WELKOM BIJ SKBN

De Stichting Kennisalliantie Bedrijventerreinen Nederland (SKBN) is al 15 jaar het landelijk netwerk van publieke, semipublieke en private partners die zich bezighouden met ruimte voor werken. Onze stichting streeft naar een optimale regionale economie, waarbij voldoende en duurzame ruimte voor werken onontbeerlijk is.

Dit willen we bereiken door op een onafhankelijke manier kennis te delen, te bundelen en te ontwikkelen. Binnen én buiten ons netwerk. Er worden jaarlijks tientallen ontmoetingen georganiseerd met relevante kennisdeling en we leveren – gevraagd en ongevraagd – beleidsinput op basis van onze kennis en ervaring. We zijn daarmee het centrale, onafhankelijke verzamelpunt voor alle ontwikkelingen rondom fysieke werklocaties.

Samenvatting SKBN Meerjarenplan 2025-2028
Event
SKBN Studiereis 2026 naar Brussel en Charleroi
SKBN Studiereis 2026 naar Brussel en Charleroi

Meld je nu aan: van woensdag 3 t/m vrijdag 5 juni gaat de SKBN op werkbezoek naar Brussel. Het thema van deze reis is Ruimte voor werk en economische vernieuwing.BrusselHet Brussels Hoofdstedelijk Gewest staat voor enorme uitdagingen: een hoge bevolkingsdichtheid, een werkloosheidspercentage van 18% en een historisch verlies van meer dan één miljoen vierkante meter productieruimte in de afgelopen decennia. De stad heeft zich ten doel gesteld om ruimte voor productieve activiteiten te behouden en te versterken, ondanks de sterke concurrentie van woningbouw, kantoren en detailhandel. De Brusselse Kanaalzone speelt hierin een sleutelrol, met name door de focus op circulaire economie, stadsdistributie en logistieke innovatie. Tijdens deze studiereis bezoeken we projecten zoals Tours et Taxi, TIR, Material Village, Ship-it, GreenBizz.brussels, Abattoir Brussels en Cultureghem. Deze projecten illustreren hoe Brussel, door slimme gebiedsontwikkeling en publiek-private samenwerking, ruimte voor productieve economie borgt in het stedelijke weefsel.Een belangrijke speler in deze transformatie is Citydev.Brussels, de gewestelijke ontwikkelingsmaatschappij. Citydev.Brussels verwerft actief gronden en ontwikkelt projecten die wonen, werken en cultuur combineren, zoals NovaCity, City Campus en Canal City. Deze projecten tonen aan hoe gemengde wijken en betaalbare, goed functionerende bedrijfsruimtes kunnen bijdragen aan een levendige en toekomstbestendige stad.CharleroiCharleroi, ooit het hart van de Waalse industrie, heeft te maken met een erfenis van verlaten industrieterreinen en sociale uitdagingen. De stad heeft echter een ambitieus herstelplan gelanceerd: de CATCH Turbo Plan. Dit plan richt zich op het creëren van nieuwe economische ecosystemen, met name in geavanceerde productie, gezondheid en biotech, luchthavenlogistiek, creatieve en digitale industrieën, en voedselinnovatie. Tijdens deze studiereis bezoeken we projecten zoals Porte Ouest, District Cleantech (voormalige Carsid-staalfabriek), VKhyLab, BSTOR 50 MW battery park, Megafactory/Aerospacelab en A6K-E6K technologische en digitale hub. Deze projecten laten zien hoe Charleroi, door slimme herbestemming en publiek-private samenwerking, oude industriële fundamenten omzet in nieuwe economische kansen.Een voorbeeld hiervan is de Megafactory/Aerospacelab, de derde grootste satellietproductiefaciliteit ter wereld en de eerste in West-Europa, gevestigd op de voormalige Acec-site. Daarnaast wordt het voormalige Carsid-staalterrein getransformeerd tot het District Cleantech, een hub voor groene technologieën, waterstofinnovatie en circulaire economie. Deze projecten illustreren hoe Charleroi actief investeert in de toekomst van de regio.MELD JE NU AANJe leert:Hoe Brussel ruimte beleid in inzet en ook zelf actief intervenieert met een ontwikkelingsmaatschappij Citydev, om ruimte voor werk en sociale doelen te behouden, zelfs onder extreme ruimtedruk;Hoe de stad en het havenbedrijf daarnaast actief inzetten op het creëren van een circulaire materialenkringloop, door actief locaties daarvoor te reserveren in bijvoorbeeld de Kanaalzone Noord;Hoe Charleroi oude industrieterreinen zoals Port Ouest herbestemt en herontwikkelt voor nieuwe economische activiteiten, zoals het Biopole ULB Charleroi (BUC), en daarbij samenwerkt met de Waalse overheid en private partners. En nog veel meer. Bovendien, een studiereis is ook bedoeld om van elkaar te leren!Facts&FiguresWat >> SKBN StudiereisWanneer >> Woensdag 3 t/m vrijdag 5 juni 2026Inclusief >> Volledig verzorgde 3-daagse busreis met inhoudelijk programma, 2 overnachtingen, 3 lunches en 1 diner.Prijs >> 1150 euro pp excl. BTWMeld je aanWEDNESDAY 3 JUNE, MORNING > Brussels Canal District (North), Tours et Taxi-site> LunchWEDNESDAY 3 JUNE, AFTERNOON > General introduction on economic location strategy / T.OP Noordrand > The Brussels Canal Zone-development plan: objectives and implementation > Site visit: from linear harbour to driver of the circular economy and return logistics > DinnerTHURSDAY 4 JUNE, MORNING > From spatial-economic framework for productive land-use to public development, Citydev.Brussels > Projectvisits: NovaCity, City Campus & Canal City > LunchTHURSDAY 4 JUNE, AFTERNOON > Challenging urban transformation: continuing operations at Abbatoir Brussels and supporting short foodchains amid a dynamic real-estate market > Culturehem: cultivating urban space  > Free afternoon and eveningFRIDAY 5 JUNE, MORNING (CHARLEROI)> From CATCH to CATCH Turbo Plan: from industral decline to industral-economic revival; > From plan to implementation, boosted by public land (re)development; > Site visits: Porte Ouest & District Cleantech (former Carsid Steelwork site), Megafactory/Aerospacelab, A6K-E6K technological and digital hub > Lunch

03-06-2026
Event
Lerend Netwerk Circulaire Bedrijventerreinen Zuid-Holland: hoe maken we circulaire ambities concreet op bedrijventerreinen?
Lerend Netwerk Circulaire Bedrijventerreinen Zuid-Holland: hoe maken we circulaire ambities concreet op bedrijventerreinen?

Locatie: Vakwerkhuis, Professor Snijdersstraat 2, DelftDatum: Maandagmiddag 15 juniTijd: 13.00 – 17.30 uur (incl. netwerkborrel)Aanmelden: via dit formulierWat kun je verwachten?Een middag vol praktijk, inspiratie en uitwisseling rond de vraag: hoe maken we circulaire ambities concreet op bedrijventerreinen?Diverse experts en ervaringsdeskundigen nemen je mee in vijf actuele thema’s:Van ambitie naar uitvoeringSamen met CircuLaw werken we aan een praktische handreiking: hoe vertaal je circulaire ambities naar juridisch haalbare en uitvoerbare afspraken? Toets jouw beleidstekst tijdens deze lancering.Reststromen als kansIntroductie van de Menukaart Reststromen: hoe maak je van afval waardevolle samenwerking tussen bedrijven op bedrijventerreinen? Stichting InduSym neemt je mee in inspirerende voorbeelden en werkwijzen.Ruimte voor circulaire economieWaar krijgt circulariteit plek op het bedrijventerrein en in de regio? BVR werkt interactief met praktijkcases en ruimtelijke keuzes. Doe je voordeel met de handreiking Ruimte voor Circulaire Economie op Bedrijventerreinen.Dashboard Circulaire BedrijventerreinenHoe gebruik je data om gericht te sturen op circulaire kansen per terrein? De provincie Zuid-Holland maakt het inzichtelijk.Circulariteit in de praktijk van alledagOnder begeleiding van De Verschilmakers maak je circulariteit begrijpelijk en relevant voor collega’s en bestuurders. Leer impactvolle gesprekken te voeren.Waarom dit ertoe doetBedrijventerreinen spelen een sleutelrol in de circulaire economie. Juist hier komen bedrijven samen en ontstaan kansen om reststromen te benutten, samen te werken en kringlopen te sluiten. Tegelijkertijd maken schaarste aan grondstoffen, strengere regelgeving en druk op de ruimte dat circulair werken steeds urgenter wordt.Daarom is samenwerking essentieel. Het Lerend Netwerk Circulaire Bedrijventerreinen Zuid-Holland verbindt gemeenten, parkmanagers en omgevingsdiensten om kennis te delen en vooral: om circulaire kansen te vertalen naar concrete acties en projecten.We hopen je 15 juni te zien om samen verder te bouwen aan toekomstbestendige, circulaire bedrijventerreinen in Zuid-Holland!

15-06-2026
Nieuws
Gelderland werkt aan toekomstbestendige bedrijventerreinen
Gelderland werkt aan toekomstbestendige bedrijventerreinen

Op de Gelderse bedrijventerreinen Aalsvoort en op Kwinkweerd in Lochem zijn BedrijvenInvesteringsZones (BIZ) gerealiseerd. Met de subsidieregeling Toekomstbestendige Bedrijventerreinen biedt de Provincie Gelderland procesondersteuning. Met een concreet resultaat: een sterke gezamenlijke basis voor de toekomst van deze bedrijventerreinen in de gemeente Lochem. Versterking samenwerkingBedrijventerreinen zijn belangrijk voor de economie en werkgelegenheid in Gelderland. Tegelijk staan ze voor grote uitdagingen. Denk aan veiligheid, de energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit en biodiversiteit. Om hier goed op in te spelen, is het belangrijk dat bedrijventerreinen klaar zijn voor de toekomst. Een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) versterkt samenwerking op een bedrijventerrein. In een BIZ investeren ondernemers samen in hun omgeving op gezamelijke uitdagingen en promotie van het terrein. Ondernemers betalen hiervoor een vaste bijdrage. Het voordeel van een BIZ is dat er voor een periode van 5 jaar structureel geld beschikbaar is. Hierdoor kunnen gemeenten ook voor langere tijd middelen reserveren en samen met ondernemers werken aan verbeteringen op het terrein. Grote betrokkenheidBas Haarhuis is Bedrijvenparkmanager van Aalsvoort en Kwinkweerd. Hij is blij met de steun van de provincie, gemeente en vooral ook van de ondernemers zelf. “De BIZ op Aalsvoort en Kwinkweerd is tot stand gekomen door grote betrokkenheid van de kartrekkers.” Volgens Haarhuis wierp vooral de persoonlijke benadering zijn vruchten af. En het tijdig en continu blijven communiceren.“Een mooi voorbeeld daarvan zijn de rondes die we zowel op Aalsvoort als Kwinkweerd hebben gelopen, waarbij we alle bedrijven bezochten. Binnen de BIZ willen we inzetten op thema’s als veiligheid, uitstraling en collectieve (inkoop)projecten. En we willen elkaar (beter) leren kennen om zo de lokale economie te versterken.”

12-05-2026
Nieuws
Zo stuurt Noord-Holland op een toekomstbestendige economie
Zo stuurt Noord-Holland op een toekomstbestendige economie

De provincie Noord-Holland faciliteert energie-intensieve industrie alleen nog bij energieknooppunten, en ondersteunt enkel nog economische ontwikkeling die bijdraagt aan een toekomstbestendige economie. Daarvoor hanteert de provincie vijf afwegingsprincipes. Dat staat in conceptontwerp van de omgevingsvisie.Netwerkinfrastructuur voor mobiliteit, energie, drinkwater en data worden sowieso sturender voor toekomstig ruimtegebruik. ‘Tot nu toe was het gebruikelijk dat we de netwerken die nodig waren aanpasten aan het gebruik’, schrijft de provincie in de conceptontwerp omgevingsvisie.Functies worden daarbij zoveel mogelijk geclusterd op plekken waar belangrijke infrastructuur zoals energie en mobiliteit en economische activiteit en innovatie samenkomen. Selectief locatiebeleidDe provincie benadrukt dat het niet meer allen activiteiten overal kan faciliteren, maar enkel ruimtelijke ondersteuning biedt aan economische ontwikkelingen die bijdragen aan een toekomstbestendige economie. Daarvoor hanteert de provincie randvoorwaarden. Dit zijn: een hoge arbeidsproductiviteit of bijdrage aan productiviteitsgroei, efficiënt ruimtegebruik, efficiënt watergebruik, efficiënt energiegebruik, klimaat en gezonde leefomgeving in balans, en de vermindering van het gebruik van grondstoffen. DatacentersNoord-Holland huisvest momenteel de meeste datacenters van Nederland, wat een belangrijke bijdrage levert aan de economie en digitale soevereiniteit. De provincie erkent het belang van datacenters, maar benadrukt de noodzaak van selectiviteit en duurzaamheid in hun plaatsing en beheer, gelet op de beperkte beschikbaarheid van ruimte, energie en water.Vijf afwegingsprincipes voor een toekomstbestendige economie1. Zuinig omgaan met ruimte en beperkte middelenSelectief en efficiënt inzetten van schaarse ruimte en middelen, zoals arbeid, zoetwater en milieuruimte.2. Water en bodem als ordenend principeHet water- en bodemsysteem bepaalt mede waar en hoe ontwikkelingen mogelijk zijn, met aandacht voor waterveiligheid, waterkwaliteit en bodemcondities.3. Omgevingskwaliteit en gezonde leefomgeving waarborgen en bevorderenRuimtelijke ontwikkelingen moeten passen binnen een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving, met respect voor natuur, landschap en erfgoed.4. Sturen vanuit netwerkenNetwerken voor energie, drinkwater, data en mobiliteit worden sturend voor toekomstig ruimtegebruik. Ontwikkelingen vinden plaats waar deze netwerken samenkomen.5. Sturen op randvoorwaarden voor een toekomstbestendige economieEconomische activiteiten worden alleen gefaciliteerd als ze voldoen aan randvoorwaarden voor duurzaamheid, circulariteit en strategische meerwaarde.Rond woningbouwopgaven stapt de provincie af van het adagium ‘eerst bewegen, dan bouwen’, zodat de woningbouw niet verder vertraagd wordt door knelpunten op de mobiliteitsnetwerken (lees ook: Noord-Holland bouwt door, bereikbaarheid komt later wel).De provincie stuurt daarom ook aan op clustering van woon- en werkomgevingen in elkaars nabijheid. Achterliggend doel is ook om een nieuwe mobiliteitsvraag te beperken, aangezien de netwerken tegen de bovengrens van hun capaciteiten aanlopen. 

12-05-2026
Achtergrond
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam
Herontwikkeling van Spaanse Polder Rotterdam

Het bedrijventerrein Spaanse Polder is van strategisch belang voor de Rotterdamse economie. Buck Consultants International heeft de gemeente Rotterdam en de partijen die op het terrein gevestigd zijn, ondersteund bij het opzetten van een publiek-private aanpak voor herontwikkeling en herprofilering van het terrein. Deze richt zich op zeven perspectiefvolle locaties in het gebied, geselecteerd met behulp van de kansenzone-aanpak. Zo kunnen Bedrijvenraad en gemeente hun gezamenlijke toekomststrategie realiseren.Strategisch belang van bedrijventerrein Spaanse PolderSpaanse Polder is een Rotterdams bedrijventerrein van ruim 300 hectare groot en huisvest ruim 25.000 banen. Het terrein is strategisch gelegen in stedelijk gebied en tegelijkertijd ontsloten via de A4, A20, A13 en A16. De ligging en omvang maakt dat het terrein een belangrijke rol vervuld in het palet van werklocaties van Rotterdam.Tegelijkertijd heeft het terrein een grote opgave. Onderdelen zijn verouderd of niet goed ingericht voor de gewenste doelgroepen. Daarnaast zijn er veel kansen om de ruimte beter te benutten. De komende vier jaar gaat de gemeente Rotterdam daarom samen met ondernemers, provincie en het Havenbedrijf  aan de slag met de herontwikkeling en herprofilering van de Spaanse Polder. Hiermee krijgt het bedrijventerrein een stevige impuls, die past bij de dynamiek van stad en regio. BCI heeft de gemeente en partijen op het bedrijventerrein geholpen met het maken van de strategie voor deze herontwikkelingsopgave. Hierna volgen de belangrijkste onderdelen hieruit.   Vijf doelgroepen leveren toekomstbestendig profielHet bedrijventerrein heeft vijf belangrijke doelgroepen: de zwaardere industrie, maakindustrie, food, (stedelijke) distributie en de circulaire economie. Deze sectoren bieden volop marktperspectief. Uit analyses blijkt dat deze doelgroepen de komende jaren blijven groeien. Die groei vraagt om extra ruimte en Spaanse Polder kan die ruimte bieden. Het bedrijventerrein is uniek in de Randstad en Rotterdamse Regio. Het beschikt namelijk over droge kavels, watergebonden kavels en kan plek bieden aan bedrijven met een lage én hoge milieu-impact. Bovendien ligt het dicht bij de stad. De strategie is om op Spaanse Polder ruimte vrij te maken voor doorgroeiers en nieuwe bedrijven uit de regio die in deze sectoren vallen.Meest perspectiefvolle plekken aangewezen via kansenzone aanpakHet gebied in één keer herontwikkelen is een enorme uitdaging, gelet op de grote omvang van ruim 300 hectare. Daarom wordt de herontwikkeling gefaseerd aangepakt via zogenaamde kansenzones. In deze door Buck Consultants International (BCI) ontwikkelde kansenzone aanpak zijn vijftien locaties geselecteerd waar herontwikkeling het meest kansrijk is. Op deze locaties is sprake van bijvoorbeeld veroudering, (buur)bedrijven die willen uitbreiden of er zijn strategisch gelegen (natte) kavels voorhanden. Tot slot is voor de zeven meest perspectiefvolle locaties uitgewerkt hoe de herontwikkeling georganiseerd en gefinancierd kan worden.Spaanse Polder op de drempel van daadkrachtig doorpakkenDe zeven meest perspectiefvolle locaties vormen de motor voor ruimtelijk-economische vernieuwing van de Spaanse Polder. Op deze plekken kan morgen al de schop in de grond en kan gebiedstransformatie echt in beweging komen. Het advies dat BCI gegeven heeft om tot uitvoering te komen bestaat uit  twee onderdelen.Zet een passende organisatie op: Om snel tot actie over te gaan maar ook langjarige inzet te garanderen, is naast financiering een passende organisatie cruciaal. Alleen zo kunnen maatschappelijke opgaven en belangen goed worden samengebracht. Hiervoor moet een koepel van de Bedrijvenraad en gemeente -een Taskforce- worden opgericht. Deze Taskforce fungeert als verbindende schakel tussen alle partijen in het gebied met een boegbeeld uit de gemeentelijke organisatie als gezicht, ondersteund door een ervaren projectleider herontwikkeling die aan de slag gaat met de zeven prioritaire kansenzones. Het gemeentelijke Kernteam vormt de motor achter de Taskforce.Herontwikkelingsspecialist Jan Brugman, onderdeel van het projectteam van BCI, zegt hierover: “Bepalend voor een succesvolle start is dat slagvaardig kan worden geopereerd en dat goede vaardigheden, wil, durf, vernieuwing en flexibiliteit zijn geborgd. De bemensing van de organisatie luistert heel nauw.”Het Kernteam stemt direct af met gemeentelijke directies en onderhoudt het contact met ondernemers via Buurtverenigingen. Waar nodig wordt het team uitgebreid met specialisten op het gebied van handhaving, juridische kwesties, vastgoedrekenwerk en projectfinanciering. Zo ontstaat een multidisciplinair, flexibel team met stevige kennis van gebiedsontwikkeling, contractvorming en een ondernemende houding.Organiseer financieringFinanciering is doorslaggevend voor succesvolle herontwikkeling van de Spaanse Polder. Ten eerste is er budget nodig voor inzet op kerntaken als schoon, heel en veilig. “De centrale opgave is het beter benutten van het bedrijventerrein door optimale verkaveling of gebouwen op te toppen, met als doel om meer beschikbare ruimte voor bedrijven te realiseren”, stelt Brugman. “Maar de integrale opgave is breder dan dat alleen. Om bedrijven te verleiden te investeren of zich te vestigen op het terrein, is ook een veilige, schone, groene en gezonde omgeving nodig. Dit is onlosmakelijk met elkaar verbonden.” Ten tweede moet er stevig geïnvesteerd worden in nieuwe en bestaande kades. Dit vraagt om goede samenwerking tussen gemeente, havenbedrijf, provincie en ondernemers. Ten derde is het van belang een revolverend herontwikkelingsfonds in te richten. Met een jaarlijkse reservering ontstaat een fonds voor de komende vier jaar. Het fonds is niet statisch: als het effectief blijkt, vergroten extra stortingen het beschikbare kapitaal. Dit leidt op termijn tot hogere opbrengsten omdat kavels en vastgoed worden doorverkocht. Zo versterkt het fonds zichzelf en blijft het gebied in een constante ontwikkelstroom.Foto: Flickr | Sander Sloots

02-04-2026
Nieuws
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?
Vlaams-Nederlands dilemma: wie stuurt doelgericht op ruimte voor economie?

Schaarste aan ruimte, energie en netcapaciteit dwingt Vlaanderen en Nederland tot scherpere keuzes. Op het eerste Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres in Brugge werd zowel vanuit Vlaamse als Nederlandse zijde duidelijk dat economische weerbaarheid niet ontstaat door afwachten, maar door actief sturen op waar, hoe en voor wie ruimte voor economie beschikbaar wordt gesteld.Kennisdeling over de grens is niet nieuw, maar zelden was die uitwisseling zo doelgericht als tijdens deze eerste gezamenlijke Vlaams-Nederlands Bedrijventerrein Congres. Zo’n tweehonderd beleidsmakers, ontwikkelorganisaties en experts zowel Vlamingen als Nederlanders spraken afgelopen week in het Bruges Meeting & Convention Centre (BMCC) over de vraag hoe bedrijventerreinen en economische ruimte kunnen bijdragen aan een weerbare economie, in een context waarin uitbreiden niet langer vanzelfsprekend is.In zijn opening via een videoverbinding plaatste Vlaams minister-president en minister van Economie Matthias Diependaele de centrale opgave expliciet in het hart van het economisch beleid. Productiviteit en competitiviteit zijn kernambities van het Vlaamse regeerakkoord, maar staan steeds vaker onder druk door fysieke grenzen.‘Economische groei en innovatie hebben ruimte nodig’, stelde Diependaele. ‘Ruimte voor ondernemingen om te investeren, te produceren en te innoveren. En precies daar ligt vandaag een van de grootste uitdagingen: ruimte is schaars.’Die schaarste vraagt volgens hem om doelgerichter sturen. ‘We moeten de ruimte die we hebben strategisch inzetten en expliciete keuzes maken over waar en hoeveel ruimte we voorzien voor economische activiteiten.’Met het Vlaamse actieplan ruimte voor bedrijvigheid wil de regering voorkomen dat economische ontwikkelingsruimte versnipperd raakt of langdurig onbenut blijft. Daarbij ziet hij een actieve rol voor de overheid, samen met lokale besturen en Vlaamse intercommunales. Via VLAIO wil Vlaanderen optreden als partner bij de complexe opgave om ruimte voor economie daadwerkelijk mogelijk te maken.Het Vlaams-Nederlandse karakter van het congres noemde hij daarbij essentieel. ‘We kunnen veel van elkaar leren. Ik ben ervan overtuigd dat we samen de Rijn-Maas-Scheldedelta verder kunnen uitbouwen tot een van de belangrijkste economische motoren van Europa.’Weerbaarheid centraalDe keynote van econoom Johan Albrecht (Itinera Institute, Universiteit Gent) plaatste die bestuurlijke ambities in een bredere Europese context. Volgens Albrecht is Europa de afgelopen jaren vooral bezig geweest met het compenseren van crises, in plaats van het versterken van zijn economische fundamenten.‘In 2022 en 2023 heeft Europa bijna 800 miljard euro uitgegeven aan energie? en crisissubsidies’, zei Albrecht. ‘Twee derde tot drie kwart daarvan is terechtgekomen bij gezinnen en bedrijven die die steun eigenlijk niet nodig hadden. Dat is pure verspilling.’Die aanpak maakt Europa volgens hem niet sterker voor toekomstige schokken. ‘We moeten stoppen met herstellen achteraf en werken aan structurele weerbaarheid.’ Die noodzaak wordt zichtbaar door de opeenvolging van geopolitieke spanningen en de grote afhankelijkheid van mondiale productieketens, ook voor vitale goederen.‘Vrijwel alle antibiotica en actieve farmaceutische stoffen worden vandaag geproduceerd in India en China. Als die supply chains worden doorgeknipt, kunnen Europese ziekenhuizen binnen één maand niet meer opereren.’Sturen noodzakelijkDe centrale vraag die Albrecht stelde, raakte direct aan het congresthema: wie stuurt werkelijk op economische ruimte? ‘Willen we economische ruimte actief aansturen, of blijven we doen alsof we alleen faciliteren en zien we wel wat er gebeurt?’In situaties van schaarste – aan ruimte, energie of netcapaciteit – worden volgens hem altijd keuzes gemaakt. ‘Als er netcongestie is en niet alles kan worden aangesloten, doet iemand industriebeleid. Alleen gebeurt dat vandaag vaak door netbeheerders en toezichthouders, zonder democratisch mandaat.’Dat leidt tot een impliciet en reactief industriebeleid. ‘Wat we nodig hebben, is een proactief en strategiegedreven industriebeleid waarin we durven kiezen.’Ruimte als hefboomInternationale voorbeelden laten volgens Albrecht zien dat zulke keuzes effect kunnen hebben. Landen als Hongarije en Polen wisten in relatief korte tijd een batterij-industrie op te bouwen met gerichte staatssteun, snelle vergunningverlening, vooraf ingerichte bedrijventerreinen en gegarandeerde energie-aansluitingen. Duitsland ontwikkelde rond Dresden een halfgeleidercluster, vooral gericht op automotive toepassingen. Voor Vlaanderen en Nederland ligt de sleutel niet in kopiëren, maar in het benutten van eigen sterktes. Daarbij waarschuwde Albrecht voor ver doorgeschoten specialisatie van bedrijventerreinen. ‘De echte bron van economische vooruitgang is diversiteit, niet specialisatie. Innovatie ontstaat op het snijpunt van sectoren.’Dat pleit voor gemengde economische omgevingen waarin functies elkaar versterken. ‘Je moet niet elk park één functie geven. Juist menging vergroot de kans op kruisbestuiving.’Deelsessies in teken van visie naar instrumentNaast het plenaire programma boden de break-out sessies tijdens het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres, een initiatief van vakblad BT in samenwerking met partners VLAIO en Vlinter (een samenwerkingsverband van 12 Vlaamse intergemeentelijke verenigingen voor streekontwikkeling en de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, red.), verdieping rond de vraag hoe beter benutten in de praktijk vorm krijgt. Waar het plenaire debat draaide om richting en keuzes, stonden in de deelsessies instrumenten, governance en uitvoering centraal. De focus lag op de ‘hoe vraag’ dus het (beter) benutten van bestaande sturingsmiddelen, zoals het Vlaamse terugkooprecht, bovenlokale programmering en afspraken over uitgifte en herontwikkeling. Daarbij ging het minder om juridische techniek dan om bestuurlijke vragen: wie stuurt, wanneer grijp je in en hoe houd je dat legitiem. Ook herontwikkeling van bestaande terreinen, verweving van functies en de noodzaak van regionale samenwerking kwamen herhaaldelijk terug. Gezamenlijk lieten de sessies zien dat het debat is verschoven van of sturing nodig is naar hoe die sturing uitvoerbaar en consistent wordt ingericht. De vragen die in de break?out sessies concreet op tafel kwamen, raken daarmee aan een fundamentelere kwestie: hoe kijken we eigenlijk naar bedrijventerreinen in ons economische en ruimtelijke denken?Die vertaalslag stond centraal in het plenaire gesprek tussen Mark Andries (directeur VLAIO) en Jurgen Geelhoed (directeur Regio & Ruimte bij het Nederlandse ministerie van Economische Zaken). Beide deden een poging om concreet te maken wat ‘beter benutten’ in beleid en praktijk betekent. Geelhoed schetste hoe Nederland de afgelopen jaren scherper is gaan kiezen. ‘We hebben een aantal sectoren aangewezen met hoge toegevoegde waarde of een duidelijke bijdrage aan transities en weerbaarheid. Daar koppelen we het begrip productief ruimtegebruik aan.’Andries benadrukte dat beter benutten meer is dan verdichten alleen. ‘Productiviteit gaat niet alleen over arbeid, maar ook over ruimte. Hoe halen we meer waarde uit elke vierkante meter die we gebruiken?’Dat vraagt volgens hem ook om innovatie op bedrijventerreinen zelf. ‘Op veel terreinen in Vlaanderen lijkt de tijd stil te staan. Daar moet opnieuw durf en experiment in komen.’Schaarste dwingt tot keuzesNetcongestie maakt volgens beide sprekers duidelijk dat sturen onvermijdelijk is. ‘In Nederland staan duizenden bedrijven op de wachtlijst voor een aansluiting’, aldus Geelhoed. ‘Dan moet je prioriteiten stellen.’Die keuzes worden vaak impliciet gemaakt. Volgens Andries hoort dat niet zo. ‘De vraag is niet of we kiezen, maar wie kiest en op basis waarvan.’ Dat vraagt om gezamenlijke programmering tussen rijk, regio’s en gemeenten, in plaats van adhoc beslissingen.Een gevoelig punt daarbij is de verhouding tussen landbouw en industrie. Geelhoed wees erop dat herverdeling van landbouwgrond ruimte kan bieden voor transities, maar Andries waarschuwde voor polarisatie. ‘Landbouw is economie. Zonder landbouw geen voedingsindustrie. Een groot gevecht tussen sectoren is niet productief.’Volgens Andries ligt de sleutel vooral bij het activeren van gronden die al bestemd zijn voor bedrijvigheid. ‘In Vlaanderen liggen nog honderden hectaren industriegrond die vandaag niet economisch worden benut. Daar moeten we gerichter op sturen.’In de afsluitende keynote plaatste planoloog Karel Van den Berghe (TU Delft) het hernieuwde belang van bedrijventerreinen in een historisch en conceptueel kader. Volgens hem is het denken over bedrijventerreinen decennialang heen en weer geschoten tussen afwijzing en idealisering - een jojo-beweging die leidt tot inconsistent beleid, aldus Van den Berghe. Van den Berghe duidde dat met het concept van een trilemma: duurzaamheid, veiligheid en betaalbaarheid. ‘Het is een onoplosbare keuze. Elke richting die je kiest, heeft per definitie negatieve gevolgen voor de andere twee.’ Dat botst volgens hem met het diepgewortelde idee van maakbaarheid in de ruimtelijke planning, waarin gebieden worden ontworpen alsof ze afgerond en geoptimaliseerd kunnen worden.De geschiedenis van de globalisering laat zien hoe die keuzes verschuiven. Na de oorlog stond veiligheid centraal en werd economie vooral nationaal georganiseerd. Daarna volgde een sterke focus op betaalbaarheid en schaalvoordelen, met globalisering en vergaande zonering als ruimtelijke vertaling. Bedrijventerreinen fungeerden toen vooral als plekken om economische activiteit te kanaliseren en af te schermen van wonen. Die fase is volgens Van den Berghe voorbij. In een tijd van deglobalisatie en geopolitieke onzekerheid staat productie opnieuw centraal. Daarmee keren bedrijventerreinen terug als cruciale schakels in economische systemen. Maar hij waarschuwde voor een nieuwe valkuil: het uitsluitend defensief benaderen van bedrijventerreinen met losse argumenten als werkgelegenheid, circulariteit of innovatie. ‘Dat is een Calimero discussie, en daardoor kwetsbaar.’Bedrijventerreinen zijn onderdelen van netwerkenVolgens Van den Berghe moeten bedrijventerreinen worden benaderd als onderdelen van netwerken van waarde. Niet het individuele bedrijf is doorslaggevend, maar de samenhang tussen bedrijven, sectoren en regio’s - vaak over gemeente? en landsgrenzen heen. Daarbij gaat het niet alleen om start ups of scaleups. ‘Ook de ogenschijnlijk gewone bedrijven zijn cruciaal om economische levenscycli draaiende te houden.’De kernboodschap van Van den Berghe luidde: de stad heeft bedrijventerreinen nodig, maar bedrijventerreinen hebben ook de stad nodig. 'Onder hyperglobalisatie zochten steden economische betekenis en had de stad bedrijventerreinen nodig; in het huidige tijdsgewricht zijn bedrijventerreinen afhankelijk van stedelijke netwerken, kennis, arbeidsmarkten en voorzieningen om relevant te blijven.'Daarmee sluit hij aan bij de centrale conclusie bij de eerste editie van het Vlaams-Nederlandse Bedrijventerrein Congres. In een context van schaarste vraagt economische weerbaarheid niet om nostalgie of romantisering, maar om consequent beleid waarin keuzes expliciet worden gemaakt. Bedrijventerreinen zijn volgens de planoloog geen probleem dat moet worden opgelost, maar een strategische realiteit waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan.

02-04-2026
Nieuws
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid
Zuid-Holland introduceert ‘bedrijfje erbij’ in omgevingsbeleid

Terwijl ‘straatje erbij’ nog volop onderwerp van debat is, komt Zuid-Holland nu met een opvallende nieuwe variant: ‘bedrijfje erbij’. De provincie wil beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen als aparte uitzondering opnemen in de Omgevingsverordening. In het Statenvoorstel voor de herziening van de Omgevingsvisie trekt Zuid-Holland tegelijk een strakkere lijn voor bouwen in de open ruimte.  De provincie wil een ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’ opnemen in de Omgevingsverordening. Daarbinnen worden stedelijke ontwikkelingen sterker begrensd. Uitzonderingen blijven wel mogelijk.  Naast grote buitenstedelijke bouwlocaties, ‘straatje erbij’ en enkele kleinschalige ontwikkelingen noemt de provincie nu ook ‘bedrijfje erbij’: een regeling voor beperkte uitbreiding van bedrijventerreinen.  Die keuze is opmerkelijk omdat Zuid-Holland een term uit het woningbouwdebat doortrekt naar werken en economie.  ‘Straatje erbij’ draait om kleine woningbouwlocaties aan de rand van stad of dorp. Met ‘bedrijfje erbij’ zegt de provincie feitelijk dat ook bedrijven soms extra ruimte nodig hebben, terwijl de open ruimte juist beter moet worden beschermd. Uitzondering in streng ruimtebeleid De achtergrond is een bredere koerswijziging. Zuid-Holland wil zuiniger omgaan met de schaarse ruimte en onbebouwde gebieden beter beschermen.  Die ruimte is volgens de provincie nodig voor landbouw, water, energie en natuur. De provincie zet wonen en werken daarbij bewust naast elkaar. Voor ‘straatje erbij’ geldt al een specifieke regeling. Voor bedrijventerreinen in Zuid-Holland komt er nu een vergelijkbare route.  Daarmee wordt ‘bedrijfje erbij’ een nieuw instrument in hetzelfde debat over ruimte aan de randen van stad en dorp.  In de zienswijzen klonk bovendien door dat gemeenten behoefte hebben aan maatwerk en eigen afwegingen. Ook werden de regels voor ‘straatje erbij’ als te strikt ervaren.Functiemenging op campussen  De nieuwe term staat niet los van ander economisch beleid. In hetzelfde voorstel van GS staat dat de eind 2024 vastgestelde Ruimtelijk Economische Visie is verwerkt in het omgevingsbeleid. Ook zijn nieuwe regels opgenomen om de milieuruimte op bestaande bedrijventerreinen beter te benutten.  Op zwaardere terreinen moet de nieuwe vestiging van lichtere bedrijven worden beperkt. Verder wordt functiemenging mogelijk op campussen als Leiden Bio Science Park, TU Delft Campus en NL Space Campus.  De provincie herschrijft daarmee haar aanpak voor bedrijventerreinen op meerdere punten. Dat hangt ook samen met de nieuwe VNG-handreiking over milieuzonering.In de zienswijzen klonk zorg over die nieuwe systematiek, over risico’s voor bestaande terreinen en over te weinig uitbreidingsruimte in de onbebouwde ruimte. In reactie daarop zijn regels aangepast.  Tegelijk is ‘bedrijfje erbij’ daaraan toegevoegd. De term krijgt een plek in de Omgevingsverordening en wordt daarmee onderdeel van de regels waarmee de provincie richting geeft aan gemeentelijke omgevingsplannen.  Provinciale Staten nemen woensdag 3 juni 2026 een besluit over het voorstel.Lees het artikel ook op Stadszaken.nl

01-04-2026
Nieuws
Voormalige verffabriek aan de Schansweg transformeert naar groene woon- en werkwijk
Voormalige verffabriek aan de Schansweg transformeert naar groene woon- en werkwijk

Op de locatie van de voormalige verffabriek aan de Schansweg in Overschie-Oost komt een groene, levendige nieuwe buurt. Gemeente Rotterdam en projectontwikkelaar Wilma Wonen werken samen aan de ontwikkeling van een woonwijk met ruimte voor bedrijven. Het fabriekscomplex uit 1923 krijgt een nieuwe bestemming en wordt het middelpunt van de wijk.Het hoofdgebouw van het fabriekscomplex wordt opgeknapt. Het hoofdgebouw krijgt een nieuwe bestemming met waarschijnlijk bedrijven. De vleugels worden gesloopt en als woningen teruggebouwd. In het plan komen ongeveer 125 woningen (overwegend koop). Aan de zuidzijde wordt een appartementencomplex gemaakt. Hier komen middeldure woningen. Op de begane grond komt ruimte voor bedrijvigheid. In het plan is er in totaal ruimte voor 800 tot 1.000 m² bedrijfsruimte.Wethouder Chantal Zeegers (o.a. Bouwen en Wonen): “De Schansweg wordt een plek waar geschiedenis, wonen, werken en natuur mooi samenkomen. Binnen de wijk maken we het groen, gezond en klaar voor het klimaat. We zorgen voor genoeg parkeerplekken bij de snelweg, zodat het goed bereikbaar blijft. In het hart van de wijk is het juist rustig en autoluw, met veel aandacht voor duurzaamheid en natuur. Een mooie aanwinst voor Overschie!”AmbitiesDe gemeente Rotterdam en Wilma Wonen willen van deze nieuwe wijk een fijne plek maken voor iedereen. Daarom zijn zes uitgangspunten opgesteld die helpen bij het maken van de juiste keuzes. Het fabriekscomplex uit 1923 krijgt een nieuw leven. De wijk wordt een gemengde buurt waar wonen en werken samenkomen. Er is veel aandacht voor groen, zodat de omgeving prettig en natuurlijk aanvoelt. De nieuwbouw sluit aan bij het industriële karakter en is duurzaam. Ook komen er goede verbindingen met de omgeving. Tot slot wordt gezorgd voor rustig wonen, ondanks de ligging bij de snelweg.PlanningEr zijn twee participatiemomenten geweest. Omwonenden waren overwegend positief over de ontwikkeling. Na de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten en ambities door de gemeenteraad, komt er een voorlopig ontwerp. Daarna wordt er verder gewerkt aan een definitief ontwerp. De geplande start voor de bouw is nu in 2029. Uiteindelijk is de verwachting dat nieuwe woonwijk rond 2031 gereed is. Meer informatie is te vinden op www.nieuwbouw-schansweg.nl

31-03-2026
Aanmelden nieuwsbrief