KENNISARCHIEF 2024

Nieuws
MRDH Vastgoeddebat: betaalbare bedrijfsruimte afdwingen?
MRDH Vastgoeddebat: betaalbare bedrijfsruimte afdwingen?

Alleen harde normen kunnen voorzien in voldoende betaalbare ruimte in mixed use-gebieden. Dat stelt mixed zones-manager Mieke Verschoor van AM. NEPROM-directeur Fahid Minhas is wars van normen. Hij stelt dat de markt bereid is betaalbare bedrijfsruimte te realiseren en dat daarover per gebied afspraken kunnen worden gemaakt. Moet je – net als voor betaalbaar wonen – een bepaald minimum aandeel betaalbare bedrijfsruimte afdwingen? Of kunnen overheid en markt per gebied tot goede afspraken komen over een gewenste mix van wonen en betaalbare bedrijfsruimte in stedelijke mixgebieden als de Haagse Binckhorst, Merwe-Vierhavens (M4H) in Rotterdam of Schieoevers Delft?   Deze vragen  stonden centraal tijdens het MRDH Vastgoeddebat op de eerst dag van vastgoedbeurs Provada , dat werd georganiseerd door de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) en vakblad BT. Zelf doen De gemeente Rotterdam verzorgt het leeuwendeel van het bedrijfsruimteprogramma in transformatiegebied M4H (Merwe-Vierhavens) aan de westkant van de stad grotendeels zelf. Dat kan omdat veel kavels en verouderde havenopstallen eigendom zijn van de gemeente of Port of Rotterdam, die het gebied samen willen herontwikkelen.   Onderdak bieden aan scale-ups uit bijvoorbeeld de circulaire campus Blue City 010 of de RDM-campus aan de overzijde van de Nieuwe Maas is een belangrijke doelstelling. En die kunnen niet de hoofdprijs betalen, aldus David Louwerse, gebiedsadviseur ruimtelijke economie van de gemeente Rotterdam tijdens een introductie.   M4H maakt onderdeel uit van het Rotterdamse Makersdistrict dat de maakindustrie weer zichtbaar moet maken in de stad. Maar het is niet genoeg om voldoende werkprogramma te realiseren. Daarvoor is Rotterdam ook afhankelijk van inspanningen van de markt, bijvoorbeeld in plinten. Maar hoe maak je daar een haalbare businesscase voor? Wie gaat die plinten exploiteren? En hoe blijft betaalbare werkruimte betaalbaar, ook op de langer termijn? Met deze vragen besloot Louwerse zijn inleiding op het debat. Belang versus weg er naartoe Als deelnemers aan het debat – naast Louwerse - Jeanet van Antwerpen (programmadirecteur Innovatiedistrict Delft), Fahid Minhas (directeur van project- en gebiedsontwikkelaars branchevereniging NEPROM), Mieke Verschoor (manager mixed zones, AM Gebiedsontwikkeling) en Olga Wagenaar (ontwikkelmanager AMVEST) – het ergens over eens waren, dan is het wel over het belang van voldoende bedrijfsruimte in stedelijke mixzones.   Of zoals Minhas het omschrijft: ‘We ontwikkelen veel woningen in stedelijk gebied, maar mensen trekken alleen naar de stad als ze er ook kunnen werken.’ Tot zover was er consensus. Verschoor wilde gelijk reageren op de vraag die moderator Jan Jager (hoofdredacteur BT) opwierp of betaalbare bedrijfsruimte gewoon met wettelijke middelen beschermd moet worden, desnoods via een transformatieverbod.   ‘De creatieve broedplaats verdwijnt als eerste. Het is de enige knop waar je aan kunt draaien’. Verschoor, die voor gebiedsontwikkelaar bedrijfsruimtes realiseert in mixgebieden, is voorstander van een norm voor betaalbare bedrijfsruimte, net zoals geldt voor betaalbare woonruimte. ‘Met goed sturen kun je de ontwikkelende beleggingsmarkt professionaliseren in mixed use, zie wat er ooit is gebeurd met reguleren sociale huisvesting waaruit de woningcorporaties zijn ontstaan. Amsterdam is nu aan het sturen op betaalbaarheid waaruit een werkcorporatie is ontstaan.'   'We waren als AM traditioneel een woningbouwontwikkelaar in – bij voorkeur – de vrije sector. Nu hebben we afdelingen die ook gericht zijn op betaalbaarheid.Inmiddels zijn we bezig om dit een integraal onderdeel te maken van het hele bedrijf. Sturing is nodig om de markt te professionaliseren in mixed use.’ Ook kan het volgens haar tot creativiteit leiden. Bedrijfsruimtefonds Met zijn suggestie voor een transformatieverbod refereerde Jager aan een optreden van de Zwitserse architect Markus Schaefer op het BT Event in 2023. Die stelde dat zodra je de markt zijn gang laat gaan, goedkope bedrijfsruimte wordt weggedrukt en er geen weg meer terug is.   Het ‘kanton’ Zürich stelde daarom al in 2007 een transformatieverbod in op bepaalde gebieden, hetgeen de stedelijke grondmarkt temde, en in nieuwe, innovatieve werkruimteconcepten resulteerde, vaak in gestapelde vorm. Volgens Louwerse van de gemeente Rotterdam is het met name belangrijk dat HMC-terreinen geborgd worden voor hoge milieu categorie-activiteiten die zich niet laten  mengen met wonen.   Op locaties als M4H is ruimte voor een mix van lichter industrie en wonen. Maar dan mag wonen, dat vaak meer oplevert in financiële zin, niet gaan domineren.   Hij oppert de mogelijkheid van het opzetten van een bedrijfsruimtefonds, samen met marktpartijen.   NEPROM-directeur Minhas voelt wel wat voor een  fonds. ‘Beleggers en ontwikkelaars redeneren traditioneel dat investeren in woningen goed werkt, maar als je in een stad op een locatie komt met een transformatie bestemming dan moet ook nagedacht worden over de opzet van een fonds, dat wil investeren in die bestaande bedrijfspanden.'   Hij voegde daaraan toe dat dit voor een ontwikkelaar wel een andere manier van denken vergt.  Dat geldt ook voor  gemeenten en ondernemersverenigingen want vraag voor die laatste is: hoe ziet de bedrijfsruimte van de toekomst eruit? Laten we het dan vooral hebben over wat de behoefte is aan arbeidsplaatsen en niet aan meters die we voorheen hadden en nu hebben’, aldus het oud-Tweede Kamerlid, die in een eerder leven ook ontwikkelaar was… Mixen waar het kan Jeanet van Antwerpen pleit voor mixen waar mixen kan. ‘Als we een transformatie stop instellen dan gaan we weer terug waarvoor ik al 20 jaar tegen strijd dat het bedrijventerrein een paarse vlek is in het bestemmingsplan waar niets mag en waar je nog geen broodje kunt kopen of sportvoorzieningen zijn. Als niet transformeren betekent dat er ook geen voorzieningen aanwezig mogen zijn dan schiet je je doel voorbij.'   Van Antwerpen vindt dat gemeenten preciezer moeten kijken  op welke locatie vestigingsruimte wordt aangeboden en wat past daar dan bij om die bedrijvenfunctie te ondersteunen.   'Soms is dat wonen in de buurt en soms zijn dat ook voorzieningen. Met klassiek in bedrijven wonen denken, kom je er niet’, aldus Van Antwerpen, die als kersverse programmadirecteur Innovatiedistrict in Delft en omgeving een vestigingsklimaat probeert neer te zetten dat zich kan meten met Brainport.   Een voordeel van Delft is dat álle tien sleutel technologieën die het ministerie van EZK onderscheidt, in het gebied aanwezig zijn. Verder hebben Delft en de zuidelijk Randstad die qua groei achterblijven bij Eindhoven, Utrecht en Amsterdam, nog een flinke inhaalslag te maken. Bedrijfsruimte moet ook transformeren Minhas is ronduit tegenstander van een transformatieverbod, omdat bedrijfsruimte en commerciële ruimte zelf ook in een transformatie zitten.   ‘Als je een gemiddeld bedrijventerrein in NL afloopt en je ziet hoeveel eenlaagse gebouwen daar staan dan schrik je bijna het apenzuur. Is dat nou de oplossing hoe wij als samenleving met de schaarse ruimte om willen gaan? Mijn antwoord daarop is nee.’ Minhas heeft ook moeite met de door Verschoor genoemde normen, mede omdat de vraag naar bedrijfsruimte volgens de NEPROM-directeur continu verandert.   Hij is voorstander van afspraken maken vooraf over een programma.  Op basis daarvan kan eventueel een lage grondprijs worden afgedwongen om zo een businesscases rond te kunnen rekenen.   Hij verwacht ook flexibiliteit en creativiteit bij gemeenten bij het zoeken naar en vinden van oplossingen om businesscases rond te rekenen. Bijvoorbeeld door meer bouwhoogte toe te staan voor een extra programma. Gebiedsafspraken maken Olga Wagenaar, ontwikkelmanager van Amvest heeft die afspraken met de gemeente Delft gemaakt. Amvest – een ontwikkelende belegger – heeft een lange samenwerking opgetuigd met de gemeente Delft voor het realiseren van een mixed-use programma op de Schie-oevers, waarbij op gebiedsniveau verschillende onderdelen van het ontwikkelprogramma met elkaar worden verevend.   ‘Het gaat om differentiatie, we moeten de taart met ‘z’n allen verdelen’, aldus Wagenaar.   Tot slot moet haar  nog iets van het hart. Een plint is volgens haar niet geschikt als locatie voor bedrijfsactiviteiten. In elk geval slaagt dit in de praktijk volgens haar zelden.   Als alternatief oppert zij in gebiedsontwikkelingen gebouwen voor ondernemers in het platte vlak náást wooncomplexen te realiseren, en hierover aan de voorkant harde afspraken te maken, op gebiedsniveau.      

13-06-2024
Nieuws
Gezocht: hét Brabantse bedrijventerrein dat voorop wil lopen
Gezocht: hét Brabantse bedrijventerrein dat voorop wil lopen

Lange periodes van droogte, extreme hitte of juist wateroverlast. De meeste bedrijventerreinen zijn niet ingericht op de grote problemen die klimaatverandering met zich meebrengt. Om daar wat aan te doen, ondertekende Noord-Brabant als tweede provincie van Nederland de Green Deal met de stichting Werklandschappen van de Toekomst (WvdT). Meer dan 500.000 Brabanders werken op bedrijventerreinen. Daarmee vormen ze een belangrijke motor voor de economie en de innovatiekracht van Brabant. Maar niet alle bedrijventerreinen zijn even goed bij de tijd. Om daar wat aan te doen, is WvdT in het leven geroepen. De stichting ontving 26 miljoen euro uit het Nationaal Groeifonds om bedrijventerreinen klaar te stomen voor de toekomst. Doel is om in de komende negen jaar maar liefst 1.000 terreinen aan te pakken. “Op bedrijventerreinen komen bijna alle uitdagingen van deze tijd bij elkaar”, zegt gedeputeerde Stijn Smeulders. “Als het gaat om klimaatadaptatie, hitte- en wateroverlast. Maar ook over aantrekkelijk werkgeverschap, biodiversiteit, de energietransitie en innovatiekracht. Het is in ieders belang om daar goede oplossingen voor te vinden, zeker ook voor de ondernemers zelf. Met de aanpak Grote Oogst spelen we daar met twaalf grote bedrijventerreinen al op in. Nu komt daar met Werklandschappen van de Toekomst een flinke schep bovenop.” Als tweede in Nederland Na Zuid-Holland is Noord-Brabant nu de tweede provincie die een Green Deal met WvdT sluit. Allereerst wordt nu gezocht naar een zogeheten living lab. Dat is een terrein dat een proeftuin wil zijn voor oplossingen voor de genoemde uitdagingen. Het living lab wordt een onderzoeks- en innovatielocatie waar onderzoekers, belanghebbenden van de bedrijventerreinen, gebruikers en andere stakeholders samen aan de slag gaan met het ontwerpen en testen van oplossingen. Vervolgens worden twee ambassadeursterreinen gezocht waar de bevindingen uit het living lab op grote schaal worden toegepast. Voor de eerste fase van de deal is vanuit de provincie 1,4 miljoen euro beschikbaar. Afkomstig uit de programma’s ruimte en wonen, water en bodem, economie en energie. Er is nog eens 2,8 miljoen euro beschikbaar uit het Nationaal Groeifonds. Voorwaarde voor deelname aan het programma is dat bedrijventerreinen cq het bedrijfsleven voor 1,4 miljoen euro participeert. Slimme oplossingen “We hopen dat deze stap nog meer bedrijven en bedrijventerreinen aanmoedigt om na te denken over slimme oplossingen voor de toekomst en dat ze zich aanmelden om mee te doen”, zegt gedeputeerde Smeulders. “Zodat we aan het einde van het jaar van start kunnen gaan op een living lab dat zich dan met recht het meest innovatieve bedrijventerrein van heel Brabant mag noemen.”  

13-06-2024
Nieuws
SKBN Studiereis 2024: Lille Métropole in 10 lessen
SKBN Studiereis 2024: Lille Métropole in 10 lessen

Van woensdag 29 tot en met vrijdag 31 mei zette de SKBN zeil naar Lille en de regio Hauts-de-France. Hieronder volgt een korte impressie van de studiereis in 10 learnings. Een uitgebreidere, bewerkte editie verschijnt in de juli-editie van vakblad BT. Hauts-de-France heeft met circa 32.000 km2 een vergelijkbare omvang als Nederland (34.000 km2 landoppervlakte). Maar heeft met circa 6 miljoen inwoners een drie keer zo lage bevolkingsomvang als Nederland. Toch is de Hauts-de-France daarmee de derde dichtstbevolkte regio van Frankrijk. 67 procent van de landoppervlakte staat nog altijd ten dienste van de landbouw, vergelijkbaar met Nederland. De agro-industrie is met stip de grootste industrie. De lagere bevolkingsdichtheid betekent niet dat er minder behoedzaam wordt omgegaan met ruimte. De Fransen hanteren nu al een eigen variant op de toekomstige Europese richtlijn ‘no net land take’. De ZAN (Zero artificialisation net) is sinds 2021 van kracht. Voor de metropoolregio Lille levert deze richtlijn vooralsnog niet veel problemen op. De stad heeft nog gaten te vullen als erfenis van een industrieel textielverleden. Zo liggen er nog tal van ontwikkelmogelijkheden in Roubaix. De regio en metropool zetten actief in op herstructurering van brownfields. Maar Ports de Lille ziet de druk op de ruimte groeien, mede door toedoen van een ontluikende circulaire economie. Voor de transformatie naar een circulaire economie kan de ZAN op termijn een obstakel gaan vormen, als deze wet te stringent wordt gehanteerd. De grootste uitdaging van het moment is de bemensing van de nieuwe fabrieken die de nationale overheid in de regio uit de grond wil stampen. Dat laatste als antwoord op een misschien nog grotere uitdaging: het minder afhankelijk worden van sleuteltechnieken van het buitenland in het kader van strategische autonomie, en (energetische) verduurzaming. De Franse regering koos voor de regio rond Duinkerken als locatie waar giga-batterijfabrieken moeten landen. De eerste fabriek van ACC in Billy Berclau draait al deels en wordt momenteel uitgebreid. Een tweede en derde giga-factory in Duinkernen en productielocaties voor halffabricaten zijn in aanbouw. Om voldoende mensen te hebben om in deze fabrieken te werken, investeert de regio in opleidings- en omscholingsprogramma’s. Een niet onbelangrijke asset die Duinkerken heeft is ruimte, die wordt aangeboden in de vorm van plug and play-sites. De stad investeert ook flink in het woonkwaliteit om ook het benodigde personeel dat in de fabriek moet werken aan te trekken. Hoe groot het ruimte-aanbod ook lijkt; in Duinkerken komt inmiddels het einde van het ruimte-aanbod in zicht. Een tweede troef die de havenstad claimt als onderdeel van een aantrekkelijk vestigingsklimaat is duurzame energie. Zo koos batterijfabriek Verkor zich in Duinkerken vanwege het warmtenet dat gevoed wordt met restwarmte uit de industrie, waar Verkor dankbaar gebruik van maakt voor het droogproces in de batterijproductie. Een heel belangrijke factor die Duinkerken een concurrentievoordeel kan bieden is de goedkope stroom van de gigantische kerncentrale in de havenstad, die omgezet kan worden in gigantische hoeveelheden dan wel niet groene, maar wel blauwe waterstof die de transitie kan aanslingeren. Twee nieuwe kerncentrales zijn in de maak.   10 LEARNINGS Transities staan centraal tijdens deze driedaagse studiereis. We beginnen in Lille met de circulaire economie, waarvoor de binnenhaven van Lille een belangrijke ruimtelijke schakel is. Learning 1: Een duidelijke visie en regionale strategie zet neuzen in dezelfde richting. De regio Hauts-de-France heeft een duidelijke ontwikkelstrategie, het REV3-transitieprogramma. REV3 verwijst naar de derde industriële revolutie die de regio met gerichte investeringen probeert te ontketenen. Het programma REV3 (Révolution Industrielle et Écologique de la Troisième Génération) is een ambitieus initiatief dat zich richt op de transitie naar een duurzame en digitale economie. Dit programma, ondersteund door de Europese Unie en regionale autoriteiten, heeft als doel om een circulaire economie te bevorderen, nieuwe economische clusters te ontwikkelen en werkgelegenheid te creëren in de regio. REV3 omvat verschillende projecten die gericht zijn op energie-efficiëntie, hernieuwbare energiebronnen, digitale technologieën en de bevordering van duurzaam ondernemen. Het programma streeft ernaar om de Hauts-de-France regio te positioneren als een voorloper in groene en digitale innovaties door middel van samenwerkingen tussen bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden. Learning 2: Ga uit van eigen kracht in plaats van te verwachten dat het heil van buiten komt. De ontwikkelstrategie van de regio Hauts-de-France is niet uit de lucht gegrepen, maar bouwt voort op kwaliteiten die de regio al heeft. Dat is: en auto-industrie (met de batterijfabrieken als nieuwe specialisatie), en technisch geschoolde bevolking en – zoals ze zelf zeggen – een groot personeelsaanbod. Dat laatste is voor discussie vatbaar, maar feit is dat de kaartenbakken in de Franse regio goed gevuld zijn. De werkeloosheid is relatief hoog, als erfenis van een industrieel (mijn)verleden. Vandaar dat de regio er alles aan doet om mensen met omscholingsprogramma’s te (re)-activeren. Het bieden van vervangende werkgelegenheid was ook het doel van de EuraTechnologies Campus. Op het eerste gezicht lijken de start-ups die in het imposante gebouw dat tot in de jaren ’90 als textielfabriek duizenden mensen tewerk stelde, weinig relatie te hebben met het oude economische profiel. Maar ze borduurt juist voort op een traditie. EuraTechnologies telt inmiddels vijf locaties waaronder de Blanchemaill Roubaix-site die gespecialiseerd is e-commerce en retail-tech. Roubaix was van oudsher een belangrijke pleisterplaats van postorder- en retailbedrijven. Decathlon heeft zijn hoofdzetel in Roubaix. De campus in Willems, even buiten Lille, staat in het teken van AgroTech. De hoofdcampus – Le Blan Lafont – staat in het teken van duurzame transities. Learning 3: Huisvesting kan motor zijn van innovatie. Een ander learning die kan worden getrokken uit EuraTechnologies, is dat de campus geen fonds heeft voor bedrijven, maar dat alles over de band van huisvesting gaat. Start-ups zitten om niet in de campus en worden geselecteerd tijdens pitchrondes. Grote bedrijven willen daar bij horen, en hebben inmiddels een belangrijk aandeel genomen in de campus. Het verschaft hun toegang tot talent. Learning 4: Zet bedrijventerreinen in als aanjager van regionale transitie. Belangrijk onderdeel van het REV3-transitieprogramma zijn de bedrijventerreinen, parcs d’activités’ in het Frans. Zij maken onderdeel uit van een groot decarbonisatie-programma. Daarnaast wordt werk gemaakt van het vergroenen van bedrijventerreinen en landschappelijke inpassing. Daarbij wordt mede geleund op Europa. Het regionale programma kent een doorvertaling naar het niveau van de metropool. Métropole Européenne de Lille (MEL) investeert 28 miljoen euro in revitalisering van verouderde bedrijventerreinen. Beter benutten maakt daar onderdeel van uit, ook in het kader van de ZAN-doelstelling (zie boven). Learning 5: Verdichting van de stad vraag extra ruimte voor circulaire economie. Het bezoek aan Ports de Lille levert een aantal interessante inzichten op. Naarmate de nadruk ‘in’ de stad meer komt te liggen op verdichting en transformatie, neemt de druk op watergebonden bedrijventerreinen toe om de reststromen die transformatie genereren te verwerken. Dat geldt eveneens voor bedrijven die niet kunnen uitbreiden en een deel van hun distributie moeten verplaatsen naar haventerreinen. Ports de Lille doet dat onder meer voor voedselconglomeraat Roquette.  Learning 6: Zelf exploiteren van (logistieke) havenfaciliteiten geeft meer grip op circulaire reststromen. Een andere learning van Ports de Lille is dat het havenbedrijf gronden niet alleen in erfpacht uitgeeft, maar in veel gevallen de opstallen bouwt en exploiteert. In Nederland zijn logistiek en bedrijventerreinen meestal losgekoppeld. Daarmee heeft Ports de Lille, een dochteronderneming van de regionale KvK, grip op circulaire stromen vanaf circa vijf locaties die het havenbedrijf bestiert. Daarnaast houdt Ports de Lille door actieve betrokkenheid bij de haventerreinen grip op de kwaliteit van de gebouwen. Learning 7: Wees realistisch bij duurzame logistiek en distributie: Kritische massa en afstand zijn randvoorwaardelijk. Een derde learning van Ports de Lille, bij monde directeur Ferenc Szilagy, is dat voor duurzame (stads)distributie een kritische massa nodig is en voor duurzame logistiek bijvoorbeeld per trein, een kritische afstand. Te beginnen bij stadsdistributie: daarmee begon Ports de Lille vol goede moed, maar het gevraagde volume aan distributiediensten bleek al snel niet te corresponderen met de duurzame transportmethode, zoals de bakfiets. Voor de trein geldt volgens Ferenc een kritische afstand van circa 600 kilometer, voor investeringen in treinoverslag uitkunnen. Voor duurzaam transport over water gelden eveneens kritische afstanden. De schaal in Frankrijk is al sneller rendabel voor ‘nieuwe’ transportmethoden dan in Nederland. Learning 8: Circulaire bedrijvigheid gebaat bij aanwezigheid goedkope ruimte. Een heel belangrijk les van het bezoek aan Tissel in Roubaix, waar zich allemaal circulaire start-ups bevinden, is dat (startende) circulaire bedrijvigheid gebaat is bij goedkope bedrijfsruimte. De vele leegstaande textielfabrieken in Roubaix vormen daarvoor een belangrijke asset en vruchtbare bodem voor een nieuwe economie. De gemeente Roubaix kiest er expliciet voor de fabrieken niet te transformeren naar bijvoorbeeld duurzame appartementen, maar kiest voor ‘flugal and low tech circular transformation’. Of de marktomstandigheden dwongen de stad tot het maken van die keuze. Het goede nieuws is dat dit juist nieuw momentum genereert voor de industriestad, die zo een nieuwe, industriële revolutie kan doormaken als ‘upcycle-stad’. Learning 9: Ruimte is een belangrijke asset van Hauts-de-France, ook voor Nederland. De internationale promotieorganisatie North France Invest sluit met haar acquisitie naadloos aan bij het strategische plan van de regio. Opvallend is dat Hauts-de-France nog van de ruimte barst, zeker in vergelijking met Nederland. En daarmee ruimtevreters als giga-factories probeert de verleiden naar de regio te komen. Tegelijkertijd waarschuwt North France Invest voor het ontstaan van een nieuwe monocultuur. Die ruimte in Hauts-de-France (op krap 55 kilometer van Nederland), gecombineerd met de havenfaciliteiten, kan voor Nederland ook interessant zijn als we het hebben over het verdelen van vitale functies over onze grensoverschrijdende regio, bijvoorbeeld door als ‘subhub’ te fungeren voor activiteiten waarvoor we in Nederland te weinig ruimte hebben. Learning 10: Industriepolitiek is terug van weggeweest: Met ruimte en bedrijventerreinen kun je sturen op strategische autonomie en duurzame transities. Als Duinkerken ons iets laat zien, dan is het wel hoe de Fransen werk maken van strategische autonomie. Door gewoon gebieden aan te wijzen waar nieuwe fabrieken moeten landen. Overigens niet als kip zonder kop. Duinkerken heeft hard moeten werken om investeerders aan te trekken. Maar na diverse pogingen is het gelukt om twee giga-factories aan te trekken. Het warmtenet was daarbij een trigger voor batterijfabriek Verkor. Plug en play-sites en een uitgekiende planning-tool die interdependenties in kaart brengt als een soort digital twin, moeten de miljarden aan investeringen die in Battery Valley landen, in goede banen leiden.  

12-06-2024
Nieuws
NIEUW: Kennis- en inspiratiebank voor circulaire bedrijventerreinen
NIEUW: Kennis- en inspiratiebank voor circulaire bedrijventerreinen

De provincie Zuid-Holland en Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) hebben op maandag 10 juni 2024 de kennis- en inspiratiebank Circulaire Bedrijventerreinen gepresenteerd. Het nieuwe kennisplatform is een begin om alle informatie over circulariteit op bedrijventerreinen te bundelen en dit toegankelijk te maken voor gemeenten, parkmanagers, ondernemers en andere stakeholders.   BEKIJK HIER DE KENNISBANK CIRCULAIRE BEDRIJVENTERREINEN Meindert Stolk, Gedeputeerde Economie en Innovatie, opende samen met Mieke Naus en Jaap Langhout – programmamanager SKBN en ambassadeur circulaire bedrijventerreinen – de middag met een boodschap over de mogelijkheden op bedrijventerreinen: “Grondstoffen zijn schaars en worden duurder. En geopolitieke ontwikkelingen maken de beschikbaarheid van grondstoffen onzeker en onze afhankelijkheid van anderen onnodig groot. Het is tijd om circulair te ondernemen. De plek voor circulair ondernemen is onder andere op een bedrijventerrein. De 26.000 bedrijven op ruim 600 bedrijventerreinen in Zuid-Holland zijn samen bijna goed voor 1/3 van de economie van Zuid-Holland. 30% van alle grondstofstromen in Nederland vinden plaats in Zuid-Holland, met name op bedrijventerreinen. Met deze cijfers en de grondstofstromen daarachter zijn bedrijventerreinen dé hotspots voor de circulaire economie. Daar moeten we structureel op inzetten en kennis is daarbij essentieel”, aldus Meindert Stolk, gedeputeerd Economie en Innovatie. Theo Föllings, voorzitter van de SKBN: “Deze nieuwe online kennisportal is een onmisbare schakel in de transitie van een lineaire naar een circulaire economie. Want waar het in deze fase van de transitie om gaat, is dat we leren van elkaar. Dat we de successen en geleerde lessen aan elkaar laten zien en samen een stap verder komen. Waar SKBN voor staat is kennisdeling en het intensiveren van het netwerk rondom de vraagstukken die op bedrijventerreinen spelen rondom circulaire economie. Milieu, hergebruik en energie zijn hier voorbeelden van, en ook ruimte is essentieel. We zijn daarom enorm verheugd met deze website die we dankzij de provincie Zuid-Holland hebben kunnen opzetten. Maak er allen dankbaar gebruik van!”  Voorbeelden uit de praktijk Meebewegen in de circulaire transitie, maar het vraagt om een nieuwe manier van denken en ondernemen. De kennis- en inspiratiebank Circulaire Bedrijventerreinen helpt gemeenten, parkmanagers en ondernemers om circulaire kansen te herkennen, maar geeft ook handvatten om tot actie te komen. De kennisbank is gevuld met praktijkvoorbeelden. Zoals bedrijventerrein Ambachtsezoom in Hendrik-Ido-Ambacht. Op dit terrein wordt gewerkt aan circulaire gebiedsontwikkeling en worden circulaire bedrijven gestimuleerd om zich te vestigen. Kansen benutten De kennis- en inspiratiebank circulaire bedrijventerreinen is te vinden via https://www.skbn.nu/circulair. Naast dit kennisplatform wordt een Community of Practice opgezet. Met dit lerende netwerk wil de provincie een blijvende samenwerking creëren om kansen te benutten én belemmeringen weg te nemen voor circulaire praktijkcases op (Zuid-Hollandse) bedrijventerreinen.  

11-06-2024

Huidige pagina: 1

Volgende pagina

KENNISARCHIEF

Aanmelden nieuwsbrief