dat ze zelf gebruiken ook, onder voorwaarden, openstellen voor andere bedrijven uit logistiek en bouw. Tot slot: ondersteun de oplossing van netcongestie op de strategische locaties. Hier kan integratie van een energy hub een oplossing bieden.

10-12-2025

KENNISARCHIEF

Aanmelden nieuwsbrief